Inhoudsopgave Regels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen 2
Artikel 2 Wijze van meten 7
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Bedrijventerrein B-(BT) 11
Artikel 4 Groen (G) 14
Artikel 5 Maatschappelijk – militaire zaken (M-MZ) 15
Artikel 6 Recreatie (R) 18
Artikel 7 Sport (S) 20
Artikel 8 Tuin (T) 22
Artikel 9 Verkeer (V) 23
Artikel 10 Water (WA) 24
Artikel 11 Wonen - 1 (W-1) 25
Artikel 12 Wonen - 2 (W-2) 29
Artikel 13 Waarde - Archeologie (WR-A) (dubbelbestemming) 30
Artikel 14 Leidingen (dubbelbestemming) 34
Artikel 15 Waarde - Cultuurhistorie (WR-C) (dubbelbestemming) 36
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 16 Anti-dubbeltelbepaling 39
Artikel 17 Algemene bouwregels 39
Artikel 18 Algemene gebruiksregels 40
Artikel 19 Algemene ontheffingsregels 41
Artikel 20 Algemene procedureregels 43
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 21 Overgangsrecht bouwwerken 45
Artikel 22 Overgangsrecht gebruik 45
Artikel 23 Hardheidsclausule 45
Artikel 24 Slotregel 46
Bijlagen
Bijlage 1: Tabel parkeernormen ..
Bijlage 2: Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3: Criteria voor hobbymatig houden van paarden in bijgebouwen
Bijlage 4: Gebiedsinventarisatie cultuurhistorische waarden Ammonslaantje-Maaldrift
..
Hoofdstuk 1 |
|
Inleidende regels |
|
||
|
|
|
|
|
||
Artikel 1 |
|
Begrippen |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
In deze regels wordt verstaan onder: |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
plan |
|
Het bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013 < pm identificatienummer> <idn> van de gemeente Wassenaar met bijbehorende verbeelding …nr |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bestemmingsplan |
|
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen |
|
||
|
verbeelding |
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
Overige begrippen in alfabetische volgorde weergegeven |
|
||||
|
|
|
|
|
||
|
aanduiding |
|
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voorwaarden worden gesteld ten aanzien van het gebruik (functieaanduidingen) en/of het bebouwen (bouwaanduidingen) van deze gronden. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
aanduidingsgrens |
|
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
aan- en uitbouw |
|
Een (deel van een) gebouw dat als ruimte afzonderlijk is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, dat onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
aan huis verbonden beroep |
|
Een vrij beroep dat in een woning wordt uitgeoefend waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; onder aan huis gebonden beroepen/bedrijven aan huis wordt verstaan het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig en juridisch of daarmee gelijk te stellen gebied en beroepen op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied. Een seksinrichting is uitgesloten. Detailhandel is uitgesloten uitgezonderd verkoop die een relatie heeft met het beroep en die ondergeschikt is aan de activiteit. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
achtergevel |
|
De tegenover de voorgevel gelegen gevel. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
achtergevelbouwgrens |
|
Dat gedeelte van de bouwgrens dat tegenover de voor-gevelbouwgrens ligt. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
overige bouwwerken |
|
Bouwwerken, geen gebouw zijnde. |
|
||
|
AMZ-cyclus
archeologische beleidskaart
|
|
Proces van de archeologische monumentenzorg volgens de protocollen van de KNA
PM |
|
||
|
archeologische waarden |
|
De
aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de
in dat gebied voorkomende |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
architectonische waarde |
|
De authentieke kenmerken in de verschijningsvorm van gebouwen op basis van een aan een bepaald gebruik gekoppelde bouwvorm, een bouwvorm welke eigen is aan een bepaalde kunsthistorische stijlperiode of een bouw-vorm welke karakteristiek is aan gebouwen uit een streek. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bebouwing |
|
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bedrijfsgebouw
bedrijfswoning |
|
Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
Een woning in of bij een bedrijfsgebouw, bestemd voor de huisvesting van één of meerdere personen die daadwerkelijk en duurzaam is/zijn belast met de dagelijkse bedrijfsvoering en wiens aanwezigheid gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein en de bedrijfsvoering ter plekke noodzakelijk is. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bergbezinkbassin |
|
Een geheel of gedeeltelijk onder peil gelegen bergruimte in het rioleringssysteem voor het tijdelijk opslaan en laten bezinken van rioolwater ter voorkoming van een te grote lozing van verontreinigd rioolwater op het oppervlaktewater. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bestaand |
|
- Bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning. - Bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen. - Bij peil: het peil zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplanplan, dan wel zoals is bepaald krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bestemmingsgrens
bestemmingsplan |
|
De grens van een bestemmingsvlak.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bestemmingsvlak
Bevi inrichtingen
bijbehorend bouwwerk |
|
Een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.
Inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 27 oktober 2004
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bouwen |
|
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, ver-nieuwen of veranderen en het vergroten van een bouw-werk. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bouwgrens |
|
De grens van een bouwvlak. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bouwlaag |
|
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bouwperceel |
|
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bouwperceelgrens |
|
De grens van een bouwperceel. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bouwvlak |
|
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bouwwerk |
|
Een bouwkundige constructie van enige omvang, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
bijgebouw |
|
Een niet voor bewoning bestemd, op zichzelf staand (geen directe verbinding hebbend met het hoofdgebouw), al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht en in gebruik ondergeschikt is aan en ten dienste staat van het hoofdgebouw. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
cultuurhistorische waarde |
|
De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens daarvan in de loop der geschiedenis heeft gemaakt. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
deskundige(n) |
|
Een (of meer) door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke vakspecialist(en). Binnen deze definitie moet ook de commissie voor welstand en cultureel erfgoed worden gelezen. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
detailhandel
detailhandel in volumineuze goederen |
|
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop en internetverkoop, en het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van en beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor uitstalling, te onderscheiden in de volgende categorieën: -Brand en explosiegevaarlijke goederen -auto’s, motoren, boten, caravans, keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen -tuincentra -grootschalige meubelbedrijven inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering -bouwmarkten
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
dienstverlenend bedrijf en/of instelling |
|
Bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar hun aard daarmee te gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
eengezinswoning |
|
Een gebouw dat bestaat uit uitsluitend één woning. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
erf |
|
Een aaneengesloten stuk grond rondom een gebouw dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover de bestemming deze inrichting niet verbied. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
erfscheiding |
|
De feitelijke begrenzing van een erf. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
garage |
|
Een zelfstandig gebouw ten behoeve van het stallen van (motor)voertuigen en de niet bedrijfsmatige berging van (huishoudelijke) goederen. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
gebouw |
|
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijk, over-dekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
GIP-object |
|
Objecten die zijn opgenomen in de gemeentelijke GIP-lijst van 2009. Het Gemeentelijk Inventarisatie Project is een inventarisatie van alle panden in Wassenaar, die van belang zijn voor de geschiedenis van de gemeente of vanwege hun architectonische kwaliteit. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
hoofdgebouw |
|
Een of meer panden, of gedeelten daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
horizontale projectie
jaarplaatsen |
|
De projectie van een object of deel van een object op het horizontale vlak.
Plaatsen op een daarvoor bestemde camping die gebruikt worden voor recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen en die worden verhuurd op jaarbasis en niet voor toeristisch recreatief nachtverblijf. |
|
||
|
kampeermiddelen |
|
Tenten, tentwagens, kampeerauto’s of caravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover niet als bouwwerk aan te merken, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht of worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel, werkzaam op de kampeerplaats waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst.
|
|
|
|
|
Kantoor
KNA |
|
Een gebouw en/of ruimte die blijkens zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor werkzaamheden van administratieve-, dienstverlenende aard met beperkte balie-functie.
De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
|
|
||
|
|
|
|
|
||
|
meergezinswoning |
|
Een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven of naast elkaar gelegen woningen bevat. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
MIP-object |
|
Objecten die in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project door de provincie Zuid-Holland zijn geïnventariseerd en beoordeeld. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
nutsvoorzieningen
ondergeschikte nevenactiviteit
overig bouwwerk
pand |
|
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakel-huisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afval-inzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Ondergeschikte nevenactiviteiten zijn qua aard en omvang ondergeschikt en sluiten aan bij de hoofdactiviteiten die binnen een bestemming zijn toegestaan.
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
peil |
|
De hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. Indien sprake is van een geaccidenteerd aansluitend terrein wordt het peil door burgemeester en wethouders in het kader van de verlening van de bouwvergunning bepaald. |
|
||
|
perifere detailhandel
|
|
Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; detailhandel in zeer volumineuze goederen; tuincentra; bouwmarkten;grootschalige meubelbedrijven (inclusief ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering) met een bruto vloeroppervlak van minimaal 1000 m2.
|
|
||
|
plaatsgebonden risico
recreatieve jaarplaatsen |
|
Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een individu als gevolg van een ramp/calamiteit indien die persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde locatie zou bevinden.
Op een kampeerterrein ingerichte recreatieve jaarplaatsen voor recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
seksinrichting
selectiebesluit
staat van Bedrijfsactiviteiten |
|
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seks-bioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
Besluit van het bevoegd gezag, nadat er een waardering (volgende de protocollen van de KNA) heeft plaatsgevonden van aanwezige archeologische waarden in relatie tot de geplande bodemingreep.
Indeling van bedrijven in categorieën overeenkomstig of vergelijkbaar met de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
straatmeubilair |
|
(Andere) bouwwerken voor openbare nut, zoals: a. verkeergeleiders, verkeersborden, verkeerslichten, lantaarnpalen; b. abri`s, mupi’s, kunstwerken, zitbanken, bloembakken en speeltoestellen; c. kleinschalige bouwwerken voor (openbare) nuts-voorzieningen waaronder begrepen voorzieningen voor de energievoorziening, voor telecommunicatie (techniekkasten) en brandkranen; d. onder- en bovengrondse afvalinzamelsystemen; e. draagconstructies voor reclame tot een hoogte van 3 meter. |
|
||
|
terreinafscheiding
|
|
De feitelijke grens van een terrein |
|
||
|
toegangshek
toeristisch recreatief nachtverblijf |
|
Dat deel van het hek of erfscheiding rondom een bouwperceel dat toegang geeft tot dat bouwperceel. Pilasters en/of kolommen worden geacht deel uit te maken van een toegangshek.
Recreatief nachtverblijf voor kortkampeerders op standplaatsen die niet kleiner zijn dan 115 m2 en waarvan geen van de zijden korter is dan 10,5 m. |
|
||
|
toerplaatsen
|
|
Plaatsen op een camping voor wisselend toeristisch recreatief nachtverblijf die niet worden verhuurd op jaarbasis.
|
|
||
|
tuin |
|
Dat deel van het erf dat als zodanig is bestemd. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
verticale projectie |
|
De projectie van een object of deel van een object op het verticale vlak. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
voorgevel |
|
De naar een (openbare) weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meer dan een zijde naar een (openbare) weg is gekeerd, de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen gevel(s). |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
voorgevelbouwgrens |
|
Dat gedeelte van de bouwgrens dat bij het bouwplan aan de naar een (openbare) weg gekeerde zijde van het bouwvlak of, indien een bouwvlak met meer dan één zijde naar de (openbare) weg is gekeerd, de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen zijde(n), niet mag worden overschreden. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
Wgh inrichtingen
woning |
|
Inrichting als bedoeld in de Wet geluidhinder zoals die luidt op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan
Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
woongebouw
zijgevel
zijgevelbouwgrens |
|
Een gebouw, dat meerdere naast elkaar gelegen en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden
De gevels aan weerszijden van een gebouw, niet zijnde een voorgevel of achtergevel
Dat gedeelte van de bouwgrens dat op of aansluitend op de zijgevels ligt |
|
||
|
|
|
|
|
||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
Artikel 2 |
|
Wijze van meten |
|
|
|
|
|
|
|
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: |
|
|
|
|
|
de lengte, breedte en diepte van een gebouw |
|
Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheids-muren). |
|
|
|
|
|
de dakhelling |
|
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. |
|
|
|
|
|
de goothoogte van een bouwwerk |
|
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Indien het terrein voor en achter het gebouw niet even hoog ligt, wordt de goothoogte gemeten aan de voorgevel. Bij kopgevels, zijnde de kortste gevel van een gebouw, wordt geen goothoogte gemeten. Dwarskappen (bij meer dan twee kopgevels) dienen ondergeschikt te zijn aan de hoofdvorm en dus te voldoen aan de maximaal toegestane goothoogte. |
|
|
|
|
|
de bouwhoogte van een bouwwerk
de hoogte van een windturbine
|
|
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouw-onderdelen.
Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine |
|
|
|
|
|
afstand van een gebouw of gebouwenblok tot de erf- scheiding |
|
Tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend ge-bouw, waar die afstand het kortst is. |
|
|
|
|
|
de oppervlakte van een bouwwerk |
|
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. |
|
|
|
|
|
de oppervlakte van een overkapping |
|
Tussen de buitenste horizontale projecties van de dak-constructie. |
|
|
|
|
|
de inhoud van een gebouw |
|
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels, inclusief erkers, (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen. |
|
|
|
|
|
afstand vanaf bouwlijnen |
|
Bij het bepalen van afstanden vanaf een voorgevel-, zijgevel-, of achtergevelbouwgrens of de lijn van een bouw- of bestemmingsvlak: vanaf het hart van de op de planverbeelding aangegeven lijnen. |
|
|
|
|
|
|
|
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden buiten beschouwing gelaten onder-geschikte bouwdelen als: |
|
|
|
- plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten en erkers, mits de overschrijding van bouw- cq. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt; |
|
|
|
- balkons, koekoeken, schoorstenen, luifels en ventilatiekanalen, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt; |
|
|
|
- overstekende daken, mits de overschrijding van de bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,8 meter bedraagt. Voor overstekende daken van bij-gebouwen geldt een maat van 0,5 meter; |
|
|
|
- liftruimtes aan de achterzijde van een gebouw, mits de overschrijding van de bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte niet meer dan 6 m2 bedraagt; - dakopbouwen ten behoeve van lifthuizen en andere technische voorzieningen, mits de overschrijding van de hoogte niet meer dan 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van zo’n dakopbouw niet meer dan 8,00 m2 bedraagt. |
|
|
|
|
De van het bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013 deel uitmakende verbeelding ……. |
Hoofdstuk 2 |
|
Bestemmingsregels |
||
|
|
|
|||
|
Artikel 3 |
|
Bedrijventerrein (B-Bt) |
||
|
|
|
|
||
|
3.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
||
|
|
|
|
||
|
|
|
De voor “Bedrijventerrein” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Bedrijven en bedrijfsactiviteiten van categorie 2 tot en met categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2 bij deze regels is gevoegd; b. Wegen en paden; c. Verblijfsgebied; d. Parkeervoorzieningen; e. Groen en water; f. Bedrijfswoningen voor zover aangeduid op de verbeelding met (bw); g. Detailhandelsactiviteiten per bedrijfsvestiging als ondergeschikte nevenactiviteit van de totale bedrijfsvoering van een bedrijf, in goederen die door dat bedrijf ter plaatse worden vervaardigd, bewerkt of hersteld en tot een maximum van 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte, met een maximum van 100 m2; h. groothandel in goederen waarvan de verkoop in woonwijken en winkelconcentraties ongewenst is zoals brandgevaarlijke, explosieve en milieuverstorende goederen, tot een maximum van 850 m2 bruto vloeroppervlakte, waarbij detailhandel beperkt is tot pashouders; i. Detailhandel in volumineuze goederen tot een oppervlak van maximaal 850 m2 bruto vloeroppervlak per vestiging en in totaal niet meer dan 3000 m2 en maximaal 10% van de totale oppervlakte van het bedrijventerrein.
Met dien verstande dat Wgh-inrichtingen en Bevi-inrichtingen zijn uitgesloten. |
||
|
|
|
|
||
|
|
|
|
||
|
3.2 |
|
Bouwregels |
||
|
|
|
Gebouwen |
||
|
3.2.1 |
|
Hoofdgebouwen ten dienste van de bestemming mogen alleen binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gerealiseerd. |
||
|
3.2.2 |
|
Bijgebouwen zijn alleen inpandig toegestaan ten dienste van de bedrijfswoningen waarbij de maximale oppervlakte 30 m2 is. |
||
|
3.2.3 |
|
Bedrijfswoningen en inpandige bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding (bw) op de verbeelding tot een maximum van in totaal 600 m3. |
||
|
|
|
|
||
|
3.2.4 |
|
De gebouwen en delen van gebouwen mogen een bouwhoogte hebben van maximaal 8 meter. |
||
|
|
|
Overige bouwwerken |
||
|
3.2.5 |
|
De bouwhoogte van overige bouwwerken mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan maximaal 1,00 meter mag bedragen. |
||
|
|
|
|
||
|
3.2.6 |
|
Van overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten, mag de oppervlakte buiten het bouwvlak maximaal 10,00 m² bedragen.
|
||
|
3.3. |
|
Specifieke gebruiksregels |
|
3.3.1
3.3.2 |
|
Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte zoals opgenomen in de bijlage 1 ‘Tabel parkeernormen’.
Detailhandelsactiviteiten zijn alleen toegestaan voor zover beschreven in 3.1. |
|
|
|
|
3.3.3 Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan.
3.4. Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 voor de vestiging c.q. uitoefening van:
a. bedrijven en bedrijfsactiviteiten die niet vermeld zijn in de lijst van bedrijfsactiviteiten/Staat van Inrichtingen maar naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de in artikel 3.1 a genoemde bedrijven en bedrijfsactiviteiten
b. bedrijven en bedrijfsactiviteiten vermeld in categorie 4 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten die naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de bedrijven en bedrijfsactiviteiten als bedoeld in lid 3.1.
|
3.4.2.
|
|
De afwijking wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
a.De afwijking mag uitsluitend worden verleend indien het bedrijf gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de in lid 3.1 rechtstreeks toegelaten milieucategoriëen;
b. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van en bedrijf dienen de volgende milieubelastingscomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie,stofuitworp en gevaar waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. |
|
|||
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
Artikel 4 |
|
Groen (G) |
|
|
|
|
|
4.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplantingen; b. voet- en fietspaden; c. water; d. nutsvoorzieningen; e. speelvoorzieningen en/of kunstwerken. |
|
|
|
Ten dienste van de bestemming zijn andere bouwwerken toegestaan. |
|
|
|
|
|
4.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
|
|
Ten behoeve van de bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd waarbij geldt dat: |
|
|
|
a. de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van erfscheidingen maximaal 2,00 meter mag bedragen; c. de bouwhoogte van lantarenpalen maximaal 8,00 meter mag bedragen. |
|
|
|
d. overige bouwwerken dienen op een afstand van tenminste 5,00 meter van de bestemming water te worden gebouwd. e. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 5 |
|
Maatschappelijk –M-mz |
|
|
|
|
|
5.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Maatschappelijk-mz” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Kantoren uitsluitend voor administratieve ondersteuning van de militaire bedrijfsvestiging tot maximaal 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak en een maximum van 2000 m2; b. Opslag van militaire goederen en materialen; c. Gebouwen voor de beveiliging van het terrein; d. Garages en werkplaatsen met daarbij behorende bebouwing ten dienste van de bestemming; e. Parkeerterreinen; f. (Toegangs)paden, geen openbare weg zijnde; g. Water; h. Erven en groenvoorzieningen, bermbeplanting, groenstroken, greppels en houtsingels; i. Erf- en terreinafscheidingen; j. Bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding (bw); k. Overige bouwwerken ten dienste van de bestemming; |
|
|
|
|
|
lid 5.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
5.2.1 |
|
Erf- en terreinafscheidingen
|
|
5.2.2 |
|
Gebouwen
5.2.3. Overige bouwwerken a. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen erf- en/of terreinafscheidingen zijnde is maximaal 3 meter b. Er zijn maximaal 3 masten voor defensiedoeleinden en/of het landelijke waarschuwingsstelsel toegestaan met een maximale bouwhoogte van 20 meter. c. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.
|
|
5.3 |
|
Nadere eisen |
|
|
|
|
|
|
|
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van andere bouwwerken en gebouwen in relatie tot: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5.5 |
|
Specifieke gebruiksregels |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte volgens de normering zoals opgenomen in de bijlage 1 ‘Tabel parkeernormen’.
|
|
Artikel 6 |
|
Recreatie –(R) |
|||
|
|
|
|
|||
|
6.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|||
|
|
|
|
|||
|
|
|
De voor “Recreatie” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het houden van recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen op jaarplaatsen voor het deel aangeduid met (sr-jaarplaatsen); b. het houden van toeristisch recreatief nachtverblijf op toerplaatsen voor het deel aangeduid met (sr-toerplaatsen); c. speelterreinen; d. zonneweiden; e. toegangswegen en -paden; f. parkeerterreinen; g. groenvoorzieningen; h. beheers- en dienstgebouwen, kantine en kampwinkel i. sanitaire voorzieningen; j. bedrijfswoningen uitsluitend waar aangeduid op de verbeelding als (bw); k. een recreatiewoning uitsluitend waar aangeduid op de verbeelding als (rw); l. overige bouwwerken |
|||
|
|
|
|
|||
|
|
|
|
|||
|
6.2 |
|
Bouwregels |
|||
|
|
|
Gebouwen |
|||
|
|
1
2 |
Gebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gebouwd
De gebouwen en delen van de gebouwen mogen geen grotere goot- en bouwhoogte hebben dan aanwezig op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan. |
|||
|
|
3
4
5
6 |
Bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding als (bw) aangeduide bouwvlakken worden gebouwd
Uitbreidingen van bedrijfswoningen buiten het bouwvlak zijn mogelijk mits de maximale inhoud van 500 m3 per woning en de in 6.2.2 aangegeven maximale goot- en bouwhoogte niet worden overschreden;
Recreatiewoningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding als (rw) aangeduide bouwvlakken worden gebouwd
Bijgebouwen zijn alleen toegestaan bij een bedrijfswoning op minimaal 5 meter uit de voorgevelbouwgrens en binnen 20 meter vanuit de zij- en achtergevelbouwgrens van de bijbehorende woning tot een maximum van 30 m2 en met een maximale goothoogte van 2,75 m en een maximale bouwhoogte van 5 meter. 7. De gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen in het deel aangeduid met (sr-toerplaatsen) is maximaal 150 m2 met een maximale bouwhoogte van 3 m.
8. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.
Overige bouwwerken |
|
|||
|
|
8
9
|
De bouwhoogte van overige bouwwerken mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen waarvoor de maximale bouwhoogte 2 m is
De bouwhoogte van overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten mag maximaal 1,00 meter bedragen.
10. Op het als (sr-jaarplaatsen) aangeduide deel mogen per kampeermiddel op de jaarstandplaats het volgende worden gebouwd: a. een afrastering om de standplaats met een maximale bouwhoogte van 0.75 m met daarin een poortje met een maximale bouwhoogte van 2 m b. 2 windschermen elk met een lengte en een bouwhoogte van 2 m c. Een luifel met een maximale lengte van 1.50 m een maximale breedte van 1 m en een maximale bouwhoogte gelijk aan het bijbehorende kampeermiddel OF een tochtportaal met een maximale oppervlakte van 5 m2 en een maximale bouwhoogte gelijk aan het bijbehorende kampeermiddel; d. Opbergkisten met een totale maximale lengte van 3 m, maximale breedte van 1.35 m en maximale bouwhoogte van 1.35 m |
|||
|
|
|
|
|||
11. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.
|
Artikel 7 |
|
Sport (S) |
|
|
|
|
|
7.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Sport” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Sportvelden ter plaatse van de aanduiding (spv); b. Tennisbanen ter plaatse van de aanduiding (t); c. Gebouwen ten dienste van de bestemming sport zoals een clubgebouw, kantine, kinderopvang, kleedruimten, sanitaire voorzieningen, bergruimten, ondergeschikte sportgerelateerde detailhandel en dienstverlening mits het assortiment aansluit bij deze sportvoorzieningen; d. Bedrijfswoningen alleen ter plaatse van de aanduiding (bw) op de verbeelding; e. Water; f. Toegangswegen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere bouwwerken ten dienste van de bestemming. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
Gebouwen: |
|
|
1 |
De gebouwen ten dienste van de bestemming mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd waarbij de bouwvlakkken volledig mogen worden bebouwd Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j. |
|
|
|
|
|
|
2 |
Gebouwen dienst doende als bergruimten mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de totale oppervlakte aan bergruimten zowel voor de aanduiding (spv) als voor (t) maximaal 30 m² bedraagt; |
|
|
|
|
|
|
3 |
De goot- en bouwhoogte van de gebouwen, geen dienstwoningen zijnde, mag maximaal respectievelijk 2,75 en 5,00 meter bedragen.
|
|
|
4 |
Een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak met de aanduiding (bw) met de volgende regels:
|
|
|
|
|
|
|
|
Overige bouwwerken: |
|
|
5 |
Ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken geldt dat: a. de bouwhoogte van ballenvangers maximaal 15,00 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van erfscheidingen langs het sportveld maximaal 2 meter mag bedragen; c. de bouwhoogte van toegangshekken maximaal 2,00 meter mag bedragen; d. de bouwhoogte van de tribune maximaal 5,00 meter mag bedragen; e. de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 10,00 meter mag bedragen; f. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken maximaal 4,50 meter mag bedragen. |
|
|
|
|
|
|
6 |
Erfscheidingen, ballenvangers en toegangshekken dienen vanaf de grond een open constructie te hebben, met dien verstande dat 75% van de verticale projectie open moet zijn. |
|
|
|
|
|
|
7 |
Van overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten zoals tribunes, mag de totale oppervlakte buiten het bouwvlak maximaal 20,00 m² bedragen.
|
|
7.4
|
8 |
Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met het oog op de bescherming van stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van de bebouwing ter bescherming van de openheid en voorkomen van hinder voor de omgeving |
|
|
|
|
|
7.3 |
|
Specifieke gebruiksregels |
|
|
1
2 |
Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte zoals opgenomen in de bijlage 2 ‘Tabel parkeernormen’.
Uitsluitend ondergeschikte uitoefening van horeca-activiteiten ondersteunend aan de sportbestemming is toegestaan. |
|
Artikel 8 |
|
Tuin (T) |
|
|
|
|
|
|
|
8.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bij de hoofdgebouwen behorende tuinen; b. parkeergelegenheid; c. toegangspaden; d. water; e. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
|
|
8.2.1. |
|
Ten dienste van de bestemming zijn uitsluitend overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en parkeerverhardingen, toegangspaden toegestaan.
Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j.
Het aanbrengen van (parkeer-)verharding is alleen toegestaan tot een maximum van 40% van de gronden met de bestemming Tuin per bouwperceel. |
|
|
|
|
|
|
|
8.2.2. |
|
De hoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 1,00 meter. Met uitzondering van toegangspoorten waarvoor een maximale hoogte van 1.50 m geldt. |
|
|
|
|
|
|
|
8.2.3. |
|
Overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten zijn niet toegestaan. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
8.3 |
|
Specifieke gebruiksregels |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De gronden gelegen met de bestemming Tuin mogen niet worden gebruikt voor stalling van caravans, voer- en vaartuigen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 9 |
|
Verkeer (V) |
|
|
|
|
|
9.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Verkeer (V)” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. openbare wegen, woonstraten, voet-, fiets-, en ruiterpaden en parkeervoorzieningen; b. Groenvoorzieningen en bermbeplanting; c. Water; d. Overige verhardingen; e. Nutsvoorzieningen; f. Abri; g. Onderdoorgang ter plaatse van de hiertoe op de verbeelding opgenomen aanduiding; h. Straatmeubilair. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9.2. |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
|
1 |
Ten dienste van de bestemming zijn uitsluitend overige bouwwerken toegestaan die gerekend worden tot straatmeubilair. |
|
|
|
|
|
|
2 |
Ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken geldt dat: a. De bouwhoogte maximaal 5,00 meter mag zijn, b. De bouwhoogte van een abri/bushokje maximaal 2,5 meter mag zijn; c. De bouwhoogte van nutsvoorzieningen maximaal 1,5 meter mag zijn; d. De bouwhoogte van lantaarnpalen maximaal 6 meter mag zijn |
|
|
|
|
|
|
3 |
De oppervlakte van een abri/bushokje mag maximaal 10,00 m² zijn. |
|
|
|
|
|
|
4
5
|
De oppervlakte van nutsvoorzieningen mag maximaal 1,00 m² zijn.
Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 10 |
|
Water (WA) |
|
|
|
|
|
10.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Water” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Water; b. Waterberging; c. Oevers; d. Andere bouwwerken ten dienste van de bestemming waaronder bruggen, dammen, duikers, kunstwerken en beschoeiingen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
lid 10.2. |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
|
1 |
De bouwhoogte van andere bouwwerken die noodzakelijk zijn voor de waterhuishouding, oeverbescherming en/of verbinding van oevers, mag maximaal 2,00 meter bedragen. Deze andere bouwwerken moeten voldoen aan de Keur en beleidregels 2012 van het Hoogheemraadschap van Rijnland. In voorkomende gevallen dient een vergunning bij Rijnland te worden gevraagd. |
|
|
|
|
|
|
2 |
De hoogte van oeverbeschoeiingen mag maximaal 0,00 meter boven NAP bedragen (waterpeil is 0,60 meter onder NAP). |
|
|
|
|
|
lid 10.3 |
|
Nadere eisen |
|
|
|
|
|
|
|
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van andere bouwwerken in relatie tot de instandhouding van de aan de gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden, zoals vastgelegd in artikel 15 |
|
|
|
|
|
Artikel 11 |
|
Wonen – 1 (W-1) |
|
|
|
|
|
|
|
11.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Wonen - 1” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, eengezinswoning; b. werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep; c. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; d. overige bouwwerken e. toegangspaden en -wegen f. water g. ruimte voor Bed and Breakfast ondergeschikt aan de woonfunctie mits voldaan wordt aan de voorwaarden hiervoor zoals vastgelegd in het in 20112 hiervoor vastgestelde gemeentelijke beleid.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11.2. |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
Gebouwen |
|
|
|
1 |
De woningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gebouwd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
De woningen en delen van de woningen mogen geen grotere goot- en bouwhoogte hebben dan aanwezig op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan. |
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
Uitbreiding van de woning mag binnen het bouwvlak plaatsvinden als het bouwvlak nog niet volledig is bebouwd, mits: a. de goot- en/of bouwhoogte van de uitbreiding maximaal de goot- respectievelijk bouwhoogte bedraagt van de bebouwing waar tegenaan gebouwd wordt; b. ingeval de bebouwing waar tegenaan gebouwd wordt meerdere goot- en/of bouwhoogten heeft, de goot- respectievelijk bouwhoogte van de uitbreiding niet meer bedraagt dan de laagste goot- respectievelijk bouwhoogte; c. de bijgebouwen door het uitbreiden van de woning niet in strijd komen met het bestemmingsplan, dan wel de bestaande afwijking niet wordt vergroot. |
|
|
|
|
|
|
|
|
4 |
Aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd op het bijbehorende erf mits: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
a. de uitbreiding aan de achtergevel maximaal 3,00 meter bedraagt; b. het verschil tussen de achtergevel van de uitbreiding en de achtergevel van een aangrenzende woning maximaal 3,00 meter bedraagt indien de aanbouw op of op minder dan 2,00 meter afstand van de erfscheiding wordt gerealiseerd; c. de aan- of uitbouw c.q. het aangebouwd bijgebouw geen hogere bouwhoogte heeft dan de eerste bouwlaag van de woning; d. de aangebouwde bijgebouwen maximaal 2/5 deel van de achtergevel beslaan en de achtergevelbouwgrens met maximaal 3,00 meter wordt overschreden; e. na uitbreiding van de woning een tuindiepte van ten minste 10,00 meter resteert; f. de uitbreiding niet breder is dan de oorspronkelijke achtergevel; g. de plaats van bijgebouwen niet in strijd komt met het bestemmingsplan; h. een bestaande strijdigheid met deze regels, indien daar sprake van zou zijn, niet wordt vergroot; i. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j. |
|
|
|
|
|
|
|
|
8 |
Bij iedere woning zijn maximaal twee bijgebouwen toegestaan, met dien verstande dat: |
|
|
|
|
a. bijgebouwen zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bijgebouwen op de erfscheiding of tenminste 1,00 meter van de erfscheiding dienen te worden gebouwd; c. de vrijstaande bijgebouwen moeten worden gebouwd op een afstand van tenminste 2,00 meter van de woning; d. de vrijstaande bijgebouwen moeten worden gebouwd op een afstand van tenminste 5,00 meter van de bestemming “Water”; e. indien vrijstaande bijgebouwen zijn gesitueerd achter het verlengde van de achtergevel en naast het verlengde van de zijgevel, danwel de achter- en/of zijgevelbouwgrens, de afstand tot de woning tenminste 1,00 meter moet bedragen; f. In geval van op hoeken van wegen gelegen hoekwoningen, de bijgebouwen de lijn getrokken in het verlengde van de voorgevel van het eerstvolgende hoofdgebouw niet mogen overschrijden; g. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen buiten het bouwvlak per woning maximaal 30,00 m² mag bedragen, met dien verstande dat het erf, het deel van het erf met de bestemming tuin niet meegerekend, voor maximaal 30% mag worden bebouwd; h. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw maximaal 2,75 meter respectievelijk 4,50 meter mogen bedragen; i. voor zover op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan de maatvoering van bijgebouwen afweek van het in dit artikel bepaalde, geldt de bestaande maatvoering als maximum; j. dakkapellen op bijgebouwen niet zijn toegestaan; k. kelders onder bijgebouwen zijn toegestaan met dien verstande dat koekoeken en/of een inritconstructie die toegang biedt tot een kelder onder het bijgebouw niet zijn toegestaan. l. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j. |
|
|
|
|
|
|
|
9 |
|
Daar waar op de verbeelding de specifieke bouwaanduiding nieuwbouw (sba-ni) is opgenomen gelden de volgende regels:
|
|
|
10 |
|
Overige bouwwerken Voor overige bouwwerken geldt dat: a. de bouwhoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen, indien grenzend aan de openbare weg, niet meer dan 1,00 meter mag bedragen; c. overige bouwwerken waarvan redelijkerwijs een inhoud kan worden gemeten, moeten worden gebouwd op tenminste 3,00 meter van de achtergevel of een in het verlengde daarvan te trekken lijn en op een afstand van tenminste 5,00 meter van de bestemming water, hebben geen grotere bouwhoogte dan 2,5 m, en de oppervlakte buiten het bouwvlak mag maximaal 6 m2 zijn. d. Tennisbanen niet zijn toegestaan e. Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
11.4 |
|
Specifieke gebruiksregels |
|
|
|
|
|
|
|
11.4.1. |
|
Werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep zijn alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de werkruimtes zijn zowel in de woningen als in aanbouwen toegestaan; b. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven; c. de vloeroppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden beroep mag maximaal 30% van de woning bedragen tot een maximum van 40,00 m²; d. er slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking van mag uitgaan; e. bed and breakfast mits aan de voorwaarden is voldaan zoals genoemd in de beleidsnota vastgesteld 2011. |
|
|
|
|
|
|
|
11.4.2. |
|
Een bijgebouw bij een woning dient slechts voor bergings- en/of stallingsdoeleinden en mag niet worden gebruikt: a. als woning of gastenverblijf b. ten behoeve van een aan huis gebonden beroep; c. als stalgebouw mits voldaan wordt aan de criteria voor hobbymatig houden van paarden in bijgebouwen zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels. |
|
|
|
|
|
|
|
11.4.3. |
|
Onder het stallen van auto’s wordt mede verstaan het stallen van boten en/of caravans in niet bedrijfsmatige omvang. |
|
|
|
|
|
|
|
11.4.4. |
|
Reeds bestaand strijdig gebruik van bijgebouwen geeft geen recht op extra oppervlakte aan bijgebouwen ten behoeve van bergings- en/of stallingsdoeleinden. |
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 12. |
|
Wonen - 2 (W-2) |
|
|
|
|
|
12.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
1. |
|
De voor “Wonen – 2” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Meergezinswoningen; b. Werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep, ondergeschikt aan de woonfunctie; c. Bijgebouwen; d. Overige bouwwerken e. Tuinen f. Water g. Toegangswegen en –paden h. parkeergelegenheid
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
1. |
|
De meergezinswoningen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken worden gebouwd. |
|
|
|
|
|
2. |
|
De gebouwen en delen van de gebouwen mogen geen grotere goot- en bouwhoogte hebben dan aanwezig op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan. |
|
|
|
|
|
3. |
|
Alleen inpandige bijgebouwen zijn toegestaan waarbij de oppervlakte niet meer dan 30,00 m² per woning mag bedragen, met dien verstande dat daar waar op het tijdstip van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan bijgebouwen aanwezig zijn buiten het bouwvlak deze zijn toegestaan waarbij de bestaande maatvoering het maximum is. |
|
|
|
|
|
4. |
|
De hoogte van andere bouwwerken mag ten hoogste 3,00 meter bedragen, met uitzondering van erfscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen. |
|
|
|
|
|
5.
6.
|
|
Zwembaden en tennisbanen zijn niet toegestaan.
Het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water is niet toegestaan en uitsluitend na een algemene ontheffing mogelijk als beschreven in artikel 19 lid 1 onder j. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
12.3 |
|
Specifieke gebruikregels |
|
|
|
|
|
1. |
|
Werkruimtes voor een aan huis verbonden beroep zijn alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de werkruimtes zijn zowel in de woningen als in aanbouwen toegestaan; b. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven; c. de vloeroppervlakte ten behoeve van het aan huis verbonden beroep mag maximaal 30% van de woning bedragen tot een maximum van 30,00 m²; d. er slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking van mag uitgaan. |
Artikel 13 Waarde-Archeologie - (W-A)
13.1 Bestemmingsomschrijving
De voor de waarde_Archeologie aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
13.2 Bouwregels
13.2.1. Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag niet worden gebouwd.
13.2.2. Uitzondering: Het bepaalde in artikel 13.2.1 is niet van toepassing als het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende bouwwerken:
a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
b. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 30 m² en waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 30 cm beneden maaiveld;
c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
13.3 Afwijking van de bouwregels
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het bepaalde in artikel 13.2.1 met inachtneming van de volgende regels:
13.3.1 Afwijking kan slechts worden verleend voor bouwwerken, voor zover deze zijn toegestaan op grond van de regels van de andere bestemmingen, waarmee de dubbelbestemming samenvalt;
13.3.2 De aanvrager van de afwijking een rapport heeft overlegd van archeologisch onderzoek,
waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht zijn genomen en de waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Voornoemd rapport hoeft niet overlegd te worden indien het college van burgemeester en wethouders reeds over voldoende gegevens beschikt om de archeologische waarde van de betrokken locatie vast te stellen;
13.3.3 De betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder artikel 13.3 sub 2 bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking voorschriften te verbinden, gericht op:
a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
b. het doen van opgravingen waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen;
c. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeoloog waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen.
13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.4.1 Werkzaamheden
Het is verboden om op of in de gronden als bedoeld in artikel 13.1 zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;
c. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
f. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen.
13.4.2 Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in artikel 13.4.1. is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 13.3. sub 1, 2, en 3 in acht is genomen;
b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 30 m² en waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 30 cm beneden maaiveld;
c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning;
e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;
f. de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 13.4.1.f worden uitgevoerd in het kader van regulier onderhoud en beheer.
13.4.3. Voorwaarden
De omgevingsvergunning wordt verleend, indien:
a. de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere bestemmingen, waarmee de dubbelbestemming samenvalt;
b. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd van archeologisch onderzoek, waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen en de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; Voornoemde rapport hoeft niet overlegd te worden indien het college van burgemeester en wethouders reeds over voldoende gegevens beschikt om de archeologische waarde van de betrokken locatie vast te stellen;
c. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals in artikel 13.4 sub c. onder 2. bedoeld, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden, gericht op:
Ÿ het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
Ÿ het doen van opgravingen waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen;
Ÿ het begeleiden van de activiteiten door een archeoloog die voldoet aan de normen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
13.4.4 Advies
Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13. 4 te verlenen, vraagt het college van burgemeester en wethouders aan een archeologisch deskundige advies, die voldoet aan de eisen zoals deze gesteld worden in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
13.6 Wijzigingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de dubbelbestemming te wijzigen door voor één of meer bestemmingsvlakken:
13.6.1 De dubbelbestemming geheel of gedeeltelijk van de plankaart te verwijderen, indien:
a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;
b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
13.6.2 De begrenzingen van de dubbelbestemming te wijzigen en/of de begrenzingen tussen de verschillende archeologische gebiedstypen te verschuiven indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarde of archeologische verwachting voor de betreffende gebiedsdelen moet worden aangepast.
Artikel 14 |
|
Leidingen (L) (dubbelbestemming) |
|
|
|
|
|
14.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Leidingen” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een watertransportleidingen (1200 en 1600 mm), aardgasleidingen (150 mm en 200 mm), een aardgas-hoofdtransportleiding (900 mm) en een (hoog)spanningsleiding van 50 kiloVolt. |
|
|
|
|
|
14.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
|
|
In aanvulling op het bepaalde in de bouwregels behorende bij de artikelen 3 tot en met 19 gelden tevens de onderstaande regels: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
14.2.1 |
|
Binnen de zone van 8,00 meter aan weerszijden uit het hart van een watertransportleiding is geen bebouwing toegestaan. |
|
|
|
|
|
14.2.2 |
|
Binnen de zone van 2,50 meter aan weerszijden van de hoogspanningsleiding is geen bebouwing toegestaan. |
|
14.2.3
14.2.4 |
|
Binnen de zone van 5 meter aan weerszijden van de gastransportleiding is geen bebouwing toegestaan
Binnen de zone van …. Meter aan weerszijden van de aardgas-hoofdtransportleiding is geen bebouwing toegestaan.
|
|
14.3 |
|
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een |
|
|
|
Werk , geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
|
|
14.3.1 |
|
Het is binnen de op de verbeelding aangeduide zone van een leiding of kabel verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), de volgende werkzaamheden uit te voeren: |
|
|
|
a. het aanleggen van verharde wegen, paden, banen of parkeerstroken en het aanbrengen van andere gesloten oppervlakteverhardingen met een grotere plaatselijke oppervlakte dan 50 m2; b. het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden met een grotere hoogte dan 30 centimeter; c. het aanbrengen van ondergrondse transport, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het aanbrengen van diepwortelende planten; e. het in de bodem drijven van voorwerpen of delen van constructies. |
|
|
|
|
|
14.3.2 |
|
Het bepaalde in artikel 14.3.1 is slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen schade aan de leiding wordt of kan worden veroorzaakt. |
|
|
|
|
|
14.3.3 |
|
Het bepaalde in artikel 14.3.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van andere werken en/of werkzaamheden in het kader van het onderhoud of beheer van de aanwezige leiding. |
|
|
|
|
|
14.3.4 |
|
Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 14.3.1 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de leiding- of kabelheerder(s) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leidingen niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 15 |
|
Waarde – cultuurhistorie (WR-C) |
|
|
|
|
(dubbelbestemming) |
|
|
|
|
|
|
|
15.1 |
|
Bestemmingsomschrijving |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De voor “Waarde – cultuurhistorie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en zo mogelijk de versterking van de aan deze gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden, zoals zijn beschreven in het bij de regels als bijlage opgenomen “Gebiedsinventarisatie cultuurhistorische waarden Ammonslaantje-Maaldrift” zijnde: |
|
|
|
|
a. monumenten en GIP-objecten, in het bijzonder voor zover het de eenheid in typologie en architectuur betreft; b. de bestaande hoofdstructuur van wegen, greppels en wallen; c. de gridvormige opzet van de bebouwing; d. één of meerdere munitiemagazijnen (gebouw M) als fysieke herinnering aan de militaire functie van het terrein; e. de O-paal als herinnering aan het fenomeen O-palen en als markering van het (voormalige) militaire terrein; f. de bestaande groenstructuren, inbegrepen de wallen en greppels, waarbij het leidende motief de in het groen ingepakte gebouwen zijn; g. zowel in stedenbouwkundige als in architectonische zin het bestaande militaire (lees: sobere, argeloze, functionele) karakter;
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
15.2 |
|
Bouwregels |
|
|
|
|
|
|
|
15.2.1
15.2.2 |
|
Met betrekking tot het bouwen binnen deze bestemming gelden de hieronder omschreven regels. Deze regels hebben, bij strijdigheid daarmee, voorrang boven de regels genoemd in de artikelen 3 tot en met 19 van dit bestemmingsplan.
Bouwen als bedoeld in lid 15.1 dient zodanig plaats te vinden dat de ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezige cultuur-historische waarden niet worden aangetast. Burgemeester en wethouders laten zich daarbij adviseren door de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed en de transformatiehandleiding voor herontwikkeling van MOB terreinen wordt gevolgd. |
|
|
|
|
|
|
|
15.3 |
|
Nadere eisen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaats en de afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken in relatie tot: |
|
|
|
|
a. de instandhouding van c.q. het tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de natuur- en landschapswaarden die in het geding zijn, waarbij gedacht moet worden aan accidentatie, waterstructuren, bos- en beplantingsstructuren in samenhang met de landschappelijke hoofdstructuur. |
|
|
|
|
c. Binnen de dubbelbestemming “Waarde-cultuurhistorie” is een scherpe beoordeling op welstand en beeldkwaliteit noodzakelijk. Het handboek welstand en beeldkwaliteit en/of aanvullende adviezen van de commissie welstand en cultureel erfgoed (WCE) zullen hiervoor als aanvullend toetsingskader worden gehanteerd. |
|
|
|
|
|
|
|
15.4 |
|
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden |
|
|
15.4.1 |
|
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden), de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: |
|
|
|
|
a. het afgraven, bodemverlagen, ophogen, vergraven of egaliseren van gronden; b. het aanleggen en/of verharden van ontsluitingswegen, fiets- en voet- en ruiterpaden; c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen; e. het keren van gronden; f. diepploegen; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen, het aanleggen van drainagebuizen, ondergrondse beregeningsinstallaties, dijken, dammen, stuwen, duikers en dergelijke werken; h. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en taluds; i. het vellen of rooien van houtgewassen met een specifieke landschaps- en/of cultuurhistorische waarde, die niet onder het regime van de kapverordening vallen; j. het beplanten van gronden met houtgewassen ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant; k. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; l. het verrichten van proefboringen en andere boringen voor het winnen van water, delfstoffen en andere bodemschatten; m. de aanleg van picknickplaatsen en het plaatsen van bijbehorend meubilair; n. diepte-infiltratie van water; o. het scheuren van grasland, anders dan voor een omzetting van grasland in bouwland p. alle overige werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden in het terrein kunnen aantasten n die niet worden gerekend tot het normale onderhoud van de gronden. |
|
|
|
|
|
|
|
15.4.2
15.4.3 |
|
Een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten als bedoeld in 15. 4 is slechts toelaatbaar, indien door die werken en/of werkzaamheden de cultuurhistorische waarde van deze gronden niet in onevenredige mate worden aangetast, en indien een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft, dat een vergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd. Dit nadat, door een in overleg met burgemeester en wethouders aangewezen deskundige, onderzoek is gedaan waaruit blijkt dat er geen aantasting van de genoemde waarden zal optreden.
Het bepaalde onder 15.4.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van andere werken en/of werkzaamheden in het kader van onderhoud en beheer.
|
|
|
|
|
|
|
|
15.5
15.5.1 |
|
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
Een omgevingsvergunning voor het slopen van karakteristieke panden en/of GIP-objecten of delen daarvan kan slechts worden verleend in de volgende gevallen: |
|
|
|
|
a. het betreft delen van een pand of bijgebouwen, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaats; b. de karakteristieke hoofdvorm van een pand is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen van het pand worden hersteld; c. de karakteristieke hoofdvorm is in redelijkheid niet te handhaven; d. uit een waardestelling blijkt dat sloop aanvaardbaar is. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoofdstuk 3 |
|
Algemene regels |
|
|
|
|
|
Artikel 16 |
|
Antidubbeltelregel |
|
|
|
|
|
|
|
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. |
|
|
|
|
|
Artikel 17 |
|
Algemene bouwregels |
|
|
|
|
|
17.1 |
|
Geen gebouw mag worden opgericht, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een situatie zou ontstaan, waarbij aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel een reeds bestaande afwijking zou worden vergroot. |
|
|
|
|
|
17.2 |
|
Geen ander werk of werkzaamheid mag worden uitge-voerd, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een situatie zou ontstaan, waarbij aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel reeds bestaande afwijking zou worden vergroot. |
|
|
|
|
|
17.3 |
|
De hellingshoek van de daken van (bij)gebouwen bedraagt maximaal 60 graden |
|
|
|
|
|
17.4 |
|
Bij de beoordeling van ondergrondse bouwwerken gelden de regels van de bovenliggende bestemming, tenzij in de regels anders is bepaald, dan wel voor de onderlaag een afzonderlijke bestemming is gegeven in welk geval de regels van die bestemming gelden. |
|
|
|
|
|
17.5 |
|
Van een gebouw, waarvoor een maximum goothoogte is bepaald, mag geen deel uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die de betreffende gevel snijden ter hoogte van de maximum goothoogte en terugvallen onder hoeken van 60° met de horizon, dan wel de voor het betreffende gebouw in deze regels specifiek bepaalde dakhellingen, met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen, zoals dakkapellen, antennes en schoorstenen, buiten beschouwing blijven. |
|
|
|
|
|
17.6 |
|
Van dakkapellen – uitsluitend toegestaan op het dakvlak – mag de breedte niet meer bedragen dan 50% van de breedte van het dakvlak, gemeten langs de voet van de dakkapel, en er mag geen strijdigheid ontstaan met het handboek welstand en beeldkwaliteit. Bredere dakkapellen tot maximaal 75% van de breedte van het dakvlak zijn slechts toegestaan op niet naar de openbare weg gekeerde dakvlakken. De afstand van een dakkapel tot de zijkant van het dakvlak mag, in de horizontale projectie gemeten, nergens minder bedragen dan 1 meter. |
|
|
|
|
|
|
|
Op bijgebouwen zijn geen dakkapellen toegestaan. |
Artikel 18 |
|
Algemene gebruiksregels |
|
|
|
|
|
18.1 |
|
Gebruiksbepaling |
|
|
|
|
|
|
|
Het is verboden gronden en bouwwerken te (laten) gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de op de verbeelding aangeven bestemming en deze regels. |
|
|
|
|
|
18.2 |
|
Strijdig gebruik |
|
|
|
|
|
|
|
Onder strijdig gebruik als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7.10 Wro, in elk geval verstaan: |
|
|
|
|
|
|
|
a. het gebruik van onbebouwd blijvende gronden voor de opslag van voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is voor de opslag van materialen welke strekken tot realisering van de aan de grond gegeven bestemming, voor het normale onderhoud van tuinen en erven, waterlopen, paden en wegen; b. Het gebruik ten behoeve van een seksinrichting. |
|
|
|
|
|
18.3 |
|
Ontheffingsbevoegdheid |
|
|
|
|
|
18.3.1 |
|
Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in 18.1 indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. |
|
|
|
|
|
18.3.2. |
|
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ontheffing te verlenen van het verbod in lid 18.2b voor prostitutiedoeleinden in of op een perceel met huisnummering gelegen aan de Rijksstraatweg onder voorwaarde dat: a. binnen de gemeentegrenzen maximaal één seksinrichting of escortbedrijf gevestigd mag zijn; b. het niet mag gaan om raam- of straatprostitutie; c. de seksinrichting op een afstand van minimaal 10 meter moet zijn gelegen van een gebouw met een zuivere woonfunctie; d. de seksinrichting niet mag zijn gelegen in de nabijheid van een kerk, school of openbare voorziening of andere gevoelige functies; e. de inhoud van het pand waarin de seksinrichting is gevestigd maximaal 1250 m3 mag bedragen; f. de seksinrichting vanaf de weg goed bereikbaar is; g. op het perceel van de seksinrichting voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. |
|
|
|
|
Artikel 19 |
|
Algemene ontheffingsregels |
|
|
|
|
|
19.1 |
|
Indien niet op grond van een andere regel ontheffing kan worden verleend, zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van de desbetreffende regels in dit plan voor: |
|
|
|
|
|
|
|
a. het afwijken van de voorgeschreven maten en afmetingen tot een maximum van 10%, indien in verband met de realisering van de bestemming of ingekomen bouwaanvraag, de afwijking noodzakelijk is en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van derden; b. het oprichten van gebouwen ten behoeve van open-baar nut, met dien verstande dat de inhoud niet meer dan 75 m3 en dat de goothoogte niet meer dan 3,50 meter en de bouwhoogte niet meer dan 5 meter mogen bedragen; c. het oprichten van andere bouwwerken van openbaar nut, met dien verstande dat de hoogte van deze bouw-werken niet meer dan 10 meter mag bedragen; d. geringe afwijkingen van bestemmings- of bouw-grenzen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouw-werken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein; e. de bouw van
andere bouwwerken ten dienste van de telecommunicatie, mits deze bouwwerken
van geringe horizontale afmetingen zijn en mits: f. de bouw van
andere bouwwerken ten dienste van het landelijk alarmeringsnetwerk mits: g. de bouw van straatmeubilair binnen bestemmingen waar dit krachtens de bestemmingsbepalingen niet bij recht is toegestaan; h. de bouw van bergbezinkbassins met een inhoud van niet meer dan 1000 m³; i. het realiseren van een kap onder een hoek van niet meer dan 60°; j. het bouwen binnen 5 meter van de oeverlijn van de bestemming Water nadat een positief van het Hoogheemraadschap van Rijnland is ontvangen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
19.2 |
|
Ontheffingen mogen slechts worden verleend met inacht-neming van het bepaalde in artikel 20 alsmede indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. |
|
|
|
|
|
Artikel 20 |
|
Algemene procedureregels |
|
|
|
|
|
|
|
20.1 |
|
Bij toepassing ontheffingsbevoegdheid |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Op de voorbereiding van een ontheffingsbesluit, voor zover deze bevoegdheid in het plan aan burgemeester en wethouders is toegekend, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
20.2 |
|
Toetsingscriteria bij ontheffingsbevoegdheid |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bij toepassing van een ontheffing- en wijzigingsbevoegd-heid wordt getoetst aan de volgende algemene criteria: |
|
|
|
|
|
|
|
20.2.1 |
|
Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de instandhouding c.q. tot stand brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld zoals omschreven in de toelichting van dit plan. |
|
|
|
|
|
|
|
20.2.2 |
|
Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvorm dient rekening gehouden te worden met de instandhouding van de aan de gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden. Binnen de dubbelbestemming waarde-cultuurhistorie is een extra scherpe beoordeling op welstand en beeldkwaliteit noodzakelijk. Het handboek welstand en beeldkwaliteit zal hiervoor als aanvullend toetsingskader worden gehanteerd. |
|
|
|
|
|
|
|
20.2.3 |
|
Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bebouwing en gebruiksvormen mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan. |
|
|
|
|
|
|
|
20.2.4 |
|
Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bebouwing en gebruiksvormen dient voorkomen te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is. |
|
|
|
|
|
|
|
20.2.5 |
|
Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bebouwing en gebruiksvormen dient rekening te worden gehouden met de milieu-aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. Een wijziging van gebruik naar een milieugevoelige bestemming moet kunnen voldoen aan de in de milieu-wetgeving vastgelegde normering. |
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
Bij een toename van verhard oppervlak (daken, wegen, parkeerterreinen, gedraineerde oppervlakken), in de toekomstige situatie, is het beleid van Rijnland zoals vastgelegd in de Keur en beleidsregels 2012 het toetsingskader. In de Keur is vastgelegd dat, als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling meer dan 500 m2 onverhard oppervlak wordt verhard, compenserende maatregelen noodzakelijk zijn in de vorm van extra open water ter grootte van 15% van de toename van de verharding. |
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
Ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening gehouden te worden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien deze daardoor kunnen worden beïnvloed. Andere bestemmingen mogen niet in hun gebruik worden beperkt. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoofdstuk 4 |
|
Overgangs- en slotregels |
||
|
|
|
|
||
Artikel 21 |
|
Overgangsrecht bouwwerken |
||
|
|
|
|
||
|
21.1 |
|
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. |
||
|
|
|
|
||
21.2 |
|
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid ontheffing verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. |
||
|
|
|
|
||
21.3 |
|
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. |
||
|
|
|
|
||
Artikel 22 |
|
Overgangsrecht gebruik |
||
|
|
|
|
||
22.1 |
|
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. |
||
|
|
|
|
||
|
22.2 |
|
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. |
||
|
|
|
|
||
22.3 |
|
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. |
||
|
|
|
|
||
22.4 |
|
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestem-mingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. |
||
|
|
|
|
||
|
Artikel 23 |
|
Hardheidsclausule |
||
|
|
|
Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.
|
||
|
|
|
|
||
Artikel 24 |
|
Slotregel |
||
|
|
|
|
||
|
|
|
Deze regels worden aangehaald als: regels van het “Bestemmingsplan Ammonslaantje-Maaldrift 2013” |
||
|
|
|
|
||
|
|
|
|
||
|
|
|
|
||
|
|
|
|
||
|
|
|
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Wassenaar van….. |
||
Bijlage 1: Tabel parkeernormen
|
CROW - Weinig stedelijk / Rest bebouwde kom |
||
|
Functie |
Benodigd aantal parkeerplaatsen |
Benodigd aantal fietsparkeerplaatsen |
|
Atelier[1] |
2.5-2,8 per 100 m² bvo |
1 per 100 m² bvo |
|
Bedrijven: - Arbeidsextensieve/bezoekers extensieve bedrijven (loods, opslag, transportbedrijf) - Arbeidsintensieve/bezoekers extensieve bedrijven (industrie, laboratorium, werkplaats) - Showroom (auto’s, keukens, meubels, caravans) - Bedrijfsverzamelgebouw - Civiel en defensie - kamperen |
- 0.8-0.9 per 100 m2 bvo
- 2.5-2.8 per 100 m2 bvo
- 1.6-1.8 per 100 m2 bvo
- 0.8-1.7 per 100 m2 bvo - 1.65 per 100 m2 bvo - 1.1 per standplaats |
|
|
Detailhandel: - Bouwmarkt / tuincentrum / kringloopwinkel |
- 2.2-2.7 per 100 m2 bvo |
6-8 per 100 m2 bvo |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Maatschappelijke voorzieningen (arts, maatschap, kruisgebouw, therapeut) |
1.5-2.0 per behandelkamer[2] |
2 per behandelkamer |
|
Kantoren zonder baliefunctie |
1.7-2.5 per 100 m² bvo |
1 per 100 m² bvo |
|
Medisch-sociale dienstverlening |
1.5-2.0 per behandelkamer |
2 per behandelkamer |
|
Praktijkruimten |
1.5-2.0 per behandelkamer[3] |
2 per behandelkamer |
|
Woningen - Duur - Midden - Goedkoop
|
- 2.0-2.2 per woning - 1.8-1.9 per woning - 1.4-1.7 per woning
|
|
|
Sportveld (buiten) |
13.0-27.0 per ha. netto terrein[4] |
20-30 per 100 bezoekerscapaciteit |
|
Tennispark |
pm |
|
|
|
|
|
|
Creche / peuterspeelzaal / kinderdagverblijf/kinderopvang |
1-3 per 10 kinderen[7] |
|
|
|
|
|
Bijlage 2: Staat van bedrijfsactiviteiten
|
SBI-CODE 2008 |
|
OMSCHRIJVING |
AFSTANDEN IN METERS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
nummer |
|
GEUR |
STOF |
GELUID |
|
|
GEVAAR |
|
GROOTSTE AFSTAND |
|
CATEGORIE |
|
|
|
15 |
10, 11 |
- |
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
151 |
101, 102 |
0 |
Slachterijen en overige vleesverwerking: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
151 |
101, 102 |
1 |
- slachterijen en pluimveeslachterijen |
100 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
151 |
101 |
4 |
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² |
100 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
151 |
101 |
5 |
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² |
50 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
151 |
101 |
6 |
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² |
30 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
151 |
101, 102 |
7 |
- loonslachterijen |
50 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
151 |
108 |
8 |
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² |
50 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
152 |
102 |
0 |
Visverwerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
152 |
102 |
2 |
- conserveren |
200 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
152 |
102 |
5 |
- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² |
100 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
152 |
102 |
6 |
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² |
50 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
1531 |
1031 |
0 |
Aardappelprodukten fabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1531 |
1031 |
2 |
- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² |
50 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
1532, 1533 |
1032, 1039 |
0 |
Groente- en fruitconservenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1532, 1533 |
1032, 1039 |
1 |
- jam |
50 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1532, 1533 |
1032, 1039 |
2 |
- groente algemeen |
50 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1532, 1533 |
1032, 1039 |
3 |
- met koolsoorten |
100 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1541 |
104101 |
0 |
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1541 |
104101 |
1 |
- p.c. < 250.000 t/j |
200 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1542 |
104102 |
0 |
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1542 |
104102 |
1 |
- p.c. < 250.000 t/j |
200 |
10 |
100 |
C |
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1543 |
1042 |
0 |
Margarinefabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1543 |
1042 |
1 |
- p.c. < 250.000 t/j |
100 |
10 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1551 |
1052 |
0 |
Zuivelprodukten fabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1551 |
1051 |
3 |
- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j |
50 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1552 |
1052 |
1 |
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² |
50 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1552 |
1052 |
2 |
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² |
10 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
1561 |
1061 |
0 |
Meelfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1561 |
1061 |
2 |
- p.c. < 500 t/u |
100 |
50 |
200 |
C |
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1561 |
1061 |
|
Grutterswarenfabrieken |
50 |
100 |
200 |
C |
|
50 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
1562 |
1062 |
0 |
Zetmeelfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1562 |
1062 |
1 |
- p.c. < 10 t/u |
200 |
50 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1571 |
1091 |
0 |
Veevoerfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1571 |
1091 |
5 |
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u |
200 |
50 |
200 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1572 |
1092 |
|
Vervaardiging van voer voor huisdieren |
200 |
100 |
200 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1581 |
1071 |
0 |
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1581 |
1071 |
1 |
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens |
30 |
10 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
1581 |
1071 |
2 |
- v.c. >= 7500 kg meel/week |
100 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1582 |
1072 |
|
Banket, biscuit- en koekfabrieken |
100 |
10 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1583 |
1081 |
0 |
Suikerfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1584 |
10821 |
0 |
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1584 |
10821 |
2 |
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² |
100 |
30 |
50 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1584 |
10821 |
5 |
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² |
100 |
30 |
50 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1585 |
1073 |
|
Deegwarenfabrieken |
50 |
30 |
10 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
1586 |
1083 |
0 |
Koffiebranderijen en theepakkerijen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1586 |
1083 |
2 |
- theepakkerijen |
100 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1587 |
108401 |
|
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden |
200 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1589 |
1089 |
|
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen |
200 |
30 |
50 |
|
|
30 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
1589.1 |
1089 |
|
Bakkerijgrondstoffenfabrieken |
200 |
50 |
50 |
|
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1589.2 |
1089 |
0 |
Soep- en soeparomafabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1589.2 |
1089 |
1 |
- zonder poederdrogen |
100 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
1589.2 |
1089 |
|
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken |
200 |
50 |
50 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1592 |
110102 |
0 |
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1592 |
110102 |
1 |
- p.c. < 5.000 t/j |
200 |
30 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
1598 |
1107 |
|
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken |
10 |
0 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
16 |
12 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
16 |
12 |
- |
VERWERKING VAN TABAK |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
160 |
120 |
|
Tabakverwerkende industrie |
200 |
30 |
50 |
C |
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
17 |
13 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
17 |
13 |
- |
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
171 |
131 |
|
Bewerken en spinnen van textielvezels |
10 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
172 |
132 |
0 |
Weven van textiel: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
172 |
132 |
1 |
- aantal weefgetouwen < 50 |
10 |
10 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
173 |
133 |
|
Textielveredelingsbedrijven |
50 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
174, 175 |
139 |
|
Vervaardiging van textielwaren |
10 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
1751 |
1393 |
|
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken |
100 |
30 |
200 |
|
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
176, 177 |
139, 143 |
|
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen |
0 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
18 |
14 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
18 |
14 |
- |
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
181 |
141 |
|
Vervaardiging kleding van leer |
30 |
0 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
183 |
142, 151 |
|
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont |
50 |
10 |
10 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
19 |
15 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
19 |
15 |
- |
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
192 |
151 |
|
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) |
50 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
193 |
152 |
|
Schoenenfabrieken |
50 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
20 |
16 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
20 |
16 |
- |
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2010.1 |
16101 |
|
Houtzagerijen |
0 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2010.2 |
16102 |
0 |
Houtconserveringsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2010.2 |
16102 |
1 |
- met creosootolie |
200 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2010.2 |
16102 |
2 |
- met zoutoplossingen |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
202 |
1621 |
|
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken |
100 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
203, 204, 205 |
162 |
0 |
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout |
0 |
30 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
203, 204, 205 |
162 |
1 |
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 |
0 |
30 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
21 |
17 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
21 |
17 |
- |
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2111 |
1711 |
|
Vervaardiging van pulp |
200 |
100 |
200 |
C |
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2112 |
1712 |
0 |
Papier- en kartonfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2112 |
1712 |
1 |
- p.c. < 3 t/u |
50 |
30 |
50 |
C |
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
2112 |
1712 |
2 |
- p.c. 3 - 15 t/u |
100 |
50 |
200 |
C |
Z |
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
212 |
172 |
|
Papier- en kartonwarenfabrieken |
30 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2121.2 |
17212 |
0 |
Golfkartonfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2121.2 |
17212 |
1 |
- p.c. < 3 t/u |
30 |
30 |
100 |
C |
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2121.2 |
17212 |
2 |
- p.c. >= 3 t/u |
50 |
30 |
200 |
C |
Z |
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
22 |
58 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
22 |
58 |
- |
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2221 |
1811 |
|
Drukkerijen van dagbladen |
30 |
0 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2222 |
1812 |
|
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) |
30 |
0 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
23 |
19 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
23 |
19 |
- |
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2320.2 |
19202 |
A |
Smeeroliën- en vettenfabrieken |
50 |
0 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
24 |
20 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
24 |
20 |
- |
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2411 |
2011 |
0 |
Vervaardiging van industriële gassen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2412 |
2012 |
|
Kleur- en verfstoffenfabrieken |
200 |
0 |
200 |
C |
|
200 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
2414.1 |
20141 |
B0 |
Methanolfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2414.1 |
20141 |
B1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
100 |
0 |
200 |
C |
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2442 |
2120 |
0 |
Farmaceutische produktenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2442 |
2120 |
1 |
- formulering en afvullen geneesmiddelen |
50 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
2462 |
2052 |
0 |
Lijm- en plakmiddelenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2462 |
2052 |
1 |
- zonder dierlijke grondstoffen |
100 |
10 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2464 |
205902 |
|
Fotochemische produktenfabrieken |
50 |
10 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2466 |
205903 |
A |
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken |
50 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
2466 |
205903 |
B |
Overige chemische produktenfabrieken n.e.g. |
200 |
30 |
100 |
C |
|
200 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
25 |
22 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
25 |
22 |
- |
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2512 |
221102 |
0 |
Loopvlakvernieuwingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2512 |
221102 |
1 |
- vloeropp. < 100 m2 |
50 |
10 |
30 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
2512 |
221102 |
2 |
- vloeropp. >= 100 m2 |
200 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2513 |
2219 |
|
Rubber-artikelenfabrieken |
100 |
10 |
50 |
|
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
252 |
222 |
0 |
Kunststofverwerkende bedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
252 |
222 |
1 |
- zonder fenolharsen |
200 |
50 |
100 |
|
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
252 |
222 |
3 |
- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen |
50 |
30 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
26 |
23 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
26 |
23 |
- |
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
261 |
231 |
0 |
Glasfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
261 |
231 |
1 |
- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2615 |
231 |
|
Glasbewerkingsbedrijven |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
262, 263 |
232, 234 |
0 |
Aardewerkfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
262, 263 |
232, 234 |
2 |
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW |
30 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
264 |
233 |
A |
Baksteen en baksteenelementenfabrieken |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
264 |
233 |
B |
Dakpannenfabrieken |
50 |
200 |
200 |
|
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2651 |
2351 |
0 |
Cementfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2652 |
235201 |
0 |
Kalkfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2652 |
235201 |
1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2653 |
235202 |
0 |
Gipsfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2653 |
235202 |
1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2661.1 |
23611 |
0 |
Betonwarenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2661.1 |
23611 |
1 |
- zonder persen, triltafels en bekistingtrille |
10 |
100 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2661.2 |
23612 |
0 |
Kalkzandsteenfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2661.2 |
23612 |
1 |
- p.c. < 100.000 t/j |
10 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2663, 2664 |
2363, 2364 |
0 |
Betonmortelcentrales: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2663, 2664 |
2363, 2364 |
1 |
- p.c. < 100 t/u |
10 |
50 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2665, 2666 |
2365, 2369 |
0 |
Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2665, 2666 |
2365, 2369 |
1 |
- p.c. < 100 t/d |
10 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
267 |
237 |
0 |
Natuursteenbewerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
267 |
237 |
1 |
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² |
10 |
30 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
267 |
237 |
2 |
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² |
10 |
30 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
2681 |
2391 |
|
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
2682 |
2399 |
B0 |
Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2682 |
2399 |
B2 |
- overige isolatiematerialen |
200 |
100 |
100 |
C |
|
50 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2682 |
2399 |
C |
Minerale produktenfabrieken n.e.g. |
50 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
2682 |
2399 |
D0 |
Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur |
100 |
50 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
27 |
24 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
28 |
25 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
28 |
25, 31 |
- |
VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
281 |
251, 331 |
0 |
Constructiewerkplaatsen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
281 |
251, 331 |
1 |
- gesloten gebouw |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
281 |
251, 331 |
1a |
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
281 |
251, 331 |
2 |
- in open lucht, p.o. < 2.000 m2 |
30 |
50 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
2821 |
2529, 3311 |
0 |
Tank- en reservoirbouwbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2822, 2830 |
2521, 2530, 3311 |
|
Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels |
30 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
284 |
255, 331 |
A |
Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven |
10 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
284 |
255, 331 |
B |
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. |
50 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
284 |
255, 331 |
B1 |
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
0 |
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
1 |
- algemeen |
50 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
10 |
- stralen |
30 |
200 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
11 |
- metaalharden |
30 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
12 |
- lakspuiten en moffelen |
100 |
30 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
2 |
- scoperen (opspuiten van zink) |
50 |
50 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
3 |
- thermisch verzinken |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
4 |
- thermisch vertinnen |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
5 |
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) |
30 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561,3311 |
6 |
- anodiseren, eloxeren |
50 |
10 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
7 |
- chemische oppervlaktebehandeling |
50 |
10 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
8 |
- emailleren |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2851 |
2561, 3311 |
9 |
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) |
30 |
30 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
2852 |
2562, 3311 |
1 |
Overige metaalbewerkende industrie |
10 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
2852 |
2562, 3311 |
2 |
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
287 |
259, 331 |
A0 |
Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
287 |
259, 331 |
A1 |
- p.o. < 2.000 m2 |
30 |
50 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
287 |
259, 331 |
B |
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
287 |
259, 331 |
B |
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
29 |
27, 28, 33 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
29 |
27, 28, 33 |
- |
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
29 |
27, 28, 33 |
0 |
Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
29 |
27, 28, 33 |
1 |
- p.o. < 2.000 m2 |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
29 |
27, 28, 33 |
2 |
- p.o. >= 2.000 m2 |
50 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
30 |
26, 28, 33 |
- |
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
30 |
26, 28, 33 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
30 |
26, 28, 33 |
A |
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
31 |
26, 27, 33 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
31 |
26, 27, 33 |
- |
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
311 |
271, 331 |
|
Elektromotoren- en generatorenfabrieken incl. reparatie |
200 |
30 |
30 |
|
|
50 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
312 |
271, 273 |
|
Schakel- en installatiemateriaalfabrieken |
200 |
10 |
30 |
|
|
50 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
313 |
273 |
|
Elektrische draad- en kabelfabrieken |
100 |
10 |
200 |
|
|
100 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
314 |
272 |
|
Accumulatoren- en batterijenfabrieken |
100 |
30 |
100 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
32 |
26,33 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
32 |
26, 33 |
- |
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
321 t/m 323 |
261, 263, 264, 331 |
|
Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. |
30 |
0 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
3210 |
2612 |
|
Fabrieken voor gedrukte bedrading |
50 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
33 |
26, 32, 33 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
33 |
26, 32, 33 |
- |
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
33 |
26, 32, 33 |
A |
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie |
30 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
34 |
29 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
34 |
29 |
|
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
341 |
291 |
0 |
Autofabrieken en assemblagebedrijven |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
341 |
291 |
1 |
- p.o. < 10.000 m2 |
100 |
10 |
200 |
C |
|
30 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
3420.1 |
29201 |
|
Carrosseriefabrieken |
100 |
10 |
200 |
|
|
30 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
3420.2 |
29202 |
|
Aanhangwagen- en opleggerfabrieken |
30 |
10 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
343 |
293 |
|
Auto-onderdelenfabrieken |
30 |
10 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
35 |
30 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
35 |
30 |
- |
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
351 |
301, 3315 |
0 |
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
351 |
301, 3315 |
1 |
- houten schepen |
30 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
351 |
301, 3315 |
2 |
- kunststof schepen |
100 |
50 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
351 |
301, 3315 |
3 |
- metalen schepen < 25 m |
50 |
100 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
352 |
302, 317 |
0 |
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
352 |
302, 317 |
1 |
- algemeen |
50 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
353 |
303,3316 |
0 |
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
353 |
303, 3316 |
1 |
- zonder proefdraaien motoren |
50 |
30 |
200 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
354 |
309 |
|
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken |
30 |
10 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
355 |
3099 |
|
Transportmiddelenindustrie n.e.g. |
30 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
36 |
31 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
36 |
31 |
- |
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
361 |
310 |
1 |
Meubelfabrieken |
50 |
50 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
362 |
321 |
|
Fabricage van munten, sieraden e.d. |
30 |
10 |
10 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
363 |
322 |
|
Muziekinstrumentenfabrieken |
30 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
364 |
323 |
|
Sportartikelenfabrieken |
30 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
365 |
324 |
|
Speelgoedartikelenfabrieken |
30 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
3663.1 |
32991 |
|
Sociale werkvoorziening |
0 |
30 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
3663.2 |
32999 |
|
Vervaardiging van overige goederen n.e.g. |
30 |
10 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
37 |
38 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
- |
PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
A0 |
Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
B0 |
bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
B1 |
- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie |
100 |
50 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
40 |
35 |
B2 |
- vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa |
50 |
50 |
100 |
|
|
30 |
R |
100 |
|
3.2 |
|
|
|
40 |
35 |
C0 |
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
C1 |
- < 10 MVA |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
40 |
35 |
C2 |
- 10 - 100 MVA |
0 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
40 |
35 |
C3 |
- 100 - 200 MVA |
0 |
0 |
100 |
C |
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
40 |
35 |
D0 |
Gasdistributiebedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
D5 |
- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D |
0 |
0 |
50 |
C |
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
40 |
35 |
E0 |
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
40 |
35 |
E1 |
- stadsverwarming |
30 |
10 |
100 |
C |
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
41 |
36 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
36 |
- |
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
36 |
A0 |
Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
36 |
A2 |
- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling |
10 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
41 |
36 |
B0 |
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
41 |
36 |
B1 |
- < 1 MW |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
41 |
36 |
B2 |
- 1 - 15 MW |
0 |
0 |
100 |
C |
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
45 |
41, 42, 43 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45 |
41, 42, 43 |
- |
BOUWNIJVERHEID |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45 |
41, 42, 43 |
0 |
Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² |
10 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
45 |
41, 42, 43 |
1 |
- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
45 |
41, 42, 43 |
2 |
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m² |
10 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
45 |
41, 42, 43 |
3 |
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² |
0 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
50 |
45, 47 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
50 |
45, 47 |
- |
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
501 |
451 |
|
Groothandel in vrachtauto's (incl. import) |
10 |
10 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
5020.4 |
45204 |
A |
Autoplaatwerkerijen |
10 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
5020.4 |
45204 |
C |
Autospuitinrichtingen |
50 |
30 |
30 |
|
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
51 |
46 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
51 |
46 |
- |
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5121 |
4621 |
0 |
Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders |
30 |
30 |
50 |
|
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5122 |
4622 |
|
Grth in bloemen en planten |
10 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5123 |
4623 |
|
Grth in levende dieren |
50 |
10 |
100 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
5124 |
4624 |
|
Grth in huiden, vellen en leder |
50 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5125, 5131 |
46217, 4631 |
|
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen |
30 |
10 |
30 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5132, 5133 |
4632, 4633 |
|
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën |
10 |
0 |
30 |
|
|
50 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5134 |
4634 |
|
Grth in dranken |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5135 |
4635 |
|
Grth in tabaksprodukten |
10 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5136 |
4636 |
|
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk |
10 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5137 |
4637 |
|
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen |
30 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5138, 5139 |
4638, 4639 |
|
Grth in overige voedings- en genotmiddelen |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
514 |
464, 46733 |
|
Grth in overige consumentenartikelen |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5148.7 |
46499 |
0 |
Grth in vuurwerk en munitie: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5148.7 |
46499 |
1 |
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton |
10 |
0 |
30 |
|
|
10 |
V |
30 |
|
2 |
|
|
|
5148.7 |
46499 |
2 |
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton |
10 |
0 |
30 |
|
|
50 |
V |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5148.7 |
46499 |
5 |
- munitie |
0 |
0 |
30 |
|
|
30 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5151.1 |
46711 |
0 |
Grth in vaste brandstoffen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5151.1 |
46711 |
1 |
- klein, lokaal verzorgingsgebied |
10 |
50 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5151.2 |
46712 |
0 |
Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5151.2 |
46712 |
1 |
- vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3 |
50 |
0 |
50 |
|
|
200 |
R |
200 |
D |
4.1 |
|
|
|
5151.3 |
46713 |
|
Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen) |
100 |
0 |
30 |
|
|
50 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
5152.1 |
46721 |
0 |
Grth in metaalertsen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5152.2 /.3 |
46722, 46723 |
|
Grth in metalen en -halffabrikaten |
0 |
10 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
5153 |
4673 |
0 |
Grth in hout en bouwmaterialen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5153 |
4673 |
1 |
- algemeen: b.o. > 2000 m² |
0 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5153 |
4673 |
2 |
- algemeen: b.o. <= 2000 m² |
0 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5153.4 |
46735 |
4 |
zand en grind: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5153.4 |
46735 |
5 |
- algemeen: b.o. > 200 m² |
0 |
30 |
100 |
|
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
5153.4 |
46735 |
6 |
- algemeen: b.o. <= 200 m² |
0 |
10 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5154 |
4674 |
0 |
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5154 |
4674 |
1 |
- algemeen: b.o. > 2.000 m² |
0 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5154 |
4674 |
2 |
- algemeen: b.o. < = 2.000 m² |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5155.1 |
46751 |
|
Grth in chemische produkten |
50 |
10 |
30 |
|
|
100 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
5155.2 |
46752 |
|
Grth in kunstmeststoffen |
30 |
30 |
30 |
|
|
30 |
R |
30 |
|
2 |
|
|
|
5156 |
4676 |
|
Grth in overige intermediaire goederen |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
5157 |
4677 |
0 |
Autosloperijen: b.o. > 1000 m² |
10 |
30 |
100 |
|
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
5157 |
4677 |
1 |
- autosloperijen: b.o. <= 1000 m² |
10 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
5157.2/3 |
4677 |
0 |
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m² |
10 |
30 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
5157.2/3 |
4677 |
1 |
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² |
10 |
10 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
518 |
466 |
0 |
Grth in machines en apparaten: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
518 |
466 |
1 |
- machines voor de bouwnijverheid |
0 |
10 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
518 |
466 |
2 |
- overige |
0 |
10 |
50 |
|
|
0 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
519 |
466, 469 |
|
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
60 |
47 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
60 |
49 |
- |
VERVOER OVER LAND |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6021.1 |
493 |
|
Bus-, tram- en metrostations en -remises |
0 |
10 |
100 |
C |
|
0 |
|
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
6023 |
493 |
|
Touringcarbedrijven |
10 |
0 |
100 |
C |
|
0 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
6024 |
494 |
0 |
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m² |
0 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
6024 |
494 |
1 |
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m² |
0 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
603 |
495 |
|
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
D |
2 |
|
|
|
63 |
52 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
63 |
52 |
- |
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6311.2 |
52242 |
0 |
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6311.2 |
52242 |
2 |
- stukgoederen |
0 |
10 |
100 |
|
|
50 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
6312 |
52102, 52109 |
A |
Distributiecentra, koelhuizen |
30 |
10 |
50 |
C |
|
50 |
R |
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
6312 |
52109 |
B |
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) |
0 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
6321 |
5221 |
2 |
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) |
10 |
0 |
100 |
C |
|
30 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
64 |
53 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
64 |
53 |
- |
POST EN TELECOMMUNICATIE |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
641 |
531, 532 |
|
Post- en koeriersdiensten |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
71 |
77 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
71 |
77 |
- |
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
712 |
7712, 7739 |
|
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) |
10 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
713 |
773 |
|
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen |
10 |
0 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
714 |
772 |
|
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. |
10 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
30 |
D |
2 |
|
|
|
72 |
62 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
72 |
62 |
- |
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
72 |
58, 63 |
B |
Datacentra |
0 |
0 |
30 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
74 |
63, 69tm71, 73,74,77,78, 80tm82 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
74 |
63, 69tm71, 73,74,77,78, 80tm82 |
- |
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
747 |
812 |
|
Reinigingsbedrijven voor gebouwen |
50 |
10 |
30 |
|
|
30 |
|
50 |
D |
3.1 |
|
|
|
7481.3 |
74203 |
|
Foto- en filmontwikkelcentrales |
10 |
0 |
30 |
C |
|
10 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
7484.3 |
82991 |
|
Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten |
50 |
30 |
200 |
C |
|
50 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
90 |
37, 38, 39 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
90 |
37, 38, 39 |
- |
MILIEUDIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9001 |
3700 |
A0 |
RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9001 |
3700 |
A1 |
- < 100.000 i.e. |
200 |
10 |
100 |
C |
|
10 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
9001 |
3700 |
B |
rioolgemalen |
30 |
0 |
10 |
C |
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
9002.1 |
381 |
A |
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. |
50 |
30 |
50 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
9002.1 |
381 |
B |
Gemeentewerven (afval-inzameldepots) |
30 |
30 |
50 |
|
|
30 |
R |
50 |
|
3.1 |
|
|
|
9002.2 |
382 |
A0 |
Afvalverwerkingsbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9002.2 |
382 |
A2 |
- kabelbranderijen |
100 |
50 |
30 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
9002.2 |
382 |
A4 |
- pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) |
50 |
10 |
30 |
|
|
10 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
9002.2 |
382 |
A5 |
- oplosmiddelterugwinning |
100 |
0 |
10 |
|
|
30 |
R |
100 |
D |
3.2 |
|
|
|
9002.2 |
382 |
A7 |
- verwerking fotochemisch en galvano-afval |
10 |
10 |
30 |
|
|
30 |
R |
30 |
|
2 |
|
|
|
9002.2 |
382 |
C0 |
Composteerbedrijven: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9002.2 |
382 |
C3 |
- belucht v.c. < 20.000 ton/jr |
100 |
100 |
100 |
|
|
10 |
|
100 |
|
3.2 |
|
|
|
9002.2 |
382 |
C4 |
- belucht v.c. > 20.000 ton/jr |
200 |
200 |
100 |
|
|
30 |
|
200 |
|
4.1 |
|
|
|
9002.2 |
382 |
C5 |
- GFT in gesloten gebouw |
200 |
50 |
100 |
|
|
100 |
R |
200 |
|
4.1 |
|
|
|
93 |
96 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
93 |
96 |
- |
OVERIGE DIENSTVERLENING |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9301.1 |
96011 |
A |
Wasserijen en strijkinrichtingen |
30 |
0 |
50 |
C |
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
9301.1 |
96011 |
B |
Tapijtreinigingsbedrijven |
30 |
0 |
50 |
|
|
30 |
|
50 |
|
3.1 |
|
|
|
9301.2 |
96012 |
|
Chemische wasserijen en ververijen |
30 |
0 |
30 |
|
|
30 |
R |
30 |
|
2 |
|
|
|
9301.3 |
96013 |
A |
Wasverzendinrichtingen |
0 |
0 |
30 |
|
|
0 |
|
30 |
|
2 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Criterium
|
Nadere toelichting |
|
Hobbymatig gebruik
|
de te stallen paarden mogen uitsluitend voor eigen, hobbymatig, gebruik zijn. Er mag geen sprake zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet Milieubeheer (bedrijfsmatige activiteit, of een activiteit alsof zij bedrijfsmatig was).
|
|
Oppervlakte perceel |
alleen (zeer) grote percelen met een oppervlak van tenminste 3500 m2 komen in aanmerking.
|
|
Oppervlakte bijgebouwen |
de oppervlakte aan bijgebouwen die mag worden gebruikt voor het stallen van paarden mag de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen niet overschrijden.
|
|
Afstanden |
afstand van de stalling tot perceelsgrenzen dient ten minste 25 m en de afstand tot de dichtstbijzijnde, niet tot het perceel behorende woonbebouwing (“de buren”) dient ten minste 50 m te bedragen;
|
|
Opslag voer/hooi e.d.
|
de opslag van voer/hooi e.d. moet geheel binnen het bijgebouw plaatsvinden.
|
|
Milieuaspecten
|
Minimaal vereist is een stallingruimte met een vloeistofdichte vloer met opstaande randen
Eventuele opslag / afvoer van mest: eventuele mestopslag dient plaats te vinden in een ruimte/ bak met een vloeistofdichte vloer en mag niet leiden tot overlast tot de directe (woon)omgeving;
|
|
Paardenbakken, longeerruimten en/of paddocks/paardenweides
|
Zijn niet toegestaan. Bij percelen, groter dan 1 ha. kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een paddock |
Bijlage 4: Gebiedsinventarisatie cultuurhistorische waarden Ammonslaantje / Maaldrift
Zie afzonderlijk als bijlage bijgevoegd PDF bestand
[1] Arbeidsintensieve/bezoekersintensieve bedrijven (industrie, laboratorium, werkplaats)
[2] Met minimum van 3 parkeerplaatsen per praktijk
[3] Met minimum van 3 parkeerplaatsen per praktijk
[4] Het netto terrein is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten
[5] Arbeidsplaats = maximaal gelijktijdig aanwezig aantal werknemers.
[6] Exclusief Kiss & Ride
[7] Kies ondergrens bij grote ‘bovenwijkse’ functie