Bestemmingsplan « Maasstraat 27 RhoonÕ, gemeente Albrandswaard
Regels
Artikel 5 Waarde Š Archeologie 2
Artikel 6 Anti-dubbeltelbepaling
Artikel 8 Algemene aanduidingsregels
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Vastgesteld
9 mei 2022
In
deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan
het bestemmingsplan «Maasstraat 27 Rhoon« van de gemeente Albrandswaard.
1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO. 0613.BPMaasstraat27-VST1 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen).
1.3
aanbouw
een direct met het hoofdgebouw verbonden gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie en afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.4
aangebouwd bijgebouw
een indirect met het hoofdgebouw verbonden gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw dan wel in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie en afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.7
afvalinzamelsysteem
al dan niet geheel of gedeeltelijk onder peil gelegen bouwwerken en/of voorzieningen ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval, glas en dergelijke;
1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden;
1.9
bebouwing
ˇˇn of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.10
bed-and-breakfast
Een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de betreffende bestemming, met een maximum verblijfsduur van 6 weken, zonder kookgelegenheid. Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.
1.11
bedrijfsmatige activiteiten
het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen zakelijke dienstverlening of een seksinrichting zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheden, geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving;
1.12
beperkt kwetsbaar object
een object zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
1.13
beroepsmatige activiteiten
een beroep, of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;
1.14
bestaand
bij bebouwing: de bebouwing zoals aanwezig ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan, bij gebruik: het gebruik zoals dat ten tijde van het in werkingtreden van het plan aanwezig was;
1.15
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
1.16
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.17
bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel opzicht en qua afmeting ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
1.18
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.19
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
1.20
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, een ondergrondse of halfverdiepte parkeerlaag of een zolder;
1.21
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, dan wel op een deel daarvan, waarop krachtens het plan bebouwing is toegestaan;
1.22
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel;
1.23
bouwvlak
een door bouw- en/of bestemmingsgrenzen op aangegeven vlak, waarbinnen ingevolge deze regels bepaalde gebouwen mogen worden gebouwd, tenzij in deze regels anders is bepaald;
1.24
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.25
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.26
dienstverlening
met detailhandel vergelijkbare activiteiten die gericht zijn op het verlenen van diensten aan of ten gerieve van particulieren, zoals kapsalons, reisbureaus en bankfilialen en daarmee naar de aard vergelijkbare vestigingen;
1.27
erfbebouwing
uitbreiding woonruimte en of bijgebouwen al dan niet aangebouwd;
1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.29
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.30
onderkomen
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;
1.31
overig bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
1.32
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
1.33
peil
1.34
perceel
zie bouwperceel;
1.35
straatmeubilair
bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-)voorzieningen, zoals:
1.36
uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, dat een vergroting van de bestaande ruimte in dat hoofdgebouw is en direct daarmee in open verbinding staat;
1.37
verdieping
de tweede bouwlaag en hoger gelegen bouwlagen van een gebouw.
1.38
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt;
1.39
vloeroppervlak
de totale opppervlakte van binnen gebouwen gelegen ruimten.
1.40
Wet geluidhinder
de Wet geluidhinder zoals die gold ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp plan;
1.41
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van ˇˇn afzonderlijk huishouden.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
de grondoppervlakte
de grondoppervlakte van een gebouw of ander bouwwerk wordt gemeten buitenwerks bij een verticale projectie van de gevels op een horizontaal vlak;
2.2
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.3
de (bouw)hoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.4
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.5
de hoogte eerste bouwlaag
wordt gemeten 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
2.6
de bebouwde oppervlakte
van een perceel, bouwvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en 1 m boven peil, met dien verstande, dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overige bouwwerken worden opgeteld;
2.7
afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens
wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens;
2.8
de breedte van een watergang
de breedte van een watergang wordt gemeten op de waterlijn bij maximaal peil;
2.9
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.10
ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrenzen en/of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt;
2.11
ondergrondse bouwwerken
De regels van dit plan zijn van overeenkomstige toepassing op ondergrondse bouwwerken.
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
3.2 Bouwregels
Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend
bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande,
dat:
1.
de grondoppervlakte
niet meer dan 3,4 m2 bedraagt;
2.
de goothoogte niet
meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bijbehorende woning;
3.
de afstand van het
gebouw tot de naar de openbare ruimte toegekeerde
3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Entree, tochtportaal en/of erker
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in lid 3.2 binnen de bestemming voor het bouwen
aan de zijgevel van een entree, tochtportaal en/of erker met dien verstande
dat:
1. de grondoppervlakte niet
meer bedraagt dan 2 m2;
2. de goothoogte niet meer
bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bijbehorende woning;
3. de afstand van het
gebouw tot de naar de openbare ruimte toegekeerde perceelsgrens ten minste 1 m
zal bedragen;
4. de naast een woning
bestaande parkeergelegenheid op eigen erf behouden blijft.
3.3.2 Overige bouwwerken
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning
afwijken van het bepaalde in lid 3.2 binnen de bestemming voor het
bouwen van overige bouwwerken met een bouwhoogte van maximaal 3 m, mits:
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
4.2 Bouwregels
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende
bouwregels:
4.2.1 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende
bouwregels:
4.2.2 Aan-, uit- en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan-, uit- en bijgebouwen bij
hoofdgebouwen gelden de volgende bouwregels:
4.2.3 Overige bouwwerken (geen gebouwen zijde)
Voor het bouwen van overige bouwwerken (geen gebouwen
zijnde) gelden de volgende bouwregels:
met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen met het
openbaar gebied groene afscheidingen dienen te betreffen in de vorm van een
haag of een combinatie van een muur/hek met haag.
4.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning af te
wijken van het bepaalde in artikel 4.2.2, lid 2 voor:
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Bed-and-Breakfast
Binnen het bouwvlak is een bed-and-breakfast toegestaan, met dien verstande dat:
4.4.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren
De nieuwe woningen mogen uitsluitend in gebruik worden
genomen onder de voorwaarde dat:
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van
het bepaalde in artikel 4.4.1, met dien verstande dat:
Artikel 5 Š Waarde
- Archeologie 2
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn,
behalve voor andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van
de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Rapport archeologische deskundige
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de
aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan
burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin
de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden
verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is
vastgesteld.
Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om
omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het
heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de
oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in 5.3.1.
5.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning
voor het bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de
archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de
volgende regels verbinden:
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk,
geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1 Verbod
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het
verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester
en wethouders de hierna onder 25.3.2 genoemde
werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q.
te laten uitvoeren die dieper reiken dan 0,5 m beneden maaiveld en die tevens
een terreinoppervlakte van meer dan 200 vierkante meter beslaan.
5.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken
c.q. werkzaamheden
5.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden
Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken
zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de
betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren
ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor
bestaande weg- en leidingcunetten.
5.3.4 Vergunning
Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan
burgemeester en wethouders heeft overlegd van een archeologisch deskundige
waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal
worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende
mate is vastgesteld.
5.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning
Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden
verbonden:
Artikel 6 - Anti-dubbelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 - Algemene bouwregels
7.1
Ondergronds bouwen
7.1.1
Algemeen
De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden:
7.1.2
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1.1 onder a ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bestaande, bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
7.2
Uitsluitend aanvullende werking bouwverordening
De regels van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:
7.3
Geluid
7.3.1
Industrielawaai
De bouw van geluidsgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone-industrie' is uitsluitend toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen.
7.3.2
Verkeerslawaai
De bouw van geluidsgevoelige objecten is uitsluitend toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen.
Artikel 8 - Algemene aanduidingsregels
8.1.1 Industrielawaai
De bouw van geluidsgevoelige objecten binnen
de aangegeven gebiedsaanduiding 'Geluidzone- Industrie' is uitsluitend
toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde
normen of de verleende hogere waarden zoals opgenomen in de bijlage bij dit
plan.
Artikel 9 Algemene
afwijkingsregels
9.1 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij
omgevingsvergunning af te wijken van de bepalingen in de regels ten aanzien van
de volgende onderwerpen:
a. de bouw ten dienste van het openbaar nut
van:
1. niet voor bewoning bestemde gebouwen ten
dienste van het openbaar nut waarbij de inhoud niet meer mag bedragen dan 75 m3 en
de goothoogte niet meer mag bedragen dan 2,25 m, gasdrukregel- en
gasdrukmeetstations uitgezonderd;
2. overige bouwwerken, zoals standbeelden,
uitingen van kunst en dergelijke, met een bouwhoogte van niet meer dan 10 m;
3. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid
van de omgevingsvergunning voor het afwijken dient in de belangenafweging
eveneens te worden gelet op de effecten met betrekking tot de verkeersveiligheid
(voldoende ruimte voor voetgangers en/of bedienend verkeer);
b. het in geringe mate aanpassen van het plan,
zoals een bestemmingsgrens, een bouwgrens of een aanduiding te veranderen,
indien bij de definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze nadere
bepaling of aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het
plan redelijk gewenst of noodzakelijk is waarbij:
1. de grenzen met niet meer dan 2 m mogen
worden verschoven;
2. de grenzen met niet meer dan 5 m mogen
worden verschoven;
c. het afwijken van de voorgeschreven
maatvoeringen voor bouwwerken, indien in verband met ingekomen bouwplannen deze
wijzigingen nodig zijn, waarbij van de maatvoeringen met ten hoogste 10% mag
worden afgeweken; met betrekking tot deze omgevingsvergunning voor het afwijken
geldt, dat:
1. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan
aan de stedenbouwkundige hoofdopzet;
2. de omgevingsvergunning voor het afwijken
slechts mag worden toegepast op primaire bouwnormen (normen welke 'als recht'
zijn toegestaan); cumulatieve toepassing van deze bepaling op een eerder
verleende omgevingsvergunning voor het afwijken ten aanzien van de bouwnorm is
niet toegestaan;
3. het oprichten van overige bouwwerken, zoals
antenne-installaties en vlaggenmasten, met een bouwhoogte van niet meer dan 20
m.
HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels
10.1
Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1
Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
10.1.2
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 10.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1.1 met maximaal 10%.
10.1.3
Uitzondering
Lid 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1
Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
10.2.2
Veranderen strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
10.2.3
Onderbreken strijdig gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in het lid 10.2.1 na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
10.2.4
Uitzondering
Lid 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan «Maasstraat 27 RhoonÕ van de gemeente Albrandswaard.