1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

 
In deze regels wordt verstaan onder:
 
het plan

het bestemmingsplan Camperstandplaatsen - Balk van de gemeente Gaasterlân-Sleat;
het bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0653.BPL2012100010-VG01 met de bijbehorende toelichting en regels;
bestemmingsgrens

een grens van een bestemmingsvlak;
bestemmingsvlak

een geometrich bepaald vlak met een zelfde bestemming;
bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
bouwgrens

de grens van een bouwvlak;
bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel;
bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
camper

een kampeerauto, kampeerwagen, mobilehome, zwerfwagen, motorhome of ander motorvoertuig dat bedoeld en/of uitgerust is om recreatief in te wonen of te verblijven; 
gebouw

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
landschappelijke waarden

de cultuurhistorische en visuele waarden van het landschap;
nutsvoorzieningen

een voorziening ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval wordt begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;
overkapping

elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;
peil

indien op de grond wordt gebouwd:
  1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang
  2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
indien in of op het water wordt gebouwd het Normaal Amsterdams Peil;
recreatieve bewoning

de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;

Artikel 2 Wijze van meten

 
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
 
de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak
 
de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen onderdeel
 
de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen
 
de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen
 
de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of hart van scheidingsmuren, neerwaards geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk
 
de hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine

2 Bestemmingsregels

 

Artikel 3 Natuur in een open landschap

 
BESTEMMINGSOMSCHRIJVING


De op de kaart voor Natuur in een open landschap aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden van de gronden;
  2. sloten, poelen en daarmee gelijk te stellen wateren;
met daaraan ondergeschikt:
  1. agragisch medegebruik;
  2. dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik; 
  3. infrastructurele voorzieningen;
  4. openbare nutsvoorzieningen.
 
BOUWREGELS


Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
   
AANLEGVERGUNNINGEN
 
Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren:
  1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden, waaronder het ophogen en/of maken van kaden of dijken;
  2. het aanbrengen van verharde wegen en/of paden;
  3. het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van het dagrecreatief medegebruik en het educatieve gebruik;
  4. het aanbrengen van drainage;
  5. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen.
Dit verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen of werkzaamheden die al in uitvoering waren op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.  
 
GEBRUIKSREGELS
 
Tot een strijdige gebruik zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 
  1. het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten;
  2. het aanplanten van bomen en/of hout- of opgaand struikgewas;

Artikel 4 Recreatie-camperstandplaats



BESTEMMINGSOMSCHRIJVING
 
De op de kaart voor Recreatie - camperstandplaats aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. camperstandplaatsen;
  2. het behoud en versterking van de landschappelijke waarden, tot uitdrukking komen in de aanleg en instandhouding van een natuurlijke zone met gradientvolle beplanting langs de grens op de overgang van het open landschap en de camperstandplaatsen;
  3. de aanleg van natuurlijke hagen tussen de standplaatsen onderling; 

met de daarbij behorende:
  1. verhardingen;
  2. sloten en greppels;
  3. bouwwerken geen gebouw zijnde.
 
BOUWREGELS


Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
 
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1 meter bedragen;
  2. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag ten hoogste 1,5 meter bedragen.
  
GEBRUIKSREGELS
 
Tot een strijdige gebruik zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 
  1. het gebruik van de gronden als camperstandplaatsen zonder de instandhouding c.q. de aanleg van de natuurlijke zone met gradientvolle beplanting langs de grens op de overgang van het open landschap en de camperstandplaatsen teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

    Hiertoe dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een beplantingsplan te

    worden overlegd waaruit blijkt dat door de aanleg en instandhouding van

    boomsingels en andere opgaande beplanting de landschappelijke inpassing

    voldoende is gewaarborgd.
 

3 Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

 
Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden voor opslag van schroot, afbraak en/of bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
  2. het storten van puin en/of afvalstoffen;
  3. de stalling en/of opslag van (aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;
  4. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een prostitutiebedrijf;
  5. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Overgangsrecht

 
OVERGANGSRECHT BOUWWERKEN


Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan;
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het hiervoor vermelde voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10 %.
Deze bepalingen zijn niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
 
OVERGANGSRECHT GEBRUIK


Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit bestemmingsplan strijdige gebruik te veranderen of laten veranderen in een ander met dit plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard of omvang wordt verkleind.
Indien het strijdig gebruik na de inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het voortzetten van een strijdig gebruik dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

Artikel 8 Slotregel

 
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan Camperstandplaatsen - Balk

van de gemeente Gaasterlân-Sleat.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van: 30-10-2013   
De voorzitter,                                                    De griffier,