Inhoudsopgave Regels

 

 

 

Hoofdstuk 1               Inleidende regels

Artikel 1         Begrippen                                                                         2

Artikel 2         Wijze van meten                                                                7

 

Hoofdstuk 2               Bestemmingsregels

          Artikel 3         Bedrijventerrein B-(BT)                                                     11

Artikel 4         Groen (G)                                                                       14

Artikel 5         Maatschappelijk – militaire zaken (M-MZ)                              15

Artikel 6         Recreatie (R)                                                                   18

Artikel 7         Sport (S)                                                                        20

Artikel 8         Tuin (T)                                                                          22

Artikel 9         Verkeer (V)                                                                     23

Artikel 10        Water (WA)                                                                     24

Artikel 11        Wonen - 1 (W-1)                                                              25

Artikel 12        Wonen - 2 (W-2)                                                              29

Artikel 13        Waarde - Archeologie (WR-A) (dubbelbestemming)                 30

Artikel 14        Leidingen (dubbelbestemming)                                            34

Artikel 15        Waarde - Cultuurhistorie (WR-C) (dubbelbestemming)             36

 

Hoofdstuk 3               Algemene regels

Artikel 16        Anti-dubbeltelbepaling                                                        39

Artikel 17        Algemene bouwregels                                                       39

Artikel 18        Algemene gebruiksregels                                                   40

Artikel 19        Algemene ontheffingsregels                                               41

Artikel 20        Algemene procedureregels                                                 43

 

Hoofdstuk 4               Overgangs- en slotregels

Artikel 21        Overgangsrecht bouwwerken                                              45

Artikel 22        Overgangsrecht gebruik                                                     45

Artikel 23        Hardheidsclausule                                                             45

Artikel 24        Slotregel                                                                         46

 

 

 

Bijlagen

 

Bijlage 1: Tabel parkeernormen                                                                         ..

Bijlage 2: Staat van bedrijfsactiviteiten

Bijlage 3: Criteria voor hobbymatig houden van paarden in bijgebouwen

Bijlage 4: Gebiedsinventarisatie cultuurhistorische waarden Ammonslaantje-Maaldrift

                              ..

 


 

Hoofdstuk 1

 

Inleidende regels

 

 

 

 

 

Artikel 1

 

Begrippen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In deze regels wordt verstaan onder:

 

 

 

 

 

plan

 

Het bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013          < pm identificatienummer> <idn> van de gemeente Wassenaar met bijbehorende verbeelding …nr

 

 

 

 

 

bestemmingsplan

 

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen

 

verbeelding

 

 

 

 

 

 

 

Overige begrippen in alfabetische volgorde weergegeven

 

 

 

 

 

aanduiding

 

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voorwaarden worden gesteld ten aanzien van het gebruik (functieaanduidingen) en/of het bebouwen (bouwaanduidingen) van deze gronden.

 

 

 

 

 

aanduidingsgrens

 

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

 

 

 

 

 

aan- en uitbouw

 

Een (deel van een) gebouw dat als ruimte afzonderlijk is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, dat onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

 

 

 

 

 

aan huis verbonden beroep

 

Een vrij beroep dat in een woning wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; onder aan huis gebonden beroepen/bedrijven aan huis wordt verstaan het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig en juridisch of daarmee gelijk te stellen gebied en beroepen op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied. Een seksinrichting is uitgesloten. Detailhandel is uitgesloten uitgezonderd verkoop die een relatie heeft met het beroep en die ondergeschikt is aan de activiteit.

 

 

 

 

 

achtergevel

 

De tegenover de voorgevel gelegen gevel.

 

 

 

 

 

achtergevelbouwgrens

 

Dat gedeelte van de bouwgrens dat tegenover de voor-gevelbouwgrens ligt.

 

 

 

 

 

overige bouwwerken

 

Bouwwerken, geen gebouw zijnde.

 

 

AMZ-cyclus

 

 

 

archeologische                     beleidskaart

 

 

 

Proces van de archeologische monumentenzorg volgens de protocollen van de KNA

 

 

PM

 

archeologische waarden

 

De aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende
overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oudere tijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

architectonische waarde

 

De authentieke kenmerken in de verschijningsvorm van gebouwen op basis van een aan een bepaald gebruik gekoppelde bouwvorm, een bouwvorm welke eigen is aan een bepaalde kunsthistorische stijlperiode of een bouw-vorm welke karakteristiek is aan gebouwen uit een streek.

 

 

 

 

 

bebouwing

 

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.

 

 

 

 

 

bedrijfsgebouw

 

 

bedrijfswoning

 

Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

 

Een woning in of bij een bedrijfsgebouw, bestemd voor de huisvesting van één of meerdere personen die daadwerkelijk en duurzaam is/zijn belast met de dagelijkse bedrijfsvoering en wiens aanwezigheid gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein en de bedrijfsvoering ter plekke noodzakelijk is.

 

 

 

 

 

bergbezinkbassin

 

Een geheel of gedeeltelijk onder peil gelegen bergruimte in het rioleringssysteem voor het tijdelijk opslaan en laten bezinken van rioolwater ter voorkoming van een te grote lozing van verontreinigd rioolwater op het oppervlaktewater.

 

 

 

 

 

bestaand

 

- Bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning.

- Bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen.

- Bij peil: het peil zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplanplan, dan wel zoals is bepaald krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning.

 

 

 

 

 

bestemmingsgrens

 

bestemmingsplan

 

De grens van een bestemmingsvlak.

 

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen

 

 

 

 

 

bestemmingsvlak

 

 

Bevi inrichtingen

 

 

bijbehorend bouwwerk

 

Een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.

 

Inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 27 oktober 2004

 

 

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak

 

 

 

 

 

 

bouwen

 

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, ver-nieuwen of veranderen en het vergroten van een bouw-werk.

 

 

 

 

 

bouwgrens

 

De grens van een bouwvlak.

 

 

 

 

 

bouwlaag

 

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

 

 

 

 

 

bouwperceel

 

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

 

 

 

 

 

bouwperceelgrens

 

De grens van een bouwperceel.

 

 

 

 

 

bouwvlak

 

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

 

 

 

 

 

bouwwerk

 

Een bouwkundige constructie van enige omvang, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

 

 

 

 

 

bijgebouw

 

Een niet voor bewoning bestemd, op zichzelf staand (geen directe verbinding hebbend met het hoofdgebouw), al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht en in gebruik ondergeschikt is aan en ten dienste staat van het hoofdgebouw.

 

 

 

 

 

cultuurhistorische waarde

 

De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens daarvan in de loop der geschiedenis heeft gemaakt.

 

 

 

 

 

deskundige(n)

 

Een (of meer) door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke vakspecialist(en). Binnen deze definitie moet ook de commissie voor welstand en cultureel erfgoed worden gelezen.

 

 

 

 

 

detailhandel

 

 

 

 

 

 

 

detailhandel in volumineuze goederen

 

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop en internetverkoop, en het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van en beroeps- of bedrijfsactiviteit.

 

 

Detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor uitstalling, te onderscheiden in de volgende categorieën:

-Brand en explosiegevaarlijke goederen

-auto’s, motoren, boten, caravans, keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen

-tuincentra

-grootschalige meubelbedrijven inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering

-bouwmarkten  

 

 

 

 

 

 

dienstverlenend bedrijf en/of instelling

 

Bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar hun aard daarmee te gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.

 

 

 

 

 

eengezinswoning

 

Een gebouw dat bestaat uit uitsluitend één woning.

 

 

 

 

 

erf

 

Een aaneengesloten stuk grond rondom een gebouw dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover de bestemming deze inrichting niet verbied.

 

 

 

 

 

erfscheiding

 

De feitelijke begrenzing van een erf.

 

 

 

 

 

garage

 

Een zelfstandig gebouw ten behoeve van het stallen van (motor)voertuigen en de niet bedrijfsmatige berging van (huishoudelijke) goederen.

 

 

 

 

 

gebouw

 

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijk, over-dekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

 

 

 

 

GIP-object

 

Objecten die zijn opgenomen in de gemeentelijke GIP-lijst van 2009. Het Gemeentelijk Inventarisatie Project is een inventarisatie van alle panden in Wassenaar, die van belang zijn voor de geschiedenis van de gemeente of vanwege hun architectonische kwaliteit.

 

 

 

 

 

hoofdgebouw

 

Een of meer panden, of gedeelten daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

horizontale projectie

 

 

jaarplaatsen

 

De projectie van een object of deel van een object op het horizontale vlak.

 

Plaatsen op een daarvoor bestemde camping die gebruikt worden voor recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen en die worden verhuurd op jaarbasis en niet voor toeristisch recreatief nachtverblijf.

 

 

kampeermiddelen

 

 

Tenten, tentwagens, kampeerauto’s of caravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover niet als bouwwerk aan te merken, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht of worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel, werkzaam op de kampeerplaats waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst.

 

 

 

 

Kantoor

 

 

 

 

KNA

 

Een gebouw en/of ruimte die blijkens zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor werkzaamheden van administratieve-, dienstverlenende aard met beperkte balie-functie.

 

De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

 

 

 

 

 

 

meergezinswoning

 

Een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven of naast elkaar gelegen woningen bevat.

 

 

 

 

 

MIP-object

 

Objecten die in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project door de provincie Zuid-Holland zijn geïnventariseerd en beoordeeld.

 

 

 

 

 

nutsvoorzieningen

 

 

 

 

 

 

ondergeschikte nevenactiviteit

 

 

 

overig bouwwerk

 

 

 

pand

 

Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakel-huisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afval-inzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

 

Ondergeschikte nevenactiviteiten zijn qua aard en omvang ondergeschikt en sluiten aan bij de hoofdactiviteiten die binnen een bestemming zijn toegestaan.

 

 

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden

 

De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

 

 

 

 

 

peil

 

De hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

Indien sprake is van een geaccidenteerd aansluitend terrein wordt het peil door burgemeester en wethouders in het kader van de verlening van de bouwvergunning bepaald.

 

 

perifere detailhandel

 

 

 

Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; detailhandel in zeer volumineuze goederen; tuincentra; bouwmarkten;grootschalige meubelbedrijven (inclusief ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering) met een bruto vloeroppervlak van minimaal 1000 m2.

 

 

plaatsgebonden risico

 

 

 

 

recreatieve jaarplaatsen

 

Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een individu als gevolg van een ramp/calamiteit indien die persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde locatie zou bevinden.

 

Op een kampeerterrein ingerichte recreatieve jaarplaatsen voor recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen.

 

 

 

 

 

seksinrichting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

selectiebesluit

 

 

 

 

 

 

staat van Bedrijfsactiviteiten

 

Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seks-bioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

 

Besluit van het bevoegd gezag,

nadat er een waardering (volgende de protocollen van de KNA)  heeft plaatsgevonden van aanwezige archeologische waarden in relatie tot de geplande bodemingreep.

 

 

Indeling van bedrijven in categorieën overeenkomstig of vergelijkbaar met de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)

 

 

 

 

 

straatmeubilair

 

(Andere) bouwwerken voor openbare nut, zoals:

a.      verkeergeleiders, verkeersborden, verkeerslichten,  lantaarnpalen;

b.      abri`s, mupi’s, kunstwerken, zitbanken, bloembakken  en speeltoestellen;

c.      kleinschalige bouwwerken voor (openbare) nuts-voorzieningen waaronder begrepen voorzieningen voor de energievoorziening, voor telecommunicatie (techniekkasten) en brandkranen;

d.      onder- en bovengrondse afvalinzamelsystemen;

e.      draagconstructies voor reclame tot een hoogte van 3 meter.

 

 

 

 

terreinafscheiding

 

 

 

 

 

De feitelijke grens van een terrein

 

toegangshek

 

 

 

 

toeristisch recreatief nachtverblijf

 

Dat deel van het hek of erfscheiding rondom een bouwperceel dat toegang geeft tot dat bouwperceel. Pilasters en/of kolommen worden geacht deel uit te maken van een toegangshek.

 

Recreatief nachtverblijf voor kortkampeerders op standplaatsen die niet kleiner zijn dan 115 m2 en waarvan geen van de zijden korter is dan 10,5 m.

 

 

toerplaatsen

 

 

 

Plaatsen op een camping voor wisselend toeristisch recreatief nachtverblijf die niet worden verhuurd op jaarbasis.

 

 

tuin

 

Dat deel van het erf dat als zodanig is bestemd.

 

 

 

 

 

verticale projectie

 

De projectie van een object of deel van een object op het verticale vlak.

 

 

 

 

 

voorgevel

 

De naar een (openbare) weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meer dan een zijde naar een (openbare) weg is gekeerd, de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen gevel(s).

 

 

 

 

 

voorgevelbouwgrens

 

Dat gedeelte van de bouwgrens dat bij het bouwplan aan de naar een (openbare) weg gekeerde zijde van het bouwvlak of, indien een bouwvlak met meer dan één zijde naar de (openbare) weg is gekeerd, de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen zijde(n), niet mag worden overschreden.

 

 

 

 

 

Wgh inrichtingen

 

 

 

woning

 

Inrichting als bedoeld in de Wet geluidhinder zoals die luidt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan

 

Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

 

 

 

 

 

woongebouw

 

 

 

 

zijgevel

 

 

 

zijgevelbouwgrens

 

Een gebouw, dat meerdere naast elkaar gelegen en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden

 

De gevels aan weerszijden van een gebouw, niet zijnde een voorgevel of achtergevel

 

 Dat gedeelte van de bouwgrens dat op of aansluitend op de zijgevels ligt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artikel 2

 

Wijze van meten

 

 

 

 

 

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

 

 

de lengte, breedte en diepte

van een gebouw

 

Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheids-muren).

 

 

 

de dakhelling

 

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

 

 

 

de goothoogte van een bouwwerk

 

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

 

Indien het terrein voor en achter het gebouw niet even hoog ligt, wordt de goothoogte gemeten aan de voorgevel.

Bij kopgevels, zijnde de kortste gevel van een gebouw, wordt geen goothoogte gemeten. Dwarskappen (bij meer dan twee kopgevels) dienen ondergeschikt te zijn aan de hoofdvorm en dus te voldoen aan de maximaal toegestane goothoogte.

 

 

 

de bouwhoogte van een bouwwerk

 

 

 

 

de hoogte van een windturbine

 

 

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouw-onderdelen.

 

Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine

 

 

 

afstand van een gebouw of gebouwenblok tot de erf- scheiding

 

Tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend ge-bouw, waar die afstand het kortst is.

 

 

 

de oppervlakte van een bouwwerk

 

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

 

 

 

de oppervlakte van een overkapping

 

Tussen de buitenste horizontale projecties van de dak-constructie.

 

 

 

de inhoud van een gebouw

 

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels, inclusief erkers, (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen.

 

 

 

afstand vanaf bouwlijnen

 

Bij het bepalen van afstanden vanaf een voorgevel-, zijgevel-, of achtergevelbouwgrens of de lijn van een bouw- of bestemmingsvlak: vanaf het hart van de op de planverbeelding aangegeven lijnen.

 

 

 

 

 

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden buiten beschouwing gelaten onder-geschikte bouwdelen als:

 

 

-  plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten en erkers, mits de overschrijding van bouw- cq. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt;

 

 

-  balkons, koekoeken, schoorstenen, luifels en ventilatiekanalen, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt;

 

 

-  overstekende daken, mits de overschrijding van de bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,8 meter bedraagt. Voor overstekende daken van bij-gebouwen geldt een maat van 0,5 meter;

 

 

-       liftruimtes aan de achterzijde van een gebouw, mits de overschrijding van de bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte niet meer dan 6 m2 bedraagt;

-       dakopbouwen ten behoeve van lifthuizen en andere technische voorzieningen, mits de overschrijding van de hoogte niet meer dan 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van zo’n dakopbouw niet meer dan 8,00 m2 bedraagt.

 

 

 

 

 

 

 

De van het bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013 deel uitmakende verbeelding …….


 

Hoofdstuk 2

 

Bestemmingsregels

 

 

Artikel  3

 

Bedrijventerrein (B-Bt)

 

 

 

             3.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Bedrijventerrein” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    Bedrijven en bedrijfsactiviteiten van categorie 2 tot en met categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2  bij deze regels is gevoegd;

b.    Wegen en paden;

c.    Verblijfsgebied;

d.    Parkeervoorzieningen;

e.    Groen en water;

f.     Bedrijfswoningen voor zover aangeduid op de verbeelding met (bw);

g.    Detailhandelsactiviteiten per bedrijfsvestiging als ondergeschikte nevenactiviteit van de totale bedrijfsvoering van een bedrijf, in goederen die door dat bedrijf ter plaatse worden vervaardigd, bewerkt of hersteld en tot een maximum van 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 100 m2;

h.    groothandel in goederen waarvan de verkoop in woonwijken en winkelconcentraties ongewenst is zoals brandgevaarlijke, explosieve en milieuverstorende goederen, tot een maximum van 850 m2 bruto vloeroppervlakte, waarbij detailhandel beperkt is tot pashouders;

i.      Detailhandel in volumineuze goederen tot een oppervlak van maximaal 850 m2 bruto vloeroppervlak per vestiging en in totaal niet meer dan 3000 m2 en maximaal 10% van de totale oppervlakte van het bedrijventerrein.

 

Met dien verstande dat Wgh-inrichtingen en Bevi-inrichtingen zijn uitgesloten.

 

 

 

 

 

 

              3.2

 

Bouwregels

 

 

 

Gebouwen

                                    3.2.1

 

Hoofdgebouwen ten dienste van de bestemming mogen alleen binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gerealiseerd.  

 

                                    3.2.2

 

 

Bijgebouwen zijn alleen inpandig toegestaan ten dienste van de bedrijfswoningen waarbij de maximale oppervlakte 30 m2 is.

 

                                     3.2.3

 

 

Bedrijfswoningen en inpandige bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding (bw) op de verbeelding tot een maximum van in totaal 600 m3.

 

 

 

                                     3.2.4

 

De gebouwen en delen van gebouwen mogen een bouwhoogte hebben van maximaal 8 meter.

 

 

 

Overige bouwwerken

                                   3.2.5

 

De bouwhoogte van overige bouwwerken mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel  c.q. het verlengde daarvan maximaal 1,00 meter mag bedragen.

 

 

 

                                   3.2.6

 

Van overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten, mag de oppervlakte buiten het bouwvlak maximaal 10,00 m² bedragen.

 

 

           3.3.

 

Specifieke gebruiksregels

 

                                    3.3.1

 

 

                                   

                                    3.3.2

 

Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte zoals opgenomen in de bijlage 1 ‘Tabel

parkeernormen’.

 

Detailhandelsactiviteiten zijn alleen toegestaan voor zover beschreven in 3.1.

 

 

 

 

                                     3.3.3       Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan.    

 

           3.4.                                   Afwijken van de gebruiksregels

 

3.4.1.      Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1  voor de vestiging c.q. uitoefening van:

a.    bedrijven en bedrijfsactiviteiten die niet vermeld zijn in de lijst van bedrijfsactiviteiten/Staat van Inrichtingen maar naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de in artikel 3.1 a genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten

b.    bedrijven en bedrijfsactiviteiten vermeld in categorie 4 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de bedrijven en bedrijfsactiviteiten als bedoeld in lid 3.1.

 

                               3.4.2.

 

 

De afwijking wordt verleend onder de volgende    voorwaarden:

 

a.De afwijking mag uitsluitend worden verleend indien het bedrijf gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de in lid 3.1 rechtstreeks toegelaten milieucategoriëen;

 

b. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van en bedrijf dienen de volgende milieubelastingscomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie,stofuitworp en gevaar waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                         Artikel 4

 

Groen (G)

 

 

 

                                 4.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      groenvoorzieningen, bermen en beplantingen;

b.      voet- en fietspaden;

c.      water;

d.      nutsvoorzieningen;

e.      speelvoorzieningen en/of kunstwerken.

 

 

Ten dienste van de bestemming zijn andere bouwwerken  toegestaan.

 

 

 

                                    4.2

 

Bouwregels

 

 

 

 

 

Ten behoeve van de bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd waarbij geldt dat:

 

 

a.    de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen;

b.    de bouwhoogte van erfscheidingen maximaal 2,00 meter mag bedragen;

c.    de bouwhoogte van lantarenpalen maximaal 8,00 meter mag bedragen.

 

 

d.    overige bouwwerken dienen op een afstand van tenminste 5,00 meter van de bestemming water te worden gebouwd.

e.    Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artikel 5

 

Maatschappelijk –M-mz

 

 

 

5.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Maatschappelijk-mz” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    Kantoren uitsluitend voor administratieve ondersteuning van de militaire bedrijfsvestiging tot maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak en een maximum van 2000 m2;

b.    Opslag van militaire goederen en materialen;

c.    Gebouwen voor de beveiliging van het terrein;

d.    Garages en werkplaatsen met daarbij behorende bebouwing ten dienste van de bestemming;

e.    Parkeerterreinen;

f.    (Toegangs)paden, geen openbare weg zijnde;

g.    Water;

h.    Erven en groenvoorzieningen, bermbeplanting, groenstroken, greppels en houtsingels;

i.     Erf- en terreinafscheidingen;

j.     Bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding (bw);

k.    Overige bouwwerken ten dienste van de bestemming;

 

 

 

 

lid 5.2

 

Bouwregels

 

 

 

 

 

5.2.1

 

Erf- en terreinafscheidingen

  1. De bouwhoogte van erfscheidingen ten dienste van de bestemming mag maximaal 1,5 meter zijn, met dien verstande dat erfscheidingen vanaf de grond een open constructie dienen te hebben zodanig dat ten minste 75% van de verticale projectie van de erfscheiding open moet zijn.
  2. De bouwhoogte van terreinafscheidingen ten dienste van de bestemming mag maximaal 3 meter zijn met dien verstande dat de terreinafscheidingen vanaf de grond een open constructie dienen te hebben zodanig dat ten minste 75% van de verticale projectie van de terreinafscheiding open moet zijn.
  3. De bouwhoogte van erfafscheidingen bij dienstwoningen mag voor de voorgevel maximaal 1.20 m zijn en achter de voorgevel maximaal 2 meter.
  4. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

     5.2.2

 

Gebouwen

  1. De gezamenlijke oppervlakte van alle gebouwen mag niet meer bedragen dan 18% van de in lid 5.1 aangeduide gronden;
  2. De goothoogte van de bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, mag maximaal 6 meter zijn en de bouwhoogte maximaal 8 meter;
  3. Bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen het hiertoe op de verbeelding aangeduide bouwvlak en daarbuiten tot een inhoud van 500 m3 per woning worden gerealiseerd met een goothoogte van maximaal 3.00 m en een bouwhoogte van maximaal 9 meter;
  4. Uitbreidingen van bedrijfswoningen buiten het bouwvlak zijn mogelijk mits het totaal van 500 m3 per woning en de in 5.2.2c aangegeven goot- en bouwhoogte niet worden overschreden;   
  5. Bij een bedrijfswoning mag als aan- en bijgebouwen maximaal 30 m2 worden gebouwd met voor aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen een maximale bouwhoogte gelijk aan de hoogte van de eerste verdiepingvloer en voor vrijstaande bijgebouwen een maximale bouwhoogte van 3 meter.
  6. Vrijstaande bijgebouwen zijn toegestaan op minimaal 5 meter uit de voorgevelbouwgrens en maximaal 20 meter uit de zij- en achtergevelbouwgrens met een maximale goothoogte van 2.75 m en maximale bouwhoogte van 5 m.
  7. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

5.2.3.   Overige  bouwwerken

a.    De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen        gebouwen en geen erf- en/of terreinafscheidingen zijnde is maximaal 3 meter

b.    Er zijn maximaal 3 masten voor defensiedoeleinden en/of het landelijke waarschuwingsstelsel toegestaan met een maximale bouwhoogte van 20 meter.

c.    Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

                                    5.3                                       

 

Nadere eisen

 

 

 

 

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van andere bouwwerken en gebouwen in relatie tot:

 

 

 

  1. De instandhouding van de aan de gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden zoals beschreven in het bij de regels als bijlage gevoegde rapport “Gebiedsinventarisatie cultuurhistorische waarden Ammonslaantje-Maaldrift”;
  2. De instandhouding van de aan de gronden eigen zijnde natuurwaarden voorzover beschreven in het als bijlage gevoegde “Quick-scan ecologie bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift”;
  3. De verkeersveiligheid: als gevolg van bebouwings-mogelijkheden mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan;
  4. Het voorkomen van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aan het defensiecomplex grenzende gronden en bouwwerken om te voorkomen dat belangen van derden onevenredig worden geschaad;
  5. Het voldoen aan wettelijke milieu-eisen.

 

 

 

 

                                5.5

 

Specifieke gebruiksregels

 

 

 

 

 

 

                                         

 

Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte volgens de normering zoals opgenomen in de bijlage 1 ‘Tabel parkeernormen’.

 

 


 

 

Artikel 6

 

Recreatie –(R)

 

 

 

 

 

6.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

 

 

De voor “Recreatie” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    het houden van recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen op jaarplaatsen voor het deel aangeduid met (sr-jaarplaatsen);

b.    het houden van toeristisch recreatief nachtverblijf op toerplaatsen voor het deel aangeduid met (sr-toerplaatsen);

c.    speelterreinen;

d.    zonneweiden;

e.    toegangswegen en -paden;

f.     parkeerterreinen;

g.    groenvoorzieningen;

h.    beheers- en dienstgebouwen, kantine en kampwinkel

i.      sanitaire voorzieningen;

j.     bedrijfswoningen uitsluitend waar aangeduid op de verbeelding als (bw);

k.    een recreatiewoning uitsluitend waar aangeduid op de verbeelding als (rw);

l.      overige bouwwerken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 6.2

 

Bouwregels

 

 

 

 

Gebouwen

 

 

1

 

 

2

Gebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gebouwd

 

De gebouwen en delen van de gebouwen mogen geen grotere goot- en bouwhoogte hebben dan aanwezig op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan.

 

 

3

 

 

 

4

 

 

 

 

5

 

 

 

6

 

Bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding als (bw) aangeduide bouwvlakken worden gebouwd

 

Uitbreidingen van bedrijfswoningen buiten het bouwvlak zijn mogelijk mits de maximale inhoud van 500 m3 per woning en de in 6.2.2 aangegeven maximale goot- en bouwhoogte niet worden overschreden;   

 

Recreatiewoningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding als (rw) aangeduide bouwvlakken worden gebouwd

 

Bijgebouwen zijn alleen toegestaan bij een bedrijfswoning op minimaal 5 meter uit de voorgevelbouwgrens en binnen 20 meter vanuit de zij- en achtergevelbouwgrens van de bijbehorende woning tot een maximum van 30 m2 en met een maximale goothoogte van 2,75 m en een maximale bouwhoogte van 5 meter.

7. De gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen in het deel aangeduid met (sr-toerplaatsen) is maximaal 150 m2 met een maximale bouwhoogte van 3 m.

 

8. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

Overige bouwwerken

 

 

 

8

 

 

 

 

9

 

 

 

De bouwhoogte van overige bouwwerken mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen waarvoor de maximale bouwhoogte   2 m is

 

De bouwhoogte van overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten mag maximaal 1,00 meter bedragen.

 

10. Op het als (sr-jaarplaatsen) aangeduide deel mogen per kampeermiddel op de jaarstandplaats het volgende worden gebouwd:

a.    een afrastering om de standplaats met een maximale bouwhoogte van 0.75 m met daarin een poortje met een maximale bouwhoogte van 2 m

b.    2 windschermen elk met een lengte en een bouwhoogte van 2 m

c.    Een luifel met een maximale lengte van 1.50 m een maximale breedte van 1 m en een maximale bouwhoogte gelijk aan het bijbehorende kampeermiddel OF een tochtportaal met een maximale oppervlakte van 5 m2 en een maximale bouwhoogte gelijk aan het bijbehorende kampeermiddel;

d.    Opbergkisten met een totale maximale lengte van 3 m, maximale breedte van 1.35 m en maximale bouwhoogte van 1.35 m

 

 

 

 

11. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.


 

Artikel 7

 

Sport (S)

 

 

 

7.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Sport” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      Sportvelden ter plaatse van de aanduiding (spv);

b.      Tennisbanen ter plaatse van de aanduiding (t);

c.      Gebouwen ten dienste van de bestemming sport zoals een clubgebouw, kantine, kinderopvang,  kleedruimten, sanitaire voorzieningen, bergruimten, ondergeschikte sportgerelateerde detailhandel en dienstverlening mits het assortiment aansluit bij deze sportvoorzieningen;

d.      Bedrijfswoningen alleen ter plaatse van de aanduiding (bw) op de verbeelding;

e.      Water;

f.       Toegangswegen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere bouwwerken ten dienste van de bestemming.

 

 

 

 

 

 

7.2

 

Bouwregels

 

 

 

Gebouwen:

 

1

De gebouwen ten dienste van de bestemming mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd waarbij de bouwvlakkken volledig mogen worden bebouwd

Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

2

Gebouwen dienst doende als bergruimten mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de totale oppervlakte aan bergruimten zowel voor de aanduiding (spv) als voor (t) maximaal 30 m² bedraagt;

 

 

 

 

3

De goot- en bouwhoogte van de gebouwen, geen dienstwoningen zijnde,  mag maximaal respectievelijk 2,75 en 5,00 meter bedragen.

 

 

4

Een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak met de aanduiding (bw) met de volgende regels:

  1. De maximale goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning is respectievelijk 3 en 9 meter;
  2. De maximale goot- en bouwhoogte van de bijgebouwen is respectievelijk 2.75 en 4.5 meter;
  3. De maximale gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen is 30 m2.

 

 

 

 

 

 

Overige bouwwerken:

 

5

Ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken geldt dat:

a.    de bouwhoogte van ballenvangers maximaal 15,00 meter mag bedragen;

b.    de bouwhoogte van erfscheidingen langs het sportveld maximaal 2 meter mag bedragen;

c.    de bouwhoogte van toegangshekken maximaal 2,00 meter mag bedragen;

d.    de bouwhoogte van de tribune maximaal 5,00 meter mag bedragen;

e.    de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 10,00 meter mag bedragen;

f.     de bouwhoogte van overige andere bouwwerken maximaal 4,50 meter mag bedragen.

 

 

 

 

6

Erfscheidingen, ballenvangers en toegangshekken dienen vanaf de grond een open constructie te hebben, met dien verstande dat 75% van de verticale projectie open moet zijn.

 

 

 

 

7

Van overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten zoals tribunes, mag de totale oppervlakte buiten het bouwvlak maximaal 20,00 m² bedragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                7.4

 

 

 

8

Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

 

Nadere eisen

 

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met het oog op de bescherming van stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van de bebouwing ter bescherming van de openheid en voorkomen van hinder voor de omgeving

 

 

 

7.3

 

Specifieke gebruiksregels

 

 

1

 

 

 

2

Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte zoals opgenomen in de bijlage 2 ‘Tabel parkeernormen’.

 

Uitsluitend ondergeschikte uitoefening van horeca-activiteiten ondersteunend aan de sportbestemming is toegestaan.

 


 

 

 

Artikel 8

 

Tuin (T)

 

 

 

8.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.                    bij de hoofdgebouwen behorende tuinen;

b.                    parkeergelegenheid;

c.                    toegangspaden;

d.                    water;

e.                    overige bouwwerken geen gebouwen zijnde.

 

 

 

 

 

 

8.2

 

Bouwregels

 

 

 

8.2.1.

 

Ten dienste van de bestemming zijn uitsluitend overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en parkeerverhardingen, toegangspaden toegestaan.

 

Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

Het aanbrengen van (parkeer-)verharding is alleen toegestaan tot een maximum van 40% van de gronden met de bestemming Tuin per bouwperceel.

 

 

 

8.2.2.

 

De hoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 1,00 meter. Met uitzondering van toegangspoorten waarvoor een maximale hoogte van 1.50 m geldt.

 

 

 

8.2.3.

 

Overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten zijn niet toegestaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8.3

 

Specifieke gebruiksregels

 

 

 

 

 

De gronden gelegen met de bestemming Tuin mogen niet worden gebruikt voor stalling van caravans, voer- en vaartuigen.

 

 

 

 

 

 

 


 

Artikel 9

 

Verkeer   (V)

 

 

 

9.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Verkeer (V)” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    openbare wegen, woonstraten, voet-, fiets-, en ruiterpaden en parkeervoorzieningen;

b.    Groenvoorzieningen en bermbeplanting;

c.    Water;

d.    Overige verhardingen;

e.    Nutsvoorzieningen;

f.     Abri;

g.    Onderdoorgang ter plaatse van de hiertoe op de verbeelding opgenomen aanduiding;

h.    Straatmeubilair.

 

 

 

 

 

 

9.2.

 

Bouwregels

 

 

 

 

1

Ten dienste van de bestemming zijn uitsluitend overige bouwwerken toegestaan die gerekend worden tot straatmeubilair.

 

 

 

 

2

Ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken geldt dat:

a.    De bouwhoogte maximaal 5,00 meter mag zijn,

b.    De bouwhoogte van een abri/bushokje maximaal 2,5 meter mag zijn;

c.    De bouwhoogte van nutsvoorzieningen maximaal 1,5 meter mag zijn;

d.    De bouwhoogte van lantaarnpalen maximaal 6 meter mag zijn

 

 

 

 

3

De oppervlakte van een abri/bushokje mag maximaal 10,00 m² zijn.

 

 

 

 

4

 

 

5

 

De oppervlakte van nutsvoorzieningen mag maximaal 1,00 m² zijn.

 

Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 


Artikel 10

 

Water (WA)

 

 

 

10.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Water” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    Water;

b.    Waterberging;

c.    Oevers;

d.    Andere bouwwerken ten dienste van de bestemming waaronder bruggen, dammen, duikers, kunstwerken en beschoeiingen.

 

 

 

 

 

 

lid 10.2.

 

Bouwregels

 

 

 

 

1

De bouwhoogte van andere bouwwerken die noodzakelijk zijn voor de waterhuishouding, oeverbescherming en/of verbinding van oevers, mag maximaal 2,00 meter bedragen. Deze andere bouwwerken moeten voldoen aan de Keur en beleidregels 2012 van het Hoogheemraadschap van Rijnland. In voorkomende gevallen dient een vergunning bij Rijnland te worden gevraagd.

 

 

 

 

2

De hoogte van oeverbeschoeiingen mag maximaal 0,00  meter boven NAP bedragen (waterpeil is 0,60 meter onder NAP).

 

 

 

lid 10.3

 

Nadere eisen

 

 

 

 

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van andere bouwwerken in relatie tot de instandhouding van de aan de gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden, zoals vastgelegd in artikel 15

 

 

 


 

Artikel 11

 

Wonen – 1 (W-1)  

 

 

 

11.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Wonen - 1” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.      wonen, eengezinswoning;

b.      werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep;

c.      aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

d.      overige bouwwerken

e.      toegangspaden en -wegen

f.       water

g.      ruimte voor Bed and Breakfast ondergeschikt aan de woonfunctie mits voldaan wordt aan de voorwaarden hiervoor zoals vastgelegd in het in 20112 hiervoor vastgestelde gemeentelijke beleid.

 

 

 

 

 

 

 

11.2.

 

Bouwregels

 

 

 

Gebouwen

 

1

De woningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gebouwd.

 

 

 

 

2

De woningen en delen van de woningen mogen geen grotere goot- en bouwhoogte hebben dan aanwezig op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan.

 

 

 

 

3

Uitbreiding van de woning mag binnen het bouwvlak plaatsvinden als het bouwvlak nog niet volledig is bebouwd, mits:

a.      de goot- en/of bouwhoogte van de uitbreiding maximaal de goot- respectievelijk bouwhoogte bedraagt van de bebouwing waar tegenaan gebouwd wordt;

b.      ingeval de bebouwing waar tegenaan gebouwd wordt meerdere goot- en/of bouwhoogten heeft, de goot- respectievelijk bouwhoogte van de uitbreiding niet meer bedraagt dan de laagste goot- respectievelijk bouwhoogte;

c.      de bijgebouwen door het uitbreiden van de woning niet in strijd komen met het bestemmingsplan, dan wel de bestaande afwijking niet wordt vergroot.

 

 

 

 

 

4

Aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd op het bijbehorende erf mits:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a.    de uitbreiding aan de achtergevel maximaal 3,00 meter bedraagt;

b.    het verschil tussen de achtergevel van de uitbreiding en de achtergevel van een aangrenzende woning maximaal 3,00 meter bedraagt indien de aanbouw op of op minder dan 2,00 meter afstand van de erfscheiding wordt gerealiseerd;

c.    de aan- of uitbouw c.q. het aangebouwd bijgebouw geen hogere bouwhoogte heeft dan de eerste bouwlaag van de woning;

d.    de aangebouwde bijgebouwen maximaal 2/5 deel van de achtergevel beslaan en de achtergevelbouwgrens met maximaal 3,00 meter wordt overschreden;

e.    na uitbreiding van de woning een tuindiepte van ten minste 10,00 meter resteert;

f.     de uitbreiding niet breder is dan de oorspronkelijke achtergevel;

g.    de plaats van bijgebouwen niet in strijd komt met het bestemmingsplan;

h.    een bestaande strijdigheid met deze regels, indien daar sprake van zou zijn, niet wordt vergroot;

i.      Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

 

 

8

Bij iedere woning zijn maximaal twee bijgebouwen toegestaan, met dien verstande dat:

 

 

 

a.    bijgebouwen zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd;

b.    de bijgebouwen op de erfscheiding of tenminste 1,00 meter van de erfscheiding dienen te worden gebouwd;

c.    de vrijstaande bijgebouwen moeten worden gebouwd op een afstand van tenminste 2,00 meter van de woning;

d.    de vrijstaande bijgebouwen moeten worden gebouwd op een afstand van tenminste 5,00 meter van de bestemming “Water”;

e.    indien vrijstaande bijgebouwen zijn gesitueerd achter het verlengde van de achtergevel en naast het verlengde van de zijgevel, danwel de achter- en/of zijgevelbouwgrens, de afstand tot de woning tenminste 1,00 meter moet bedragen;

f.     In geval van op hoeken van wegen gelegen hoekwoningen, de bijgebouwen de lijn getrokken in het verlengde van de voorgevel van het eerstvolgende hoofdgebouw niet mogen overschrijden;

g.    de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen buiten het bouwvlak per woning maximaal 30,00 m² mag bedragen, met dien verstande dat het erf, het deel van het erf met de bestemming tuin niet meegerekend, voor maximaal 30% mag worden bebouwd;

h.    de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw maximaal 2,75 meter respectievelijk 4,50 meter mogen bedragen;

i.      voor zover op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan de maatvoering van bijgebouwen afweek van het in dit artikel bepaalde, geldt de bestaande maatvoering als maximum;

j.     dakkapellen op bijgebouwen niet zijn toegestaan;

k.    kelders onder bijgebouwen zijn toegestaan met dien verstande dat koekoeken en/of een inritconstructie die toegang biedt tot een kelder onder het bijgebouw niet zijn toegestaan.

l.      Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

                                      9

 

Daar waar op de verbeelding de specifieke bouwaanduiding nieuwbouw (sba-ni) is opgenomen gelden de volgende regels:

  1. Bestaande milieurechten van in de omgeving gevestigde agrarische bedrijven worden niet beperkt;
  2. Nieuwbouw van 1 woning is uitsluitend toegestaan nadat alle op het aldus aangeduide perceel als te slopen aangeduide bebouwing is gesloopt inclusief volledige sanering van alle verharding en bouwwerken;
  3. De nieuwe woning moet binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak worden gebouwd en heeft een maximale oppervlakte van 120 m2 en een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 9 meter en een maximale voorgevelbreedte van 10 m en moet gebouwd worden met een kap van minimaal 40 en maximaal 60 graden;
  4. Dakkapellen, buitenwerks gemeten mogen niet hoger zijn dan 1.50 m
  5. Voor aan- uit- en bijgebouwen en overige bouwwerken gelden de regels zoals hiervoor opgenomen in artikel 11
  6. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

                                     10

 

 

 

Overige bouwwerken

Voor overige bouwwerken geldt dat:

a.    de bouwhoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen;

b.    de bouwhoogte van erfafscheidingen, indien grenzend aan de openbare weg, niet meer dan 1,00 meter mag bedragen;

c.    overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten, moeten worden gebouwd op tenminste 3,00 meter van de achtergevel of een in het verlengde daarvan te trekken lijn en op een afstand van tenminste 5,00 meter van de bestemming water, hebben geen grotere bouwhoogte dan 2,5 m, en de oppervlakte buiten het bouwvlak mag maximaal 6 m2 zijn.

d.    Tennisbanen niet zijn toegestaan

e.    Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

 

 

                                11.4

 

Specifieke gebruiksregels

 

 

 

11.4.1.

 

Werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep zijn alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden:

a.    de werkruimtes zijn zowel in de woningen als in aanbouwen toegestaan;

b.    de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven;

c.    de vloeroppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden beroep mag maximaal 30% van de woning bedragen tot een maximum van 40,00 m²;

d.    er slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking van mag uitgaan;

e.    bed and breakfast mits aan de voorwaarden is voldaan zoals genoemd in de beleidsnota vastgesteld 2011.

 

 

 

11.4.2.

 

Een bijgebouw bij een woning dient slechts voor bergings- en/of stallingsdoeleinden en mag niet worden gebruikt:

a.      als woning of gastenverblijf

b.      ten behoeve van een aan huis gebonden beroep;

c.      als stalgebouw mits voldaan wordt aan de criteria voor hobbymatig houden van paarden in bijgebouwen zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels.

 

 

 

11.4.3.

 

Onder het stallen van auto’s wordt mede verstaan het stallen van boten en/of caravans in niet bedrijfsmatige omvang.

 

 

 

11.4.4.

 

Reeds bestaand strijdig gebruik van bijgebouwen geeft geen recht op extra oppervlakte aan bijgebouwen ten behoeve van bergings- en/of stallingsdoeleinden.

 

 

 


 

 Artikel 12.

 

Wonen - 2 (W-2)

 

 

 

12.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

1.

 

De voor “Wonen – 2” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    Meergezinswoningen;

b.    Werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep, ondergeschikt aan de woonfunctie;

c.    Bijgebouwen;

d.    Overige bouwwerken

e.    Tuinen

f.     Water

g.    Toegangswegen en –paden

h.    parkeergelegenheid

 

 

 

 

 

 

 

12.2

 

Bouwregels

 

 

 

                                          1.

 

De meergezinswoningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gebouwd.

 

 

 

2.

 

De gebouwen en delen van de gebouwen mogen geen grotere goot- en bouwhoogte hebben dan aanwezig op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan.

 

 

 

                                         3.

 

Alleen inpandige bijgebouwen zijn toegestaan waarbij de oppervlakte niet meer dan 30,00 m² per woning mag bedragen, met dien verstande dat daar waar op het tijdstip van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan bijgebouwen aanwezig zijn buiten het bouwvlak deze zijn toegestaan waarbij de bestaande maatvoering het maximum is.

 

 

 

                                         4.

 

De hoogte van andere bouwwerken mag ten hoogste 3,00 meter bedragen, met uitzondering van erfscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen.

 

 

 

5.

 

6.

 

 

Zwembaden en tennisbanen zijn niet toegestaan.

 

Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een  algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 12.3

 

Specifieke gebruikregels

 

 

 

                        1.

 

Werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep zijn alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden:

a.    de werkruimtes zijn zowel in de woningen als in aanbouwen toegestaan;

b.    de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven;

c.    de vloeroppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden beroep mag maximaal 30% van de woning bedragen tot een maximum van 30,00 m²;

d.    er slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking van mag uitgaan.

 


 

Artikel 13                  Waarde-Archeologie - (W-A)

 13.1               Bestemmingsomschrijving

De voor de waarde_Archeologie aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.

 

13.2               Bouwregels

13.2.1. Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde      gronden mag niet worden gebouwd.

13.2.2. Uitzondering: Het bepaalde in artikel 13.2.1 is niet  van toepassing als het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende bouwwerken:

a.    vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;

b.    een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 30 m² en waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 30 cm beneden maaiveld;

c.    een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

                                 

                     13.3      Afwijking van de bouwregels

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het bepaalde in artikel 13.2.1 met inachtneming van de volgende regels:

13.3.1  Afwijking kan slechts worden verleend voor bouwwerken, voor zover deze zijn toegestaan op grond van de regels van de andere bestemmingen, waarmee de dubbelbestemming samenvalt;

13.3.2  De aanvrager van de afwijking een rapport heeft overlegd van archeologisch onderzoek,

waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht zijn genomen en de waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Voornoemd rapport hoeft niet overlegd te worden indien het college van burgemeester en wethouders reeds over voldoende gegevens beschikt om de archeologische waarde van de betrokken locatie vast te stellen;

13.3.3    De betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder artikel 13.3 sub 2 bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking voorschriften te verbinden, gericht op:

a.   het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

b.   het doen van opgravingen waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen;

c.   begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeoloog waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen.

 

13.4               Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een                       werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

                                      13.4.1 Werkzaamheden

Het is verboden om op of in de gronden als bedoeld in artikel 13.1 zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

a.   het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

b.   het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;

c.    het verlagen of verhogen van het waterpeil;

d.   het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

e.   het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

f.    het aanbrengen van diepwortelende beplantingen.

13.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 13.4.1. is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:

a.   noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 13.3. sub 1, 2, en 3 in acht is genomen;

b.   een oppervlakte beslaan van ten hoogste 30 m² en waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 30 cm beneden maaiveld;

c.   reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;

d.   mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning;

e.   ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;

f.    de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 13.4.1.f worden uitgevoerd in het kader van regulier onderhoud en beheer.

13.4.3. Voorwaarden

De omgevingsvergunning wordt verleend, indien:

a.   de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere bestemmingen, waarmee de dubbelbestemming samenvalt;

b.   de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd van archeologisch onderzoek, waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen en de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; Voornoemde rapport hoeft niet overlegd te worden indien het college van burgemeester en wethouders  reeds over voldoende gegevens beschikt om de archeologische waarde van de betrokken locatie vast te stellen;

c.   de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals in artikel 13.4 sub c. onder 2. bedoeld, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden, gericht op:

Ÿ  het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;

Ÿ  het doen van opgravingen waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen;

Ÿ  het begeleiden van de activiteiten door een archeoloog die voldoet aan de normen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

 

13.4.4 Advies

Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13. 4  te verlenen, vraagt het college van burgemeester en wethouders aan een archeologisch deskundige advies, die voldoet aan de eisen zoals deze gesteld worden in de  Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

 

13.6                      Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de dubbelbestemming te wijzigen door voor één of meer bestemmingsvlakken:

13.6.1  De dubbelbestemming geheel of gedeeltelijk van de plankaart te verwijderen, indien:

a.   uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;

b.   het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. 

13.6.2  De begrenzingen van de dubbelbestemming te wijzigen en/of de begrenzingen tussen de verschillende archeologische gebiedstypen te verschuiven indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarde of archeologische verwachting voor de betreffende gebiedsdelen moet worden aangepast.


 

Artikel 14

 

Leidingen (L) (dubbelbestemming)

 

 

 

            14.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

De voor “Leidingen” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een watertransportleidingen (1200 en 1600 mm), aardgasleidingen (150 mm en 200 mm), een aardgas-hoofdtransportleiding (900 mm) en een (hoog)spanningsleiding van 50 kiloVolt.

 

 

 

            14.2

 

Bouwregels

 

 

 

 

 

In aanvulling op het bepaalde in de bouwregels behorende bij de artikelen 3 tot en met 19 gelden tevens de onderstaande regels:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                  14.2.1

 

Binnen de zone van 8,00 meter aan weerszijden uit het hart van een watertransportleiding is geen bebouwing toegestaan.

 

 

 

                                  14.2.2

 

Binnen de zone van 2,50 meter aan weerszijden van de hoogspanningsleiding is geen bebouwing toegestaan.

 

                                   14.2.3

 

 

                                   14.2.4

 

 

Binnen de zone van 5 meter aan weerszijden van de gastransportleiding is geen bebouwing toegestaan

 

Binnen de zone van …. Meter aan weerszijden van de aardgas-hoofdtransportleiding is geen bebouwing toegestaan.

 

 

           14.3

 

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een

 

 

Werk , geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

 

                                   14.3.1

 

Het is binnen de op de verbeelding aangeduide zone van een leiding of kabel verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), de volgende werkzaamheden uit te voeren:

 

 

a.    het aanleggen van verharde wegen, paden, banen of parkeerstroken en het aanbrengen van andere gesloten oppervlakteverhardingen met een grotere plaatselijke oppervlakte dan 50 m2;

b.    het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden met een grotere hoogte dan 30 centimeter;

c.    het aanbrengen van ondergrondse transport, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

d.    het aanbrengen van diepwortelende planten;

e.    het in de bodem drijven van voorwerpen of delen van constructies.

 

 

 

            14.3.2

 

Het bepaalde in artikel 14.3.1 is slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen schade aan de leiding wordt of kan worden veroorzaakt.

 

 

 

      14.3.3

 

Het bepaalde in artikel 14.3.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van andere werken en/of werkzaamheden in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding.

 

 

 

                          14.3.4

 

Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 14.3.1 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de leiding- of kabelheerder(s) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leidingen niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel 15

 

Waarde – cultuurhistorie (WR-C)

 

 

 

(dubbelbestemming)

 

 

 

 

 

 15.1

 

Bestemmingsomschrijving

 

 

 

 

 

 

 

De voor “Waarde – cultuurhistorie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en zo mogelijk de versterking van de aan deze gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden, zoals zijn beschreven in het bij de regels als bijlage opgenomen “Gebiedsinventarisatie cultuurhistorische waarden Ammonslaantje-Maaldrift” zijnde:

 

 

 

a.      monumenten en GIP-objecten, in het bijzonder voor zover het de eenheid in typologie en architectuur betreft;

b.      de bestaande hoofdstructuur van wegen, greppels en wallen;

c.      de gridvormige opzet van de bebouwing;

d.      één of meerdere munitiemagazijnen (gebouw M) als fysieke herinnering aan de militaire functie van het terrein;

e.      de O-paal als herinnering aan het fenomeen O-palen en als markering van het (voormalige) militaire terrein;

f.       de bestaande groenstructuren, inbegrepen de wallen en greppels, waarbij het leidende motief de in het groen ingepakte gebouwen zijn;

g.      zowel in stedenbouwkundige als in architectonische zin het bestaande militaire (lees: sobere, argeloze, functionele) karakter;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15.2

 

Bouwregels

 

 

 

 

 

                                 15.2.1

 

 

                                  

 

 

                                 15.2.2

 

Met betrekking tot het bouwen binnen deze bestemming gelden de hieronder omschreven regels. Deze regels hebben, bij strijdigheid daarmee, voorrang boven de regels genoemd in de artikelen 3 tot en met 19 van dit bestemmingsplan.

 

Bouwen als bedoeld in lid 15.1 dient zodanig plaats te vinden dat de ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezige cultuur-historische waarden niet worden aangetast. Burgemeester en wethouders laten zich daarbij adviseren door de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed en de transformatiehandleiding voor herontwikkeling van MOB terreinen wordt gevolgd.

 

 

 

 

 

15.3

 

Nadere eisen

 

 

 

 

 

 

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken in relatie tot:

 

 

 

a.    de instandhouding van c.q. het tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

b.    de natuur- en landschapswaarden die in het geding zijn, waarbij gedacht moet worden aan accidentatie, waterstructuren, bos- en beplantingsstructuren in samenhang met de landschappelijke hoofdstructuur.

 

 

 

c.    Binnen de dubbelbestemming “Waarde-cultuurhistorie” is een scherpe beoordeling op welstand en beeldkwaliteit noodzakelijk. Het handboek welstand en beeldkwaliteit en/of aanvullende adviezen van de commissie welstand en cultureel erfgoed (WCE) zullen hiervoor als aanvullend toetsingskader worden gehanteerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                          15.4

 

 

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

 

                                     

                              15.4.1                                

 

 

 

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

 

 

 

a.    het afgraven, bodemverlagen, ophogen, vergraven of egaliseren van gronden;

b.    het aanleggen en/of verharden van ontsluitingswegen, fiets- en voet- en ruiterpaden;

c.    het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;

d.    het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen;

e.    het keren van gronden;

f.     diepploegen;

g.    het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen, het aanleggen van drainagebuizen, ondergrondse beregeningsinstallaties, dijken, dammen, stuwen, duikers en dergelijke werken;

h.    het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en taluds;

i.      het vellen of rooien van houtgewassen met een specifieke landschaps- en/of cultuurhistorische waarde, die niet onder het regime van de kapverordening vallen;

j.     het beplanten van gronden met houtgewassen ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant;

k.    het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

l.      het verrichten van proefboringen en andere boringen voor het winnen van water, delfstoffen en andere bodemschatten;

m.  de aanleg van picknickplaatsen en het plaatsen van bijbehorend meubilair;

n.    diepte-infiltratie van water;

o.    het scheuren van grasland, anders dan voor een omzetting van grasland in bouwland

p.    alle overige werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden in het terrein kunnen aantasten n die niet worden gerekend tot het normale onderhoud van de gronden.

 

 

 

 

 

                                 15.4.2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                 15.4.3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten als bedoeld in 15. 4 is slechts toelaatbaar, indien door die werken en/of werkzaamheden de cultuurhistorische waarde van deze gronden niet in onevenredige mate worden aangetast, en indien een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft, dat een vergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd. Dit nadat, door een in overleg met burgemeester en wethouders aangewezen deskundige, onderzoek is gedaan waaruit blijkt dat er geen aantasting van de genoemde waarden zal optreden.

 

Het bepaalde onder 15.4.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van andere werken en/of werkzaamheden in het kader van onderhoud en beheer.

 

 

 

 

 

 

 

 15.5

 

 

                                 15.5.1

 

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

 

Een omgevingsvergunning voor het slopen van karakteristieke panden en/of GIP-objecten of delen daarvan kan slechts worden verleend in de volgende gevallen:

 

 

 

a.    het betreft delen van een pand of bijgebouwen, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaats;

b.    de karakteristieke hoofdvorm van een pand is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen van het pand worden hersteld;

c.    de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet te handhaven;

d.    uit een waardestelling blijkt dat sloop aanvaardbaar is.

 

 

            

                                   

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3

 

Algemene regels

 

 

 

               Artikel 16

 

Antidubbeltelregel

 

 

 

 

 

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

 

 

                Artikel 17

 

Algemene bouwregels

 

 

 

17.1

 

Geen gebouw mag worden opgericht, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een situatie zou ontstaan, waarbij aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel een reeds bestaande afwijking zou worden vergroot.

 

 

 

17.2

 

Geen ander werk of werkzaamheid mag worden uitge-voerd, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een situatie zou ontstaan, waarbij aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel reeds bestaande afwijking zou worden vergroot.

 

 

 

17.3

 

De hellingshoek van de daken van (bij)gebouwen bedraagt maximaal 60 graden

 

 

 

17.4

 

Bij de beoordeling van ondergrondse bouwwerken gelden de regels van de bovenliggende bestemming, tenzij in de regels anders is bepaald, dan wel voor de onderlaag een afzonderlijke bestemming is gegeven in welk geval de regels van die bestemming gelden.

 

 

 

                                     17.5

 

Van een gebouw, waarvoor een maximum goothoogte is bepaald, mag geen deel uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die de betreffende gevel snijden ter hoogte van  de maximum goothoogte en terugvallen onder hoeken van 60° met de horizon, dan wel de voor het betreffende gebouw in deze regels specifiek bepaalde dakhellingen, met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen, zoals dakkapellen, antennes en schoorstenen, buiten beschouwing blijven.

 

 

 

                                    17.6

 

Van dakkapellen – uitsluitend toegestaan op het dakvlak  – mag de breedte niet meer bedragen dan 50% van de breedte van het dakvlak, gemeten langs de voet van de dakkapel, en er mag geen strijdigheid ontstaan met het handboek welstand en beeldkwaliteit. Bredere dakkapellen tot maximaal 75% van de breedte van het dakvlak zijn slechts toegestaan op niet naar de openbare weg gekeerde dakvlakken. De afstand van een dakkapel tot de zijkant van het dakvlak mag, in de horizontale projectie gemeten, nergens minder bedragen dan 1 meter.

 

 

 

 

 

Op bijgebouwen zijn geen dakkapellen toegestaan.

 

                 

                 Artikel 18

 

 

 

Algemene gebruiksregels

 

 

 

 18.1

 

Gebruiksbepaling

 

 

 

 

 

Het is verboden gronden en bouwwerken te (laten) gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de op de verbeelding aangeven bestemming en deze regels.

 

 

 

 18.2

 

Strijdig gebruik

 

 

 

 

 

Onder strijdig gebruik als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7.10 Wro, in elk geval verstaan:

 

 

 

 

 

a.      het gebruik van onbebouwd blijvende gronden voor de opslag van voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is voor de opslag van materialen welke strekken tot realisering van de aan de grond gegeven bestemming, voor het normale onderhoud van tuinen en erven, waterlopen, paden en wegen;

b.      Het gebruik ten behoeve van een seksinrichting.

 

 

 

 18.3

 

Ontheffingsbevoegdheid

 

 

 

18.3.1

 

Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in 18.1 indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

 

 

 

18.3.2.

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ontheffing te verlenen van het verbod in lid 18.2b voor prostitutiedoeleinden in of op een perceel met huisnummering gelegen aan de Rijksstraatweg onder voorwaarde dat:

a.      binnen de gemeentegrenzen maximaal één seksinrichting of escortbedrijf gevestigd mag zijn;

b.      het niet mag gaan om raam- of straatprostitutie;

c.      de seksinrichting op een afstand van minimaal 10 meter moet zijn gelegen van een gebouw met een zuivere woonfunctie;

d.      de seksinrichting niet mag zijn gelegen in de nabijheid van een kerk, school of openbare voorziening of andere gevoelige functies;

e.      de inhoud van het pand waarin de seksinrichting is gevestigd maximaal 1250 m3 mag bedragen;

f.       de seksinrichting vanaf de weg goed bereikbaar is;

g.      op het perceel van de seksinrichting voldoende parkeergelegenheid aanwezig is.

 

 

 


 

                Artikel 19

 

Algemene ontheffingsregels

 

 

 

19.1

 

Indien niet op grond van een andere regel ontheffing kan worden verleend, zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van de desbetreffende regels in dit plan voor:

 

 

 

 

 

a.    het afwijken van de voorgeschreven maten en afmetingen tot een maximum van 10%, indien in verband met de realisering van de bestemming of ingekomen bouwaanvraag, de afwijking noodzakelijk is en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van derden;

b.    het oprichten van gebouwen ten behoeve van open-baar nut, met dien verstande dat de inhoud niet meer dan 75 m3 en dat de goothoogte niet meer dan 3,50 meter en de bouwhoogte niet meer dan 5 meter mogen bedragen;

c.    het oprichten van andere bouwwerken van openbaar nut, met dien verstande dat de hoogte van deze bouw-werken niet meer dan 10 meter mag bedragen;

d.    geringe afwijkingen van bestemmings- of bouw-grenzen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouw-werken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein;

e.    de bouw van andere bouwwerken ten dienste van de telecommunicatie, mits deze bouwwerken van geringe horizontale afmetingen zijn en mits:
-  bij vrijstaande bouwwerken de bouwhoogte niet meer dan 40 meter bedraagt, de locatie past binnen het gemeentelijk antennebeleid;
-  in het geval het bouwwerk op een ander gebouw wordt geplaatst, de toegelaten bouwhoogte van dat gebouw met niet meer dan 6 meter wordt over-schreden;

f.     de bouw van andere bouwwerken ten dienste van het landelijk alarmeringsnetwerk mits:
-  bij vrijstaande bouwwerken de bouwhoogte niet meer dan 25 meter bedraagt;
-  in het geval het bouwwerk op een ander gebouw wordt geplaatst, de toegelaten bouwhoogte van dat gebouw met niet meer dan 6 meter wordt over-schreden;

g.    de bouw van straatmeubilair binnen bestemmingen waar dit krachtens de bestemmingsbepalingen niet bij recht is toegestaan;

h.    de bouw van bergbezinkbassins met een inhoud van niet meer dan 1000 m³;

i.      het realiseren van een kap onder een hoek van niet meer dan 60°;

j.     het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water nadat een positief van het Hoogheemraadschap van Rijnland is ontvangen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                      19.2

 

Ontheffingen mogen slechts worden verleend met inacht-neming van het bepaalde in artikel 20 alsmede indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

 

 


 

Artikel 20

 

Algemene procedureregels

 

 

 

  20.1

 

Bij toepassing ontheffingsbevoegdheid

 

 

 

 

 

Op de voorbereiding van een ontheffingsbesluit, voor zover deze bevoegdheid in het plan aan burgemeester en wethouders is toegekend, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 20.2

 

Toetsingscriteria bij ontheffingsbevoegdheid

 

 

 

 

 

Bij toepassing van een ontheffing- en wijzigingsbevoegd-heid wordt getoetst aan de volgende algemene criteria:

 

 

 

                                   20.2.1

 

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de instandhouding c.q. tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld zoals omschreven in de toelichting van dit plan.

 

 

 

                                   20.2.2

 

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvorm dient rekening gehouden te worden met de instandhouding van de aan de gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden.

Binnen de dubbelbestemming waarde-cultuurhistorie is een extra scherpe beoordeling op welstand en beeldkwaliteit noodzakelijk. Het handboek welstand en beeldkwaliteit zal hiervoor als aanvullend toetsingskader worden gehanteerd.

 

 

 

                                   20.2.3

 

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bebouwing en gebruiksvormen mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan.

                                  

    

 

 

                                   20.2.4

 

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bebouwing en gebruiksvormen dient voorkomen te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is.

 

 

 

                                   20.2.5

 

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bebouwing en gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de milieu-aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking.

Een wijziging van gebruik naar een milieugevoelige bestemming moet kunnen voldoen aan de in de milieu-wetgeving vastgelegde normering.

 

 

 

 

6

Bij een toename van verhard oppervlak (daken, wegen, parkeerterreinen, gedraineerde oppervlakken), in de toekomstige situatie, is het beleid van Rijnland zoals vastgelegd in de Keur en beleidsregels 2012 het toetsingskader. In de Keur is vastgelegd dat, als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling meer dan 500 m2 onverhard oppervlak wordt verhard, compenserende maatregelen noodzakelijk zijn in de vorm van extra open water ter grootte van 15% van de toename van de verharding.

 

 

 

 

7

Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening gehouden te worden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien deze daardoor kunnen worden beïnvloed.

Andere bestemmingen mogen niet in hun gebruik worden beperkt.

 

 

 

 

 

 

 


           

Hoofdstuk 4

 

Overgangs- en slotregels

 

 

 

Artikel 21

 

Overgangsrecht bouwwerken

 

 

 

21.1

 

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

a.    gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

b.    na het teniet gaan ten gevolge een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

 

 

 

21.2

 

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid ontheffing verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

 

 

 

21.3

 

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

 

 

Artikel 22

 

Overgangsrecht gebruik

 

 

 

22.1

 

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

 

 

 

 22.2

 

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

 

 

 

22.3

 

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

 

 

 

22.4

 

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestem-mingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

 

 

Artikel 23

 

Hardheidsclausule

 

 

 

 

 

 

 

                            

 

 

 

Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.

 

 

 

 

 




Artikel 24

 

Slotregel

 

 

 

 

 

Deze regels worden aangehaald als: regels van het “Bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Wassenaar van…..

 


 

 


 

 

 

Bijlage 1: Tabel parkeernormen

 

CROW - Weinig stedelijk / Rest bebouwde kom

Functie

Benodigd aantal parkeerplaatsen

Benodigd aantal fietsparkeerplaatsen

Atelier[1]

2.5-2,8 per 100 m² bvo

1 per 100 m² bvo

Bedrijven:

-          Arbeidsextensieve/bezoekers extensieve bedrijven (loods, opslag, transportbedrijf)

-          Arbeidsintensieve/bezoekers extensieve bedrijven (industrie, laboratorium, werkplaats)

-          Showroom (auto’s, keukens, meubels, caravans)

-          Bedrijfsverzamelgebouw

-          Civiel en defensie

-          kamperen

 

-          0.8-0.9 per 100 m2 bvo

 

 

-          2.5-2.8 per 100 m2 bvo

 

 

-          1.6-1.8 per 100 m2 bvo

 

-          0.8-1.7 per 100 m2 bvo

-          1.65  per 100 m2 bvo

-          1.1 per standplaats

 

Detailhandel:

-          Bouwmarkt / tuincentrum / kringloopwinkel

 

-          2.2-2.7 per 100 m2 bvo

 

6-8 per 100 m2 bvo

 

 

 

 

 

 

Maatschappelijke voorzieningen (arts, maatschap, kruisgebouw, therapeut)

1.5-2.0 per behandelkamer[2]

2 per behandelkamer

Kantoren zonder baliefunctie

1.7-2.5 per 100 m² bvo

1 per 100 m² bvo

Medisch-sociale dienstverlening

1.5-2.0 per behandelkamer

2 per behandelkamer

Praktijkruimten

1.5-2.0 per behandelkamer[3]

2 per behandelkamer

Woningen

-          Duur

-          Midden

-          Goedkoop

 

 

-          2.0-2.2 per woning

-          1.8-1.9 per woning

-          1.4-1.7 per woning

 

 

Sportveld (buiten)

13.0-27.0 per ha. netto terrein[4]

20-30 per 100 bezoekerscapaciteit

Tennispark

pm

 

 

 

 

Creche / peuterspeelzaal / kinderdagverblijf/kinderopvang

0.6-0.8 per arbeidsplaats[5], [6]

1-3 per 10 kinderen[7]

 

 

 

 

 


Bijlage 2: Staat van bedrijfsactiviteiten

 


SBI-CODE

SBI-CODE 2008

 

OMSCHRIJVING

              AFSTANDEN IN METERS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nummer

 

GEUR

STOF

GELUID

 

 

GEVAAR

 

GROOTSTE AFSTAND

 

CATEGORIE

 

 

15

10, 11

-

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

151

101, 102

0

Slachterijen en overige vleesverwerking:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

151

101, 102

1

- slachterijen en pluimveeslachterijen

100

0

100

C

 

50

R

100

D

3.2

 

 

151

101

4

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m²

100

0

100

C

 

50

R

100

 

3.2

 

 

151

101

5

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m²

50

0

50

C

 

30

 

50

 

3.1

 

 

151

101

6

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²

30

0

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

151

101, 102

7

- loonslachterijen

50

0

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

151

108

8

- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²

50

0

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

152

102

0

Visverwerkingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

152

102

2

- conserveren

200

0

100

C

 

30

 

200

 

4.1

 

 

152

102

5

- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²

100

10

50

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

152

102

6

- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²

50

10

30

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

1531

1031

0

Aardappelprodukten fabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1531

1031

2

- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m²

50

10

50

 

 

50

R

50

 

3.1

 

 

1532, 1533

1032, 1039

0

Groente- en fruitconservenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1532, 1533

1032, 1039

1

- jam

50

10

100

C

 

10

 

100

 

3.2

 

 

1532, 1533

1032, 1039

2

- groente algemeen

50

10

100

C

 

10

 

100

 

3.2

 

 

1532, 1533

1032, 1039

3

- met koolsoorten

100

10

100

C

 

10

 

100

 

3.2

 

 

1541

104101

0

Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1541

104101

1

- p.c. < 250.000 t/j

200

30

100

C

 

30

R

200

 

4.1

 

 

1542

104102

0

Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1542

104102

1

- p.c. < 250.000 t/j

200

10

100

C

 

100

R

200

 

4.1

 

 

1543

1042

0

Margarinefabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1543

1042

1

- p.c. < 250.000 t/j

100

10

200

C

 

30

R

200

 

4.1

 

 

1551

1052

0

Zuivelprodukten fabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1551

1051

3

- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j

50

0

100

C

 

50

R

100

 

3.2

 

 

1552

1052

1

Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²

50

0

100

C

 

50

R

100

 

3.2

 

 

1552

1052

2

- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²

10

0

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

1561

1061

0

Meelfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1561

1061

2

- p.c. < 500 t/u

100

50

200

C

 

50

R

200

 

4.1

 

 

1561

1061

 

Grutterswarenfabrieken

50

100

200

C

 

50

 

200

D

4.1

 

 

1562

1062

0

Zetmeelfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1562

1062

1

- p.c. < 10 t/u

200

50

200

C

 

30

R

200

 

4.1

 

 

1571

1091

0

Veevoerfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1571

1091

5

- mengvoeder, p.c. < 100 t/u

200

50

200

C

 

30

 

200

 

4.1

 

 

1572

1092

 

Vervaardiging van voer voor huisdieren

200

100

200

C

 

30

 

200

 

4.1

 

 

1581

1071

0

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1581

1071

1

- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens

30

10

30

C

 

10

 

30

 

2

 

 

1581

1071

2

- v.c. >= 7500 kg meel/week

100

30

100

C

 

30

 

100

 

3.2

 

 

1582

1072

 

Banket, biscuit- en koekfabrieken

100

10

100

C

 

30

 

100

 

3.2

 

 

1583

1081

0

Suikerfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1584

10821

0

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1584

10821

2

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²

100

30

50

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

1584

10821

5

- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²

100

30

50

 

 

30

R

100

 

3.2

 

 

1585

1073

 

Deegwarenfabrieken

50

30

10

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

1586

1083

0

Koffiebranderijen en theepakkerijen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1586

1083

2

- theepakkerijen

100

10

30

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

1587

108401

 

Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden

200

30

50

 

 

10

 

200

 

4.1

 

 

1589

1089

 

Vervaardiging van overige voedingsmiddelen

200

30

50

 

 

30

 

200

D

4.1

 

 

1589.1

1089

 

Bakkerijgrondstoffenfabrieken

200

50

50

 

 

50

R

200

 

4.1

 

 

1589.2

1089

0

Soep- en soeparomafabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1589.2

1089

1

- zonder poederdrogen

100

10

50

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

1589.2

1089

 

Bakmeel- en puddingpoederfabrieken

200

50

50

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

1592

110102

0

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1592

110102

1

- p.c. < 5.000 t/j

200

30

200

C

 

30

R

200

 

4.1

 

 

1598

1107

 

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

10

0

100

 

 

50

R

100

 

3.2

 

 

16

12

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

12

-

VERWERKING VAN TABAK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

160

120

 

Tabakverwerkende industrie

200

30

50

C

 

30

 

200

 

4.1

 

 

17

13

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17

13

-

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

171

131

 

Bewerken en spinnen van textielvezels

10

50

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

172

132

0

Weven van textiel:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

172

132

1

- aantal weefgetouwen < 50

10

10

100

 

 

0

 

100

 

3.2

 

 

173

133

 

Textielveredelingsbedrijven

50

0

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

174, 175

139

 

Vervaardiging van textielwaren

10

0

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

1751

1393

 

Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken

100

30

200

 

 

10

 

200

 

4.1

 

 

176, 177

139, 143

 

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

0

10

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

18

14

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

14

-

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

181

141

 

Vervaardiging kleding van leer

30

0

50

 

 

0

 

50

 

3.1

 

 

183

142, 151

 

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

50

10

10

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

19

15

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19

15

-

VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

192

151

 

Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)

50

10

30

 

 

10

 

50

D

3.1

 

 

193

152

 

Schoenenfabrieken

50

10

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

20

16

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20

16

-

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2010.1

16101

 

Houtzagerijen

0

50

100

 

 

50

R

100

 

3.2

 

 

2010.2

16102

0

Houtconserveringsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2010.2

16102

1

- met creosootolie

200

30

50

 

 

10

 

200

 

4.1

 

 

2010.2

16102

2

- met zoutoplossingen

10

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

202

1621

 

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken

100

30

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

203, 204, 205

162

0

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout

0

30

100

 

 

0

 

100

 

3.2

 

 

203, 204, 205

162

1

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2

0

30

50

 

 

0

 

50

 

3.1

 

 

21

17

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

21

17

-

VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2111

1711

 

Vervaardiging van pulp

200

100

200

C

 

50

R

200

 

4.1

 

 

2112

1712

0

Papier- en kartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2112

1712

1

- p.c. < 3 t/u

50

30

50

C

 

30

R

50

 

3.1

 

 

2112

1712

2

- p.c. 3 - 15 t/u

100

50

200

C

Z

50

R

200

 

4.1

 

 

212

172

 

Papier- en kartonwarenfabrieken

30

30

100

C

 

30

R

100

 

3.2

 

 

2121.2

17212

0

Golfkartonfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2121.2

17212

1

- p.c. < 3 t/u

30

30

100

C

 

30

R

100

 

3.2

 

 

2121.2

17212

2

- p.c. >= 3 t/u

50

30

200

C

Z

30

R

200

 

4.1

 

 

22

58

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

22

58

-

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2221

1811

 

Drukkerijen van dagbladen

30

0

100

C

 

10

 

100

 

3.2

 

 

2222

1812

 

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

30

0

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

23

19

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

23

19

-

AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2320.2

19202

A

Smeeroliën- en vettenfabrieken

50

0

100

 

 

30

R

100

 

3.2

 

 

24

20

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

24

20

-

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2411

2011

0

Vervaardiging van industriële gassen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2412

2012

 

Kleur- en verfstoffenfabrieken

200

0

200

C

 

200

R

200

D

4.1

 

 

2414.1

20141

B0

Methanolfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2414.1

20141

B1

- p.c. < 100.000 t/j

100

0

200

C

 

100

R

200

 

4.1

 

 

2442

2120

0

Farmaceutische produktenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2442

2120

1

- formulering en afvullen geneesmiddelen

50

10

50

 

 

50

R

50

 

3.1

 

 

2462

2052

0

Lijm- en plakmiddelenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2462

2052

1

- zonder dierlijke grondstoffen

100

10

100

 

 

50

 

100

 

3.2

 

 

2464

205902

 

Fotochemische produktenfabrieken

50

10

100

 

 

50

R

100

 

3.2

 

 

2466

205903

A

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

50

10

50

 

 

50

R

50

 

3.1

 

 

2466

205903

B

Overige chemische produktenfabrieken n.e.g.

200

30

100

C

 

200

R

200

D

4.1

 

 

25

22

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

25

22

-

VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2512

221102

0

Loopvlakvernieuwingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2512

221102

1

- vloeropp. < 100 m2

50

10

30

 

 

30

 

50

 

3.1

 

 

2512

221102

2

- vloeropp. >= 100 m2

200

50

100

 

 

50

R

200

 

4.1

 

 

2513

2219

 

Rubber-artikelenfabrieken

100

10

50

 

 

50

R

100

D

3.2

 

 

252

222

0

Kunststofverwerkende bedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

252

222

1

- zonder fenolharsen

200

50

100

 

 

100

R

200

 

4.1

 

 

252

222

3

- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen

50

30

50

 

 

30

 

50

 

3.1

 

 

26

23

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

26

23

-

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

261

231

0

Glasfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

261

231

1

- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j

30

30

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

2615

231

 

Glasbewerkingsbedrijven

10

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

262, 263

232, 234

0

Aardewerkfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

262, 263

232, 234

2

- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW

30

50

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

264

233

A

Baksteen en baksteenelementenfabrieken

30

200

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

264

233

B

Dakpannenfabrieken

50

200

200

 

 

100

R

200

 

4.1

 

 

2651

2351

0

Cementfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2652

235201

0

Kalkfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2652

235201

1

- p.c. < 100.000 t/j

30

200

200

 

 

30

R

200

 

4.1

 

 

2653

235202

0

Gipsfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2653

235202

1

- p.c. < 100.000 t/j

30

200

200

 

 

30

R

200

 

4.1

 

 

2661.1

23611

0

Betonwarenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2661.1

23611

1

- zonder persen, triltafels en bekistingtrille

10

100

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

2661.2

23612

0

Kalkzandsteenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2661.2

23612

1

- p.c. < 100.000 t/j

10

50

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

2663, 2664

2363, 2364

0

Betonmortelcentrales:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2663, 2664

2363, 2364

1

- p.c. < 100 t/u

10

50

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

2665, 2666

2365, 2369

0

Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2665, 2666

2365, 2369

1

- p.c. < 100 t/d

10

50

100

 

 

50

R

100

 

3.2

 

 

267

237

0

Natuursteenbewerkingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

267

237

1

- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m²

10

30

100

 

 

0

 

100

D

3.2

 

 

267

237

2

- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²

10

30

50

 

 

0

 

50

 

3.1

 

 

2681

2391

 

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

10

30

50

 

 

10

 

50

D

3.1

 

 

2682

2399

B0

Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2682

2399

B2

- overige isolatiematerialen

200

100

100

C

 

50

 

200

 

4.1

 

 

2682

2399

C

Minerale produktenfabrieken n.e.g.

50

50

100

 

 

50

 

100

D

3.2

 

 

2682

2399

D0

Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur

100

50

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

27

24

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

28

25

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

28

25, 31

-

VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

281

251, 331

0

Constructiewerkplaatsen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

281

251, 331

1

- gesloten gebouw

30

30

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

281

251, 331

1a

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2

30

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

281

251, 331

2

- in open lucht, p.o. < 2.000 m2

30

50

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

2821

2529, 3311

0

Tank- en reservoirbouwbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2822, 2830

2521, 2530, 3311

 

Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels

30

30

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

284

255, 331

A

Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven

10

30

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

284

255, 331

B

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.

50

30

100

 

 

30

 

100

D

3.2

 

 

284

255, 331

B1

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2

30

30

50

 

 

10

 

50

D

3.1

 

 

2851

2561, 3311

0

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2851

2561, 3311

1

- algemeen

50

50

100

 

 

50

 

100

 

3.2

 

 

2851

2561, 3311

10

- stralen

30

200

200

 

 

30

 

200

D

4.1

 

 

2851

2561, 3311

11

- metaalharden

30

50

100

 

 

50

 

100

D

3.2

 

 

2851

2561, 3311

12

- lakspuiten en moffelen

100

30

100

 

 

50

R

100

D

3.2

 

 

2851

2561, 3311

2

- scoperen (opspuiten van zink)

50

50

100

 

 

30

R

100

D

3.2

 

 

2851

2561, 3311

3

- thermisch verzinken

100

50

100

 

 

50

 

100

 

3.2

 

 

2851

2561, 3311

4

- thermisch vertinnen

100

50

100

 

 

50

 

100

 

3.2

 

 

2851

2561, 3311

5

- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)

30

50

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

2851

2561,3311

6

- anodiseren, eloxeren

50

10

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

2851

2561, 3311

7

- chemische oppervlaktebehandeling

50

10

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

2851

2561, 3311

8

- emailleren

100

50

100

 

 

50

R

100

 

3.2

 

 

2851

2561, 3311

9

- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)

30

30

100

 

 

50

 

100

 

3.2

 

 

2852

2562, 3311

1

Overige metaalbewerkende industrie

10

30

100

 

 

30

 

100

D

3.2

 

 

2852

2562, 3311

2

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2

10

30

50

 

 

10

 

50

D

3.1

 

 

287

259, 331

A0

Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

287

259, 331

A1

- p.o. < 2.000 m2

30

50

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

287

259, 331

B

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.

30

30

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

287

259, 331

B

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

30

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

29

27, 28, 33

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

29

27, 28, 33

-

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

29

27, 28, 33

0

Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

29

27, 28, 33

1

- p.o. < 2.000 m2

30

30

100

 

 

30

 

100

D

3.2

 

 

29

27, 28, 33

2

- p.o. >= 2.000 m2

50

30

200

 

 

30

 

200

D

4.1

 

 

30

26, 28, 33

-

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

30

26, 28, 33

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

30

26, 28, 33

A

Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

30

10

30

 

 

10

 

30

 

2

 

 

31

26, 27, 33

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

31

26, 27, 33

-

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

311

271, 331

 

Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. reparatie

200

30

30

 

 

50

 

200

 

4.1

 

 

312

271, 273

 

Schakel- en installatiemateriaalfabrieken

200

10

30

 

 

50

 

200

 

4.1

 

 

313

273

 

Elektrische draad- en kabelfabrieken

100

10

200

 

 

100

R

200

D

4.1

 

 

314

272

 

Accumulatoren- en batterijenfabrieken

100

30

100

 

 

50

 

100

 

3.2

 

 

32

26,33

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

32

26, 33

-

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

321 t/m 323

261, 263, 264, 331

 

Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d.

30

0

50

 

 

30

 

50

D

3.1

 

 

3210

2612

 

Fabrieken voor gedrukte bedrading

50

10

50

 

 

30

 

50

 

3.1

 

 

33

26, 32, 33

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

33

26, 32, 33

-

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

33

26, 32, 33

A

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie

30

0

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

34

29

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

34

29

 

VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

341

291

0

Autofabrieken en assemblagebedrijven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

341

291

1

- p.o. < 10.000 m2

100

10

200

C

 

30

R

200

D

4.1

 

 

3420.1

29201

 

Carrosseriefabrieken

100

10

200

 

 

30

R

200

 

4.1

 

 

3420.2

29202

 

Aanhangwagen- en opleggerfabrieken

30

10

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

343

293

 

Auto-onderdelenfabrieken

30

10

100

 

 

30

R

100

 

3.2

 

 

35

30

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

35

30

-

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

351

301, 3315

0

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

351

301, 3315

1

- houten schepen

30

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

351

301, 3315

2

- kunststof schepen

100

50

100

 

 

50

R

100

 

3.2

 

 

351

301, 3315

3

- metalen schepen < 25 m

50

100

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

352

302, 317

0

Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

352

302, 317

1

- algemeen

50

30

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

353

303,3316

0

Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

353

303, 3316

1

- zonder proefdraaien motoren

50

30

200

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

354

309

 

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

30

10

100

 

 

30

R

100

 

3.2

 

 

355

3099

 

Transportmiddelenindustrie n.e.g.

30

30

100

 

 

30

 

100

D

3.2

 

 

36

31

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

36

31

-

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

361

310

1

Meubelfabrieken

50

50

100

 

 

30

 

100

D

3.2

 

 

362

321

 

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

 

 

10

 

30

 

2

 

 

363

322

 

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

 

 

10

 

30

 

2

 

 

364

323

 

Sportartikelenfabrieken

30

10

50

 

 

30

 

50

 

3.1

 

 

365

324

 

Speelgoedartikelenfabrieken

30

10

50

 

 

30

 

50

 

3.1

 

 

3663.1

32991

 

Sociale werkvoorziening

0

30

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

3663.2

32999

 

Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

30

10

50

 

 

30

 

50

D

3.1

 

 

37

38

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

-

PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

A0

Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

B0

bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

B1

- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie

100

50

100

 

 

30

R

100

 

3.2

 

 

40

35

B2

- vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa

50

50

100

 

 

30

R

100

 

3.2

 

 

40

35

C0

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

C1

- < 10 MVA

0

0

30

C

 

10

 

30

 

2

 

 

40

35

C2

- 10 - 100 MVA

0

0

50

C

 

30

 

50

 

3.1

 

 

40

35

C3

- 100 - 200 MVA

0

0

100

C

 

50

 

100

 

3.2

 

 

40

35

D0

Gasdistributiebedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

D5

- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D

0

0

50

C

 

50

R

50

 

3.1

 

 

40

35

E0

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

40

35

E1

- stadsverwarming

30

10

100

C

 

50

 

100

 

3.2

 

 

41

36

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

41

36

-

WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

41

36

A0

Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

41

36

A2

- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling

10

0

50

C

 

30

 

50

 

3.1

 

 

41

36

B0

Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

41

36

B1

- < 1 MW

0

0

30

C

 

10

 

30

 

2

 

 

41

36

B2

- 1 - 15 MW

0

0

100

C

 

10

 

100

 

3.2

 

 

45

41, 42, 43

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

45

41, 42, 43

-

BOUWNIJVERHEID

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

45

41, 42, 43

0

Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m²

10

30

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

45

41, 42, 43

1

- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²

10

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

45

41, 42, 43

2

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m²

10

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

45

41, 42, 43

3

- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²

0

10

30

 

 

10

 

30

 

2

 

 

50

45, 47

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

50

45, 47

-

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

501

451

 

Groothandel in vrachtauto's (incl. import)

10

10

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

5020.4

45204

A

Autoplaatwerkerijen

10

30

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

5020.4

45204

C

Autospuitinrichtingen

50

30

30

 

 

30

R

50

 

3.1

 

 

51

46

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

51

46

-

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5121

4621

0

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders

30

30

50

 

 

30

R

50

 

3.1

 

 

5122

4622

 

Grth in bloemen en planten

10

10

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

5123

4623

 

Grth in levende dieren

50

10

100

C

 

0

 

100

 

3.2

 

 

5124

4624

 

Grth in huiden, vellen en leder

50

0

30

 

 

0

 

50

 

3.1

 

 

5125, 5131

46217, 4631

 

Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

30

10

30

 

 

50

R

50

 

3.1

 

 

5132, 5133

4632, 4633

 

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën

10

0

30

 

 

50

R

50

 

3.1

 

 

5134

4634

 

Grth in dranken

0

0

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

5135

4635

 

Grth in tabaksprodukten

10

0

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

5136

4636

 

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

10

10

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

5137

4637

 

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

30

10

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

5138, 5139

4638, 4639

 

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

 

 

10

 

30

 

2

 

 

514

464, 46733

 

Grth in overige consumentenartikelen

10

10

30

 

 

10

 

30

 

2

 

 

5148.7

46499

0

Grth in vuurwerk en munitie:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5148.7

46499

1

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton

10

0

30

 

 

10

V

30

 

2

 

 

5148.7

46499

2

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton

10

0

30

 

 

50

V

50

 

3.1

 

 

5148.7

46499

5

- munitie

0

0

30

 

 

30

 

30

 

2

 

 

5151.1

46711

0

Grth in vaste brandstoffen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5151.1

46711

1

- klein, lokaal verzorgingsgebied

10

50

50

 

 

30

 

50

 

3.1

 

 

5151.2

46712

0

Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5151.2

46712

1

- vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3

50

0

50

 

 

200

R

200

D

4.1

 

 

5151.3

46713

 

Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)

100

0

30

 

 

50

 

100

 

3.2

 

 

5152.1

46721

0

Grth in metaalertsen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5152.2 /.3

46722, 46723

 

Grth in metalen en -halffabrikaten

0

10

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

5153

4673

0

Grth in hout en bouwmaterialen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5153

4673

1

- algemeen: b.o. > 2000 m²

0

10

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

5153

4673

2

- algemeen: b.o. <= 2000 m²

0

10

30

 

 

10

 

30

 

2

 

 

5153.4

46735

4

zand en grind:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5153.4

46735

5

- algemeen: b.o. > 200 m²

0

30

100

 

 

0

 

100

 

3.2

 

 

5153.4

46735

6

- algemeen: b.o. <= 200 m²

0

10

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

5154

4674

0

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5154

4674

1

- algemeen: b.o. > 2.000 m²

0

0

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

5154

4674

2

- algemeen: b.o. < = 2.000 m²

0

0

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

5155.1

46751

 

Grth in chemische produkten

50

10

30

 

 

100

R

100

D

3.2

 

 

5155.2

46752

 

Grth in kunstmeststoffen

30

30

30

 

 

30

R

30

 

2

 

 

5156

4676

 

Grth in overige intermediaire goederen

10

10

30

 

 

10

 

30

 

2

 

 

5157

4677

0

Autosloperijen: b.o. > 1000 m²

10

30

100

 

 

30

 

100

 

3.2

 

 

5157

4677

1

- autosloperijen: b.o. <= 1000 m²

10

10

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

5157.2/3

4677

0

Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m²

10

30

100

 

 

10

 

100

D

3.2

 

 

5157.2/3

4677

1

- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m²

10

10

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

518

466

0

Grth in machines en apparaten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

518

466

1

- machines voor de bouwnijverheid

0

10

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

518

466

2

- overige

0

10

50

 

 

0

 

50

 

3.1

 

 

519

466, 469

 

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

0

0

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

60

47

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

60

49

-

VERVOER OVER LAND

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6021.1

493

 

Bus-, tram- en metrostations en -remises

0

10

100

C

 

0

 

100

D

3.2

 

 

6023

493

 

Touringcarbedrijven

10

0

100

C

 

0

 

100

 

3.2

 

 

6024

494

0

Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²

0

0

100

C

 

30

 

100

 

3.2

 

 

6024

494

1

- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m²

0

0

50

C

 

30

 

50

 

3.1

 

 

603

495

 

Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

0

0

30

C

 

10

 

30

D

2

 

 

63

52

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

63

52

-

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6311.2

52242

0

Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6311.2

52242

2

- stukgoederen

0

10

100

 

 

50

R

100

D

3.2

 

 

6312

52102, 52109

A

Distributiecentra, koelhuizen

30

10

50

C

 

50

R

50

D

3.1

 

 

6312

52109

B

Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)

0

0

30

C

 

10

 

30

 

2

 

 

6321

5221

2

Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)

10

0

100

C

 

30

 

100

 

3.2

 

 

64

53

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

64

53

-

POST EN TELECOMMUNICATIE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

641

531, 532

 

Post- en koeriersdiensten

0

0

30

C

 

0

 

30

 

2

 

 

71

77

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

71

77

-

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

712

7712, 7739

 

Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)

10

0

50

 

 

10

 

50

D

3.1

 

 

713

773

 

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen

10

0

50

 

 

10

 

50

D

3.1

 

 

714

772

 

Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

10

10

30

 

 

10

 

30

D

2

 

 

72

62

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

72

62

-

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

72

58, 63

B

Datacentra

0

0

30

C

 

0

 

30

 

2

 

 

74

63, 69tm71, 73,74,77,78, 80tm82

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

74

63, 69tm71, 73,74,77,78, 80tm82

-

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

747

812

 

Reinigingsbedrijven voor gebouwen

50

10

30

 

 

30

 

50

D

3.1

 

 

7481.3

74203

 

Foto- en filmontwikkelcentrales

10

0

30

C

 

10

 

30

 

2

 

 

7484.3

82991

 

Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten

50

30

200

C

 

50

R

200

 

4.1

 

 

90

37, 38, 39

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

90

37, 38, 39

-

MILIEUDIENSTVERLENING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9001

3700

A0

RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9001

3700

A1

- < 100.000 i.e.

200

10

100

C

 

10

 

200

 

4.1

 

 

9001

3700

B

rioolgemalen

30

0

10

C

 

0

 

30

 

2

 

 

9002.1

381

A

Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.

50

30

50

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

9002.1

381

B

Gemeentewerven (afval-inzameldepots)

30

30

50

 

 

30

R

50

 

3.1

 

 

9002.2

382

A0

Afvalverwerkingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9002.2

382

A2

- kabelbranderijen

100

50

30

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

9002.2

382

A4

- pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)

50

10

30

 

 

10

 

50

 

3.1

 

 

9002.2

382

A5

- oplosmiddelterugwinning

100

0

10

 

 

30

R

100

D

3.2

 

 

9002.2

382

A7

- verwerking fotochemisch en galvano-afval

10

10

30

 

 

30

R

30

 

2

 

 

9002.2

382

C0

Composteerbedrijven:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9002.2

382

C3

- belucht v.c. < 20.000 ton/jr

100

100

100

 

 

10

 

100

 

3.2

 

 

9002.2

382

C4

- belucht v.c. > 20.000 ton/jr

200

200

100

 

 

30

 

200

 

4.1

 

 

9002.2

382

C5

- GFT in gesloten gebouw

200

50

100

 

 

100

R

200

 

4.1

 

 

93

96

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

93

96

-

OVERIGE DIENSTVERLENING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9301.1

96011

A

Wasserijen en strijkinrichtingen

30

0

50

C

 

30

 

50

 

3.1

 

 

9301.1

96011

B

Tapijtreinigingsbedrijven

30

0

50

 

 

30

 

50

 

3.1

 

 

9301.2

96012

 

Chemische wasserijen en ververijen

30

0

30

 

 

30

R

30

 

2

 

 

9301.3

96013

A

Wasverzendinrichtingen

0

0

30

 

 

0

 

30

 

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 


 

Bijlage 3 Criteria voor hobbymatig houden van paarden in bijgebouwen

           

Criterium

 

Nadere toelichting

Hobbymatig gebruik

 

de te stallen paarden mogen uitsluitend voor eigen, hobbymatig, gebruik zijn.

Er mag geen sprake zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet Milieubeheer (bedrijfsmatige activiteit, of een activiteit alsof zij bedrijfsmatig was).

 

Oppervlakte perceel

alleen (zeer) grote percelen met een oppervlak van tenminste 3500 m2 komen in aanmerking.

 

Oppervlakte bijgebouwen

de oppervlakte aan bijgebouwen die mag worden gebruikt voor het stallen van paarden mag de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen niet overschrijden.

 

Afstanden

afstand van de stalling tot perceelsgrenzen dient ten minste 25 m en de afstand tot de dichtstbijzijnde, niet tot het perceel behorende  woonbebouwing (“de buren”) dient ten minste 50 m te bedragen;

 

Opslag voer/hooi e.d.

 

de opslag van voer/hooi e.d. moet geheel binnen het bijgebouw  plaatsvinden.

 

Milieuaspecten

 

Minimaal vereist is een stallingruimte met een vloeistofdichte vloer met opstaande randen

 

Eventuele opslag / afvoer van mest: eventuele mestopslag dient plaats te vinden in een ruimte/ bak met een vloeistofdichte vloer en mag niet leiden tot overlast tot de directe (woon)omgeving;

 

Paardenbakken, longeerruimten en/of paddocks/paardenweides

 

Zijn niet toegestaan.  Bij percelen, groter dan 1 ha. kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een paddock

 


 

Bijlage 4:   Gebiedsinventarisatie cultuurhistorische waarden Ammonslaantje / Maaldrift

 

 

 

 

 

Zie afzonderlijk als bijlage bijgevoegd PDF bestand



[1] Arbeidsintensieve/bezoekersintensieve bedrijven (industrie, laboratorium, werkplaats)

[2] Met minimum van 3 parkeerplaatsen per praktijk

[3] Met minimum van 3 parkeerplaatsen per praktijk

[4] Het netto terrein is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten

[5] Arbeidsplaats = maximaal gelijktijdig aanwezig aantal werknemers.

[6] Exclusief Kiss & Ride

[7] Kies ondergrens bij grote ‘bovenwijkse’ functie