direct naar inhoud van Regels
Plan: Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00073-0301

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Binnenstad van de gemeente Leiden;

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0546.BP00073-0301 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

1.3 aan-huis-verbonden beroeps-/ bedrijfsactiviteit

een beroeps-/ bedrijfsactiviteit, zijnde een kantoor, atelier, dienstverlening of bed and breakfast, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door een bewoner van de op het bouwperceel gesitueerde woning, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt;

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/ of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6 archeologisch onderzoek

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;

1.7 archeologisch rapport

in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden;

1.8 archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische resten;

1.9 archeologische waarde

de waarde die een gebied bezit op grond van de aldaar aanwezige archeologische resten;

1.10 atelier

creatieve werkplaats;

1.11 auditorium

een stenen (of van ander duurzaam materiaal gemaakte) constructie van hoogstens 40 m2 groot ten behoeve van onderwijs voorzieningen;

1.12 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.13 bed and breakfast

een kleinschalige accommodatie bedoeld voor overnachting waarbij alleen ontbijt wordt verstrekt. De onderneming is gevestigd op het (bouw)perceel van de hoofdbewoner(s) die de werkzaamheden omtrent de B&B (overwegend) zelf uitvoeren. De bed & breakfast mag niet meer bedragen dan 40% van het woonoppervlak;

1.14 bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, verhandelen, installeren en/of herstellen van goederen;

1.15 bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein;

1.16 bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten, van een gebouw dat wordt gebruikt voor een beroep of bedrijf exclusief eventueel terras buiten;

1.17 begane grond

de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau;

1.18 beperkt kwetsbaar object

objecten waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden;

1.19 bestaande situatie
  • a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip waarop het bestemmingsplan in werking is getreden, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
  • b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip waarop het bestemmingsplan in werking is getreden;
1.20 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.21 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.22 Bevi-inrichtingen

een inrichting, bij welke ingevolge artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

1.23 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd, of ander bouwwerk, met een dak;

1.24 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, waaronder begrepen een vaste ligplaats voor een woonschip;

1.25 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.26 bouwkundige onderdelen

dragende muren, houtskeletconstructies, vloerconstructies, trappen, spantconstructies en kelders;

1.27 bouwlaag

een (doorlopend) gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, een kelder en andere (al dan niet deels) ondergronds gelegen ruimten en een zolderverdieping meegerekend;

1.28 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.29 bouwperceelgrens

grens van het bouwperceel;

1.30 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.31 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.32 bouwhistorische bebouwing

een als zodanig op de verbeelding aangegeven gebouw, niet zijnde een beschermd monument, dat van belang is vanwege de bouwhistorische waarde van het gebouw;

1.33 cultuur en ontspanning

culturele, educatieve, recreatieve, sociale of godsdienstige voorzieningen met de daarbij behorende strikt functiegebonden ondersteunende horeca, dienstverlening en/of detailhandel;

1.34 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.35 dakkapel

een uitspringend gedeelte op een hellend dak waarin een raamkozijn is opgenomen en die voorzien is van zijwanden;

1.36 dakterras:

een bouwkundige voorziening op het platte dak van een perceel dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk;

1.37 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van horeca zoals gedefinieerd in begripsbepaling 1.48';

1.38 dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, en bankfilialen;

1.39 eerste bouwlaag

de onderste bouwlaag, waarvan de vloer op of boven maaiveld is gelegen;

1.40 entreegebouw

een gebouw bedoeld voor trappen, liften, betaalautomaten en technische ruimten, behorend bij de onderliggende parkeergarage, en aanvullende voorzieningen, waaronder sanitaire voorzieningen en een informatiepunt;

1.41 evenementen

periodieke en/of incidentele manifestaties zoals concerten, festivals, sportmanifestaties, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows en thematische markten, onder te verdelen in de volgende categorieën evenementen:

Evenement categorie 1:

alle evenementen met alleen onversterkte muziek en alle evenementen met een versterkt geluidsniveau tot maximaal 70 dB(A), op de gevels van de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige gebouwen;

Evenement categorie 2a:

evenementen met een geluidsniveau van maximaal 80 dB(A) en 92 dB(C) op de gevels van de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige gebouwen;

Evenement categorie 2b:

evenementen met een geluidsniveau van maximaal 85 dB(A) en 97 dB(C) op de gevels van de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige gebouwen indien het geluid wordt voortgebracht door live optredende artiesten. Indien het geluid wordt voortgebracht door geluidsinstallaties ten behoeve van achtergrondmuziek, pauzemuziek, verslaglegging of commentaar tijdens een evenement geldt een norm van maximaal 80 dB(A) en 92 dB(C) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige gebouwen;

Evenement categorie 3:

evenementen met een geluidsniveau van maximaal 90 dB(A) en 100 dB(C) op de gevels van de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige gebouwen;

1.42 evenementendag

Periode tussen 09.00 en 24:00. Bij evenementen op het water geldt een aaneengesloten tijdsperiode van 24 uur, die aanvangt op het moment dat de doorvaarbaarheid van het water volledig is gestremd;

1.43 galerie

tentoonstellings- en verkoopruimte voor kunst;

1.44 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.45 geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting, bij welke ingevolge artikel 40 van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld;

1.46 hoofdfunctie

een functie waarvoor het gebouw hoofdzakelijk mag worden gebruikt;

1.47 hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht;

1.48 horeca:
  • het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken, eventueel in combinatie met het exploiteren van zaalaccommodaties (niet congres- of vergaderaccommodatie), en/of
  • het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen snacks (gefrituurde, gegrilde of vergelijkbare etenswaren), en/of,
  • het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.

De volgende categorieën worden onderscheiden:

horeca categorie 1:

Horeca inrichting, die uitsluitend tussen 6:00 uur en 22:00 uur geopend is, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

  • hoofdzakelijk kleine etenswaren en/of alcoholvrije dranken worden verstrekt.

Voorbeelden: thee- en koffieconcepten, brood- en lunchconcepten, ijs- en yoghurtconcepten.

horeca categorie 1*:

Horeca inrichting, die uitsluitend tussen 6:00 uur en 22:00 uur geopend is, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

  • hoofdzakelijk, ten behoeve van een brood- of lunchconcept, kleine etenswaren en/of alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waar
  • ondergeschikt daaraan eventueel wijn en/of zwak alcoholhoudende dranken worden verstrekt.

Voorbeelden: brood- en lunchconcepten.

horeca categorie 2:

Horeca inrichting waar:

  • al dan niet voor gebruik ter plaatse snacks worden verstrekt, en waar eventueel in combinatie daarmee uitsluitend alcoholvrije dranken worden verstrekt.

Voorbeelden: fastfoodconcepten, healthy fastfoodconcepten, snackbars, shoarmazaken.

horeca categorie 3:

Horeca inrichting, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

  • hoofdzakelijk maaltijden worden verstrekt en
  • eventueel, ondergeschikt daaraan, dranken en/of kleine etenswaren worden verstrekt.

Voorbeelden: restaurants, pannenkoekenrestaurants, pizzeria's.

horeca categorie 3*:

Horeca inrichting, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

  • maaltijden en dranken worden verstrekt eventueel in combinatie met kleine etenswaren.

Voorbeelden: restaurants, pannenkoekenrestaurants, eetcafés, grand-cafés, brasseries, bistro's, pizzeria's.

horeca categorie 3**:

Horeca inrichting, die indien geopend altijd uiterlijk vanaf 12:00 uur geopend is, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

  • hoofdzakelijk maaltijden worden verstrekt, eventueel in combinatie met kleine etenswaren en
  • eventueel, ondergeschikt daaraan, dranken worden verstrekt.

Voorbeelden: restaurants, pannenkoekenrestaurants, pizzeria's.

horeca categorie 4:

Horeca inrichting, niet zijnde een horeca inrichting als bedoeld in categorie 2, waar:

  • hoofdzakelijk dranken worden verstrekt, en waar
  • eventueel in combinatie daarmee kleine etenswaren worden verstrekt, en/of
  • eventueel in combinatie daarmee tot een maximum van 12 keer per jaar entertainment wordt aangeboden, zoals het geven van gelegenheid tot dansen.

Voorbeelden: cafés, bars, pubs, bier-, wijn- en cocktailconcepten.

horeca categorie 5:

Horeca inrichting, niet zijnde een horeca categorie 2, waar:

  • hoofdzakelijk dranken worden verstrekt en entertainment wordt aangeboden, zoals het geven van gelegenheid tot dansen, en waar
  • eventueel in combinatie daarmee kleine etenswaren worden verstrekt.

Voorbeelden: clubs, discotheken, feestcafés, uitgaansconcepten, partycentra, danscafés, karaokebars.

horeca categorie 5*:

Horeca inrichting als bedoeld in categorie 5, met een totale bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 250 m2.

Voorbeelden: clubs, discotheken, feestcafés, uitgaansconcepten, partycentra, danscafés, karaokebars.

horeca categorie 6:

Horeca inrichting waar:

  • hoofdzakelijk gelegenheid tot tijdelijk slaapverblijf wordt gegeven, en waar
  • eventueel in combinatie daarmee maaltijden, dranken en/of kleine etenswaren worden verstrekt.

Voorbeelden: hotels, motels en pensions

horeca categorie 7:

Horeca inrichting die uitsluitend toegankelijk is voor een besloten groep mensen, zoals leden van een vereniging.

Voorbeelden: (studenten)sociëteiten.

1.49 kantoor

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig diensten worden verleend, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congres- en vergaderaccommodatie;

1.50 kap

een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een helling elk van ten minste 45º en ten hoogste 75º ten dienste van de afdekking van een gebouw. De dakschilden dienen ten minste 40% van de horizontale projectie van het oppervlak van het dak te bedekken;

1.51 karakteristiek pand

een als zodanig op de verbeelding aangegeven gebouw, niet zijnde een beschermd monument, dat van belang is voor het historisch stadsbeeld en de historische stadsstructuur in het Rijks beschermd stadsgezicht danwel van belang is vanwege de architectuur van het gebouw;

1.52 kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met artistieke en/ of culturele waarde;

1.53 kunstwerk

civieltechnisch bouwwerk;

1.54 kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)

de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie is binnen de beroepsgroep de geldende norm voor de uitvoering van archeologisch onderzoek;

1.55 kwetsbare objecten

objecten waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden;

1.56 maatschappelijke voorzieningen

onderwijsvoorzieningen, begraafplaatsen, crematoria, (para)medische en verpleegvoorzieningen, bejaardenvoorzieningen, verzorgingshuizen, kinderopvang, buurt- en wijkcentra, welzijnsvoorzieningen, sociale voorzieningen, overheidsvoorzieningen, religieuze voorzieningen, voorzieningen van openbaar nut met de daarbij behorende strikt functiegebonden ondersteunende horeca, dienstverlening en/of detailhandel;

1.57 nutsbedrijf:

bedrijf gericht op het leveren van voorzieningen van openbaar nut, zoals gas, water, elektriciteit en telecommunicatie;

1.58 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, (riool)gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;

1.59 ondersteunende detailhandel

beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf, waarbij het gaat om detailhandel dat niet zelfstandig functioneert, maar als een ondergeschikte aanvulling en ondersteuning van de bedrijfsfunctie dient;

1.60 ondergeschikte horeca

beperkt verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse vanuit een winkel, waarbij het gaat om horeca van categorie 1, zoals gedefinieerd in begripsbepaling 1.48, dat niet zelfstandig functioneert, maar als een ondergeschikte aanvulling en ondersteuning van de detailhandelsfunctie dient;

1.61 ondersteunende dienstverlening

beperkt verlenen van diensten vanuit een bedrijf, waarbij het gaat om dienstverlening dat niet zelfstandig functioneert, maar als een ondergeschikte aanvulling en ondersteuning van de bedrijfsfunctie dient;

1.62 ondersteunende horeca

beperkt verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse vanuit een bedrijf of instelling, waarbij het gaat om horeca dat niet zelfstandig functioneert, maar uitsluitend als een ondersteunende aanvulling op (en ondergeschikt aan) de bedrijfsfunctie;

1.63 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak;

1.64 parkeervoorzieningen

onbebouwde parkeerplekken op het maaiveld;

1.65 programma van eisen

een programma van eisen is een document, opgesteld conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, waarin wordt aangegeven op welke wijze archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Een programma van eisen behoeft altijd goedkeuring door het bevoegd gezag;

1.66 sportieve en recreatieve doeleinden:

overdekte voorzieningen voor sportbeoefening, fitness, training en/of vrijetijdsbesteding, niet zijnde een speelautomatenhal, casino of daarmee gelijk te stellen inrichting of bedrijf, al dan niet gecombineerd met onderwijs op dat gebied;

1.67 standplaats

het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;

1.68 straatmeubilair

objecten die in de openbare ruimte staan en die niet tot de weg zelf behoren, zoals banken, lantaarnpalen, abri's, vuilnisbakken en verkeersborden;

1.69 terras

een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;

1.70 terrasboot

boot geschikt voor het inrichten van een terras ten behoeve van een aan de walkant gevestigd horecabedrijf;

1.71 vlonder

houten afdekking van grond, groen en/of water;

1.72 voldoende parkeergelegenheid:

parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de Beleidsregels Parkeernormen van de gemeente Leiden met inbegrip van de daarin opgenomen afwijkingsmogelijkheden, zoals die gelden ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan en - indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd - aan die wijziging;

1.73 voorgevel(rooi)lijn

de lijn waarin de voorgevel van het gebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan;

1.74 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop;

1.75 woning

een (complex van) ruimte(n), geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

1.76 woonschip

elk vaartuig of drijvende constructie, dat/die naar aard en inrichting uitsluitend wordt gebruikt als woning;

1.77 woonschip - bijbehorende voorziening

een object in of boven het water dat verband houdt met het wonen op het woonschip, zoals afhouders, meerpalen, loopplanken, plankiers, steigers, een bijboot en een drijvend terras;

1.78 woonschip - ligplaats

een gedeelte van het water dat door een woonschip met bijbehorende voorzieningen mag worden ingenomen;

1.79 zaalverhuur

een commerciële bedrijfsactiviteit met één, maar doorgaans meerdere zalen gericht op de exploitatie voor feesten en partijen, bijeenkomsten voor de zakelijke en particuliere markt.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 bebouwingspercentage

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming daarvan, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming;

2.2 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil verticaal tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren, met dien verstande dat indien een gevelvlak niet evenwijdig lopen dan wel verspringen, het gemiddelde geldt van de kleinste en grootste breedte;

2.4 breedte van een woonschip

de breedte wordt gemeten op de plaats waar het vaste deel van de romp het breedst is;

2.5 dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.6 diepte van een erker

tussen de buitenwerkse voorgevel van de erker en de buitenwerkse gevel van het gebouw waaraan het wordt gebouwd;

2.7 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.8 hoogte van een woonschip

de hoogte van een woonschip wordt gemeten in meters vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van de romp of opbouw, waarbij masten, schoorstenen en dergelijke niet meegerekend worden;

2.9 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane-grondvloer dan wel -indien aanwezig- van de kelder- of souterrainvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.10 lengte van een woonschip

de lengte wordt gemeten op de plaats waar het vaste deel van de romp het langst is, ondergeschikte buiten de romp uitstekende delen zoals rondhouten en roerbladen niet meegerekend;

2.11 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.12 vloeroppervlakte van een gebouw (binnenwerks)

de som van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, gemeten op vloerniveau tussen de begrensde opgaande scheidingsconstructie van de afzonderlijke daartoe behorende ruimte(n), inclusief onderbouw en zolderruimte. De oppervlakte van een trapgat, een liftschacht en een toegankelijke leidingschacht moet op elke bouwlaag tot de vloeroppervlakte van een gebouw worden gerekend;

2.13 ondergeschikte bouwonderdelen

Bij toepassing van het in dit artikel bepaalde worden ondergeschikte bouwonderdelen buiten beschouwing gelaten, zoals:

  • a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, balkons, galerijen, ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, liftschachten, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken met betrekking tot de goot- en bouwhoogte, oppervlakten en bouwgrenzen, mits de overschrijding van een overstekend dak niet meer bedraagt dan 1 m;
  • b. dakkapellen, met betrekking tot de goothoogte, mits de breedte van de dakkapel niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van het dakvlak en de onderzijde van de dakkapel op minimaal 0,50 m van de dakvoet en de daknok wordt gebouwd;
  • c. markiezen, zonweringen, uitvalsschermen, uithangborden, reclameuitingen en dergelijke voor zover passend binnen het Modellenboek Gevelreclame & Uitstallingen Binnenstad Leiden of een herziening daarvan, zoals geldend op het moment van ontvangst van een aanvraag omgevingsvergunning.

2.14 peil
  • a. voor bouwwerken die in of op het water worden gebouwd: het gemiddelde waterpeil ter plaatse van het bouwwerk;
  • b. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 2 cm;
  • c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met 2 cm.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. nutsbedrijven;
  • b. nutsvoorzieningen;
  • c. bedrijven van milieucategorie 1 en 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 5.2' tevens bestemd voor een bedrijf van milieucategorie 5.2;

met daarbij behorende kantoorruimte, tuinen, erven, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, fietsenstallingen, toegangswegen, groenvoorzieningen, water en leidingen.

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met d zijn bestemd.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Bebouwing
  • a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht;
  • b. de goothoogte van gebouwen en overkappingen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte van gebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • d. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' is aangegeven;
  • e. indien geen bebouwingspercentage op het bouwvlak is opgenomen, mag het bebouwingspercentage 100% bedragen;
  • f. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 4 meter;
  • g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Artikel 4 Centrum

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor centrumdoeleinden. Onder deze bestemming zijn toegestaan:

  • a. detailhandel;
  • b. ondergeschikte horeca van categorie 1;
  • c. wonen;
  • d. aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' tevens bestemd voor maatschappelijke voorzieningen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' tevens bestemd voor dienstverlening;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' tevens bestemd voor kantoren;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - galerie' tevens bestemd voor galeries;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - sport en recreatie' tevens bestemd voor sport en recreatieve voorzieningen;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 1*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1*;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 2;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 3*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3*;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - ondergrondse horeca 3*' tevens bestemd voor een horecabedrijf van categorie 3* in de bestaande ondergrondse werfkelders;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 4' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 4;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 5' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 5;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 7' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 7;
  • s. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' is wonen niet toegestaan;
  • t. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2 uitgesloten' is een horecabedrijf van categorie 2 niet toegestaan;
  • u. ter plaatse van de aanduiding 'tuin' tevens bestemd voor een tuin;
  • v. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kelder' tevens bestemd voor een kelder met bijbehorende ontsluiting ten behoeve van fietsenstalling, bergruimte, detailhandel en opslag;
  • w. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor een terras;
  • x. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang;

met de daar bijbehorende tuinen, erven, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen ten dienste van het laden en lossen, (ondergrondse) fietsenstallingen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, speelruimte, nutsvoorzieningen en leidingen;

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met t zijn bestemd.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven , mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • l. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • m. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • n. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' mag een overkapping worden gebouwd;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kelder' mag een ondergrondse kelder worden gerealiseerd met een maximale diepte van 4 meter;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdtoegang' moet de hoofdtoegang van het desbetreffende gebouw gesitueerd zijn;
  • s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - peilgebied A' wordt voor het bepalen van de maximale goot- en bouwhoogte het peil als bedoeld in artikel 2.14 gemeten vanaf de toegang van het perceel Aalmarkt 16;
  • t. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - peilgebied B' wordt voor het bepalen van de maximale goot- en bouwhoogte het peil als bedoeld in artikel 2.14 gemeten vanaf de toegang van het perceel Aalmarkt 17;
  • u. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - peilgebied C' wordt voor het bepalen van de maximale goot- en bouwhoogte het peil als bedoeld in artikel 2.14 gemeten vanaf de toegang van het perceel Breestraat 66;
  • v. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - peilgebied D' wordt voor het bepalen van de maximale goot- en bouwhoogte het peil als bedoeld in artikel 2.14 gemeten vanaf de toegang van het perceel Breestraat 70.

4.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak

Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. de gronden buiten het bouwvlak mogen volledig worden bebouwd;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag, indien voornoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een gebouw binnen het bouwvlak, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het binnen het bouwvlak gebouwde gebouw;
  • c. de hoogte van vrijstaande gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.

4.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 4.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

4.2.4 Stoepen

Gronden gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer mogen uitsluitend bebouwd worden met stoeppalen, plaveisel en ingangspartijen zoals trappenhuizen, een en ander passend bij het aangrenzende hoofdgebouw.

4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Bouwwerken geen gebouw zijnde

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder d. voor de bouw van erf- of terreinafscheidingen langs de wegzijde tot maximaal 3 meter hoogte.

4.3.2 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Wonen
  • a. wonen is uitsluitend toegestaan op de verdiepingen;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'wonen' wonen tevens toegestaan op de begane grond;
  • c. de begane grond van de hoofdgebouwen is in afwijking van het bepaald in sub a, uitsluitend voor woondoeleinden bestemd, voorzover het bestaande of nieuw aangebrachte zelfstandige entrees en trappenhuizen naar bovenwoningen betreft;
  • d. de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroeps-/ bedrijfsactiviteit is toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. Uitsluitend activiteiten van milieucategorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan.

4.4.2 Niet-woonfuncties
  • a. niet-woonfuncties zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op verdieping toegestaan' niet-woonfuncties tevens op de eerste verdieping toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan' niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan.

4.4.3 Horeca
  • a. horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan van de categorie, zoals op de planverbeelding voor het desbetreffende perceel is aangegeven en als bedoeld in artikel 1.48;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn, indien op de verbeelding een horeca categorie is aangegeven, tevens activiteiten toegestaan uit een lagere horeca categorie dan de aangegeven categorie maar tot maximaal horeca van categorie 3 en met uitzondering van horeca van categorie 1*;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum - netto 100 m2 vloeroppervlakte ten behoeve van horeca' mag het netto vloeroppervlakte ten behoeve van horeca niet meer bedragen dan 100 m2 netto;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum - netto 3000 m2 vloeroppervlakte ten behoeve van horeca' mag het netto vloeroppervlakte ten behoeve van horeca niet meer bedragen dan 3000 m2 netto;
  • e. Ondergeschikte horeca, zoals bedoeld in artikel 4.1 onder b. is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    • 1. het oppervlakte van de horeca mag niet meer dan 100 m2 en 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte bedragen;
    • 2. de toegang tot de horeca-activiteit is dezelfde als van de winkel;
    • 3. de ondergeschikte horeca-activiteit moet binnen de winkel duidelijk te onderscheiden zijn van de winkelfunctie;
    • 4. de horeca-activiteiten mogen niet worden uitgeoefend buiten de openingstijden van de winkel.

4.4.4 Stoepen

Voorzover deze gronden zijn gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer en de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 1,5 m, zijn zij bestemd voor privé-stoep bij het aangrenzende hoofdgebouw.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Wonen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder a ten behoeve van het realiseren van woonruimte op de begane grond, mits:

  • a. de woonruimte gerealiseerd wordt in achterhuizen of daarmee gelijk te stellen ruimtes;
  • b. het winkelfront daardoor niet wordt onderbroken;
  • c. het niet mogelijk is om deze ruimtes te gebruiken ten behoeve van detailhandel vanwege de monumentale, karakteristieke of bouwhistorische waarden van het pand.

4.5.2 Niet-woon functies

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor:

  • a. het afwijken van het bepaalde in 4.4.2 onder a ten behoeve van de vestiging van detailhandel op de verdieping, mits:
    • 1. de detailhandel op de verdieping aansluitend is aan de begane grond;
    • 2. de vestiging van detailhandel op de verdieping niet tot gevolg heeft dat de woonfunctie in het pand niet langer wordt of kan worden uitgevoerd, met dien verstande dat tenminste één verdieping - niet zijnde een kapverdieping - voor het wonen in gebruik zal blijven;
    • 3. bestaande trappenhuizen en opgangen naar verdiepingen gehandhaafd zullen blijven;
    • 4. aangetoond is dat uitbreiding op de begane grond niet mogelijk is in verband met het ontbreken van bijbehorend te bebouwen achtererf of daarmee gelijk te stellen omstandigheden;
  • b. het bepaalde in 4.1 onder f. ten behoeve van vestiging van dienstverlening op gronden zonder aanduiding 'dienstverlening', mits:
    • 1. het betreffende bedrijf qua bedrijfsvoering en ruimtelijke uitstraling gelijk gesteld kan worden met een winkel, hetgeen kan blijken uit het tevens uitoefenen van detailhandel;
    • 2. geen sprake is van een onevenredige concentratie van dergelijke bedrijven;
    • 3. de bedrijfsvloeroppervlakte per vestiging niet meer dan 100 m2 zal bedragen.

4.5.3 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 4.3.2;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 5 Cultuur en ontspanning

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. culturele, educatieve, recreatieve, sociale of godsdienstige doeleinden;
  • b. ondersteunende horeca;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen' uitsluitend bestemd voor een molen;
  • d. ter plaats van de aanduiding 'wonen' tevens bestemd voor wonen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - hortus botanicus' tevens bestemd voor de hortus botanicus;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' tevens bestemd voor kantoor;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' tevens bestemd voor detailhandel;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 1*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1*;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 3*' tevens bestemd voor een horecabedrijf van categorie 3*;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zaalverhuur en gastenverblijf ', tevens bestemd voor zaalverhuur en een gastenverblijf;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor een terras;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang;

met de daarbijbehorende tuinen, erven, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen ten dienste van het laden en lossen, (ondergrondse) fietsenstallingen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, speelruimte, nutsvoorzieningen, leidingen;

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met j zijn bestemd.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen van binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • l. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het gebouw binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • m. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • n. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.

5.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak

Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. de gronden buiten het bouwvlak mogen volledig worden bebouwd;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag, indien voornoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een gebouw binnen het bouwvlak, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het binnen het bouwvlak gebouwde gebouw;
  • c. de hoogte van vrijstaande gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen;

5.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 5.2 mogen er ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

5.2.4 Stoepen

Ggronden gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer mogen uitsluitend bebouwd worden met stoeppalen, plaveisel en ingangspartijen zoals trappenhuizen, een en ander passend bij het aangrenzende hoofdgebouw.

5.2.5 Molen

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen' gelden de volgende bouwregels:

  • a. gebouwen dienen binnen de bebouwingsgrenzen te worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  • c. de hoogte van erfafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogte 3 meter bedragen;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen' de maatvoering van bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer bedragen dan de bestaande afmetingen.

5.2.6 Hortus Botanicus

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - hortus botanicus' gelden uitsluitend de volgende specifieke bouwregels:

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen opgericht worden;
  • b. de goothoogte van gebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte', 'maximum goothoogte' is aangegeven;
  • c. het bebouwingsvlak mag volledig worden bebouwd;
  • d. buiten het bouwvlak mag maximaal 150 m2 ten behoeve van aanbouwen en bijgebouwen worden bebouwd;
  • e. de bouwhoogte van aanbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 4 meter bedragen;
  • f. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • g. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Horeca
  • a. horecavoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter ondersteuning van de in artikel 5.1 onder a genoemde functies in de categorie 1 en 1*, tenzij op de verbeelding voor het desbetreffende perceel een aanduiding ten behoeve van (zelfstandige) horeca is opgenomen;
  • b. indien op de verbeelding een horecacategorie is aangegeven, zijn tevens horecabedrijven van een lagere horecacategorie toegestaan met uitzondering van horecabedrijven van categorie 1* en categorie 2.

5.4.2 Molen

Ter plaatse van de aanduiding 'molen' zijn de gronden bestemd voor het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden in de vorm van een molen en voor culturele doeleinden.

5.4.3 Hortus Botanicus

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - hortus botanicus' gelden uitsluitend de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. de gronden zijn bestemd voor wetenschappelijke botanische tuinen met bijbehorende bezoekerscentrum en de daarbijbehorende gebouwen (waaronder kassen);
  • b. uitsluitend horecabedrijven van categorie 1* en categorie 3* zijn toegestaan.

5.4.4 Stoepen

Voorzover deze gronden zijn gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer en de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 1,5 m, zijn zij bestemd voor privé-stoep bij het aangrenzende hoofdgebouw.

5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 5.3.1;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 6 Gemengd - 1

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. aan-huis-verbonden beroeps of bedrijf;
  • c. detailhandel;
  • d. galeries en ateliers;
  • e. bedrijven, van milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • f. (publieksgerichte) dienstverlening;
  • g. maatschappelijke voorzieningen;
  • h. kantoren;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' tevens bestemd voor cultuur en ontspanning;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'sport' tevens bestemd voor sportieve en recreatieve doeleinden;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - snookercentrum' tevens bestemd voor een snookercentrum;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'nutsbedrijf' tevens bestemd voor een nutsbedrijf;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'autoverhuur' tevens bestemd voor een autoverhuurbedrijf met de daarbij noodzakelijke ondersteunende activiteiten;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelstoffeerderij' tevens bestemd voor een meubelstoffeerderij van milieucategorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - drukkerij categorie 3', tevens bestemd voor een drukkerij van milieucategorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vervaardiging van metaalproducten categorie 3' tevens bestemd voor een bedrijf voor het vervaardigen van metaalproducten van categorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - garage en bergingen' tevens bestemd voor garages en bergingen;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' zijn woningen niet toegestaan;
  • s. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel uitgesloten' is detailhandel niet toegestaan;
  • t. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1;
  • u. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 2;
  • v. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3;
  • w. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 3*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3*;
  • x. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 4' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 4;
  • y. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 5' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 5;
  • z. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 6' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 6;
  • aa. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 7' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 7;
  • ab. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens bestemd voor een (ondergrondse) parkeergarage;
  • ac. ter plaatse van de aanduiding 'garage' tevens bestemd voor garageboxen;
  • ad. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' tevens bestemd voor de ontsluiting van een parkeervoorziening;
  • ae. ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats', tevens bestemd voor een laad- en losplaats;
  • af. ter plaats van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • ag. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang;

met de daarbijbehorende tuinen, erven, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen ten dienste van het laden en lossen, (ondergrondse) fietsenstallingen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, speelruimte, nutsvoorzieningen, leidingen;

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met aa zijn bestemd.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • l. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het gebouw binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • m. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • n. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.

6.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak

Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag, indien voornoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een gebouw binnen het bouwvlak, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het binnen het bouwvlak gebouwde gebouw;
  • b. ten behoeve van de onder 6.1 bedoelde functies mag per bouwperceel ten hoogste 30% van de niet als bebouwingsvlak aangeduide gronden worden gebouwd met aanbouwen en bijgebouwen;
  • c. de hoogte van vrijstaande gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.

6.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 6.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

6.2.4 Stoepen

Gronden gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer mogen uitsluitend bebouwd worden met stoeppalen, plaveisel en ingangspartijen zoals trappenhuizen, een en ander passend bij het aangrenzende hoofdgebouw.

6.3 Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Erfafscheidingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder d ten behoeve van de bouw van erfafscheidingen langs de wegzijde tot maximaal 3 m.

6.3.2 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Beroep en bedrijf aan huis

De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroeps-/ bedrijfsactiviteit is toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. Uitsluitend activiteiten uit milieucategorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan.

6.4.2 Niet woonfuncties
  • a. niet-woonfuncties zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op verdieping toegestaan' niet-woonfuncties tevens op de eerste verdieping toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan' niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan.

6.4.3 Horeca
  • a. horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan van de categorie, zoals op de planverbeelding voor het desbetreffende perceel is aangegeven en als bedoeld in artikel 1.48;
  • b. indien op de verbeelding de horecacategorie is aangegeven, zijn tevens activiteiten toegestaan uit een lagere horeca categorie dan de aangegeven categorie, maar tot maximaal horeca categorie 3 en met uitzondering van horeca van categorie 1*.

6.4.4 Stoepen

Voorzover deze gronden zijn gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer en de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 1,5 m, zijn zij bestemd voor privé-stoep bij het aangrenzende hoofdgebouw.

6.5 Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1 Niet woonfuncties op verdiepingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.4.2 onder b. voor het vestigen van niet-woonfuncties op de verdieping aansluitend aan de begane grond, mits:

    • 1. een en ander niet tot gevolg heeft dat de woonfunctie in het pand niet langer wordt of kan worden uitgeoefend, met dien verstande dat tenminste één verdieping – niet zijnde een kapverdieping - voor het wonen in gebruik zal blijven;
    • 2. bestaande trappenhuizen en opgangen naar verdiepingen gehandhaafd zullen blijven;
    • 3. aangetoond is dat uitbreiding op de begane grond niet mogelijk is in verband met het ontbreken van bijbehorend te bebouwen achtererf of daarmee gelijk te stellen omstandigheden.

6.5.2 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6.3.2;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 7 Gemengd - 2

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten;
  • c. detailhandel;
  • d. galeries en ateliers;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' tevens bestemd voor dienstverlening;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' tevens bestemd voor kantoren;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' tevens bestemd voor maatschappelijke doeleinden;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' tevens bestemd voor cultuur en ontspanning;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - snookercentrum' tevens bestemd voor een snookercentrum;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'sport' tevens bestemd voor sport;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting' tevens bestemd voor een seksinrichting;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' is wonen niet toegestaan;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 1*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1*;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 2;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 3*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3*;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 4' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 4;
  • s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 5*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 5*;
  • t. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 6' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 6;
  • u. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 7' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 7;
  • v. ter plaats van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • w. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang;
  • x. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zaalverhuur' tevens bestemd voor zaalverhuur.

met de daarbijbehorende tuinen, erven, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen ten dienste van het laden en lossen, (ondergrondse) fietsenstallingen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, speelruimte, nutsvoorzieningen, leidingen;

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met u zijn bestemd.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • l. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het gebouw binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • m. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • n. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.

7.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak

Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag, indien voornoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een gebouw binnen het bouwvlak, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het binnen het bouwvlak gebouwde gebouw;
  • b. ten behoeve van de onder 7.1 bedoelde functies mag per bouwperceel ten hoogste 30% van de niet als bebouwingsvlak aangeduide gronden worden gebouwd met aanbouwen en bijgebouwen;
  • c. de hoogte van vrijstaande gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.

7.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 7.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

7.2.4 Stoepen

Gronden gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer mogen uitsluitend bebouwd worden met stoeppalen, plaveisel en ingangspartijen zoals trappenhuizen, een en ander passend bij het aangrenzende hoofdgebouw.

7.3 Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Erfafscheidingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2 onder d. ten behoeve van de bouw van erfafscheidingen langs de wegzijde tot maximaal 3 m.

7.3.2 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Beroep en bedrijf aan huis

De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroeps-/ bedrijfsactiviteit is toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. Uitsluitend activiteiten uit categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan.

7.4.2 Niet woonfuncties
  • a. niet-woonfuncties zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op verdieping toegestaan' niet-woonfuncties tevens op de eerste verdieping toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan' niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan.

7.4.3 Horeca
  • a. horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan van de categorie, zoals op de planverbeelding voor het desbetreffende perceel is aangegeven en als bedoeld in artikel 1.48;
  • b. indien op de verbeelding de horecacategorie is aangegeven, zijn tevens activiteiten toegestaan uit een lagere horeca categorie dan de aangegeven categorie maar tot maximaal horeca categorie 3 en met uitzondering van horeca van categorie 1*.

7.4.4 Stoepen

Voorzover deze gronden zijn gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer en de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 1,5 m, zijn zij bestemd voor privé-stoep bij het aangrenzende hoofdgebouw.

7.5 Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1 Niet woonfuncties op verdiepingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:

  • a. het bepaalde in lid 7.4 voor het vestigen van niet-woonfuncties op de verdieping aansluitend aan de begane grond, mits:
    • 1. een en ander niet tot gevolg heeft dat de woonfunctie in het pand niet langer wordt of kan worden uitgeoefend, met dien verstande dat tenminste één verdieping – niet zijnde een kapverdieping - voor het wonen in gebruik zal blijven;
    • 2. bestaande trappenhuizen en opgangen naar verdiepingen gehandhaafd zullen blijven;
    • 3. aangetoond is dat uitbreiding op de begane grond niet mogelijk is in verband met het ontbreken van bijbehorend te bebouwen achtererf of daarmee gelijk te stellen omstandigheden.

7.5.2 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 7.3.2;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 8 Gemengd - 3

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. kantoren;
  • b. dienstverlening;
  • c. galeries en ateliers;
  • d. bedrijven van milieucategorie 1 en 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs' tevens bestemd voor onderwijsvoorzieningen en daaraan gerelateerde dienstverlening;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 3.1' tevens bestemd voor bedrijven van milieucategorie 3.1;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 4.2' tevens bestemd voor bedrijven van milieucategorie 4.2;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' tevens bestemd voor detailhandel;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dak- en thuislozenopvang' tevens bestemd voor een dak- en thuislozenopvang;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tevens bestemd voor maximaal één bedrijfswoning;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang.

met de daarbijbehorende tuinen, erven, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen ten dienste van het laden en lossen, (ondergrondse) fietsenstallingen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, speelruimte, nutsvoorzieningen, leidingen;

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met h zijn bestemd.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • l. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het gebouw binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • m. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • n. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.

8.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak

Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag, indien voornoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een gebouw binnen het bouwvlak, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het binnen het bouwvlak gebouwde gebouw;
  • b. ten behoeve van de onder 8.1 bedoelde functies mag per bouwperceel ten hoogste 30% van de niet als bebouwingsvlak aangeduide gronden worden gebouwd met aanbouwen en bijgebouwen;
  • c. de hoogte van vrijstaande gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.

8.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 8.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

8.2.4 Stoepen

Gronden gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer mogen uitsluitend bebouwd worden met stoeppalen, plaveisel en ingangspartijen zoals trappenhuizen, een en ander passend bij het aangrenzende hoofdgebouw.

8.3 Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Erfafscheidingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.2 onder d. ten behoeve van de bouw van erfafscheidingen langs de wegzijde tot maximaal 3 m.

8.3.2 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

8.4 Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Horeca
  • a. horecabedrijven zijn uitsluitend toegestaan van de categorie, zoals op de planverbeelding voor het desbetreffende perceel is aangegeven en als bedoeld in artikel 1.48;
  • b. indien op de verbeelding de horecacategorie is aangegeven, zijn tevens activiteiten toegestaan uit een lagere horeca categorie dan de aangegeven categorie maar tot maximaal horeca categorie 3 en met uitzondering van horeca van categorie 1*.

8.4.2 Stoepen

Voorzover deze gronden zijn gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer en de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 1,5 m, zijn zij bestemd voor privé-stoep bij het aangrenzende hoofdgebouw.

8.5 Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 8.3.2;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 9 Groen

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • c. voorzieningen voor langzaam verkeer en verblijf;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - hortus botanicus' uitsluitend bestemd voor wetenschappelijke botanische tuinen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - burcht' uitsluitend bestemd voor voor een burcht;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'speeltuin' tevens bestemd voor een speeltuin;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens bestemd voor parkeren;
  • h. ter plaatse van onderstaande aanduidingen tevens bestemd voor evenementen, met bijbehorende voorzieningen:
    • 1. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 1';
    • 2. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 2';
    • 3. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 8';
    • 4. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 11';
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor een terras;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' tevens bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden in de vorm van beplantingen, open ruimten, paden en andere inrichtingselementen.

met de daarbij behorende speelvoorzieningen, verblijfsvoorzieningen aanmeermogelijkheden, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, bergingen, kabels en leidingen, (ondergrondse) inzamelpunten voor huishoudelijke afvalstoffen en kunstobjecten.

9.2 Bouwregels
9.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen alleen binnen een bouwvlak worden opgericht;
  • b. de goothoogte van gebouwen en overkappingen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • c. in afwijking van het in lid a. bepaalde mogen bergingen behorende bij woonschepen tevens buiten het bouwvlak opgericht worden, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 meter;
    • 2. de oppervlakte niet meer mag beslaan dan 6 m2;
    • 3. per woonschip niet meer dan één berging is toegestaan;
  • d. in afwijking van het in lid a. bepaalde mogen bergingen voor beheer en onderhoud buiten de bebouwingsvlakken worden opgericht, mits:
    • 1. het grondoppervlak per gebouw niet meer dan 25 m² bedraagt;
    • 2. de goothoogte niet meer dan 3 meter zal bedragen.

9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen.

9.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 9.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

9.2.4 Hortus Botanicus

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - hortus botanicus' gelden uitsluitend de volgende specifieke bouwregels:

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen opgericht worden;
  • b. de goothoogte van gebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte', 'maximum goothoogte' is aangegeven;
  • c. het bebouwingsvlak mag voor 100% bebouwd worden;
  • d. buiten het bouwvlak mag maximaal 150 m2 ten behoeve van aanbouwen en bijgebouwen worden bebouwd;
  • e. de bouwhoogte van aanbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 4 meter bedragen;
  • f. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • g. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

9.2.5 Burcht

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - burcht' gelden uitsluitend de volgende specifieke bouwregels:

  • a. de maatvoering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan de bestaande afmetingen;
  • b. een bezoekerscentrum mag uitsluitend worden gerealiseerd in ondergrondse ruimten met uitzondering van een bovengrondse entreepartij.

9.3 Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

9.4 Specifieke gebruiksregels
9.4.1 Hortus Botanicus

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - hortus botanicus' gelden uitsluitend de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. de gronden zijn bestemd voor wetenschappelijke botanische tuinen met bijbehorende bezoekerscentrum en de daarbijbehorende gebouwen (waaronder kassen);
  • b. uitsluitend horecabedrijven van categorie 1* en categorie 3* zijn toegestaan.

9.4.2 Burcht

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - burcht' zijn de gronden bestemd voor het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden in de vorm van een burcht (mottekasteel) bestande uit een ringmuur op een kunstmatige heuvel, met binnen de ringmuur en op een talud, openbaar groen, monumentale bomen, voetpaden en een bezoekerscentrum met toegang.

9.4.3 Woonschepen

Voor zover de voor 'Groen' aangewezen gronden tussen de voor- en de achterzijde van een woonschip zijn gelegen, mogen deze gronden tevens gebruikt worden als tuin bij woonschepen, mits deze gronden aansluiten bij de in de bestemming 'Water' aangegeven aanduiding 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 1 t/m 21'.

9.4.4 Evenemententerrein 1

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 1' (Burcht/ /Nieuwstraat/ Hooglandse Kerkgracht) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 8 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

9.4.5 Evenemententerrein 2

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 2' (Huigpark) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

9.4.6 Evenemententerrein 8

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 8' (Garenmarkt/Van der Werfpark/ Doezastraat) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar 5 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar 3 evenementen in categorie 3 toegestaan met de duur van één dag per evenement, met dien verstande dat 1 evenementendag is toegewezen aan Armin van Buuren en de overige evenementendagen voor het Leidens Ontzet;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c is voor het Leidens Ontzet een extra evenementendag toegestaan in categorie 3, indien 2 of 3 oktober op een zondag valt;
  • e. tussen twee evenementen dient minimaal 1 weekend te zitten waarop geen evenement georganiseerd wordt;
  • f. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

9.4.7 Evenemententerrein 11

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 11' (Energiepark) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. De evenementen moeten buiten kantooruren en buiten de openingstijden van het nabijgelegen kinderdagverblijf plaatsvinden.
  • d. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

9.5 Afwijken van de gebruiksregels
9.5.1 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 9.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9.3.1;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 10 Horeca

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. horecabedrijven van categorie 1, 1*, 3 en 3*;
  • b. culturele voorzieningen;
  • c. feestzaalverhuur;
  • d. ter plaats van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1' uitsluitend bestemd voor horecabedrijven van categorie 1;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 4' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 4;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 7' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 7;
  • h. ter plaats van de aanduiding 'wonen' tevens bestemd voor wonen;

met de daarbij behorende tuinen, erven, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, speelruimte, kabels en leidingen.

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met g zijn bestemd.

10.2 Bouwregels
10.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het gebouw binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • l. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • m. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.

10.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak
  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag de hoogte van tuinmeubilair voor de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 2 meter en achter de voorgevelrooilijn niet meer dan 2,7 meter.

10.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 10.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

10.3 Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

10.4 Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Beroep/ bedrijf aan huis

Ter plaatse van de aanduiding 'wonen' is de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroeps-/ bedrijfsactiviteit is toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. Uitsluitend activiteiten uit categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan.

10.5 Afwijken van de gebruiksregels
10.5.1 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 10.3.1;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 11 Maatschappelijk

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maatschappelijke voorzieningen;
  • b. ondersteunende horeca;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zorg zonder nachtverblijf' uitsluitend toegestaan voor zover zorg wordt aangeboden zonder nachtverblijf voor de zorgbehoevenden;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' uitsluitend bestemd voor een begraafplaats;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'wonen' tevens bestemd voor wonen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 3*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3*;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - openbaar toilet' tevens bestemd voor een openbaar toilet;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 2' tevens bestemd voor evenementen, met bijbehorende voorzieningen;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' tevens bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden in de vorm van beplantingen, open ruimten, paden en andere inrichtingselementen;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zaalverhuur' tevens bestemd voor zaalverhuur;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - sport en recreatie' tevens bestemd voor sportieve en recreatieve doeleinden.

met de daarbij behorende tuinen, erven, stoepen en groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en speelruimte.

11.2 Bouwregels
11.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • l. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het gebouw binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • m. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • n. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.

11.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak

Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. de gronden buiten het bouwvlak mogen volledig bebouwd worden, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' anders is bepaald;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen en bijbehorende bouwwerken mag, indien voornoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een gebouw binnen het bouwvlak, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het binnen het bouwvlak gebouwde gebouw;
  • c. de hoogte van vrijstaande gebouwen, bijbehorende bouwwerken en teunmeubilair mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.

11.2.3 Begraafplaats

Ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' gelden uitsluitend de volgende specifieke bouwregels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' is aangegeven;
  • c. het bebouwingsvlak mag voor 100% bebouwd worden;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

11.2.4 Stoepen

Gronden gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer mogen uitsluitend bebouwd worden met stoeppalen, plaveisel en ingangspartijen zoals trappenhuizen, een en ander passend bij het aangrenzende hoofdgebouw.

11.3 Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Erfafscheidingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 11.2.1 onder l. en het bepaalde in lid 11.2.2 onder d. ten behoeve van de bouw van erfafscheidingen langs de wegzijde tot een hoogte van maximaal 3 meter.

11.4 Specifieke gebruiksregels
11.4.1 Horeca
  • a. Horecavoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter ondersteuning van de in artikel 11.1 onder a genoemde functies in de categorie 1 en 1*, tenzij op de verbeelding voor het desbetreffende perceel een aanduiding ten behoeve van (zelfstandige) horeca is opgenomen;
  • b. indien op de verbeelding een horecacategorie is aangegeven, zijn tevens horecabedrijven van een lagere horecacategorie toegestaan met uitzondering van horecabedrijven van categorie 1* en categorie 2.

11.4.2 Evenemententerrein 2

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 2' (Huigpark) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

11.4.3 Begraafplaats

Ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' gelden uitsluitend de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. de gronden zijn bestemd voor begraafplaatsen met de daarbijbehorende gebouwen, dienstwoningen en voorzieningen zoals groenvoorzieningen, watervoorzieningen toegangswegen en - paden en binnen de bestemming passende bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  • b. ter plaatse van de aanduing 'cultuurhistorische waarden' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud van de aldaar aanwezig cultuurhistorische waarden in de vorm van beplanting, bomen, open ruimten, paden en andere inrichtingselementen.

11.4.4 Aan huis gebonden beroep en bedrijf

De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroeps-/ bedrijfsactiviteit is toegestaan, met dien verstande dat:

  • a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis gebonden beroep;
  • b. Uitsluitend activiteiten uit milieucategorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan.

11.4.5 Stoepen

Voorzover deze gronden zijn gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming 'Verkeer' en de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 1,5 meter, zijn zij bestemd voor privé-stoep bij het aangrenzende hoofdgebouw.

Artikel 12 Tuin

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen en hofjes;
  • b. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' tevens bestemd voor ondergrondse voorzieningen ten behoeve van cultuur en ontspanning;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'speeltuin' tevens bestemd voor een wetenschappelijke speeltuin behorende bij het naastgelegen museum;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'sport' tevens bestemd voor ondergrondse sportieve en recreatieve doeleinden;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds' tevens bestemd voor een ondergrondse parkeergarage;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens bestemd voor een boven- en ondergondse parkeergarage met daarop een tuin;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens bestemd voor maximaal 5 parkeerplaatsen voor personenauto's;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - auditorium' tevens bestemd voor een auditorium;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kelder' tevens bestemd voor een ondergrondse kelder ten behoeve van een fietsenstalling, bergruimte, detailhandel, opslag;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens bestemd voor een parkeerterrein.
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - carport' tevens bestemd voor een carport;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – opslag' tevens bestemd voor opslag.

met de daarbij behorende toegangspaden, (ondergrondse) kabels en leidingen en binnen de bestemming passende andere bouwwerken.

12.2 Bouwregels
12.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen niet worden gebouwd;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' een boven- en ondergrondse parkeergarage met daarop een tuin worden gebouwd;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds' mag de parkeergarage uitsluitend ondergronds worden gerealiseerd;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' mogen voorzieningen ten behoeve van cultuur en ontspanning uitsluitend ondergronds worden gerealiseerd;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - sport en recreatie ondergronds' mogen sportieve en recreatieve doeleinden uitsluitend ondergronds worden gerealiseerd;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kelder' mag een ondergrondse kelder worden gerealiseerd met een maximale diepte van 4 meter.
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.

12.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag de hoogte van tuinmeubilair voor de voorgevelrooilijn niet meer bedragen dan 2 meter en achter de voorgevelrooilijn niet meer dan 2,7 meter.
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - carport' een carport worden gerealiseerd met een maximale bouwhoogte van 3,10 meter;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - auditorium' mag één auditorium worden opgericht van maximaal 40 m².

12.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 12.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

12.3 Afwijken van de bouwregels
12.3.1 Bijbehorend bouwwerk

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.2.1 onder a. ten behoeve van een bijbehorend bouwwerk, mits:

    • 1. het bijbehorend bouwwerk is vastgebouwd aan het bijbehorende hoofdgebouw;
    • 2. het bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van het hoofdgebouw;
    • 3. geen onevenredige schade zal worden toegebracht aan waardevolle bomen;
    • 4. de goothoogte niet meer zal bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag vermeerderd met 0,25 meter.

12.3.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.2.2 onder a. en b. ten behoeve van:

  • a. in de bestemming passende andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, mits de hoogte van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 3,50 meter.
  • b. bouwwerken geen gebouw zijnde, ten behoeve van de brandveiligheid en nooduitgangen, zoals vluchttrappen en brandtrappen, mits de bouwwerken:
      • geen onevenredige aantasting vormen van het beschermd stadsgezicht;
      • stedenbouwkundig akkoord zijn;
      • de bestaande bouwhoogte van het pand niet overschrijden;
      • geen afsluiting vormen van doorgaande (openbare) routes;
      • niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.

12.3.3 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

12.4 Specifieke gebruiksregels
12.4.1 Verharden

Verharding is uitsluitend toegestaan in de vorm van sierbestrating en toegangspaden, waarbij maximaal 30% van het perceel mag worden verhard, met een maximum van 50 m² per perceel, tenzij op de verbeelding de aanduiding 'parkeergarage' of 'parkeerterrein' is opgenomen.

12.5 Afwijken van de gebruiksregels
12.5.1 Terras

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 12.1 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 12.3.3;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 13 Verkeer

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer met bijbehorende voorzieningen;
  • b. woonstraten en pleinen;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger' tevens bestemd voor een aanlegplaats voor (rondvaart)boten met een maximale lengte van 14 meter;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'steiger' tevens bestemd voor een steiger;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' tevens bestemd voor detailhandel;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - markt' tevens bestemd voor een warenmarkt met bijbehorende voorzieningen;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens bestemd voor een parkeergarage;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds' tevens bestemd voor een ondergrondse parkeergarage met bijbehorende in- en uitritten en stijgpunten;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – parkeergarage ondergronds Lammermarkt' tevens bestemd voor een ondergrondse parkeergarage met bijbehorende in- en uitritten, stijgpunten en entreegebouw op de Lammermarkt;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – parkeergarage ondergronds Garenmarkt' tevens bestemd voor een ondergrondse parkeergarage met bijbehorende in- en uitritten, stijgpunten en entreegebouw op de Garenmarkt;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kelder' tevens bestemd voor een ondergrondse kelder ten behoeve van een fietsenstalling, bergruimte, detailhandel, opslag;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg uitgesloten' tevens bestemd voor bemande verkoop van motorbrandstoffen, waarbij verkoop van lpg niet is toegestaan;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - ondergrondse horeca 3*' tevens bestemd voor een horecabedrijf van categorie 3* in de bestaande ondergrondse werfkelders;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' is een overbouwing toegestaan;
  • s. ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie' tevens bestemd voor een zend-/ ontvangstinstallatie;
  • t. ter plaatse van onderstaande aanduidingen tevens bestemd voor evenementen, met bijbehorende voorzieningen:
    • 1. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 1';
    • 2. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 2';
    • 3. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 3';
    • 4. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 4';
    • 5. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 5';
    • 6. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 6';
    • 7. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 7';
    • 8. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 8';
    • 9. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 9';
    • 10. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 10';
    • 11. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 11';
    • 12. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 12';
    • 13. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 13';
    • 14. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 14';
    • 15. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 15';
    • 16. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 16';
    • 17. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 17';
  • u. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' tevens bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden in de vorm van beplantingen, open ruimten, paden en andere inrichtingselementen.

met de daarbijbehorende voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, bermen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, aanmeermogelijkheden, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, laad- en losvoorzieningen, kunstwerken, fietsenstallingen, abri's, telefooncellen, straatmeubilair en dergelijke, speel- en verblijfsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, kunstobjecten, (ondergrondse) inzamelpunten voor huishoudelijke afvalstoffen, balkons, luifels en overstekende bouwdelen behorende bij hoofdgebouwen op de aangrenzende bestemming.

13.2 Bouwregels
13.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen zijn niet toegestaan;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen uitsluitend ondergrondse fietsenstallingen en gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer en ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd, met dien verstande dat;
      • de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 meter;
      • het grondoppervlak niet meer mag bedragen dan 25 m2;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds' tevens bestemd voor een ondergrondse parkeergarage met bijbehorende in- en uitritten en stijgpunten;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – stijgpunt garage' tevens bestemd voor een stijgpunt en entreegebouw ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds Lammermarkt' mag een ondergrondse parkeergarage met bijbehorende in- en uitritten, stijgpunten en entreegebouw worden gebouwd, met dien verstande dat:
      • het oppervlakte van het entreegebouw niet meer dan 300 m2 mag bedragen;
      • de bouwhoogte van het entreegebouw niet meer dan 5 meter mag bedragen.
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds Garenmarkt' mag een ondergrondse parkeergarage met bijbehorende in- en uitritten, stijgpunten en entreegebouw op de Garenmarkt worden gebouwd, met dien verstande dat:
      • de ondergrondse parkeergarage ruimte biedt voor maximaal 425 parkeerplaatsen;
      • de ondergrondse parkeergarage niet dieper wordt dan maximaal 5 bouwlagen onder maaiveld, zulks tot een maximum van 22 meter onder peil;
      • in afwijking van het bepaalde onder a mogen de bouwvlakken volledig bebouwd worden en mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer;
  • h. ter plaatse van de aanduiding ''specifieke bouwaanduiding - kelder' mag een ondergrondse kelder worden gerealiseerd met een maximale diepte van 4,5 meter.

13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 meter.
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' dient minimaal 2,30 meter hoge ruimte op de begane grond vrij te blijven van bebouwing ten behoeve van de aanliggende bestemming;
  • d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - 'onoverdekte hellingbaan' is het onoverdekte deel van de hellingbaan van de ondergrondse parkeergarage toegestaan, met dien verstande dat:
      • 1. in de grenzen van het aanduidingsvlak aan drie zijden geluidwerende voorzieningen van 2m hoogte getroffen dienen te worden en in stand gehouden moeten blijven, en
      • 2. de ondergrondse parkeergarage niet eerder in gebruik genomen mag worden voordat de geluidwerende voorzieningen zoals genoemd onder 1 gerealiseerd zijn;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - nooduitgang' mag een nooduitgang ten behoeve van de ondergrondse parkeergarage op de Garenmarkt worden gerealiseerd en in afwijking van het bepaalde onder a en b mag de bouwhoogte van deze nooduitgang niet meer bedragen dan 1,50 meter.

13.2.3 Balkons, luifels, andere overstekende bouwdelen en overbouwing

In afwijking van het bepaalde in artikel 13.2.2 gelden voor het bouwen van balkons, luifels, andere overstekende bouwdelen en een overbouwing behorende bij hoofdgebouwen op de aangrenzende bestemming de volgende bepalingen:

  • a. de diepte van een balkon, luifel of ander overstekend bouwdeel mag niet meer bedragen dan 1 meter;
  • b. de bouwhoogte van een balustrade op een balkon mag niet meer bedragen dan 1,20 meter vanaf de bovenkant vloer van het balkon.
  • c. De vrije ruimte onder een balkon, luifel of ander overstekend bouwdeel mag niet minder bedragen dan 2,3 meter.

13.2.4 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 13.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

13.3 Afwijken van de bouwregels

Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 13.2.4 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

 

13.4 Specifieke gebruiksregels
13.4.1 Evenemententerrein 1

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 1' (Burcht/ /Nieuwstraat/ Hooglandse Kerkgracht) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 8 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.2 Evenemententerrein 2

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 2' (Huigpark) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.3 Evenemententerrein 3

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 3' (Arsenaalplein) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.4 Evenemententerrein 4

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 4' (Beestenmarkt) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 14 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 6 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.5 Evenemententerrein 5

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 5' (Boommarkt/ Apothekersdijk) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.6 Evenemententerrein 6

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 6' (Breestraat) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage1 bij de regels.

13.4.7 Evenemententerrein 7

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 7' (Terras Annie's/ Hoogstraat/ Waaghoofd/ Stille Mare) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 6 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor alle locaties gezamenlijk zijn in periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 3 toegestaan met de duur van één dag per evenement ten behoeve van de viering Koningsdag- en nacht;
  • d. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.8 Evenemententerrein 8

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 8' (Garenmarkt/Van der Werfpark/ Doezastraat) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar 5 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar 3 evenementen in categorie 3 toegestaan met de duur van één dag per evenement, met dien verstande dat 1 evenementendag is toegewezen aan Armin van Buuren en de overige evenementendagen voor het Leidens Ontzet;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c is voor het Leidens Ontzet een extra evenementendag toegestaan in categorie 3, indien 2 of 3 oktober op een zondag valt;
  • e. tussen twee evenementen dient minimaal 1 weekend te zitten waarop geen evenement georganiseerd wordt;
  • f. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.9 Evenemententerrein 9

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 9' (Lammermarkt) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 5 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 3 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar is 1 evenement in categorie 3 toegestaan met de duur van één dag per evenement met dien verstande dat deze evenementendag is toegewezen aan Armin van Buuren ;
  • d. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.10 Evenemententerrein 10

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 10' (Morspoort) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.11 Evenemententerrein 11

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 11' (Energiepark) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement; in de
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. De evenementen moeten buiten kantooruren en buiten de openingstijden van het nabijgelegen kinderdagverblijf plaatsvinden.
  • d. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.12 Evenemententerrein 12

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 12' (Oude Singel/ Oude Vest/ Volmolengracht) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 3 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.13 Evenemententerrein 13

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 13' (Pieterskerkplein/ 't Gerecht) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 8 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.14 Evenemententerrein 14

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 14' (Rapenburg Noord) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.15 Evenemententerrein 15

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 15' (Rapenburg Zuid/ Kaiserstraat) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.16 Evenemententerrein 16

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 16' (Stadhuisplein/ Koornbrugsteeg/ Koornbrug/ Vismarkt) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 3 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 8 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 2 evenementen in categorie 3 toegestaan met de duur van één dag per evenement ten behoeve van de viering Koningsdag- en nacht;
  • d. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.17 Evenemententerrein 17

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 17' (Vrouwenkerkplein) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 8 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement
  • b. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

13.4.18 Standplaatsen

Standplaatsen ten behoeve van het te koop aanbieden van goederen, zoals kleine etenswaren, bloemen, kerstbomen en dergelijken, vanaf een vaste plaats in de openbare ruimte zijn toegestaan binnen de bestemming Verkeer, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden zoals bepaald in de beleidsregels en het standplaatsenplan 'Notitie Standplaatsen gemeente Leiden', en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.

13.5 Afwijken van de gebruiksregels
13.5.1 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 13.1 voor het aanleggen van een terras bij een horecabedrijf, mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 13.3;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 14 Water

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • b. groenvoorzieningen;
  • c. nutsvoorzieningen;
  • d. kunstobjecten;
  • e. er plaatse van de volgende aanduidingen tevens bestemd voor wonen in woonschepen, met bijbehorende voorzieningen:
    • 1. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 1';
    • 2. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 2';
    • 3. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 3';
    • 4. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 4';
    • 5. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 5';
    • 6. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 6';
    • 7. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 6a';
    • 8. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 6b';
    • 9. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 6c';
    • 10. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 7';
    • 11. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 8';
    • 12. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 9';
    • 13. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 10';
    • 14. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 11';
    • 15. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 12';
    • 16. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 13';
    • 17. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 14';
    • 18. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 15';
    • 19. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 16';
    • 20. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 17';
    • 21. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 18';
    • 22. 'specifieke vorm van wonen - woonschepenligplaats 19';
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'passantenhaven' tevens bestemd voor een passantenhaven;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger' tevens bestemd voor een aanlegplaats voor (rondvaart)boten met een maximale lengte van 14 meter;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' tevens bestemd voor detailhandel;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - historische haven' tevens bestemd voor een historische haven;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - sleepboothaven' tevens bestemd voor een historische sleepboothaven;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'steiger' tevens bestemd voor steigers;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - vlonder' tevens bestemd voor vlonders;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ligplaats bedrijfsvaartuig' tevens bestemd voor aanlegplaatsen voor rondvaartboten;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - terrasboot' tevens bestemd voor een terrasboot;
  • 8. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - vlonderterras' tevens bestemd voor een drijvende vlonder met een horecaterras;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'groen' tevens bestemd voor groenvoorzieningen ten behoeve van de Meelfabriek;
  • q. ter plaatse van de volgende aanduidingen tevens bestemd voor evenementen, met bijbehorende voorzieningen:
    • 1. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 7';
    • 2. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 8';
    • 3. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 12';
    • 4. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 15';
    • 5. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 18';
    • 6. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 19';

met de daarbijbehorende oeverbeschoeiingen, aanmeermogelijkheden, ondergrondse kabels en leidingen.

14.2 Bouwregels
14.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m;
  • c. steigers en vlonders zijn tevens toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van wonen- woonschepenligplaats 1 t/m 20', 'passantenhaven', 'specifieke vorm van water - historische haven', 'specifieke vorm van water - sleepboothaven', 'specifieke vorm van water - aanlegplaats voor rondvaartboot', 'terras' en specifieke vorm van horeca - vlonderterras'.

14.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 14.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras', specifieke vorm van horeca - vlonderterras', 'steiger', 'specifieke vorm van water - vlonder' en 'specifieke vorm van horeca - terrasboot' geen bouwwerken worden opgericht.

14.2.4 Woonschepenligplaats 1

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 1' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   30 m   30 m    
Breedte   8,25 m   4,5 m    
Kajuithoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8,25 m    
Diepgang       1,25 m  

14.2.5 Woonschepenligplaats 2

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 2' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   25m   25 m    
Breedte   13,5m   4,5 m    
Kajuithoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     15 m    
Diepgang       1,25 m  

14.2.6 Woonschepenligplaats 3

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 3' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   6 m   5,5 m    
Hoogte     3 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6 m    
Diepgang       0,75 m  

14.2.7 Woonschepenligplaats 4

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 4' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 3;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   6 m   5,5 m    
Hoogte     3 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6 m    
Diepgang       0,75 m  

14.2.8 Woonschepenligplaats 5

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 5' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 7;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   5,5 m   5 m    
Hoogte     3,25 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     5,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.9 Woonschepenligplaats 6

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 6' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 3;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   9 m   7,5 m    
Hoogte     4,25 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.10 Woonschepenligplaats 6a

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 6a' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 9;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   9 m   7,5 m    
Hoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.11 Woonschepenligplaats 6b

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 6b' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   9 m   7,5 m    
Hoogte     4,25 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.12 Woonschepenligplaats 6c

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 6c' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 9;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen d e buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   9 m   7,5 m    
Hoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.13 Woonschepenligplaats 7

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 7' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 3;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   7 m   6 m    
Hoogte     3 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.14 Woonschepenligplaats 8

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 8' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   7 m   6 m    
Hoogte     3 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.15 Woonschepenligplaats 9

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 9' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   7 m   6 m    
Hoogte     3 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.16 Woonschepenligplaats 10

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 10' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   30 m   25 m    
Breedte   6 m   5 m    
Hoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     5,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.17 Woonschepenligplaats 11

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 11' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   30 m   30 m    
Breedte   6,5 m   6 m    
Hoogte     5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.18 Woonschepenligplaats 12

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 12' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 5;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   5,5 m   5 m    
Hoogte     3 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     5,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.19 Woonschepenligplaats 13

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 13' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 5;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   5,5 m   5 m    
Hoogte     3 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     5,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.20 Woonschepenligplaats 14

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 14' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 11;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   9,5 m   7,5 m    
Hoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.21 Woonschepenligplaats 15

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 15' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   8 m   7 m    
Hoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8 m    
Diepgang       1 m  

14.2.22 Woonschepenligplaats 16

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 16' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 2;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   9,5 m   7,5 m    
Hoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     8,5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.23 Woonschepenligplaats 17

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 17' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   18 m   16 m    
Breedte   6 m   5,5 m    
Hoogte     3,5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6 m    
Diepgang       1 m  

14.2.24 Woonschepenligplaats 18

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 18' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   25 m   25 m    
Breedte   5 m   5 m    
Hoogte     4 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     5 m    
Diepgang       1 m  

14.2.25 Woonschepenligplaats 19

In afwijking van het bepaalde in artikel 14.2.1 gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - woonschepenligplaats 19' de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen mag niet meer bedragen dan 1;
  • b. de onderliggende afstand tussen de woonschepen met bijbehorende voorzieningen mag niet minder bedragen dan 2 m en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen mag niet minder bedragen dan 5 m;
  • c. de afmetingen mogen niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw   Woonschip  
Lengte   30 m   30 m    
Breedte   6 m   6 m    
Kajuithoogte     5 m    
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal     6 m    
Diepgang       1 m  

14.3 Nadere eisen

Het bevoegd kan ten dienste van een goede bevaarbaarheid van de waterlopen in het plangebied nadere eisen stellen ten aanzien van de beweegbaarheid van bruggen en de doortvaarthoogte van bruggen.

14.4 Afwijken van de bouwregels
14.4.1 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduidingen 'terras' en 'specifieke vorm van horeca - vlonderterras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

14.4.2 Vlonders en steigers

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2 onder c voor het toestaan van vlonders en steigers op andere locaties dan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van wonen- woonschepenligplaats 1 t/m 20', 'passantenhaven', 'specifieke vorm van water - historische haven', 'specifieke vorm van water - sleepboothaven', 'specifieke vorm van water - aanlegplaats voor rondvaartboot', 'terras' en specifieke vorm van horeca - vlonderterras', mits:

  • a. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur en karakteristiek van de omgeving;
  • b. de doorvaart niet wordt belemmerd;
  • c. de cultuurhistorische waarden van beschermd stadsgezicht niet worden aangetast;
  • d. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

14.5 Specifieke gebruiksregels
14.5.1 Evenemententerrein 7

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 7' (Terras Annie's/ Hoogstraat/ Waaghoofd/ Stille Mare) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 6 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor alle locaties gezamenlijk zijn in periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 3 toegestaan met de duur van één dag per evenement ten behoeve van de viering Koningsdag- en nacht;
  • d. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

14.5.2 Evenemententerrein 8

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 8' (Garenmarkt/Van der Werfpark/ Doezastraat) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar 5 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar 3 evenementen in categorie 3 toegestaan met de duur van één dag per evenement, met dien verstande dat 1 evenementendag is toegewezen aan Armin van Buuren en de overige evenementendagen voor het Leidens Ontzet;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c is voor het Leidens Ontzet een extra evenementendag toegestaan in categorie 3, indien 2 of 3 oktober op een zondag valt;
  • e. tussen twee evenementen dient minimaal 1 weekend te zitten waarop geen evenement georganiseerd wordt;
  • f. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

14.5.3 Evenemententerrein 12

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 12' (Oude Singel/ Oude Vest/ Volmolengracht) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 3 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 2 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

14.5.4 Evenemententerrein 15

Voor alle locaties ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 15' (Rapenburg Zuid/ Kaiserstraat) gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2a toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • b. voor alle locaties gezamenlijk zijn in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar maximaal 4 evenementen in categorie 2b toegestaan met de duur van één dag per evenement;
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

14.5.5 Evenemententerrein 18

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 18' (Water Nieuwe Rijn) mag het water volledig worden afgedekt met een tijdelijk drijvend platform ten behoeve van de volgende evenementen en gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende jaar zijn 2 evenementen in categorie 3 toegestaan (1 evenement ten behoeve van Koningsnacht en -dag en 1 evenement ten behoeve van Leidens Ontzet) met de maximale duur van 2,5 evenementendag per evenement;
  • b. in de periode van 27 november tot en met 19 januari van het daarop volgende jaar is 1 evenement in categorie 1 toegestaan (ten behoeve van een IJsbaan) met de maximale duur van 38 evenementendag (inclusief op- en afbouw) per evenement;
  • c. gedurende de periode van het evenement, zoals genoemd onder b (IJsbaan) is voor 1 evenementendag het geluidsniveau toegestaan, zoals opgenomen in een evenement uit categorie 2b;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder a mag, indien (de op- en afbouwactiviteiten van) de evenementen genoemd onder a op een marktdag vallen, de volledige waterafsluiting een dag langer duren;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a mag, indien 3 oktober op een zondag valt, de volledige waterafsluiting en het evenement ten behoeve van Leidens Ontzet (zoals genoemd onder a) een dag langer duren;
  • f. ten behoeve van de op- en afbouwactiviteiten van de evenementen genoemd onder a mag gedurende 1,5 dag (niet zijnde een evenementendag) de breedte van de watergang voor maximaal de helft worden afgedekt met een tijdelijk drijvend platform;
  • g. gedurende de periode dat het water ten behoeve van een evenement wordt afgedekt, dienen de terrasboten, die gesitueerd zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 18' tijdelijk verplaatst te worden.
  • h. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels.

met dien verstande dat na afloop van bovengenoemde periodes de doorvaarbaarheid van het water gewaarborgd dient te zijn.

14.5.6 Evenemententerrein 19

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 19' (Water Nieuwe Rijn) mag het water volledig worden afgedekt met een tijdelijk drijvend platform ten behoeve van het volgende evenement en gelden de volgende specifieke gebruiksregels:

  • a. in de periode van 27 november tot en met 8 januari van het daarop volgende jaar is 1 evenement in categorie 1 toegestaan (ten behoeve van een kerstmarkt) met de maximale duur van 20 evenementendag (inclusief op- en afbouw) per evenement;
  • b. het evenement als bedoeld in artikel 17.5.4 onder a (de kerstmarkt) mag uitsluitend plaatsvinden, indien het water wordt afgedekt ten behoeve van het evenement als bedoeld in artikel 17.5.3 onder b (de ijsbaan);
  • c. voor het maximale gelijktijdig aanwezige bezoekers per evenement per locatie wordt verwezen naar bijlage 1 bij de regels;
  • d. gedurende de periode dat het water ten behoeve van een evenement wordt afgedekt, dienen de terrasboten, die gesitueerd zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 19' tijdelijk te worden verplaatst.

14.5.7 Terrassen
  • 1. terrassen op het water zijn uitsluitend toegestaan op dekschuiten;
  • 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 zijn de gronden ter plaatse van de aanduidingen 'terras' en 'specifieke vorm van horeca - vlonderterras' tevens bestemd voor een drijvende vlonder met een horecaterras.
  • 3. gedurende de periode dat het water ten behoeve van een evenemententerrein afgedekt wordt, dienen de terrasboten, die zijn gesitueerd ter plaatse van het desbetreffende evenemententerrein, tijdelijk verplaatst te worden.

14.6 Afwijken van de gebruiksregels
14.6.1 Terrasboten

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 14.1 ten behoeve van het afmeren van een terrasboot bij een horecabedrijf, mits:

  • a. in de panden langs het water een horecabedrijf is gevestigd;
  • b. het verkeer op het tussen het horecabedrijf en de terrasboot gelegen openbaar gebied geen onevenredig hinder zal ondervinden;
  • c. de doorvaart op het water hierdoor niet onevenredig belemmerd wordt;
  • d. de breedte van de terrasboot niet meer dan eenderde van de breedte van het water ter plaatse mag bedragen.

14.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.7.1 Aanlegverbod
  • a. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: het (gedeeltelijk) vergraven, dempen, ondertunnelen of overkluizen van watergangen en waterpartijen;
  • b. de werken en werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover de belangen van waterhuishoudkundige aard, de beroeps- of recreatievaart en/of de landschappelijke waarde hierdoor niet onevenredig worden aangetast;
  • c. alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder.

14.7.2 Uitzonderingen op aanlegverbod
  • a. het verbod als bedoeld in 14.7.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
    • 1. normaal onderhoud en normaal beheer vergen;
    • 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
    • 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.

Artikel 15 Wonen

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' tevens bestemd voor detailhandel, galeries en ateliers, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en kantoren;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - gemengd en bedrijven' tevens bestemd voor detailhandel, ateliers, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en bedrijven;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' tevens bestemd voor kantoor;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' tevens bestemd voor dienstverlening;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' tevens bestemd voor maatschappelijke doeleinden;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' tevens bestemd voor cultuur en ontspanning;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'sport' tevens bestemd voor sportieve en recreatieve doeleinden;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel uitgesloten' is detailhandel niet toegestaan;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 1;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 3' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca 3*' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 3*;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 4' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 4;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 6' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 6;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 7' tevens bestemd voor horecabedrijven van categorie 7;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens bestemd voor een (ondergrondse) parkeergarage;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds' tevens bestemd voor een ondergrondse parkeergarage;
  • s. ter plaatse van de aanduiding 'garage' uitsluitend bestemd voor garages en bergingen ten behoeve van de woonfunctie;
  • t. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – opslag' tevens bestemd voor opslag;
  • u. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens bestemd voor parkeervoorzieningen;
  • v. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - showroom' tevens bestemd voor een bestaande showroom ten behoeve van straatmeubilair op het dak;
  • w. ter plaatse van de aanduiding 'terras' tevens bestemd voor terrassen;
  • x. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens bestemd voor een onderdoorgang.

met de daarbijbehorende tuinen, erven, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, voorzieningen ten dienste van het laden en lossen, (ondergrondse) fietsenstallingen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water, speelruimte, nutsvoorzieningen, leidingen;

met dien verstande dat tevens de bijbehorende gronden buiten het bebouwingsvlak voor de functies genoemd onder a tot en met s zijn bestemd.

15.2 Bouwregels
15.2.1 Bouwen binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage (%)' het ter plaatse aangegeven bebouwingspercentage niet worden overschreden;
  • c. hoofdgebouwen dienen aaneengesloten te worden gebouwd;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden opgericht;
  • e. hoofdgebouwen dienen in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • f. zijgevels van hoofdgebouwen mogen niet (gedeeltelijk) worden verwijderd;
  • g. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m)', 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;
  • h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet minder respectievelijk meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • i. indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de feitelijke goothoogte;
  • j. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voorgenoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • k. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • l. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het gebouw binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • m. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • n. indien de bestaande hoogten meer bedragen dan maximaal is toegestaan op grond van het bepaalde in dit artikel, dan betreffen de bestaande hoogten de maximale hoogten;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag op de begane grond geen bebouwing worden opgericht tot de onderkant van de vloer van de eerste verdiepingsvloer met dien verstande dat in geen geval bebouwing mag worden opgericht tot een hoogte van 2,5 meter.
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'garage' mag de bouwhoogte van de garage niet meer bedragen dan 3 meter;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage ondergronds' mogen parkeervoorzieningen, met uitzondering van de bijbehorende in- en uitritten, uitsluitend ondergronds worden gerealiseerd.

15.2.2 Bouwen buiten het bouwvlak

Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:

  • a. buiten het bouwvlak mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht;
  • b. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag, indien voornoemde bouwwerken zijn vastgebouwd aan een gebouw binnen het bouwvlak, niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van het binnen het bouwvlak gebouwde gebouw;
  • c. ten behoeve van de in artikel 15.1 bedoelde functies mag per bouwperceel ten hoogste 30% van de niet als bebouwingsvlak aangeduide gronden worden gebouwd met aanbouwen en bijgebouwen;
  • d. de hoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2,7 meter;
  • e. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen;
  • f. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'garage' mogen de gronden voor 100% worden bebouwd en mag de bouwhoogte van de bouwwerken niet meer bedragen dan 3 meter.

15.2.3 Bouwwerken op terrassen

In afwijking van de overige bepalingen van artikel 15.2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'terras' geen bouwwerken worden opgericht.

15.2.4 Stoepen

Gronden gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer mogen uitsluitend bebouwd worden met stoeppalen, plaveisel en ingangspartijen zoals trappenhuizen, een en ander passend bij het aangrenzende hoofdgebouw.

15.3 Afwijken van de bouwregels
15.3.1 Hoogte van een kap

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.1 onder i. ten behoeve van het realiseren van een kap die hoger is dan aldaar voorgeschreven, mits een kap, gemeten van de bovenzijde van de daaronder gelegen bouwlaag niet meer dan 5 meter zal bedragen.

15.3.2 Splitsen van hoofdgebouwen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.1 onder f. ten behoeve van het verticaal splitsen van hoofdgebouwen, mits de breedte afgestemd zal worden op de heersende perceelbreedten in het desbetreffende gedeelte van de binnenstad en de breedte van een hoofdgebouw in ieder geval niet minder dan 4 meter zal bedragen.

15.3.3 Erfafscheidingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.2 onder f. ten behoeve van de bouw van erfafscheidingen langs de wegzijde tot maximaal 3 meter.

15.3.4 Bouwwerken op terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.2.3 voor het oprichten van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'terras' mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. het bouwwerk voldoet aan de Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2016;
  • c. de hoogte niet meer bedraagt dan 2 meter, met uitzondering van parasols, waarvoor een maximale hoogte van 4,50 meter geldt;
  • d. dit aanvaardbaar is binnen de stedenbouwkundige structuur;
  • e. de openbaarheid van het gebied niet onevenredig wordt benadeeld;
  • f. de karakteristieke of monumentale waarden van de direct aan het terras grenzende panden niet worden aangetast;
  • g. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

15.4 Specifieke gebruiksregels
15.4.1 Wonen
  • a. Wonen mag uitsluitend plaatsvinden in hoofdgebouwen;
  • b. De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroeps-/ bedrijfsactiviteit is toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. Uitsluitend activiteiten uit milieucategorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan.

15.4.2 Niet-woonfuncties
  • a. De toegestane niet-woonfuncties zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan;
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op de eerste verdieping toegestaan' niet-woonfuncties tevens op de eerste verdieping toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan' niet-woonfuncties tevens op alle verdiepingen toegestaan;
  • d. in afwijking van het bepaalde in artikel 15.1 onder c. is aan het Plantsoen en Plantage geen detailhandel toegestaan;
  • e. ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van wonen - gemengd en bedrijven' zijn uitsluitend activiteiten uit milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan.

15.4.3 Gebruik bijgebouwen

Vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen niet voor commerciële doeleinden of als zelfstandige woning gebruikt worden.

15.4.4 Horeca

Voor de tevens voor horeca bestemde gronden geldt dat tevens horeca-activiteiten zijn toegestaan uit een lagere categorie evenwel tot maximaal categorie 3 en met uitzondering van horecabedrijven van categorie 1* en categorie 2.

15.4.5 Stoepen

Voorzover deze gronden zijn gelegen tussen de voorgevelbouwgrens en de bestemming Verkeer en de breedte daarvan niet meer bedraagt dan 1,5 m, zijn zij bestemd voor privé-stoep bij het aangrenzende hoofdgebouw.

15.4.6 Garages

Ter plaatse van de aanduiding 'garage' zijn uitsluitend opslagen of stallingsruimten toegestaan die worden gebruikt voor bij de woonfunctie behorende opslag en als stallingsplaats voor voertuigen.

15.5 Afwijken van de gebruiksregels
15.5.1 Aan huis verbonden beroep/ bedrijf

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15.4.1 voor het toestaan van een aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteit dat niet voorkomt in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder milieucategorie 1, mits de activiteit naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorie.

15.5.2 Terrassen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 15 ten behoeve van het realiseren van een terras bij een horecabedrijf buiten de aanduiding 'terras', mits:

  • a. het verkeer hierdoor niet onevenredig wordt gehinderd;
  • b. geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van het bepaalde in artikel 15.3.4;
  • c. het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal worden aangetast, met dien verstande dat in ieder geval sprake moet zijn van een akoestisch aanvaardbare situatie;
  • d. de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 16 Leiding - Gas

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor een ondergrondse hoge druk aardgasleiding en overige kabels.

16.2 Voorrangsbepaling

In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen, die op grond van de andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming Leiding - Gas voorrang krijgt.

16.3 Bouwregels

Op of in de tevens voor Leiding - Gas aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit het oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid.

16.4 Afwijken van de bouwregels

In afwijking van het bepaalde onder 16.3 kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de daar andere voorkomende bestemming(en), mits het geen kwetsbaar object betreft, indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder, met dien verstande dat de bouwwerken niet in strijd mogen zijn met de regels die van toepassing zijn voor de betreffende bestemming.

16.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
16.5.1 Werken en werkzaamheden
  • 1. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
    • a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplanting en bomen;
    • b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
    • c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals damwanden, heipalen, lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
    • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginningen, ophogen en aanleggen van drainage;
    • e. het opslaan van grond en/of materialen;
    • f. het wijzigen van het waterstandniveau;
    • g. het aanbrengen van parallel liggende kabels;
    • h. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
  • 2. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder 1 voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig schaden.
  • 3. Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder 1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

16.5.2 Uitzonderingen

Het verbod zoals bedoeld in artikel 16.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden:

    • a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
    • b. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
    • c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;
    • d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Artikel 17 Waarde - Archeologie 1

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van het aangewezen archeologisch monument in de zin van artikel 3 van de Monumentenwet.

17.2 Bouwregels
  • a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 17.1 bedoelde bestemming uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek (opgraven) noodzakelijk zijn, mits de bepalingen van artikel 11 van de Monumentenwet vooraf in acht zijn genomen.
  • b. Tevens mogen op deze gronden gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht voor de primaire bestemming(en) als bedoeld in het betreffende bestemmingsplan, mits de bepalingen van artikel 11 van de Monumentenwet vooraf in acht zijn genomen.

Artikel 18 Waarde - Archeologie 2

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

18.2 Bouwregels
  • a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 18.1 bedoelde bestemming uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek (opgraven) noodzakelijk zijn, mits de bepalingen van artikel 18.3 vooraf in acht zijn genomen.
  • b. Tevens mogen op deze gronden gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht voor de primaire bestemming(en) als bedoeld in het betreffende bestemmingsplan, mits de bepalingen van artikel 18.3 vooraf in acht zijn genomen.

18.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
18.3.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, dieper dan 50 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 25 m²:

  • a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het aanleggen of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en ander detectieapparatuur), gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten;
  • f. het heien van palen en slaan van damwanden.

18.3.2 Toelaatbaarheid
  • a. De in lid 18.3.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien en voor zover die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden.
  • b. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan bij het indienen van de aanvraag gevraagd worden een archeologisch rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld.

18.3.3 Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 18.3.1 is niet van toepassing op:

  • a. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. werken of werkzaamheden die:
    • 1. op het tijdstip, waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn;
    • 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingenvergunning.

18.3.4 Voorwaarden omgevingsvergunning

Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorwaarden worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek;
  • b. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);
  • c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ);
  • d. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage;
  • e. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).

18.3.5 Programma van Eisen

Archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 18.3.4 wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, dat moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. In het Programma van Eisen wordt aangegeven op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd.

18.4 Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door:

  • a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
  • b. aan gronden alsnog de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 toe te kennen indien uit inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

Artikel 19 Waarde - Archeologie 4

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

19.2 Bouwregels
  • a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 19.1 bedoelde bestemming uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek (opgraven) noodzakelijk zijn, mits de bepalingen van artikel 19.3 vooraf in acht zijn genomen.
  • b. Tevens mogen op deze gronden gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht voor de primaire bestemming(en) als bedoeld in het betreffende bestemmingsplan, mits de bepalingen van artikel 19.3 vooraf in acht zijn genomen.

19.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.3.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, dieper dan 50 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 50 m²:

  • a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het aanleggen of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en ander detectieapparatuur), gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten;
  • f. het heien van palen en slaan van damwanden.

19.3.2 Toelaatbaarheid
  • a. De in lid 19.3.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien en voor zover die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden.
  • b. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan bij het indienen van de aanvraag gevraagd worden een archeologisch rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld.

19.3.3 Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 19.3.1 is niet van toepassing op:

  • a. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. werken of werkzaamheden die:
    • 1. op het tijdstip, waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn;
    • 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingenvergunning.

19.3.4 Voorwaarden omgevingsvergunning

Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorwaarden worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek;
  • b. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);
  • c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ);
  • d. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage;
  • e. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).

19.3.5 Programma van Eisen

Archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 19.3.4 wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, dat moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. In het Programma van Eisen wordt aangegeven op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd.

19.4 Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door:

  • a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;
  • b. aan gronden alsnog de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 toe te kennen indien uit inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

 

Artikel 20 Waarde - Cultuurhistorie

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud, het herstel en de bescherming van de met het beschermd stadsgezicht verbonden cultuurhistorische waarden zoals nader omschreven in de toelichting bij de aanwijzing tot Beschermd Stadsgezicht 'Leiden binnen de Singels' en in de toelichting die het onderhavige bestemmingsplan vergezelt.

20.2 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan bij het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken ter voorkoming van onevenredige aantasting van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit, die in dit plangebied bestaat uit de cultuurhistorische waarde van het stratenpatroon en de bebouwing.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 21 Voorwaardelijke verplichting parkeren en laden/lossen

  • a. Het gebruik op grond van de regels van dit bestemmingsplan is slechts toegestaan als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid en voldoende ruimte voor laden en lossen op eigen terrein;
  • b. Bij het bepalen of voldoende ruimte is aangebracht voor het parkeren van auto's en laden en lossen wordt gebruik gemaakt van de meest recente gemeentelijke beleidsregels met betrekking tot parkeren;
  • c. Bij een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in lid a en b indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, er een bijzonder gemeentelijk belang mee is gemoeid of op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien;

Artikel 22 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 23 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan.

Artikel 24 Algemene bouwregels

24.1 Kappen
24.1.1 Bouwregels
  • a. indien een bestaand hoofdgebouw is voorzien van een kap, dient een kap te worden gehandhaafd;
  • b. de bestaande nokrichting van hoofdgebouwen die met een kap zijn afgedekt, dient te worden gehandhaafd.

24.1.2 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid 24.1.1 onder a en b en van het bepaalde in artikel 1, lid 1.50, met dien verstande dat:

  • a. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de met het beschermd stadsgezicht verbonden cultuurhistorische waarden;
  • b. tevens kan worden toegestaan dat een hoofdgebouw - niet zijnde een monument of een karakteristiek pand - in plaats van een kap wordt voorzien van een plat afgedekte terugliggende extra laag, mits deze past in het kapprofiel;
  • c. tevens kan worden toegestaan dat een hoofdgebouw - niet zijnde een monument of een karakteristiek pand - in plaats van een kap wordt voorzien van een met een kap vergelijkbare dakbeëindiging, mits deze aansluit bij de aangrenzende kapvormen.

24.2 Ondergronds bouwen
24.2.1 Bouwregels

Ieder hoofdgebouw mag voorzien worden van een kelder met dien verstande dat:

  • a. ten hoogste één bouwlaag (ondergronds) mag worden toegevoegd;
  • b. kelders mogen uitsluitend binnen de bebouwingsgrenzen worden gebouwd;
  • c. de functie van de kelder is gelijk aan de functies, die zijn toegestaan op de begane grond, met uitzondering van horeca, zoals gedefinieerd in artikel 1.48;
  • d. geen parkeerkelders mogen worden gebouwd, tenzij in de planregels van Hoofdstuk 2 anders bepaald is.

24.2.2 Afwijken van de bouwregels
  • a. het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 24.2.1 onder d voor de bouw van een parkeerkelder onder een hoofdgebouw mits:
    • 1. de in- en uitrit geen aantasting betekent van de cultuurhistorische waarde van het openbaar gebied;
    • 2. een in- en uitrit in verkeerskundig opzicht geen gevaar betekent voor het verkeer;
    • 3. het parkeerkelder de doorstroming van het verkeer niet belemmerd;
  • b. het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 24.2.1 onder b voor een overschrijding van de achtergevelbouwgrens mits deze kelder onder een aanbouw wordt gerealiseerd;
  • c. het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de goot- en bouwhoogte voor de bouw van een onderbouw mits deze past in de karakteristiek van de omgeving waarin het hoofdgebouw is gelegen en de overschrijding van de maximale goot- en/ of bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1 meter.

24.3 Dakterrassen
24.3.1 Bouwregels

Voor dakterrassen gelden de volgende bepalingen:

  • a. op een aanbouw aan een hoofdgebouw dat (tevens) voor woondoeleinden is bestemd en wordt gebruikt mag een dakterras worden gerealiseerd met daaromheen een afrastering mits de hoogte daarvan niet meer bedraagt dan:
    • 1. voor het aan de achtergevel aansluitende gedeelte 2 meter tot maximaal 4 meter uit deze achtergevel;
    • 2. voor het overige maximaal 1,20 meter.
  • b. het is niet toegestaan een dakterras te realiseren op hoofdgebouwen of op daken van aanbouwen in meer dan twee bouwlagen dan wel deze daken als dakterras te gebruiken.
  • c. in afwijking van het bepaalde onder b. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakterras' is een dakterras op het hoofdgebouw toegestaan dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is en krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen gebouwd mocht worden.

24.3.2 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 24.3.1 voor een grotere hoogte van een afrastering mits:

  • a. de bezonning, en de privacy van aangrenzende of nabijgelegen gebouwen en open terreinen niet in onevenredige mate wordt aangetast;
  • b. het beschermd stadsgezicht niet wordt aangetast.

24.4 Karakteristieke bebouwing
24.4.1 Algemeen

Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is de bestemming tevens gericht op het behoud en bescherming van de beeldbepalende waarden van bouwwerken.

24.4.2 Bouwregels

Ten aanzien van de op de planverbeelding als 'karakteristiek' aangeduide bouwwerken geldt, in afwijking van de overige planregels het volgende:

  • a. het is verboden een als zodanig op de verbeelding aangegeven bouwwerk geheel te slopen;
  • b. gedeeltelijke vernieuwing en/of verandering van de afmetingen van de bestaande bouwwerken is slechts toegestaan, mits het uitwendig karakter van het bouwwerk niet wordt veranderd voor wat betreft de hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen, de dakvorm, de nokrichting en de dakhelling alsmede de gevelindeling en indeling van vensters, deuropeningen en erkers;

24.4.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 24.4.2 teneinde het bestaande bouwwerk te vergroten, veranderen, vernieuwen of (gedeeltelijk) te slopen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke waarden van het bouwwerk zelf, dan wel van het straatbeeld en de omgeving van dit bouwwerk, waarbij in het bijzonder wordt gelet op:

  • a. bouwmassa naar hoofdafmeting en onderlinge verhoudingen;
  • b. dakvorm, nokrichting en dakhelling;
  • c. gevelindeling.

24.5 Bouwhistorische bebouwing
24.5.1 Algemeen

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwhistorisch' is de bestemming tevens gericht op het behoud en bescherming van de bouwhistorische waarden van bouwwerken.

24.5.2 Bouwregels

Ten aanzien van de op de planverbeelding als 'specifieke bouwaanduiding - bouwhistorisch' aangeduide bouwwerken geldt, in afwijking van de overige planregels, dat (gedeeltelijke) sloop van het bouwwerk, dan wel geheel of gedeeltelijke verwijdering of verandering van bouwkundige onderdelen van het bouwwerk uitsluitend is toegestaan, indien uit de overgelegde gegevens blijkt dat de bouwhistorische waarden van het bouwwerk niet onevenredig worden aangetast'.

24.5.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 24.5.2 teneinde het bestaande bouwwerk (gedeeltelijk) te kunnen slopen of bouwkundige onderdelen van het bouwwerk geheel of gedeeltelijk te kunnen verwijderen of veranderen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bouwhistorische waarde van het pand.

24.5.4 Voorwaarden omgevingsvergunning

Aan de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 24.5.3 kunnen de volgende voorwaarden worden verbonden:

  • a. De verplichting tot het documenteren van het pand of de bouwkundige onderdelen die geheel of gedeeltelijk worden gesloopt, verwijderd of veranderd. Deze bouwhistorische documentatie dient te worden uitgevoerd op basis van het “Standaard programma van eisen bouwhistorie” van Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO) en dient vooraf te worden goedgekeurd door het college, dan wel op basis van een specifiek programma van eisen op te stellen door ELO.
  • b. De verplichting tot het doen van aanpassingen aan onderdelen van het bouwplan, waardoor de bouwhistorische waarde van het pand (zoveel mogelijk) wordt behouden.

24.6 Beeldbepalende tuinmuur
24.6.1 Algemeen

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalende tuinmuur' is de bestemming tevens gericht op het behoud en bescherming van de beeldbepalende tuinmuur.

24.6.2 Bouwregels

Ten aanzien van de op de planverbeelding als 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalende tuinmuur' aangeduide bouwwerken geldt, in afwijking van de overige planregels, dat geheel of gedeeltelijke verwijdering of verandering van de tuinmuur niet is toegestaan.

24.6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 24.6.2 teneinde de bestaande bebouwing geheel of gedeeltelijk te kunnen verwijderen of veranderen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bouwhistorische waarde van de tuinmuur en de bouwhistorische waarden van de tuinmuur voldoende gedocumenteerd worden door de initiatiefnemer.

24.7 Samenvoegen van gebouwen
24.7.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 is het verboden om panden samen te voegen door middel van het (gedeeltelijk) verwijderen van zijgevels of het maken van doorgangen in zijgevels.

24.7.2 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 24.7.1 ten behoeve van het samenvoegen van gebouwen door middel van het gedeeltelijk verwijderen van zijgevels of het maken van doorgangen daarin, met dien verstande dat:

    • 1. deze panden aan de voorgevel als afzonderlijke panden herkenbaar dienen te blijven;
    • 2. aan de voorzijde van een pand ten minste een gedeelte van de scheidingsmuur over ene lengte van tenminste 4 meter gehandhaafd, behoudens een eventuele doorgang met een breedte van maximaal 1,5 meter daarin;
    • 3. de breedte na samenvoeging niet meer dan 15 meter zal bedragen;
    • 4. alvorens afwijking te verlenen de resultaten van bouwhistorisch onderzoek aangaande de te verwijderen (delen van) scheidingsmuren overgelegd dienen te worden, behoudens ingeval slechts doorgangen worden gemaakt.

24.8 Nadere eisen

Het bevoegd gezag is bevoegd, tevens in het belang van het beschermd stadsgezicht, zoals bedoeld in artikel 20, nadere eisen te stellen ten aanzien van de volgende onderwerpen:

24.8.1 Goot- en/of bouwhoogte

De goot- en/ of bouwhoogte van gebouwen indien dit in verband met de in de omgeving aanwezige bebouwing of het in acht nemen van de waarden van het beschermd stadsgezicht wenselijk dan wel noodzakelijk is, met dien verstande dat:

  • 1. de goot- en/ of bouwhoogte in de voorgevelbouwgrens maximaal 1 meter verlaagd mag worden;
  • 2. de goot- en/ of bouwhoogte van gedeelten van hoofdgebouwen aan de achterzijde met maximaal 3 meter mag worden verlaagd indien dit in verband met de bezonning en de bruikbaarheid van aangrenzende gebouwen en/ of percelen noodzakelijk is.

24.8.2 Situering bouwwerken

De situering van bouwwerken indien dit noodzakelijk is ten behoeve van de bezonningssituatie, de privacy, de bereikbaarheid voor de brandweer en andere hulpdiensten en dergelijke, dan wel indien dit uit oogpunt van stedenbouwkundige of ruimtelijk-functionele kwaliteit dan wel ter bescherming van de cultuurhistorische waarden wenselijk is.

24.8.3 Goothoogte hoofdgebouwen

De goothoogte van aan elkaar grenzende panden, teneinde te waarborgen:

  • a. dat deze tenminste 0,4 m van elkaar zullen verschillen, om te voorkomen dat voor de desbetreffende gevelwand onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met het beschermd stadsgezicht verbonden cultuurhistorische waarden of
  • b. dat deze niet van elkaar verschillen ingeval het een rij bestaande uniforme panden betreft.

24.8.4 Situering van aanbouwen en bijgebouwen

De situering en de goot- en/of bouwhoogte van aanbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 m in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onevenredig nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat:

  • a. daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig wordt geschaad;
  • b. de goot- of boeibordhoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 m;
  • c. geen inbreuk wordt gemaakt op het bepaalde in de overige voorschriften ten aanzien van het ten hoogste te bebouwen gedeelte van de gronden;
  • d. geen inbreuk wordt gemaakt op de, met het beschermd stadsgezicht verbonden, cultuurhistorische waarden.

24.8.5 Parcellering

Het in acht nemen van de historische parcellering dan wel een daarmee vergelijkbare indeling van percelen langs openbaar gebied indien sprake is van het vervangen van bebouwing of het splitsen van panden in smallere eenheden, waarbij geëist kan worden dat aangesloten wordt bij de in het desbetreffende gebied voorkomende kavelbreedte, indien dit gewenst of noodzakelijk is in verband met de historische context of het straatbeeld waarbinnen de betreffende bebouwing wordt opgericht of verbouwd.

24.8.6 Diepte aanbouwen

De diepte van aanbouwen gerekend vanuit de achtergevel, waarbij geëist kan worden dat deze diepte beperkt wordt tot maximaal 5 m. in verband met de openheid van een binnenterrein.

24.8.7 Naastgelegen monumenten of karakteristieke panden

De afmetingen van hoofdgebouwen indien deze grenzen aan een rijks- of gemeentelijk monument of aan een hoofdgebouw, die op de planverbeelding als 'karakteristiek' zijn aangegeven, met dien verstande dat:

  • a. de goot- en/of bouwhoogte niet meer dan 20% mag afwijken van de goot- en/of bouwhoogte van het naastgelegen monument of 'karakteristiek' pand;
  • b. een kap zal worden toegepast;
  • c. de kapvorm en nokrichting in overeenstemming zullen zijn met de kapvorm en nokrichting van het naastgelegen monument of 'karakteristiek' pand.

Artikel 25 Algemene gebruiksregels

25.1 Algemeen verbod

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming, de doeleindenomschrijving en de overige voorschriften inzake bestemming en gebruik zoals bedoeld in het tweede lid van de artikelen inzake de bestemmingen.

25.2 Bijzondere gebruiksverboden

Het is in ieder geval verboden bouwwerken en gronden te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken voor:

  • a. het uitoefenen van prostitutie;
  • b. het opslaan van meer dan 1.000 kg consumentenvuurwerk.

25.3 Afwijking

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in dit artikel, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Artikel 26 Algemene aanduidingsregels

26.1 Vrijwaringszone - molenbiotoop
26.1.1 Bouwregels

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden met betrekking tot de bouw van bouwwerken de volgende voorwaarden:

  • a. binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;
  • b. binnen een straal van 100 m tot 400 m, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, mag de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet hoger zijn dan 1/30e van de afstand tussen bouwwerk en/of beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek.

26.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, voor zover het geen bouwwerken betreft;
    • b. het ophogen van gronden;
    • c. het beplanten van bomen, heesters en andere opgaande begroeiing;
  • 2. het bepaalde in onder a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
    • a. het normale onderhoud betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming;
    • b. op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn;
    • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingenvergunning;
  • 3. de onder a genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element, niet onevenredig in gevaar wordt of kan worden gebracht.

26.2 Geluidszone - industrie
26.2.1 Algemeen

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrie' mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder worden opgericht.

26.2.2 Afwijking
  • a. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 26.2.1 ten behoeve van de bouw van geluidgevoelige objecten, mits de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze geluidgevoelige objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

26.3 Veiligheidszone - gasbedrijf
26.3.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 gelden de volgende regels:

  • a. binnen de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - gasbedrijf 1' mogen geen nieuwe kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten worden opgericht, zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
  • b. binnen de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - gasbedrijf 2' mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden opgericht, zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

26.3.2 Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan, op grond van en met in achtneming van het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduidingen 'Veiligheidszone - gasbedrijf 1' en 'Veiligheidszone - gasbedrijf 2' worden verwijderd, indien het aanwezige gasstation niet meer aanwezig is, dan wel buiten werking is gesteld.

Artikel 27 Algemene afwijkingsregels

27.1 Overschrijding bebouwingsgrenzen en voorgeschreven maten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken:

  • a. van het overschrijden van bebouwingsgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken, dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en de feitelijke oppervlakte van het bebouwingsvlak mag als gevolg van de afwijking met niet meer dan 10% worden vergroot;
  • b. van de voorgeschreven maten (waaronder bebouwingspercentages) van ten hoogste 10%, tenzij op grond van de bestemmingen uit hoofdstuk 2 al een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is verleend of kan worden verleend.

27.2 Doorgangen en onderdoorgangen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken ten behoeve van het creëren van doorgangen of onderdoorgangen in gesloten bouwblokken, mits:

  • a. de breedte van een dergelijke (onder)doorgang niet meer bedraagt dan 3 meter,
  • b. de hoogte van een onderdoorgang niet minder bedraagt dan 2,5 meter en;
  • c. de doorgang of onderdoorgang niet zal dienen om tuinen en andere binnenterrein toegankelijk te maken voor motorvoertuigen tenzij deze geparkeerd zullen worden in een bestaand gebouw.

27.3 Aan huis verbonden beroep en bedrijf

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken ten behoeve van het benutten van een groter vloeroppervlak van de woning voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf of beroep dan krachtens de desbetreffende regels is toegestaan, mits de woonfunctie qua vloeroppervlak als belangrijkste functie gehandhaafd blijft;

27.4 Categorieën Staat van Bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken ten behoeve van het toelaten van activiteiten in één categorie hoger dan toegestaan op grond van de gebruiksbepalingen van hoofdstuk 2 of het toelaten van activiteiten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, mits de activiteiten:

  • a. naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de reeds op grond van het bepaalde in hoofdstuk 2 toegestane categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. geen extra parkeerbelasting voor de omgeving opleveren;
  • c. geen een onevenredig verkeersaantrekkende werking hebben;
  • d. bestaande opgangen naar bovenwoningen gehandhaafd blijven;
  • e. geen zwaardere milieulasting veroorzaken voor de omgeving.

Artikel 28 Algemene wijzigingsregels

  • 1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor verschuiving van de bestemmingsgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de verschuivingen mogen echter niet meer dan 5 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
  • 2. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het achterwaarts verschuiven van de achterste begrenzing van de hoofdgebouwen op de verbeelding met ten hoogste 5 meter ten behoeve van het verlengen van een hoofdgebouw mits dit plaats vindt in de volgende gevallen:
    • a. de diepte van het bestaande hoofdgebouw is minder dan 10 meter;
    • b. het hoofdgebouw wordt aan de achterzijde geflankeerd door hoofdgebouwen en/of aanbouwen in twee of meer lagen die ten opzichte van de bestaande achtergevel ten minste 5 meter dieper zijn;
    • c. de afstand van de nieuwe achtergevelbouwgrens tot de achterste perceelsgrens ten minste evenveel zal bedragen als de goothoogte in de achtergevelbouwgrens van het verlengde hoofdgebouw.

Artikel 29 Bestaande maten

  • 1. Indien afstanden (tot), hoogten, inhoud en/of oppervlakte van bouwwerken in de bestaande situatie meer bedragen dan op basis van hoofdstuk 2 en 3 is toegestaan, mogen deze maten als hoogste toelaatbaar worden aangehouden en is algehele vernieuwing van deze bouwwerken toegestaan;
  • 2. vernieuwing zoals bedoeld onder a is alleen toegestaan op dezelfde locatie en binnen dezelfde afmetingen als de bestaande situatie;
  • 3. in afwijking van het bepaalde onder a en b kan het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken ten behoeve van herbouw op een andere plaats binnen dezelfde bestemming en met andere afmetingen mits:
    • a. dit in voorkomend geval wenselijk is in verband met de openheid van een binnenterrein, waarbij gestreefd wordt naar vergroting van een aaneengesloten tuingebied en de bruikbaarheid van bouwwerken en de omgeving in acht genomen wordt;
    • b. de belangen van derden niet worden geschaad;
    • c. de inhoud van het bouwwerk niet wordt vergroot en de uitwendige afmetingen met niet meer dan 20% worden gewijzigd.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 30 Overgangsrecht

30.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%;
  • c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

30.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 31 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Binnenstad