Bestemmingsplan Hoornes

 

Toelichting, verbeelding en regels

 

Status                                : Ontwerp

Datum                               :  1 december 2010

ID                                       : NL.IMRO.0537.bpKAThoornes-on01

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fase

Uitspraak/besluit

Datum/periode

Ontwerpplan ter inzage

7 december 2010

17 december 2010 t/m 27 januari 2011

Vaststelling door gemeenteraad

 

 

Ter inzage legging vastgesteld plan

 

 

Beroep ingesteld bij ABRS

 

 

Voorlopige voorziening bij Voorzitter Afdeling Bestuursrechtspraak

 

 

Inwerkingtreding bestemmingsplan

 

 

Essentie uitspraak ABRS

 

 

Onherroepelijkheid bestemmingsplan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TOELICHTING


hoofdstuk 1 inleidING   2

1.1. – Aanleiding en doel herziening bestemmingsplan   2

1.2. – Situering en begrenzing plangebied   2

1.3. – Vigerende bestemmingsplannen   2

hoofdstuk 2 beleidskader  2

2.1. – Rijksbeleid   2

2.1.1.  Nota Ruimte  2

2.1.2.     Realisatieparagraaf Nationaal ruimtelijk beleid   2

2.2. – Provinciaal beleid   2

2.2.1.  Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2020   2

2.2.2.  Provinciale Verordening Ruimte (2010)  2

2.3. – Regionaal beleid   2

2.3.1.  Programma van Afspraken Toekomst Duin- en Bollenstreek en Leidse Regio (2002)  2

2.3.2.  Regionale structuurvisie Holland Rijnland   2

2.3.3. Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw    2

2.3.4.     Klimaatprogramma 2008 - 2012  2

2.3.5.  Hoogheemraadschap van Rijnland   2

2.4. – Gemeentelijk beleid   2

2.4.1.  Brede Structuurvisie 2007-2020   2

2.4.2.  Woonvisie 2008-2020   2

2.4.3. Bestemmingsplan “Dakopbouwen”  2

2.4.4. Welstandsnota  2

2.4.5. Integraal Verkeers- en Vervoersplan   2

2.4.6. Parkeerbeleidsnota 2009-2018   2

2.4.7. Groenbeleidsplan 2009-2019  2

2.4.8. Speelruimtebeleidsplan 2008-2018   2

2.4.9. Economisch beleidsplan (2010)  2

2.4.10. Beleid Archeologie  2

2.4.11. Monumentenverordening gemeente Katwijk  2

2.4.12. Duurzaamheidsprofiel 2

2.4.13. Geluidbeleid   2

2.4.14. Waterplan Katwijk  2

2.4.15. Beleid inzake standplaatsen, venten en snuffelmarkten   2

2.4.16 Horecabeleid 2007  2

2.4.17 Percentageregeling beeldende kunst  2

hoofdstuk 3 FUNCTIONELE – RUIMTELIJKE STRUCTUUR   2

FUNCTIONELE ASPECTEN   2

3.1.  Huidige situatie  2

3.1.1. Historische ontwikkeling  2

3.1.2. Huidig beeld   2

3.1.3. Bevolking en wonen   2

3.1.4. Voorzieningen   2

3.1.5. Bedrijven   2

3.2. – Toekomstige situatie  2

3.2.1. Algemeen   2

3.2.2. Voorzieningen   2

3.2.3. Waterstaatkundige functie  2

3.3.       Verkeer, vervoer en parkeren   2

3.3.1. Verkeer  2

3.3.2. Vervoer  2

3.3.3. Parkeren   2

3.3.4. Groen en recreatie  2

3.3.5. Stedenbouwkundige inpassing  2

hoofdstuk 4 KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING   2

4.1. Geluidhinder  2

4.1.1. Wegverkeergeluid   2

4.1.2. Industriegeluid   2

4.2.       Luchtkwaliteit  2

4.3.       Bodemkwaliteit  2

4.4.       Bedrijvigheid   2

4.5.       Externe veiligheid   2

4.6.       Duurzame ontwikkeling   2

4.6.1.  Klimaatprogramma  2

4.6.2   Duurzaam bouwen   2

4.6.3.   Afval 2

4.7.       Natuur en ecologie  2

4.7.1   Ecologische zones en groenstructuur  2

4.7.2   Natuur- en milieubeschermingsgebieden   2

4.8        Archeologie en Cultuurhistorie  2

4.8.1.     Cultuurhistorie  2

4.8.2 Archeologie  2

4.9.       Water  2

4.9.1.   Grondwater  2

4.9.2. Oppervlaktewater  2

4.9.3. Riolering  2

hoofdstuk 5 juridische planbeschrijving   2

5.1 Algemeen   2

5.2. Planvorm    2

5.2.1. Verbeelding en regels  2

5.2.2. Bestemmingsvlak en bouwvlak  2

5.2.3. Aanduidingen   2

5.3.       Opbouw regels  2

5.3.1.        Inleidende regels  2

5.3.2.        Bestemmingsregels  2

5.3.3.        Algemene regels  2

5.3.4.   Overgangs- en slotregel 2

HOOFDSTUK 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID   2

6.1        Vooroverleg   2

6.1.1. Ingediende reactie  2

6.2        Zienswijzen   2

6.2.1 Ingediende zienswijzen   2

hoofdstuk 7 economische uitvoerbaarheid   2

 


hoofdstuk 1 inleidING

1.1. – Aanleiding en doel herziening bestemmingsplan

 

De aanleiding voor het maken van het bestemmingsplan ‘Hoornes’ zijn de volgende redenen:

a.             het bestemmingsplan ‘Hoornespolder’ is inmiddels ouder dan 10 jaar en dient geactualiseerd te worden aan de nieuwste ontwikkelingen en inzichten;

b.            op 30 maart 1994 is het structuurplan Katwijk 2000 door de raad vastgesteld;

c.             op 30 november 1995 is het bestemmingsplan ‘Uitbouwen en bijgebouwen bij grotere percelen’ door de raad vastgesteld;

d.            op 19 juli 2001 is het bestemmingsplan ‘Dakopbouwen’ door de raad vastgesteld;

e.             de Nota Ruimte is op 15 mei 2005 door de Tweede Kamer aangenomen;

f.              in juni 2008 heeft het kabinet de Realisatieparagraaf Nationaal ruimtelijk beleid vastgesteld;

g.             op 26 april 2007 is de brede structuurvisie Katwijk 2005-2020 door de raad vastgesteld;

h.            de ontwerp Visie op Zuid-Holland is door de provincie vastgesteld op 29 april 2009;

i.              de Ruimtelijke Provinciale Verordening is vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 15 december 2008 en is op 1 januari 2009 in werking getreden;

j.              door de verschillende sectoren is nieuw beleid ontwikkeld en zijn beleidsnota’s vastgesteld, waarvan de ruimtelijke gevolgen moeten worden meegenomen.

Deze herziening bestaat uit een verbeelding (voorheen plankaart), een toelichting en regels (voorheen voorschriften), waarin een omschrijving van de bestemmingen is opgenomen. De verbeelding en de regels regelen samen het gebruik van de gronden en de bebouwingsmogelijkheden. De toelichting dient beschouwd te worden als een nadere toelichting op de verbeelding en de regels.

 

1.2. – Situering en begrenzing plangebied

 

Het plangebied omvat hoofdzakelijk de wijk Hoornes. Het gebied wordt aan de oostzijde begrensd door de N206, aan de zuidzijde door het Uitwateringskanaal, aan de westzijde door de Hoorneslaan en de Melkweg.  Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door de Johan van Oldenbarneveldstraat, de groenstrook tussen de wijken Hoornes en Rijnsoever, de Schimmelpenninckstraat, de Jaap Bergmanstraat, de Biltlaan en de Helmbergweg.

 

1.3. – Vigerende bestemmingsplannen

 

Voor het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan geldt grotendeels het bestemmingsplan ‘Hoornespolder’. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad op 30 juli 1981 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 3 maart 1982, nr. B. 20005.

 

Voor een klein gedeelte van het plangebied (Hugo de Groothof) geldt het Uitwerkingsplan IV Rijnsoever (west). Dit uitwerkingsplan is op 23 december 1997 door burgemeester en wethouders vastgesteld en bij besluit van 21 april 1998, nr DRG/ARB/148501, door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland goedgekeurd.

 

Voor de percelen groter dan 300 m² is ook het bestemmingsplan ‘Uitbouwen en bijgebouwen bij grotere percelen’ van toepassing. Dit bestemmingsplan is door de raad op 30 november 1995 vastgesteld en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 19 april 1995. Dit plan is op 29 juli 1996 onherroepelijk geworden.

 

Verder geldt het bestemmingsplan 'Dakopbouwen'. Dit plan is door de raad vastgesteld op 19 juli 2001 en gedeeltelijk goedgekeurd door gedeputeerde staten van Zuid-Holland op 26 februari 2002, nr. DRGG/ARB/01/7327. Het plan is onherroepelijk geworden op 23 april 2002.

 

Deze herziening van het bestemmingsplan vervangt de genoemde bestemmingsplannen en tevens alle vrijstellingen en ontheffingen die in de afgelopen planperiode hebben plaatsgevonden voor het betreffende gebied.  

 

 

 

 

 

 

 

hoofdstuk 2 beleidskader

2.1. – Rijksbeleid

 

2.1.1.  Nota Ruimte

De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen. De nota bevat, in overeenstemming met het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet, de ruimtelijke bijdrage aan een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een aantrekkelijk land. De Eerste en Tweede Kamer hebben met dit nieuwe nationaal ruimtelijk beleid ingestemd. De bij de nota horende uitvoeringsagenda biedt inzicht in de belangrijkste bij het beleid behorende ruimtelijke investeringen en uitvoeringsacties. In de Nota Ruimte wordt het nationaal ruimtelijk beleid vastgelegd tot 2020, waarbij de periode 2020-2030 geldt als doorkijk naar de lange termijn.

De Nota Ruimte is op 17 januari 2006 aangenomen door de Eerste Kamer en vervangt de ruimtelijk relevante rijksnota’s c.q. de planologische kernbeslissingen (PKB’s), behorend bij de Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra (en de Actualisering daarvan in de Vinac), en het Structuurschema Groene Ruimte.

Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is om op een duurzame en efficiënte wijze ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies, de leefbaarheid van Nederland te waarborgen en te vergroten en de ruimtelijke kwaliteit van stad en platteland te verbeteren, waarbij speciaal aandacht wordt geschonken aan het scheppen van de juiste condities voor het toepassen van ontwikkelingsplanologie. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier algemene doelen: versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland, borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden, en borging van de veiligheid.

De Nota Ruimte is een strategische nota op hoofdlijnen, waarin rijksverantwoordelijkheden en die van anderen helder zijn onderscheiden. Waar nationale belangen in het geding zijn, kan regie van het rijk nodig zijn. In een aantal gevallen is het rijk dan zelfs resultaatverantwoordelijk. Ook kiest het rijk voor een selectieve, directe betrokkenheid bij concrete ruimtelijke inrichtingsopgaven rond de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur, waarmee vaak grote investeringen gemoeid zijn. Bij strategische opgaven die verband houden met de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur is het rijk in elk geval “partner”. Waar veel onderdelen van deze hoofdstructuur samenkomen of elkaar kruisen, zoals in de Randstad, is de rijksbemoeienis het grootst.

 

2.1.2.      Realisatieparagraaf Nationaal ruimtelijk beleid 

In juni 2008 heeft het kabinet de Realisatieparagraaf Nationaal ruimtelijk beleid vastgesteld welke is toegevoegd aan de Nota Ruimte. Deze paragraaf geeft inzicht in de nationale belangen welke het kabinet heeft gedefinieerd en op welke wijze het Rijk deze wil verwezenlijken. In het bijzonder wordt aangegeven welke belangen zullen worden gewaarborgd in de AMvB Ruimte. De realisatieparagraaf beschrijft enerzijds voor de Nota Ruimte hoe het beleid van de PKB-teksten wordt gerealiseerd en anderzijds voor de andere vigerende ruimtelijke nota’s hoe de PKB-teksten, die zijn bedoeld door te werken tot op lokaal niveau, worden gerealiseerd. 

 

Bundeling van verstedelijking en economische activiteiten in steden en dorpen maakt het mogelijk functies bij elkaar te brengen waardoor het draagvlak voor voorzieningen en arbeid, zorgtaken en ontspanning beter te combineren zijn. Bundeling van verstedelijking en economische activiteiten vereist een in onderling samenhang optimale benutting van het bestaande bebouwde gebied en tegelijk nieuwe bebouwing daarbuiten. Volgens de Realisatieparagraaf dient in bestaand stedelijk gebied optimale benutting van bestaand bebouwd gebied plaats te vinden om verrommeling een halt toe te roepen. Hierdoor neemt de noodzaak af om open ruimte te gebruiken voor bebouwing.

Het wordt moeilijker gemaakt om nieuwbouw in het buitengebied te realiseren. De bundelingsdoelstellingen uit de Nota Ruimte blijven actueel. Het Rijk toetst of provincies het bundelingsbeleid voor verstedelijking en economische activiteiten in het provinciale en regionale ruimtelijke beleid opnemen.

 

2.2. – Provinciaal beleid

 

2.2.1.  Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2020

Een concurrerend, aantrekkelijk internationaal profiel, een duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie, divers en samenhangend stedelijk netwerk, stad en land verbonden en een vitaal, divers en aantrekkelijk landschap, dat zijn de vijf integrale ruimtelijke hoofdopgaven die de basis vormen voor de structuurvisie “Visie op Zuid-Holland”. In deze visie op Zuid-Holland beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen. De structuurvisie geeft een doorkijk naar 2040 en de visie voor 2020 met bijbehorende uitvoeringsstrategie.

De structuurvisie “Visie op Zuid-Holland” vervangt het interimbeleid op basis van de huidige vier streekplannen in Zuid-Holland. De visie is ontwikkeld in samenspraak met bestuurders, maatschappelijke instanties en burgers en deze is vastgesteld op 2 juli 2010.

 

In het ontwerp is Katwijk aangewezen als bestaand stedelijk gebied en maakt onderdeel uit van het stedelijk netwerk. Zuid-Holland wil vooral in het bestaande stedelijk gebied vitaliseren en de interne samenhang verbeteren.

Zo kan een aantrekkelijk en afwisselend stedelijk netwerk ontstaan dat kan inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Binnen dit stedelijk netwerk vindt concentratie van stedelijke activiteiten op knooppunten van de verschillende netwerken plaats. De nadruk ligt op differentiatie in typen woon-, werk- en voorzieningenmilieus.   

 

Voor het stedelijk netwerk is gekozen voor bundeling van stedelijke functies. Sturend kader voor verstedelijking zijn de bebouwingscontouren. Daarmee wordt bereikt dat ruimtebeslag van nieuwe verstedelijking niet ten koste gaat van kwetsbaar buitengebied en grote open gebieden binnen steden en dorpen. De druk op binnenstedelijk bouwen wordt hiermee hoog gehouden. De provincie gaat uit van de verdeling van woningen zoals regionaal opgesteld. Op de functiekaart is het plangebied aangegeven als stedelijk- en dorpsgebied met hoogwaardig openbaar vervoer. De begrenzing van de bebouwingscontouren is in artikel 2 van de ontwerp Verordening Ruimte vastgelegd.

 

2.2.2.  Provinciale Verordening Ruimte (2010)

De Provinciale Verordening Ruimte is vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 2 juli 2010. De Verordening is een beleidsmatige vertaling van de structuurvisie waarin onder andere is vastgelegd dat er in principe geen verstedelijking buiten bebouwingscontouren (geen nieuwvestiging of uitbreiding van stedelijke functies, intensieve recreatieve functies of bebouwing voor extensieve recreatieve functies) mag plaatsvinden.  Alleen onder bepaalde voorwaarden kunnen bebouwingscontouren worden aangepast. Tevens mag er geen nieuwe detailhandel en niet meer dan 10% uitbreiding van bestaande detailhandel buiten centra gerealiseerd worden.

 

2.3. – Regionaal beleid

 

2.3.1.  Programma van Afspraken Toekomst Duin- en Bollenstreek en Leidse Regio (2002)

De Leidse Regio, de Duin- en Bollenstreek en de provincie kiezen voor een behoedzame en duurzame ontwikkeling op alle gebieden. Dit houdt een koerswijziging in wat betreft het ruimtebeslag van infrastructuur, wonen en werken: van “groei door meer ruimtebeslag” naar “groei door slim, intensief, meervoudig en duurzaam gebruik van de ruimte”. In deze optiek is een groter ruimtebeslag hiervoor slechts bespreekbaar indien mogelijkheden tot betere benutting van bestaande locaties uitgeput zijn.

2.3.2.  Regionale structuurvisie Holland Rijnland

Op 24 juni 2009 is de Regionale Structuurvisie 2020 (RSV) door Holland Rijnland vastgesteld. De RSV verankert de intergemeentelijke afspraken in een ruimtelijke vertaling naar 2020 met een doorkijk naar 2030.

De deelnemende gemeenten werken samen aan ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en landschap, verkeer en vervoer, samenleving en welzijn. Een goede balans tussen gebiedsontwikkeling en behoud van het oorspronkelijke karakter van de regio zijn daarbij het streven.

In de RSV zijn een aantal keuzes gemaakt die de samenhang tussen de grote deelgebieden van de regio verbeteren: Bollenstreek, kustzone, stedelijk gebied en Veenweide en Plassen. Binnen de Regionale structuurvisie wordt de ruimtelijke positie van de regio bepaald en gekeken hoe dit zich verhoudt tot haar (Randstedelijke) omgeving. Hiervoor worden zeven kerndoelen nagestreefd: Holland Rijnland is een top woonregio, Leiden vervult een regionale centrumfunctie, concentratie stedelijke ontwikkeling, “Groenblauwe kwaliteit” staat centraal, De Bollenstreek en Veenweide en Plassen blijven open, twee speerpunten voor economische ontwikkeling: Kennis en Greenport, verbetering van de regionale bereikbaarheid.

 

2.3.3. Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw

Het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS) beschrijft een planproces en prestatieafspraken gekoppeld aan ambitieniveaus. Hierbij geldt dat duurzame stedenbouw een vorm is van stedenbouw die:

in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut om een

hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een

lage milieubelasting tot stand te brengen en die beide

in de tijd weet te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen.

 

Met het Regionale Beleidskader Duurzame Stedenbouw heeft de gemeente een instrument in handen om bij stedenbouwkundige vraagstukken een integrale kwaliteitsaanpak (people, planet, profit) van de leefomgeving te regisseren. Duurzaamheid in zijn volle breedte (People= ruimtelijk sociaal, Planet= milieu, Profit=economie) wordt hiermee vroeg in de planvorming betrokken, met een hogere

ambitie dan wettelijk verplicht. Voor elke ruimtelijke opdracht in de gebouwde omgeving (vanaf 10 woningen en/of één ha grondoppervlak (of > 5000 m2 bedrijvigheid per ha) kunnen duurzame prestaties met de ontwikkelaar en andere partijen worden afgesproken.

In het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw zijn uitgangspunten geformuleerd waaraan het gemeentelijk beleid dient te voldoen, waaronder:

 

2.3.4.      Klimaatprogramma 2008 - 2012

Op 15 juli 2008 is ingestemd met het Plan van Aanpak Klimaatprogramma 2008-2012 Holland Rijnland en Rijnstreek, waarin kaders zijn gesteld voor energieprestaties bij gebouwen, zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw. De doelstelling van het Klimaatprogramma 2008-2012 is het minimaliseren van de energievraag en het duurzaam opwekken en/of inkopen van de resterende energievraag (energieneutraal).

 

2.3.5.  Hoogheemraadschap van Rijnland

Waterbeheerplan

Voor de planperiode 2010-2015 zal het Waterbeheerplan (WBP) van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen accent op uitvoering. De drie hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water.

Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn en blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en hevigere buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen.

 

Keur en Beleidsregels

Per 22 december 2009 is een nieuwe Keur in werking getreden, alsmede nieuwe Beleidsregels. Een nieuwe Keur is nodig vanwege de totstandkoming van de Waterwet en daarmee verschuivende bevoegdheden in onderdelen van het waterbeheer. Verder zijn aan deze Keur bepalingen toegevoegd over het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem.

De “Keur en Beleidsregels” maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor:

-          Waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden),

-          Watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken),

-          Andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen).

De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Beleidsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt.

 

2.4. – Gemeentelijk beleid

 

2.4.1.  Brede Structuurvisie 2007-2020

Op 26 april 2007 heeft de gemeenteraad de Brede Structuurvisie 2007-2020 vastgesteld.

Om aan de wettelijke eisen van de Wro te kunnen voldoen is de Brede Structurvisie (BSV) aangevuld met een uitvoeringsparagraaf en er zijn een aantal kaarten geactualiseerd. De inhoud van de BSV is ongewijzigd gebleven. De naam is gewijzigd in Brede Structuurvisie Verdiept. De Brede Structuurvisie Verdiept is 15 april 2010 vastgesteld.

 

In de BSV 2007-2020 is een ontwikkelingsrichting bepaald, waarop de gemeente zich de komende jaren wil richten. Het bevat gegevens en analyses per beleidsveld, die ten grondslag hebben gelegen bij het formuleren van de integrale visie op de toekomst van Katwijk. Voorts bevat het de ambities en opgaven per beleidsveld, waarvan elke sector in de komende tijd haar eigen beleid zal formuleren.

 

Binnen het plangebied is een aantal ontwikkellocaties opgenomen in de BSV. Voor de ontwikkellocaties kunnen afzonderlijke “postzegel”bestemmingsplannen opgesteld worden. De ontwikkellocaties worden niet meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

 

Wonen

Voor het bestemmingsplan is een aantal sectoren van belang. De planologische relevante onderwerpen in de visie voor wonen luiden als volgt:

  1. Het versterken van de gemeentelijke regierol onder andere door het initiëren van overleg met ontwikkelende partijen, sturing op en bewaking van het woningbouwprogramma.
  2. Het versterken van de differentiatie in bestaande en nieuwe woonmilieus op een wijze, die beter aansluit op de karakteristieke, lokale kwaliteiten.
  3. Het vergroten van het woningaanbod voor 55-plussers, zorgbehoevende ouderen, starters en kleinere huishoudens.
  4. Het stimuleren van een gevarieerder aanbod van woningen en woonmilieus ter bevordering van de doorstroming.
  5. Aandacht voor de bouw van duurdere huur- en koopwoningen bij inbreiding en herstructurering.
  6. Het realiseren van 30% sociale woningbouw bij de uitbreidingsopgave.
  7. Het in balans brengen van programma en planexploitatie tegen de achtergrond van de gehele woningbouwopgave in plaats van per opgave afzonderlijk.

 

Detailhandel

De visie in hoofdlijnen voor detailhandel zoals opgenomen in de BSV luidt als volgt:

  1. Het behoud van een winkelhart voor de dagelijkse boodschappen in elke afzonderlijke kern.
  2. Het verbeteren van de structuur, routing en branchering van bestaande winkelharten.

 

Verkeer / Parkeren

Op het gebied van parkeren stelt de BSV dat er voorzien moet worden in voldoende en efficiënte parkeervoorzieningen. Het gedeelte verkeer uit de BSV is verder uitgewerkt in het Integraal Verkeers- en Vervoersplan. Daaruit is het Parkeerbeleid “Stilstaan bij parkeren” weer een verdere uitwerking. Het parkeernormenbeleid Katwijk is een nadere uitwerking op het gebied van de parkeernormering en hoe met de parkeerbehoefte om te gaan in ruimtelijke plannen. Voor parkeren is niet alleen van belang dat er voldoende parkeerplaatsen zijn, maar ook dat de parkeerplaatsen goed te gebruiken zijn.

 

Onderwijs en Educatie

Het planologische relevante onderwerp in de visie voor onderwijs en educatie luidt als volgt:

  1. Waarborgen van capaciteit en kwaliteit van onderwijshuisvesting, ook met het oog op toekomstige uitbreidingslocaties.

 

Zorg en Welzijn

Hoofdlijnen van de visie zorg en welzijn die van toepassing zijn, zijn:

  1. Sluitende netwerken voor groei- en opvoeding mede middels accommodatiegebonden ontmoetingsmogelijkheden voor jongeren.
  2. Bescherming en bevordering van gezondheid, onder andere door preventie en bestrijding van verslaving.
  3. Het bieden van een vraaggericht, behoeftedekkend en toekomstbestendig zorg- en welzijnsaanbod.
  4. Het creëren van een dekkend stelsel van woonzorgzones.
  5. Het bieden van geografisch goed gespreide eerstelijnszorg, vormgegeven in (zorg) clusters waarin eventueel ook andere voorzieningen worden ondergebracht.
  6. Het verbeteren van de kwaliteit van de welzijnsvoorzieningen in de wijk, eventueel geclusterd met andere voorzieningen in de sfeer van bijvoorbeeld educatie en zorg.

 

Groen en water

Een planologisch relevant onderwerp in de visie voor groen en water zoals opgenomen in de BSV luidt als volgt:

  1. Het toevoegen en reserveren van groen in bestaand bebouwd gebied.

 

Om bovengenoemde relevante beleidsdoelen te realiseren binnen bestaand gebied zijn geen ingrijpende wijzigingen in het plangebied te verwachten.

 

2.4.2.  Woonvisie 2008-2020

De gemeente Katwijk heeft een woonvisie opgesteld voor de periode 2008-2020.

Deze woonvisie is op 29 mei 2008 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie wordt aan de hand van 13 statements en een woonvisiekaart aangegeven wat de gemeentelijke visie is ten aanzien van wonen. Daarnaast is er een uitvoeringsprogramma opgenomen in de woonvisie.

 

De statements verwoorden in hoofdlijnen het woonbeleid dat de gemeente Katwijk de komende jaren gaat voeren. Om de statements scherp en actueel te houden worden deze minimaal eens in de twee jaar geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd. Volgens de woonvisie is het van belang om in ieder geval:

 

In de Brede Structuurvisie is vastgelegd dat in ieder geval aandacht moet worden gegeven aan de Hoornes in het kader van de te verwachten herstructurering. Hierbij is de sociale component van de toekomstige herstructurering genoemd.  

 

Dit is vertaald in de Woonvisie 2008-2020. De volgende relevante beleidsdoelen zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma van de Woonvisie:

 

Om deze beleidsdoelen te realiseren zijn geen ingrijpende wijzigingen in het plangebied te verwachten.

 

2.4.3. Bestemmingsplan “Dakopbouwen”

In het huidige bestemmingsplan ‘Hoornespolder’ zijn voor de hoofdgebouwen van woningen de maximale goothoogte en dakhelling vastgelegd.

De toegestane goothoogte is in categorieën onderverdeeld en kan variëren. De toegestane dakhelling bedraagt in alle gevallen maximaal 52°. De maximale nok- c.q. bouwhoogte van de woningen is niet bepaald. Dit geldt ook voor de kaprichting en kapvorm.

 

Naar aanleiding van verschillende dakopbouwen in diverse woongebieden in Katwijk die gerealiseerd konden worden binnen de mogelijkheden van de vigerende bestemmingsplannen maar stedenbouwkundig als ongewenst werden ervaren, is voor dakopbouwen nieuw beleid geformuleerd dat is opgenomen in het bestemmingsplan Dakopbouwen (2002).

 

Dit beleid is opgenomen in de bebouwingsregels behorende bij de bestemming “Wonen” in bestemmingsplan “Hoornes”.

 

2.4.4. Welstandsnota

De welstandsnota geeft inzicht in de wettelijke regels die binnen de gemeente gelden ten aanzien van de toetsing op redelijke eisen van welstand. De Welstandsnota geeft een typering van de bestaande wijken (gebiedsindeling) en hoe hiermee in het kader van de toetsing door de welstandscommissie wordt omgegaan (welstandsniveau). Initiatiefnemers van een bouwplan kunnen daarmee vóór het indienen van het daadwerkelijke bouwplan inzicht krijgen in de beoordelingscriteria die gelden voor het betreffende gebied. Doel van het welstandsbeleid van de gemeente Katwijk is het bieden van heldere transparante procedures met objectieve beoordelingscriteria. Het welstandsbeleid van de gemeente Katwijk is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden.

 

In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening.

Op het niveau van de functie en bouwmassa, welke door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, heeft de welstandscommissie slechts een adviserende rol, de welstandscriteria hebben daardoor geen betrekking op die zaken die in het bestemmingsplan geregeld zijn. Bestemmingsplanvoorschriften prevaleren dus boven welstandscriteria. Dit houdt in dat welstandscriteria in beginsel geen eisen kunnen stellen aan zaken die al geregeld zijn in het bestemmingsplan. De architectonische vormgeving, uitstraling van bouwwerken en inpassing in de gebouwde omgeving vallen echter buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld.

Ook is het mogelijk dat welstandscriteria een aanvullende werking hebben op het geregelde in het bestemmingsplan. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. De ervaringen binnen de gemeente Katwijk zijn echter dat dit negatieve welstandsadvies zelden aan de orde is.

 

2.4.5. Integraal Verkeers- en Vervoersplan

Het IVVP beschrijft het beleid dat de gemeente Katwijk gaat voeren op het gebied van verkeer en vervoer. Het Integraal Verkeers- en Vervoersplan Katwijk is op 27 maart 2009 door de raad vastgesteld. Eén van de doelstellingen is een robuuste randwegenstructuur. Een robuuste randwegenstructuur is voor Katwijk van essentieel belang om de dreigende onbalans tussen bereikbaarheid, leefklimaat en economisch klimaat te kunnen voorkomen. Ook in de BSV wordt de randwegenstructuur (de ring) nadrukkelijk als speerpunt van beleid neergezet. Aan de ring wordt een aantal functies toegekend:

 

Feitelijk bestaat de beoogde randwegenstructuur uit twee ringen, die in elkaar haken.

De hoofdring vormt een robuuste structuur die de verschillende stedelijke gebieden van Katwijk “aan elkaar rijgt” en verbindt met het rijkswegennet (A44). De tweede ring is de subring, die o.a. ook Hoornes-Rijnsoever koppelt aan de hoofdring.

 

De subring is opgebouwd uit bestaande wegen. De subring is nodig om de verkeersdruk in Katwijk aan Zee en in Hoornes-Rijnsoever te verlichten. Dit is echter pas mogelijk op het moment dat ook de hoofdring naar behoren functioneert. De hoofdring en de subring zijn noodzakelijk om een robuuste, duurzame verkeersstructuur in Katwijk te kunnen realiseren.

Realisatie van de randwegenstructuur heeft tot gevolg dat de lokale wegen in de verschillende kernen, waaronder Hoornes-Rijnsoever, aanzienlijk minder verkeer gaan verwerken.

 

Een fijnmazig fietsnet ter ondersteuning van de twee fietssnelwegen is ook één van de doelstellingen. In het beoogde netwerk van secundaire fietsverbindingen ontbreekt een aantal essentiële schakels. Een aantal daarvan staat op de nominatie om aangelegd te worden. Eén ervan is een fietsverbinding langs de Biltlaan ten noorden van de Hoorneslaan.

 

Om deze beleidsdoelen te realiseren zijn geen ingrijpende wijzigingen in het plangebied te verwachten.

 

2.4.6. Parkeerbeleidsnota 2009-2018

Op het gebied van parkeren stelt de Brede Structuurvisie Katwijk (BSV) dat er voorzien moet worden in voldoende en efficiënte parkeervoorzieningen.

Het gedeelte verkeer uit de BSV is verder uitgewerkt in het Integraal Verkeers- en VervoersPlan. Daaruit is het Parkeerbeleid ‘Stilstaan bij parkeren’ weer een verdere uitwerking. ‘Stilstaan bij parkeren’ is op 29 januari 2009 door de raad vastgesteld. Hierin is opgenomen dat er in bestaande woongebieden, met een hoge parkeerdruk, samen met bewoners oplossingen gezocht zullen worden om de parkeerdruk te verminderen.

 

Daarnaast is opgenomen wat de parkeernorm is bij nieuwbouw, uit- en inbreidingsplannen en functie veranderingen. Het Parkeernormenbeleid Katwijk (januari 2010) is een nadere uitwerking op het gebied van de parkeernormering en hoe met de parkeerbehoefte om te gaan in ruimtelijke plannen. Dit is op 2 februari 2010 door het college vastgesteld en vanaf 26 februari 2010 van kracht. Voor parkeren is niet alleen van belang dat er voldoende parkeerplaatsen zijn, maar ook dat de parkeerplaatsen goed te gebruiken zijn. Het parkeernormenbeleid gaat daarom over:

·         de parkeernorm (bovengrens van de CROW-richtlijn publicatie 182, 3e gewijzigde druk) en een uitzonderingscategorie voor verschillende voorzieningen (wonen, winkels scholen enzovoorts)

·         hoeveel parkeerplaatsen openbaar moeten zijn,

·         wat de centrumgebieden qua parkeerbehoefte zijn,

·         mogelijkheden van dubbelgebruik,

·         hoe om te gaan met de verschillende soorten parkeervoorzieningen (garages, opritten openbare parkeerplaatsen),

·         eisen waaraan parkeervoorzieningen moeten voldoen

·         hoe hier in bouwplannen mee om te gaan (zowel nieuwe als bestaande)

·         hoe hier in bestaande gebieden mee om te gaan.

 

Het parkeernormenbeleid is uitgangspunt op het gebied van parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestemmingsplannen en bouwplannen.

 

2.4.7. Groenbeleidsplan 2009-2019

Het Groenbeleidsplan 2009-2019 is op 28 mei 2009 door de raad vastgesteld.

Het beleid wordt gericht op het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving, nu en in de toekomst. Het Groenbeleidsplan geeft de beleidskaders aan voor het groen en de groenstructuren in de gemeente voor de komende 10 tot 15 jaar. Het geeft daarnaast uitgangspunten en randvoorwaarden voor het groenbeheer.

De meest in het oog springende veranderingen die het Groenbeleidsplan voorstelt, zijn:

Het creëren van meer samenhang tussen de verschillende kernen van de gemeente

door verbindende groene (hoofd)structuren.

Het aandacht besteden aan de parken in de gemeente. Geef de parken meer ‘cachet’. Een naar buiten gerichte groenstructuur is een belangrijke methode om de parken meer te laten opvallen.

Ecologische waarde van gemeente Katwijk verhogen door het omringende landschap en de waardevolle natuur naar binnen te trekken. Ervoor zorgen dat de omringende natuur aansluit op het binnenstedelijke groen.

Het aanbrengen van groenaccenten, waarmee de identiteit van de verschillende kernen wordt vormgegeven en waardoor de gemeente meer kleur en fleur krijgt.

Hoornes-Rijnsoever is een kern uit de jaren ’70-’80 met veel openbaar groen. In Hoornes wordt dit gekenmerkt door de groene ruimtes rondom de flatgebouwen.

 

Hoornes-Rijnsoever grenst aan de westzijde aan het duingebied, onderdeel van de ecologische hoofdstructuur.

Ecologische verbinding tussen de duingebieden en het groen in het bebouwde gebied is in potentie aanwezig. Er is voldoende ruimte, het ecologische karakter langs de watergangen ontbreekt echter nog.

 

In de Hoornes is een grote groenstructuur te onderscheiden. Deze groenstructuur is redelijk breed en ruim opgezet en heeft een parkachtig karakter met afwisselend gazons, bomen en bosschages.

Langs de rijwielpaden ligt water dat redelijk brede oevers heeft en een samenhangend geheel vormt met de groenstructuur. Naast deze duidelijke groenstructuur zijn de meeste ontsluitingswegen in de kern voorzien van structuurgroen, zoals een bomenlaan en een middenberm.

Het beleid wordt gericht op het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving, nu en in de toekomst. Dit kan worden bereikt door de kwaliteit van het openbaar groen te behouden en te versterken. Daarmee wordt een structurele bijdrage geleverd aan de leefomgeving. Daarbij moet worden ingezet op het realiseren van een hogere kwaliteit en duurzaamheid van het bomenbestand, revitalisering van de groene accenten in de oudere wijk, het creëren van meer samenhang tussen de verschillende groene structuurelementen en versterken van de relatie tussen het stedelijk groen met de ecologische hoofdstructuur. 

 

De identiteit en het karakter van Hoornes wordt versterkt door het benadrukken van het duin- en weidegebied.

 

Om deze beleidsdoelen te realiseren zijn geen ingrijpende wijzigingen in het plangebied te verwachten.

 

2.4.8. Speelruimtebeleidsplan 2008-2018

Het Speelruimtebeleidsplan 2008-2018 is op 29 januari 2009 door de raad vastgesteld.

Het Speelruimtebeleidsplan geeft het beleidskader voor de speelruimte in de gemeente Katwijk. Het geeft gemeentebreed inzicht in het beleid op de formele en informele speelruimte en brengt verschillen tussen de wijken onderling in beeld. Er zijn ambities bepaald die betrekking hebben op de wijze waarop wordt omgegaan met formeel en informeel speelaanbod in de gemeente.  Verder zijn normen vastgesteld waaraan de formele en informele speelruimte in de gemeente Katwijk moet voldoen.

Formele speelruimten zijn ruimten die specifiek voor buitenspelen zijn bestemd en ingericht. Informele speelruimten zijn alle ruimten waar kinderen en jongeren spelen zonder dat deze ruimten specifiek voor buitenspelen zijn bestemd en ingericht. Het gaat om bijvoorbeeld brede trottoirs, rustige straten, parken, plantsoenen, grasvelden en (school)pleinen.

Ambities:

Gebiedsgerelateerd:

- vergroten van hoeveelheid en kwaliteit formele speelruimte

- vergroten van informele speelruimte

- verbeteren bereikbaarheid en veiligheid

- betrekken schoolpleinen en sportvelden

 

Voor heel Katwijk:

1.       Stimuleren natuurlijk spelen

2.       Rekening houden met informele speelruimte bij (her)inrichting buitenruimte

3.       Rekening houden met medegebruik kinderen met beperking bij ontwerp speelvoorziening

4.       Uitvoeren beleid omtrent gebruik ondergronden

5.       Uitvoeren beleid omtrent zandbakken

6.       Doelgroep en omwonenden betrekken bij inrichting speelruimte

7.       Toetsen van toekomstige (bestemmings)plannen

8.      Uitvoeren onderhoud speelvoorzieningen volgens beheerniveaus VORK

 

Normen voor formele speelplekken:

Kwantiteitsnormen: De 3%-norm (Landelijke richtlijn) is in de gemeente Katwijk geldig voor nieuwbouw-uitbreidingslocaties.

Deze norm houdt in dat 3% van de uitgegeven grond voor wonen gereserveerd moet zijn voor formele speelruimte (geen groen meerekenen, tenzij het speelgroen is).

In de bestaande wijken geldt de norm: 1 speelplek per 100 kinderen.

Kwaliteitsnormen: Aantrekkelijke speelterreinen die redelijk ruim zijn opgezet en naast speeltoestellen ook beperkt bespeelbaar groen en verharding bevatten.

Voldoende speelwaarde /speelmogelijkheden zoals: klimmen, rennen, glijden etc., 60 speelmogelijkheden of meer op 100 kinderen.

Het speelruimtecoëfficiënt dient minimaal 66% te zijn. Hiermee zijn diverse kenmerken (bv. Kleur, open, hoogteverschillen, speelaanleidingen, geschikt voor minder validen) gemiddeld aanwezig.

 

Richtlijnen voor informeel spelen:

Op ‘redelijk veel plaatsen’ dient ruimte te zijn om te spelen zowel in groen als op de verharding.

Een aantrekkelijke informele ruimte dient in Katwijk ‘enigszins aanwezig’ te zijn. Hierbij wordt gelet op: 1. aantrekkelijkheid door de aanwezigheid van reliëf, open/dicht, zon/schaduw etc; 2. veilig en bereikbaar; 3. geschikt voor de drie leeftijdsdoelgroepen.

Deze richting vormt een hulpmiddel bij nieuw te bouwen locaties, renovatiewerkzaamheden en inbreidingsprojecten.

 

Bestemmingsplangebied “Hoornes” is getoetst aan de normen voor speelruimte. In de wijk Hoornes liggen de hoeveelheid en de kwaliteit van de formele en informele speelruimte boven de normen. De meest optimale speelterreinen bevinden zich in dit gebied. Er zijn ruim voldoende speelmogelijkheden aanwezig die bovendien aantrekkelijk zijn.

 

Wel is er de ambitie om de speelvoorzieningen door variatie aantrekkelijker te maken, de speelwaarden minimaal op peil te houden en bij vervanging te kiezen voor meer bijzondere (niet standaard) toestellen. De hoeveelheid speelvoorzieningen wordt in stand gehouden en er zal aandacht zijn voor een “natuurlijker” omgeving.

 

2.4.9. Economisch beleidsplan (2010)

De gemeenteraad heeft op 18 februari 2010 het economisch beleidsplan voor de gemeente Katwijk vastgesteld. Het economisch beleidsplan bestaat uit 14 beleidsdoelstellingen en daaraan gekoppelde prestaties en indicatoren die in hoofdlijnen de uitdagingen in het economisch beleid voor de komende jaren verwoorden. De gemeente wil een actief economisch beleid voeren en zich richten op drie speerpunten die de pijlers vormen voor de toekomstige economische ontwikkeling van de Gemeente Katwijk.  Deze drie speerpunten zijn:

1. Het streven naar een bredere economische sectorstructuur.

2. Het ontwikkelen van een herkenbaar toeristisch profiel.

3. Aandacht voor de bestaande sterke glastuinbouwsector.  

Binnen deze drie speerpunten is er aandacht voor de verschillende beleidsdoelstellingen en prestaties.

 

De relevante beleidsdoelstellingen en hoofdpunten uit het economisch beleidsplan Katwijk voor het ruimtelijke beleid zijn:

-       het stimuleren van de wijkeconomie door het toestaan van economische activiteiten aan huis en in woonwijken;

-       mogelijkheden voor kantoor of bedrijf aan huis in (bestaande en nieuwe) bestemmingsplannen vergoten;

-       het uitbreiden van de werkgelegenheid in woonwijken;

-       het (laten) ontwikkelen van bedrijfsverzamelgebouwen (bv voor ZZP’ers).

         

2.4.10. Beleid Archeologie

Als gevolg van het Verdrag van Malta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedge­keurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in een wijziging van de Monumentenwet 1988, stellen Rijk en Provincie zich op het standpunt dat in het ruim­te­lijk beleid zorgvuldig met het arche­o­logische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwach­tin­gen bestaan dat ter plaatse arche­o­logische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaar­dig in de belangenafwe­ging te worden betrokken.

 

Doelstelling van het Verdrag van Malta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden.

 

Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.

 

Op 20 december 2007 heeft de gemeenteraad van Katwijk ingestemd met de Beleidsnota Archeologie voor de Gemeente Katwijk. In deze beleidsnota is het gemeentelijke beleid geformuleerd. Het ontwikkelen van eigen gemeentelijk beleid volgt op de uitvoering van het Verdrag van Malta (1992, vaststelling in Nederland in 2006) en de gewijzigde Monumentenwet 1988 (Wet op de Archeologische Monumentenzorg) die sinds 1 september 2007 van kracht is. Deze wet verplicht de gemeente om archeologische waarden binnen bestemmingsplannen, en bij bodemverstoringen in het kader van bouw-, aanleg en sloopactiviteiten, mee te wegen en indien archeologische waarden aanwezig zijn deze conform de Archeologische Monumentenzorg veilig te stellen. Met deze beleidsnota is ook de Gemeentelijke Archeologische Verwachting- en Beleidsadvieskaart vastgesteld. Deze kaart dient als basis en toetsingskaart voor het gemeentelijke archeologiebeleid. Daarnaast is in de beleidsnota opgenomen dat er standaardregels in gemeentelijke bestemmingsplannen moeten worden opgenomen ter waarborging van de bescherming en behoud van archeologische waarden binnen de Gemeente Katwijk.

 

Voor archeologie is een dubbelbestemming opgenomen met bijbehorende planregels om te kunnen voldoen aan de Gewijzigde Monumentenwet 1988 en het Europese Verdrag van Malta 1992. Op deze wijze worden de archeologische belangen veiliggesteld.

 

2.4.11. Monumentenverordening gemeente Katwijk

Naast het feit dat monumenten en dorpsgezichten worden beschermd op grond van de Monumentenwet 1988, worden de monumenten in Katwijk ook beschermd op grond van de gemeentelijke Monumentenverordening gemeente Katwijk.

 

Voor de realisatie van de woonwijk Hoornes was het plangebied hoofdzakelijk in gebruik als weiland. Er bevindt zich slechts één gebouw, de kalkoven, dat herinnert aan een industriële functie langs het Uitwateringskanaal, namelijk de schelpbranderij. Dit gemeentelijk monument, gelegen aan de Reygersberglaan nabij het Uitwateringskanaal, is gebouwd  rond 1934.

 

2.4.12. Duurzaamheidsprofiel

Op 12 augustus 2008 heeft de raad het Duurzaamheidsprofiel Katwijk vastgesteld. De gemeente geeft een overkoepelende visie op hoe zij zich wil ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid de komende jaren. Katwijk wil vanuit haar traditie en identiteit de samenleving duurzaam inrichten waarbij het voor huidige en toekomstige inwoners en bezoekers aangenaam en goed wonen, werken en leven is, en zal daartoe waar nodig vernieuwend handelen.

 

Het aspect duurzaamheid komt in het bijzonder naar voren in het lokale milieubeleid. In nieuwe planvorming wordt de duurzaamheid meegewogen. Een duurzaamheidstoets draagt aan deze functie bij. De gemeente zal zich richten op duurzaam inrichten en bouwen, duurzaam wijkbeheer en leefomgeving, sociale duurzaamheid en duurzaam handelen. Kaders daarbij zijn de volgende:

·         Het beleidskader Duurzame Stedenbouw is van toepassing op elke ruimtelijke opdracht in de gebouwde omgeving vanaf 10 woningen en/of één hectare grondoppervlak.

·         Het Klimaatprogramma 2008-2012 bevat kaders voor energieprestaties bij gebouwen en geldt zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw. De doelstelling van het programma is het minimaliseren van de energievraag en het duurzaam opwekken en/of inkopen van de resterende energievraag (energieneutraal).

·         In de Regionale DuBoPlus-Richtlijn 2008-2012 is een beperkt aantal basismaatregelen opgenomen, aangevuld met een prestatie-eis die, voor zover hoger dan wettelijk vereist, vrijwillig is. Deze richtlijn wordt meegenomen als onderdeel in het milieuadvies bij ruimtelijke plannen en toetsing. Vanwege de grote overlap in inhoud (energie) en doelgroepen is het klimaatprogramma in de DuBo-richtlijn geïntegreerd.

 

2.4.13. Geluidbeleid

De gemeente Katwijk heeft op 18 augustus 2009 de nota Geluidbeleid vastgesteld. Daarin zijn ook kaders opgenomen voor het vaststellen van hogere grenswaarden.

 

Ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, moeten voldoen aan de Wet geluidhinder. In de wet is als uitgangspunt opgenomen dat de geluidsbelasting van een geluidgevoelig object niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Ruimtelijke plannen worden eerst uitvoerig onderzocht op mogelijke maatregelen om het geluidsniveau te beheersen, zodat aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Pas na een ongunstig onderzoeksresultaat kan een procedure tot het verlenen van ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden ingezet. De hogere waarde procedure vereist een zorgvuldige afweging tussen het gevraagde geluidsniveau en een voldoende bescherming van het woonklimaat.

Objectieve criteria om tot een afgewogen ontheffingsbesluit te komen zijn opgenomen in bovengenoemde nota.

 

2.4.14. Waterplan Katwijk

De gemeente Katwijk en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben gezamenlijk het Waterplan Katwijk opgesteld en vastgesteld (gemeente Katwijk heeft het op 18 december 2008 vastgesteld en het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft het op 11 februari 2009 vastgesteld).

Het doel van het waterplan is het samen realiseren van een gezond en veerkrachtig watersysteem.

 

Dit watersysteem moet voldoen aan landelijke en Europese normen en is gebaseerd op een gezamenlijke visie van gemeente en hoogheemraadschap op een duurzame waterhuishouding in de gemeente. In het waterplan worden concrete afspraken gemaakt over de opgaven op het gebied van kwantiteit en kwaliteit en de vereiste inspanningen om het watersysteem op orde te brengen en te houden.

 

De planperiode is gesteld op 2009 tot 2019 met een doorkijk naar 2027. Thema’s die aan de orde komen zijn onder andere het verbeteren van de waterkwaliteit en het voorkomen van (grond)wateroverlast, maar ook het benutten van kansen voor de beleving van het water, ecologie en waterrecreatie.

 

2.4.15. Beleid inzake standplaatsen, venten en snuffelmarkten

Het beleid voor standplaatsen, venten en snuffelmarkten wordt geregeld in de Algemeen Plaatselijke Verordening. Voor standplaatsen geldt een maximumstelsel waarbij per standplaats wordt aangegeven welke goederen verhandeld mogen worden, op welke dagen en welke uren. Voor standplaatsen wordt een relatie gelegd met het bestemmingsplan. In de bestemming Verkeer-Verblijf is opgenomen dat standplaatsen zijn toegestaan.  

 

2.4.16 Horecabeleid 2007

Het horecabeleid 2007 is op 16 oktober 2007 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.

De horeca binnen de gemeente Katwijk heeft een economische betekenis en speelt een belangrijke rol in sociaal culturele, recreatieve en toeristische activiteiten. Horeca heeft ook aspecten van openbare orde en veiligheid, overlast en ruimtelijke ontwikkeling. Tevens kent het horecabeleid een enorm pakket aan, soms zeer uiteenlopende, regelgeving. Vanuit deze optiek is deze nota opgesteld, die allerlei aspecten die verband houden met horeca samenbrengt. Dit maakt het mogelijk om vraagstukken integraal aan te pakken. Het horecabeleid is erop gericht om horecagerelateerde overlast zoveel mogelijk terug te dringen door het naleven van wet- en regelgeving. Doel hiervan is dat het uitgaan in Katwijk veilig en gezellig is.
De aard van het te formuleren beleid is afhankelijk van de feitelijke en de gewenste situatie met betrekking tot de hoeveelheid en soort horecabedrijven binnen de gemeente.

 

Met betrekking tot de aard van het bedrijf kan onderscheid gemaakt worden tussen verruimend, consoliderend en reducerend beleid. Verruimend beleid houdt in dat het beleid gericht is op een uitbreiding van (een bepaald soort) horecabedrijven in (delen van) de gemeente, terwijl consoliderend beleid er op gericht is om het bestaande niveau van horecabedrijven te handhaven. Reducerend beleid tenslotte is gericht op het terugdringen van horecabedrijven.
In het horecabeleid wordt aangeraden om zeer terughoudend om te gaan met het opstarten van planologische procedures ten behoeve van de realisering van nieuwe horeca om te voorkomen dat er wildgroei ontstaat. In alle gevallen dienen de belangen tegen elkaar afgewogen te worden. Enerzijds de komst van een horecabedrijf, anderzijds de invloeden die dit voor de omgeving kan opleveren zoals geluids- en parkeeroverlast
.

 

2.4.17 Percentageregeling beeldende kunst

Op 25 september 2008 is de percentageregeling beeldende kunst door de gemeenteraad vastgesteld.

Het doel van de regeling is om beeldende kunst een bijdrage te laten leveren aan de gebouwde omgeving en daardoor de gehele bevolking in kennis te brengen met de uitingen van beeldende kunst.De regeling heeft betrekking op kunst in de openbare ruimte. Dit kan betrekking hebben op kunst op/ aan of in het gebouw, maar ook in de wijk als beeldend kunstwerk, maar ook als kunstzinnig Straatmeubilair. Omdat het om kunst in de openbare ruimte gaat is de regeling niet van toepassing op particuliere bouwwerken. De percentageregeling is wel van toepassing op particuliere grondexploitaties. De bijdrage voor beeldende kunst wordt gevoed door afdracht van 1% van sloop-bouw en woonrijp maken van zowel gemeentelijke grondexploitaties als bij particuliere grondexploitaties.

 

 

 

 

hoofdstuk 3 FUNCTIONELE – RUIMTELIJKE STRUCTUUR

FUNCTIONELE ASPECTEN

 

3.1.  Huidige situatie

 

3.1.1. Historische ontwikkeling

De vervaardiger van het “Uitbreidingsplan Hoornespolder” is niemand minder dan de gemeentelijk stedenbouwkundige en architect ir. S.J. van Embden uit Delft, die zich ook al intensief had beziggehouden met de wederopbouw van de Boulevard.

 

Het plan ligt in 1962 ter inzage. Het betreffende gebied is van oorsprong agrarisch, met een incidentele bebouwing, waaronder de later gemeentelijk monument geworden kalkoven, die dan nog volledig in bedrijf is en in de nieuwe woonwijk wordt ingepast.

Het rechthoekige terrein is 58,6 hectare groot, als volgt verdeeld:

 

- wonen en winkels                                                                       22,4 ha

- openbare- en bijzondere doeleinden                                   6,8 ha

- wegen en pleinen                                                                        15,4 ha

- groen, water, recreatie                                                              11,5 ha

- ander bouwterrein                                                                        2,5 ha

 

Naast zo’n 2590 woningen (verdeeld over eengezinswoningen, flats van 4 woonlagen en flats met meer dan 4 woonlagen) is er ruimte voor wijkvoorzieningen, scholen, winkels - onder meer in een winkelcentrum, bedrijfsvestigingen en kantoren danwel banken, parkeren en speeltuinen.

 

Het belangrijkste vormgevende aspect van de woonwijk is het verkeersstramien, dat zorgvuldig ontworpen is om de barrière naar het oude dorp, namelijk het uitwateringskanaal, te slechten. Daarvoor wordt een nieuwe brug ingepast. Haaks op deze noord-zuidweg wordt een weg aangelegd die oost met west verbindt. Centraal op het punt waar de wegen kruisen is een groot winkelcentrum ingepland, dat de wijkbewoners de gelegenheid geeft om in hun eigen omgeving hun boodschappen te kunnen doen.

 

Aan de woningbouwverenigingen zijn percelen van Hoornes uitgegeven, zodat zij daar hun huizen konden bouwen.

Uiteindelijk moest deze uitbreiding aan ongeveer 10.000 mensen woonruimte bieden.

 

3.1.2. Huidig beeld

Gebieden

De wijk Hoornespolder wordt door de Hoorneslaan en de Biltlaan globaal in vier kwadranten verdeeld.

In het huidige beeld is Hoornespolder geen aanduiding voor een wijk of een buurt; de wijk – binnen wijkgericht werken – heet Hoornes/Rijnsoever en het bestemmingsplan Hoornespolder heeft betrekking op het wijkdeel Hoornes.

 

In het Noordoostelijk kwadrant zijn de meeste woningen ondergebracht in middelhoge etagebouw die liggen rondom grote groene ruimten. In één daarvan, aan de Suurmondstraat, ligt een laagbouw die hoofdzakelijk in gebruik is als jeugdsociëteit door jeugdwerk. Langs de afrit van de N206 ligt een buurt met eengezinswoningen en bungalows direct grenzend aan de afrit. Direct aan het kruispunt Hoorneslaan-Biltlaan staat een woontoren van 11 lagen.

 

In het zuidoostelijke kwadrant zijn langs en evenwijdig aan de Hoorneslaan en het Uitwateringskanaal middelhoge blokken etagebouw aanwezig. Daartussen ligt een buurt bestaande uit eengezinswoningen in strokenverkaveling.

Bij de afrit van de N206 staat een woontoren en een paar blokken met gezinswoningen van recentere datum. Langs de N206 richting het kanaal ligt een basisschool.

En in het groen staat een gemeentelijk monument: een oude Kalkoven uit 1934. Langs de Biltlaan liggen een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs en een gymlokaal. Op de hoek van de Hoorneslaan en de Biltlaan ligt een winkel.

 

In het noordwestelijke kwadrant zijn alle woningen in middelhoge blokken etagewoningen ondergebracht. Bij de Melkweg, aan de Hugo de Groothof zijn in 1987 servicewoningen gebouwd.  Meer richting de Biltlaan liggen voornamelijk voorzieningen; twee grote basisscholen met sporthal, een gebouw met zorgvoorzieningen en op de hoek van de Biltlaan en de Hoorneslaan een kerk.

Tegenover de kerk staat een seniorencomplex in 2 en 4 woonlagen. Naast de kerk ligt een perceel grond dat in ontwikkeling is gebracht. Tussen de scholen en de zorgvoorzieningen heeft in 2005 een naaiatelier plaats gemaakt voor een appartementencomplex.

 

In het zuidwestelijke kwadrant ligt op de hoek van de Hoorneslaan en de Biltlaan de Hoornespassage - het (winkel)centrum  van de wijk - en direct daarnaast ligt het zalencentrum Tripodia. Ten zuiden daarvan staan parallel aan de Biltlaan en haaks op het kanaal drie hoogbouw woonblokken. Hiertussen aan de zijde van Hoornespassage liggen twee blokken  met winkels en dienstverlenende bedrijven.

 

Ten Westen hiervan liggen verschillende maatschappelijke voorzieningen, aan de Hoorneslaan ligt een vestiging van de bibliotheek met daarboven appartementen, daarachter ligt in een laagbouw een wijkgebouw en een opvang voor verslavingszorg en aan de kanaalzijde liggen praktijken van huisartsen, tandartsen en fysiotherapie.

 

Langs de Hoorneslaan liggen middelhoge blokken etagewonigen, met telkens op de hoek een winkel of horecavoorziening.  Loodrecht op de Hoorneslaan liggen dwarsstraten waaraan middelhoge blokken etagebouw. Daartussen liggen eengezinswoningen in strokenbouw.

 

Waar de Hoorneslaan afbuigt naar de Binnensluis, liggen senioren woningen met direct hierachter woonzorgcentrum de Duinrand. Daar weer achter richting het kanaal ligt een basisschool en aan het kanaal een kerk.  De groenzone verbreedt zich in dit deel en hierbinnen ligt het terrein van de ijsbaan met bijbehorend clubhuis. Direct aan het kanaal ligt een loods van de reddingsbrigade.

 

3.1.3. Bevolking en wonen

 

Bevolkingssamenstelling en woningaantallen Hoornes West

 

1989

1994

1999

2004

2009

Leeftijdscategorieën

aantal

%

aantal

%

aantal

%

aantal

%

aantal

%

0-9

554

15,9

538

15,6

435

13,3

362

11,7

413

12,5

10-19

356

10,2

232

6,7

243

7,4

234

7,6

258

7,8

20-29

1004

28,9

1020

29,7

786

24,1

600

19,4

633

19,1

30-39

543

15,6

545

15,9

622

19,1

644

20,8

573

17,3

40-49

341

9,8

268

7,8

305

9,4

332

10,7

401

12,1

50-59

241

6,9

265

7,7

261

8,0

243

7,8

249

7,5

60+

440

12,7

570

16,6

607

18,7

683

22,0

787

23,7

Totaal

3479

100,0

3570

100,0

3259

100,0

3098

100,0

3314

100,0

Aantal woningen

1474

1474

1474

1474

1619

Gem. woningbezetting

2,29

2,26

2,14

2,03

2,05

 

Bevolkingssamenstelling en woningaantallen Hoornes Oost

 

1989

1994

1999

2004

2009

Leeftijdscategorieën

aantal

%

aantal

%

aantal

%

aantal

%

aantal

%

0-9

444

15,0

423

15,1

441

15,9

337

13,4

312

12,8

10-19

428

14,4

301

10,8

321

11,6

295

11,7

306

12,6

20-29

723

24,4

725

26,0

527

19,1

470

18,7

342

14,1

30-39

371

12,5

373

13,4

463

16,7

391

15,5

361

14,9

40-49

385

13,0

285

10,2

287

10,4

287

11,4

325

13,4

50-59

338

11,4

358

12,8

318

11,5

257

10,2

258

10,6

60+

274

9,3

327

11,7

408

14,8

479

19,1

526

21,6

Totaal

2963

100,0

2792

100,0

2765

100,0

2516

100,0

2430

100,0

Aantal woningen

1054

1054

1054

1054

1038

Gem. woningbezetting

2,81

2,65

2,62

2,39

2,34

 

Bevolkingsontwikkeling

In het gedeelte van de wijk ten westen van de Biltlaan is in de periode 1989 tot en met 2009 het aantal bewoners afgenomen met 165 naar 3314 bewoners. In de leeftijdscategorieën 0-9, 10-19 en 20-29 is het aantal bewoners met respectievelijk 3,4, 2,4 en 9,8% gedaald. In de leeftijdscategorieën 30-39 en 60+ is het aantal bewoners met respectievelijk 1,8 en 11% gestegen. Tot 2004 was de afname 381 bewoners, hierna is het aantal woningen gestegen door de nieuwbouw op de voormalige locatie van de Canda, waardoor het bewonersaantal weer toenam. Tussen 2004 en 2009 is hierdoor ook een lichte opleving in het aantal bewoners in de leeftijdscategorie van 0-9 jaar.

De gemiddelde woningbezetting daalde in de afgelopen 20 jaar van 2,29 naar 2,05.

 

In het gedeelte van de wijk ten oosten van de Biltlaan is in de periode 1989 tot en met 2009 het aantal bewoners met 533 gedaald tot 2430 inwoners. In de leeftijdscategorieën 0-9, 10-19 en 20-29 is het aantal bewoners met respectievelijk 2,1, 1,8 en 10,3% afgenomen. Ook in dit gedeelte van de Hoornespolder is sterke toename van de bewoners in de leeftijdscategorie 60+ met 12,3%. De gemiddelde woningbezetting daalde in de afgelopen 15 jaar van 2,81 naar 2,34.

 

In de gehele wijk Hoornes over de periode 1989 tot en met 2009 is een sterke afname van de jongeren te constateren en een sterke toename van de bewoners van 60 jaar en ouder.

 

Woningen

Het aantal woningen in de Hoornes is in de periode 1989 tot en met 2009 toegenomen (van 2.528 naar 2657 woningen). De toename heeft te maken met nieuwbouw in Hoornes West op het voormalige terrein van de Canda in 2005.

 

Nieuwbouwlocaties

Binnen het plangebied zijn geen mogelijkheden voor de bouw van nieuwe woningen. De eventuele consequenties voor herstructurering van  de delen van de wijk voor de woningvoorraad is niet bekend.

 

3.1.4. Voorzieningen

Winkelvoorzieningen

De winkels in de wijk Hoornespolder bevinden zich vooral in het overdekte winkelcentrum Hoornes-passage op het Hoornesplein. Verder zijn er enkele winkels aan de Van Houtenstraat en langs de Hoorneslaan.

 

Het verkoopvloeroppervlak is als volgt verdeeld over de sectoren:

Dagelijkse sector                                                            1.767 m²

Niet dagelijkse sector                                                   1.872 m²

Totaal                                                                                 3.649 m²

De aanwezige detailhandel past binnen de detailhandelsstructuur voor Katwijk, zoals neergelegd in het structuurplan Katwijk 2000. Binnen de visie detailhandel in de Brede Structuurvisie 2007-2020 past het behoud van de huidige detailhandel binnen Hoornes. De afgelopen jaren is er sprake geweest van leegstand.

 

Horecavoorzieningen

De horecabedrijven in de wijk Hoornespolder bestaan uit twee restaurants en nog enkele kleinere horeca gelegenheden zoals een café. De meeste bedrijven zijn in het winkelcentrum Hoornespassage gevestigd.

 

Overige voorzieningen

In het wijkwinkelcentrum Hoornespassage is naast de winkelvoorzieningen ook andere detailhandel gevestigd, waaronder een apotheek en een postagentschap. Aan de Van Houtenstraat is verder een servicecentrum voor welzijn gevestigd.

 

Onderwijs

De basisscholen krijgen te maken met de invoering van passend onderwijs. De komende jaren zal duidelijk worden welke ruimtelijke gevolgen dit heeft. In de wijk staat de speciale school voor basisonderwijs De Windvang. Deze school vangt leerlingen op die overwegend een orthodidactische, orthopedagogische aanpak nodig hebben. Het is mogelijk dat er, met de invoering van passend onderwijs, een verschuiving optreedt, waarbij de leerlingen meer worden opgevangen in de eigen basisschool. Dit kan met zich meebrengen dat er meer ruimtebehoefte ontstaat bij de basisscholen en wellicht minder bij De Windvang. 

De groei in het leerlingenaantal als gevolg van de nieuwbouw in Park Rijnsoever moet worden opgevangen in de bestaande basisscholen. Ruimte is nog aanwezig in de Prins Mauritsschool en de Prins Willem Alexanderschool.

Voor wat betreft het voortgezet onderwijs: het bestuur/de directie van het Andreas College heeft aangegeven op termijn een uitbreiding met een nieuwe locatie te verlangen voor de locatie Pieter Groen. Vooralsnog ligt een locatie op Nieuw-Valkenburg qua ruimtelijke mogelijkheden het meest voor de hand.

 

Welzijnsvoorzieningen

In de hoek Van Houtenstraat – Schaepmanstraat is een aantal welzijnsvoorzieningen gehuisvest. Wijkvereniging Hoornes-Rijnsoever is gehuisvest in het wijkgebouw aan de Van Houtenstraat. Stichting de Brug voor ambulante verslavingszorg en de Marokkaanse vereniging zijn gevestigd in het gebouw ‘Speels Begin’ aan de Schaepmanstraat.

 

Het ligt in de bedoeling dat zowel wijkvereniging Hoornes-Rijnsoever als de Marokkaanse vereniging worden in de toekomst gehuisvest in Oeverpolder. Dit multifunctionele gebouw zal naar verwachting over enkele jaren gebouwd worden aan de Hoorneslaan, tussen Het Kwadrant en de Pniëlkerk. Stichting de Brug wil graag uitbreiden op het terrein van het dan vrij komende wijkgebouw.

 

In het plangebied zijn er verder diverse voorzieningen, zoals een kerk, een zalenaccommodatie (Tripodia) en een bibliotheek.

Het woonzorgcentrum (De Duinrand) voldoet niet meer aan de verscherpte technische- en milieueisen en de nieuw ontwikkelde woonzorgvisie. Modernisering van het huidige centrum is dus noodzakelijk. Eventuele uitbreiding van het gebouw is ondermeer afhankelijk van het aantal woonruimten en de eventuele nieuwbouw op andere plaatsen in Katwijk. Tripodia heeft plannen om in de toekomst uit te breiden, waarvoor in het nieuwe bestemmingsplan ruimte is gereserveerd.

 

3.1.5. Bedrijven

In de wijk Hoornes komen behalve de winkels en publieksgerichte voorzieningen geen reguliere bedrijven voor.

 

De woningen in het plangebied mogen worden gebruikt voor uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en er is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen voor consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, mits in beide gevallen voldaan kan worden aan een aantal randvoorwaarden ter bescherming van het woonkarakter en woonmilieu van de omgeving.

 

3.2. – Toekomstige situatie

 

3.2.1. Algemeen

Bestemmingsplan Hoornes is een beheersbestemmingsplan. In het plan zijn geen grote aanpassingen opgenomen. Wel is er voor kleinere aanpassingen in de toekomst ruimte gereserveerd. Onder meer kunnen bij verschillende flatgebouwen de entrees in de toekomst uitgebreid worden.

 

Woonservicezone Hoornes Rijnsoever (Kwadrant e.o.)

In de periode tot circa 2020 worden er in de gemeente minimaal vijf woonservicezones ontwikkeld. In 2008 zijn door het college van B&W vijf woonservicezones en één nog te onderzoeken zone benoemd. Bij een woonservicezone gaat het in principe om een gewone wijk voor iedereen. Maar het bijzondere in een woonservicezone is dat er een veilige, vertrouwde en soms beschutte woonomgeving wordt gerealiseerd voor mensen die wat kwetsbaarder zijn (het accent ligt hier op ouderen en mensen met een beperking). Dit gebeurt door de realisering van toegankelijke woningen in combinatie met voorzieningen, welzijnsdiensten, veiligheidsprogramma’s en programma’s die gericht zijn op onderlinge zorgzaamheid en sociale cohesie. Door onderlinge samenwerking tussen bewoners, gemeentelijke instanties en organisaties is er extra aandacht voor de leefbaarheid en de kwaliteit van leven in de wijk. In een woonservicezone is de hele range aan zorg en welzijn (planbare zorg, onplanbare zorg, ontmoeting, verhoogd niveau aan dienstverlening etc.) beschikbaar. Eén van de vijf benoemde woonservicezones is woonservicezone Hoornes Rijnsoever.  O.a. van belang voor deze zone is de renovatie/nieuwbouw van Duinrand (kleinschalig) en de functies die het nieuwe Duinrand in combinatie met de zorg en welzijnsfuncties die vanuit/in het Kwadrant en eventueel vanuit/in de Oeverpolder voor de zone georganiseerd gaan worden.

Daarnaast zijn barrièrevrije looproutes etc. van belang. Aan de precieze invulling van de woonservicezone wordt nog gewerkt. Op dit moment valt nog te bezien of dit tot bestemmingsplan wijzigingen leidt. Naar verwachting is dat echter niet het geval.

 

3.2.2. Voorzieningen

Hoornespassage

In het nieuwe bestemmingsplan is geen uitbreiding van het aantal voorzieningen te verwachten. Binnen de Hoornespassage krijgt Albert Heijn de ruimte haar winkel uit te breiden door de entreepui naar voren te plaatsen. Aan de Hoorneslaanzijde wordt ook uitgebreid door AH, dit gedeelte past echter al in het vigerende bestemmingsplan.

 

Om verdere leegstand in de Hoornespassage tegen te gaan, wordt in het nieuwe bestemmingsplan Hoornes een bestemmingsverruiming voor de voormalige locatie van de Coöp voorgesteld, die passend is bij het winkelcentrum.  De bestaande bestemming “Winkels” is uitgebreid met de functie kantoren, uitsluitend op de verdieping, en consumentgerichte dienstverlenende bedrijven.

 

Overige detailhandel

Ook voor de solitair gevestigde winkels aan de Hoorneslaan is in het nieuwe plan de bestaande winkelbestemming uitgebreid.

 

Naast de bestaande detailhandelbestemming, kunnen zich hier ook dienstverlenende instellingen en kantoren vestigen. Voor de dienstverlenende bedrijven aan de Van Houtenstraat geldt in het nieuwe plan ook een uitbreiding van de bestemming. Ook winkelfuncties en kantoren  zijn toegestaan, in de praktijk zijn deze functies al toegelaten.

 

Maatschappelijke voorzieningen

Voor de ontwikkeling van het multifunctionele centrum Oeverpolder is dit deel uit het bestemmingsplan van Hoornes gehouden. Het ligt in de bedoeling dat de wijkvereniging die nu nog aan de Van Houtenstraat gevestigd is, in de toekomst een plaats krijgt in Oeverpolder. De ruimte die hiermee vrij komt zal worden gebruikt door stichting De Brug, een organisatie op het gebied van verslavingszorg, om de bestaande voorziening uit te breiden.

 

Tripodia

Tripodia wil in de toekomst haar aanbod en uitstraling aanpassen aan de huidige eisen. In het kader daarvan is in het bestemmingsplan rekening gehouden met een uitbreiding van het huidige pand, waarbij richting de Hoornespassage een eigen nieuwe hoofdentree met toegang aan de Van Houtenstraat  wordt gecreëerd, een eigen entree voor de Trawlerzaal aan de Piersonstraat wordt toegevoegd en het dak van de grote zaal wordt verhoogd.

 

3.2.3. Waterstaatkundige functie

De 25 meter brede zone, die door het Hoogheemraadschap van Rijnland langs de noordzijde van het Uitwateringskanaal is gereserveerd voor eventuele verbreding van het kanaal, mag niet worden gebruikt voor permanente ontwikkelingen als bebouwing of wegen. Het fiets/wandelpad dat nu langs de oever loopt blijft, zolang het kanaal nog niet wordt verbreed, gehandhaafd als (recreatieve) hoofdfietsroute. Na eventuele verbreding wordt de padenstructuur voor voetgangers en fietsers, omgelegd.

 

 

FUNCTIONELE ASPECTEN

 

3.3. Verkeer, vervoer en parkeren

 

3.3.1. Verkeer

In de loop der jaren is het accent van de verkeersituatie in de wijk Hoornes nadrukkelijker op het woonaspect komen te liggen. De landelijke ontwikkelingen in het kader van Duurzaam Veilig zijn daar debet aan. Dit heeft tot gevolg gehad dat de verkeersvoorzieningen een ontwikkeling hebben doorgemaakt die gericht is op het versterken van de positie van de verblijfsgebieden in de Hoornes waarbij extra fietsverbindingen de aansluiting op het oude dorp van Katwijk aan Zee hebben verbeterd.

 

Verkeerstructuur

Een belangrijk onderdeel van het Duurzaam Veilig Verkeer is het categoriseren van wegen.
Daarbij wordt vastgelegd welke wegen deel uitmaken van de (toekomstige) hoofdontsluitingsstructuur van Katwijk. De categorisering is een onderdeel van het Integraal Verkeersplan Katwijk (IVP).
De wegen die deel uitmaken van de hoofdontsluitingsstructuur van Katwijk (categorie: “gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom”) hebben een belangrijke verkeersfunctie en de inrichting moet zijn of worden afgestemd op een snelle en veilige afwikkeling van het verkeer. Het gaat hierbij om de Hoorneslaan – en in het verlengde daarvan de Binnensluis – en  de Biltlaan.

Volgens de Brede Structuurvisie 2007-2020 maakt de Hoorneslaan deel uit van de hoofdontsluitingsstructuur. Er zijn plannen voor herprofilering van de Hoorneslaan.

Wegen die geen onderdeel uitmaken van de hoofdontsluitingstructuur vallen in de categorie “erftoegangsweg binnen de bebouwde kom”.

Bij deze categorie wegen dient de verblijfsfunctie een hogere prioriteit te krijgen dan de verkeersfunctie. De snelheid van het (auto)verkeer op deze wegen moet laag zijn. De inrichting van deze wegen moet zijn afgestemd op de verblijfsfunctie, al heeft de weg ook een belangrijke functie voor het verkeer. De inrichting die past bij deze verblijfsfunctie is bijvoorbeeld het 30 km / uur gebied en het woonerf. In de wijk Hoornes zijn alle wegen in de wijk ingericht als 30 km/uur gebied of (woon)erf.

Tussen 1984 en 2009 zijn de Groen van Prinstererweg en de Helmbergerweg doorgetrokken, waardoor binnen de woongebieden in Hoornes Zuidwest en in Hoornes Noordoost een betere ontsluiting en meer parkeren is ontstaan.

 

Het fietspadenstelsel werd op een aantal locaties (gehele parkstrook langs Kanaal, verdubbeling fietspaden op parallelwegen Hoorneslaan, c.q. inrichting delen parallelweg als fietspad, ten koste van autoverkeer) uitgebreid waardoor betere verbindingen zijn ontstaan en de positie van de fietser in de wijk werd verbeterd.

In de westelijke parkstrook langs het Rijnlands Uitwateringskanaal is een fietspad aangelegd. Bij het kruispunt Hoorneslaan-Troelstrastraat-Fagelstraat zal nog een gecombineerde fiets-, voetgangersoversteekplaats worden gerealiseerd.

 

Verkeersveiligheid

De locaties met de meeste ongevallen in de Hoornes zijn het kruispunt Hoorneslaan - Biltlaan (periode 2006-2009 12 ongevallen, waarvan 2 letselongevallen) en het kruispunt Hoorneslaan – westelijke afrit N206 (periode 2006-2009 11 ongevallen, waarvan 2 letselongevallen). Het kruispunt Hoorneslaan - Biltlaan was in het verleden een black spot. Het aantal ongevallen is de afgelopen jaren gedaald. Dat geldt ook voor het kruispunt Hoorneslaan - westelijke afrit N206. Dit kruispunt is nog steeds een van de locaties in Katwijk waar relatief veel ongevallen plaatsvinden, ondanks dat dit kruispunt geen black spot meer is. Dit kruispunt kent een hoge verkeersintensiteit veroorzaakt door alle verkeerssoorten waarbij vooral ook het fietsverkeer een erg hoog aandeel heeft.

Maar ook op enkele andere aansluitingen met de Hoorneslaan (Parsstraat-Boerslaan en Groen van Prinstererweg, waar in 2009 de aansluiting en oversteekmogelijkheden voor langzaamverkeer zijn verbeterd) vinden relatief veel ongevallen plaats. Op al de genoemde locaties is in iets minder dan de helft van de ongevallen ook langzaam verkeer betrokken. Binnen de woongebieden vinden nauwelijks nog ongevallen plaats. In het verleden was ook in de Van Houtenstraat een groot aantal geregistreerde ongevallen. Echter in de ongevallenregistratie worden parkeerongevallen (vrijwel) niet meer opgenomen. Hierdoor is de Van Houtenstraat (parkeren voor het winkelcentrum) niet meer zichtbaar in ongevallenregistraties.

 

De Hoorneslaan kent een ochtend-, middag- en avondspits, waarvan de middagspits opmerkelijk is omdat deze wordt veroorzaakt door woon-/werkverkeer dat thuis gaat lunchen.

De mogelijkheden om dit fenomeen te kunnen bestrijden worden gezocht in verbetering van het fietsgebruik, samenwerking met de werkgevers in het industriegebied ’t Heen om te bewerkstelligen dat men korter gaat pauzeren en voorlichting aan het publiek.

Daarnaast zullen er veranderingen in de verkeersdruk optreden door de aanleg van een noordelijke invalsweg die op de Biltlaan wordt aangesloten.  

 

3.3.2. Vervoer

Openbaar vervoer

Met de buslijnen 32, 37, 90 en 95 wordt de wijk Hoornes ontsloten met openbaar vervoer in de richting Zoetermeer, Leiden, Den Haag en Haarlem. De halteplaatsen zijn geconcentreerd langs de gebiedsontsluitingswegen Hoorneslaan en Biltlaan en zijn allen voorzien van fietsparkeervoorzieningen (t.b.v. voor- en natransport). De frequenties worden door het vervoerbedrijf Connexxion bepaald en liggen gemiddeld op een bus per half uur.

 

Voor de toekomst zijn er plannen voor de realisering van een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding Noordwijk – Katwijk – Leiden – Alphen – Gouda. De bedoeling is deze verbinding uit te voeren als een sneltramverbinding (Rijn Gouwe Lijn). Het tracé in Katwijk loopt in het plangebied over de Biltlaan. Voor de aanleg van de Rijn Gouwe Lijn zal een apart bestemmingsplan worden opgesteld.

 

3.3.3. Parkeren

Na onderzoek bleek dat het winkelcentrum aan de Hoorneslaan een maximale parkeerdruk van 85% kent op de zaterdagen. Dit houdt in dat de parkeerdruk net niet als problematisch wordt ervaren.

 

Uit de nachtelijke parkeerdrukmeting uit 2008 blijkt dat er in een deel van de straten een hoge tot extreem hoge parkeerdruk is. In een deel van deze straten worden meer auto’s geparkeerd dan dat er toegestane parkeerruimte is. In andere straten is er echter een lage parkeerbezetting. Dit hangt samen met het winkelcentrum en kantoorachtige voorzieningen, waar ’s nacht niet geparkeerd wordt.

Deze locaties worden (vrijwel) niet door de bewoners uit de straten met een tekort aan parkeerplaatsen gebruikt uit vrees voor sociale onveiligheid en inbraak en doordat deze terreinen te ver van de woning af liggen. Uit de gebruikte parkeercapaciteit blijkt dat er sprake is van een parkeerplaatsenoverschot, ondanks dat de gemiddelde parkeernorm op 1,2 parkeerplaats per woning ligt.

Dit is lager dan de door het CROW aanbevolen parkeerkencijfers in vergelijkbare woongebieden (1,4 tot 2,0 parkeerplaatsen per woning).

Dit kan worden verklaard vanuit de bevolking- en inkomensamenstelling waarbij er sprake is van een relatief laag autobezit.

 

Voor nieuwbouw, in- en uitbreidingen en functieveranderingen is het Parkeernormenbeleid Katwijk van toepassing. Hiermee wordt er voor gezorgd dat op een goede manier wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Ook bij een functiewijziging binnen een bestemming zal de parkeerbalans opnieuw bekeken moeten worden.

Parkeren is meer gedetailleerd en de functies binnen een bepaalde bestemming kunnen een verschillende parkeerbehoefte hebben. Daardoor kan bij een functieverandering (ook binnen de bestemming) de parkeerbehoefte groter of kleiner worden. De parkeerbalans in de omgeving mag dan niet verstoord worden.

 

De mogelijke ontwikkelingen met betrekking tot het autobezit in de toekomst gebieden alert te zijn op aanspraken die op de openbare ruimte worden gedaan voor andere doeleinden dan verkeersdoeleinden.

 

3.3.4. Groen en recreatie

Groen

Het groen in de wijk is functioneel van belang. Naast een natuurfunctie zorgen ze voor een verkeersbegeleiding, afscherming en beschutting. Ze bepalen mede het beeld van de wijk en dragen bij aan het woonplezier van de wijkbewoners.

 

Tussen de woningen en de flats zijn groene gebieden aanwezig die beeldbepalend zijn. Vooral het gebruik van deze gebieden is van belang. De mogelijkheden voor spelen, wandelen, fietsen, vissen en dergelijk dienen te worden geoptimaliseerd met behoud of zo nodig verbetering van de sociale veiligheid.

 

De gebruiksfuncties van het openbare groen moeten geoptimaliseerd worden. Dit kan vooral plaatsvinden in de groenstrook langs het Uitwateringskanaal. De inrichting dient een meer natuurlijk karakter te krijgen, vooral langs het water en de strook tussen de beplanting en het gras.

 

Op belangrijke (ontmoetings)plekken, zoals sporthal, bibliotheek, winkelcentrum en het begin van de Hoorneslaan (de entree van de wijk Hoornes vanaf de N206) kan met behulp van intensief siergroen extra sier c.q. belevingswaarde worden toegevoegd.

 

Recreatie

In het westelijke gedeelte van de groenstrook langs het Uitwateringskanaal ligt de landijsbaan ‘De Goerie’, die voldoende mogelijkheden biedt voor de beoefening van de schaatssport en het skeeleren, terwijl buiten het seizoen er andere recreatieve of sportieve activiteiten (schoolsportdagen, huttenbouw, senioren jeu de boules) plaatsvinden.

 

De nabij gelegen botenloods is in gebruik bij de Katwijkse Reddingsbrigade. In deze loods vinden naast opslag van materieel en onderhoudsacticviteiten ook andere, meer sociaal getinte activiteiten (curcussen, bindingsbijeenkomsten) plaats.

 

Verder is de verblijfsrecreatie in de groenstrook langs het Uitwateringskanaal van belang. Gedurende het zomerseizoen heeft de waterkant van de groenstrook toeristische functies omdat hier plezierbootjes kunnen aanleggen. De watersportvereniging heeft de beschikking over een was- en toiletruimte in de parkstrook.

 

In de Hoornes zijn in totaal 21 speelplekken, waaronder een (rol)schaatsbaan, meerdere basketball- en trapvelden. Dit aantal is voldoende en uitbreiding is niet nodig.

 

3.3.5. Stedenbouwkundige inpassing

Architect  en stedenbouwkundige SJ. Van Embden is de ontwerper van het plan Hoornespolder. Van Embden en zijn bureau OD 205 hebben in Katwijk (Boulevard, Hoornes, Rijnsoever maar ook bijvoorbeeld de Soefitempel) maar ook elders in heel Nederland (de Lijnbaan in Rotterdam, het plan voor de nieuwe stad Lelystad) vooral na de WOII veel plannen ontwikkeld.

Zijn werk is opgekomen en gerealiseerd in de tijd - vlak voor en na WOII - waarin de moderne stedenbouw en architectuur in Nederland en de rest van Europa opkwam en de overhand kreeg. De aanhangers van deze stroming zagen de oude stad als verderfelijk en ziek. Er was behoefte aan licht, lucht en ruimte in de woonomgeving. Deze waren in de oude binnensteden -  waar werkplaats, winkel en woning naast elkaar aan een open riool stonden - niet te vinden. De vele ontwikkelingen in de bouwtechniek boden uitkomst, hoogbouw maakte mogelijk dat er ruimte was voor een groene en ruime leefomgeving, daarbij waren efficiëntie en op de behoefte van bewoners afgestemde gebruiksmogelijkheden ondergeschikt aan de architecttonische vorm en uistraling. Verder werd uitvoerig nagedacht over verkeer, de auto had immers ruimte nodig. Hierbij was functiescheiding een belangrijk aspect, langzaam en snel verkeer kregen een eigen herkenbaar systeem. En functies als wonen, bedrijven en winkels werden niet langer naast elkaar maar in gescheiden woongebieden, bedrijfsterreinen of winkelcentra ontwikkeld.

Het werk van Van Embden is in veel aspecten beïnvloedt door deze moderne beweging. Echter anders dan de aanhangers van de moderne stedenbouw had Van Emden wel waardering voor de historische gegroeide binnensteden en structuren. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in zijn plan voor de Boulevard, waar een zorgvuldige aansluiting met de nog overgebleven dorpskern is gezocht. Andere belangrijke aspecten in zijn werk is de voorkeur voor eenvoud en bescheidenheid in de woonblokken. Van Embden zag wel in dat hoogbouw en bouwen in hogere dichtheden nodig waren om voldoende leefruimte en open landschap over te houden. In zijn plannen is hoogbouw gebruikt om stedenbouwkundige structuren begrijpbaar te maken, door belangrijke wegen te begeleiden met ‘wanden’ en nabij plekken als winkelcentra hogere gebouwen te plaatsen.

De idealen van Van Embden zijn niet altijd even goed terug te zien in zijn plannen omdat hij de wens en de rol van de opdrachtgever soms boven zijn eigen visie stelde. In de stedenbouwkundige structuur van de Hoornes is de hand van Van Emden echter nadrukkelijk terug te zien. Belangrijkste voorbeelden zijn het verkeersstramien, de functiescheiding en de situering van de verschillende typen hoogbouw, middelhoogbouw en laagbouw. Een zorgvuldig ontworpen stelsel van wegen heft de barrière van het uitwateringskanaal tussen het bestaande dorp Katwijk en de Hoornes op en kent een duidelijk onderscheid in hoofdverkeersroutes en verblijfsgebieden. Functiescheiding is niet alleen terug te zien in het verkeerssysteem maar ook in de situering van de voorzieningen. Het winkelcentrum (dat inmiddels wel drastisch is veranderd door de overkapping en verdere verdichting) is het domein van de voetganger met aan de randen parkeervoorzieningen. Verder zijn er in de wijk alleen aan het wonen ondersteunende voorzieningen te vinden zoals scholen. Tot slot is de hoogbouw gesitueerd rondom het winkelcentrum en bij de entree van de wijk aan de provinciale weg. De belangrijkste verkeersas, de Hoorneslaan, wordt begeleid door bebouwing van 4 à 5 lagen en de laagbouw is achter de ‘eerstelijns’ bebouwing in de rustige en groene woongebieden gesitueerd.

De aanpassingen in het bestemmingsplan blijven globaal de door van den Embden neergelegde structuur volgen.

-          Functiescheiding van de verkeersroutes behouden met de hoofdontsluitingsroute Hoorneslaan en Biltlaan en de langzaam verkeersstructuur in de woongebieden.     

-          Voorzieningen blijven concentreren aan de Hoorneslaan en buiten de woongebieden.

-          Hoogte-accenten aan de entree van het gebied en langs de ontsluitingsstructuur.

 

 

 

 

 

hoofdstuk 4 KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING

4.1. Geluidhinder

 

4.1.1. Wegverkeergeluid

Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dient aandacht geschonken te worden aan het wegverkeergeluid. Dit bestemmingsplan is echter een zogenaamd beheersplan. Er zijn geen nieuwe bouwlocaties voor geluidgevoelige bestemmingen opgenomen.

 

Binnen het plangebied zijn de Hoorneslaan en de Biltlaan de doorgaande wegen. Ook ligt direct langs het plangebied de provinciale weg N206, een 4-baans weg. Op een aantal plaatsen langs deze wegen is de geluidbelasting van de gevels van woningen ruim hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). Vermindering aan de bron van het verkeersgeluid (de auto’s en het wegdek) wordt gerealiseerd door maatregelen uit andere beleidskaders, zoals het IVP. Maatregelen in de overdracht zijn met name langs de N206 mogelijk. Een eventuele herinrichting van de Hoorneslaan heeft geen gevolgen voor de geluidsbelasting zolang de as van de weg niet wordt gewijzigd.

 

4.1.2. Industriegeluid

Het plangebied grenst aan industriegebied ’t Heen en dat is een gezoneerd industrieterrein. De geluidzone, die volgens artikel 41 van de Wet geluidhinder is vastgesteld, strekt zich uit tot over het plangebied Hoornespolder. De 50 dB(A) contour van de geluidzone is op de plankaart aangegeven.

 

4.2.  Luchtkwaliteit

 

In de Wet milieubeheer zijn kwali­teitseisen gesteld in het belang van het voorkomen en beper­ken van de luchtverontreiniging. Deze kwaliteits­eisen vinden hun oorsprong in Europese wetgeving en zijn gebaseerd op gezondheidskundi­ge grondslagen. In Bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de kwaliteitseisen vertaald naar grenswaarden voor de stoffen stikstofdioxide (NO­2), fijn stof (PM10), koolmonoxide (CO), benzeen (C6H6), lood en zwaveldioxide (SO2).

 

Burgemeester en wethouders hebben laatstelijk op 13 mei 2008 de rapportage voor de luchtkwaliteit in de gemeente Katwijk vastgesteld. Daaruit blijkt dat langs de Hoorneslaan (oost) de norm van de luchtkwaliteit voor stikstofoxide werd overschreden. Deze werd veroorzaakt door de achtergrondconcentratie in combinatie met het lokale wegver­keer. Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de actuele en toekomstige luchtkwaliteit is een herberekening gemaakt waarbij de volgende  uitgangspunten zijn toegepast:

 

Rekenmodel CAR II

Webbased versie 8.1

Verkeersmodel KWK040

Scenario 13, prognose 2020

Hoorneslaan thv huisnr. 602

Smalste straatprofiel, drukste wegvak

Etmaalintensiteit 18700 mvt/etm

Prognose 2020, gebruikt voor alle rekenjaren.

Rekenafstand tot rand weg: 10 m

Wegbreedte 10 meter

Zeezoutcorrectie

6 ug/m3

Bomenfactor 1,5

Bomen aan beide zijden van de weg, aaneengesloten kruinen

Wegtype 3a

bebouwing aan beide zijden van de weg

Snelheidstype

Stagnerend verkeer

Stagnatie 20 %

ochtend- en avondspits 1 à 2 uur

 

 

De berekeningen zijn gemaakt voor de peiljaren 2010 (vaststelling plan), 2011 (grenswaarde PM10), 2015 (grenswaarde NO2) en 2020 (einde planperiode). Er blijkt in geen van de beoordelingsjaren een overschrijding te bestaan van een wettelijke grenswaarde. De resultaten van de berekeningen zijn in de volgende tabel weergegeven:

 

Jaartal

Jaargemiddelde

Jm achtergrond

# Overschrijdingen grenswaarde

# Overschrijdingen plandrempel

 NO2

 (µg/m3)

 (µg/m3)

 (µg/m3)

(µg/m3)

2010

39,8

22,2

0

0

2011

38,5

21,6

0

0

2015

33

19,2

0

0

2020

25,3

15,9

0

0

 PM10

(µg/m3)

(µg/m3)

(µg/m3)

(µg/m3)

2010

21

23,4

15

0

2011

20,6

23,2

14

0

2015

18,7

22,3

9

0

2020

16,9

21,1

6

0

 

Samengevat: de Hoorneslaan-Oost is  een drukke weg maar het gebied voldoet aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De mate van luchtverontreiniging kan worden verlaagd door de bomen langs die weg op grotere afstand van elkaar te plaatsen (onderlinge afstand ten minste 15 m).

 

4.3.  Bodemkwaliteit

­­

Het plangebied is overwegend in gebruik als woongebied. Op enkele plaatsen zijn bedrijven dan wel maatschappelijke voorzieningen (kerk, school, bibliotheek, wijkgebouw) aanwezig. Een gebied dat aandacht behoeft is dat rond het gemeentelijk monument de Kalkoven. Binnen het plangebied zijn geen ernstige verontreinigingen bekend en naar de aard van het gebied worden die ook niet verwacht.

Deze hypothese zal in de praktijk worden getoetst op grond van de Bouwverordening, de Wet Milieubeheer als ook in het kader van grondtransacties.

 

4.4.  Bedrijvigheid

 
Algemeen
Het bestemmingsplan heeft in hoofdzaak betrek­king op een woongebied. Om deze woonfunctie te beschermen dient aandacht te worden geschonken aan mogelijk conflicterende bestemmingen. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toet­sing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieube­las­tende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoe­lige gebieden zoals woongebieden. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de VNG. Bedrijven zijn opgenomen in een tabel met bedrijven, die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden.

 

De indeling van de bedrijven is vastgelegd in een afstandentabel, waarin de diverse aspecten van de bedrijven in normatief opzicht zijn weergegeven. Op grond van deze lijst kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van op een terrein toe te laten bedrijfsactiviteiten. Ook bestaande bedrijven kunnen aan deze lijst getoetst worden. Bij deze selectie dienen milieuoverwegingen een belangrijke rol te spelen.

 

Bedrijven die voorkomen in de categorieën 1 en 2 hebben een relatief geringe milieubelasting en zullen in het algemeen niet con­flic­teren met de woonbestem­ming. Bedrijven die als categorie 3 zijn gekwalificeerd dienen van geval tot geval te worden bezien, waarbij met name de afstand tot de woonbe­stem­ming in relatie tot de bedrijfsbestemming van belang is. Bedrijven die in categorie 4 of hoger worden gerangschikt dienen van vestiging binnen een woonomgeving te worden uitgesloten.

Bestaande inrichtingen

De algemene milieuhygiënische situatie van de bedrijven en instellingen binnen het plangebied waarop de Wet milieubeheer van toepassing is, is redelijk tot goed te noemen. Van een structureel klachtenpa­troon is geen sprake.

 

In het winkelcentrum zijn twee winkels die consumentenvuurwerk verkopen. Deze bedrijven voldoen aan de milieubeheervergunningen.

 

4.5.  Externe veiligheid

 

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals bij de productie, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij de herinrichting van een gebied bepalen deze risico’s mede de ruimtelijke mogelijkheden.

 

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden onderzocht in hoeverre er sprake is van aanwezigheid van risicovolle activiteiten in de nabijheid van het plangebied. Dat kan zowel inrichtingen als transporten betreffen. Van die activiteit dient het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) te worden bepaald en eventueel de toename hiervan.

 

Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven.

Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet mag worden overschreden. Voor bestaande situaties wordt het niveau van 10-5 per jaar als grenswaarde gehanteerd, 10-6 per jaar geldt als richtwaarde. Voor nieuwe situaties geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar. Een richtwaarde is daarbij niet van toepassing.

 

Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR bestuurlijk te zijn verantwoord.

 

Beoordeling van het gebied

In het plangebied zijn geen bedrijven waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is. In het industrieterrein ’t Heen, nabij het plangebied, zijn enkele BEVI bedrijven aanwezig. De invloedsfeer van bedrijven vallen buiten het plangebied.

 

Hoofdtransportleidingen voor gevaarlijke stoffen, die in het kader van externe veiligheid bijzonder aandacht moeten krijgen, zijn niet aanwezig.

 

Routes voor gevaarlijke stoffen zijn binnen het plangebied niet aangewezen. De naast het plangebied gelegen N206 maakt als provinciale weg deel uit van het landelijke wegennet waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen is toegestaan. Uit verkeerstellingen in het verleden is gebleken dat het aantal transporten met gevaarlijke stoffen (ton/kilometers) zodanig laag is dat de PR 10-6  contour binnen de begrenzing van de weg ligt. Intussen werken de ministeries aan een duurzaam veiliger vervoer van gevaarlijke stoffen binnen maatschappelijke randvoorwaarden. Hoewel daarop nog geen regelgeving of beleid is vastgesteld, levert dat proces wel belangrijke informatie. Zo is in dat kader het Eindrapport Basisnet Weg opgesteld met daarin informatie over de belangrijke vervoersassen. Van vervoersassen, voornamelijk rijkswegen, zijn de PR en GR-contouren vastgesteld. Voor de nabij Katwijk gelegen A44 geldt dat de PR-contour niet buiten de wegrand ligt (<0,1 * oriëntatiewaarde). En omdat de N206 tot het onderliggend wegennet behoort, waarover uitsluitend bestemmingsverkeer rijdt, zijn hier de risico’s verwaarloosbaar.

 

De conclusie luidt dat het aspect veiligheid in het kader van het bestemmingsplan geen rol speelt.

 

4.6.  Duurzame ontwikkeling

 

4.6.1.  Klimaatprogramma

Het klimaatprogramma kent onder meer een relatie met ruimtelijke ordening, doordat bij ontwikkelingen vanaf 50 woningen de kansen voor CO2-reductie in aanmerking genomen dienen te worden en vanaf 200 woningen een energievisie ontwikkeld dient te worden. Doel hierbij is om te komen tot 18 -100 % reductie van de CO2-uitstoot, afhankelijk van de schaal van de ruimtelijke ontwikkeling.

 

4.6.2   Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen

De gemeente Katwijk hanteert de Regionale DuBoPlus Richtlijn 2008 als maatlat voor duurzaam bouwen bij projecten [woningbouw, utiliteitsbouw en de grond-, weg- en waterbouw voor zowel nieuwbouw als beheer (renovatie)]. De nagestreefde kwaliteit en duurzaamheid van het project dienen op basis van een overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar geborgd te worden.

 

De richtlijnen voor duurzaam bouwen zijn niet verplicht en gaan verder dan de wet vereist. De gemeente stimuleert partijen echter wel om aan de richtlijnen te voldoen door het gratis beschikbaar stellen van de Gemeentelijke Prestatie Richtlijn voor gebouwen voor het berekenen van de kwaliteit en duurzaamheid. Voor de woning- en utiliteitsbouw worden de resultaten gepresenteerd in een schoolcijfer (1-10). Een 7 is de streefwaarde van het dubo-beleid.

 

De duurzaamheidprestatie van een gebouw (woning/utiliteit) heeft betrekking op de volgende thema’s:

- Energie: een 10% betere energieprestatie en 25% CO²-reductie;

- Materialen: het toepassen van duurzame materialen en beperken van de materialisatie;

- Water: bevorderen van waterbesparende maatregelen;

- Afval: beperken van afval en bevorderen hergebruik;

- Gezondheid: gezond binnenklimaat;

- Woon- en gebruikskwaliteit en toekomstwaarde.

 

Gemeentelijk klimaatbeleid

In het gemeentebeleid zijn enkele taakstellingen opgenomen die bij concrete plannen dienen te worden uitgewerkt. Het gaat om de volgende punten:

-       opstellen van een energievisie voor (samenhangende) ontwikkelingslocaties met 250 woningen of meer en het realiseren van een EPL van ten minste 7,2;

-       het aanscherpen van de EPC-norm van het Bouwbesluit met 5-10% voor ontwikkellocaties (opnemen in exploitatieovereenkomsten);

-       zoveel mogelijk zongericht verkavelen.

-          

4.6.3.   Afval

Het huishoudelijk afval wordt gescheiden ingezameld. In het bestaande gedeelte van de wijk zijn hiertoe zogenaamde metrocontainers voor GFT- en voor restafval geplaatst.

 

Het huishoudelijk afval wordt gescheiden ingezameld. Deze methodiek van afvalinzameling brengt naast een gedrags­verande­ring ook wijzigingen met zich mee als het gaat om inzamelmid­delen en straatmeubilair. Bij de (her)­inrichting van het openbaar gebied alsmede in de juridische opzet van het bestem­mingsplan dient hiermee rekening gehouden te worden.

 

Inpassing van milieuparken in het openbaar gebied dient op een zorgvuldige wijze plaats te vinden. Vanwege de beperkte openbare ruimte en op basis van esthetische argumenten gaat de voorkeur zelfs uit naar ondergrondse verzamelplaatsen.

 

4.7.  Natuur en ecologie

 

Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk consoliderend van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Dit betekent geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen zijn gepland. Binnen de geldende bestemmingen bestaat wel de mogelijkheid tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bouwen van aan- of bijgebouwen (al of niet bouwvergunningplichtig) of het aanleggen van paden of verhardingen.

 

4.7.1   Ecologische zones en groenstructuur

Het verstedelijkte gebied van Katwijk is gelegen tussen een tweetal natuurmonumenten, te weten Berkheide en Coepelduyn. Deze gebieden, die als zodanig bescherming vinden in de Na­tuurbeschermingswet, maken onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur. Door verbetering van de corridors tussen de bossen op de strandwallen en in de binnenduinranden alsmede door de instandhouding en uitbreiding van de binnenduinrandbossen wordt de relatie tussen de duinen en het achterland bevorderd. Ten westen van de wijk bevindt zich het staatsnatuurmonument Coepelduyn.

 

Bij ecologie gaat het om de relatie tussen planten en dieren onderling alsook om de betrekking tussen plant en dier en hun omgeving. Door de vele wisselwerkingen die er bestaan tussen planten, dieren en mensen en hun omgeving ontstaat er een netwerk van onderlinge betrekkingen. Alle organismen zijn voor hun bestaan afhankelijk van dit netwerk.

 

Binnen de ecologische hoofdstructuur kunnen verfijningen worden aangebracht. Naast de kerngebieden in de hoofdstructuur wordt gestreefd naar het aanleggen van ‘stapstenen’ (steppingzones) en verbindingszones (ook wel corridors genoemd) die de kerngebieden moeten verbinden. De stapstenen zijn kleine gebiedjes waar bepaalde soorten kunnen leven en zich voortplanten. Door de geringe omvang herbergen deze gebiedjes slechte een beperkt aantal individuen per soort. Via de stapstenen kunnen er uitwisselingen plaatsvinden. Deze uitwisse­ling kan via de verbindingszone tot stand worden gebracht. Hierbij moet gedacht worden aan verbindingen tussen diverse groenstroken c.q. parken enerzijds en beide natuurmonumenten anderzijds. Deze ‘ecologische’ verbindingen kunnen veelal samenvallen met ruimtelijke dragers in een plangebied, zoals hoofdontsluitingen met een bovenwijks karakter.

 

Het verbinden van de ecologische zones kan door de groenstrook langs het Uitwateringskanaal een meer natuurlijke functie te geven. Deze groenstrook verbindt de belangrijke noord-zuid groenstrook langs de N206 en het staatsnatuurmonument Coepelduyn. Verder kan de bomenstructuur binnen de wijk een bijdrage leveren aan een verfijning van het ecologische netwerk.

 

Flora en Fauna

Voor de soortenbescherming is de Flora- en faunawet van toepassing. Deze wet is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuur­lijke leefgebied. De Flora- en faunawet bevat onder meer verbods­be­pa­lingen met betrekking tot het aan­tas­ten, ver­ont­rus­ten of verstoren van beschermde dier- en plan­ten­soorten, hun nesten, holen en andere voort­plan­tings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' be­schermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de ver­bods­be­pa­lin­gen van de Flora- en faunawet níet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet. Voor zo­ver deze vrijstelling niet van toepassing is, bestaat de moge­lijk­heid om van de verbodsbe­pa­lin­gen onthef­fing te verkrijgen van het Ministerie van Landbouw, Na­tuur­ en Visserij. Voor de zwaar beschermde soorten wordt deze ont­hef­fing slechts verleend, in­dien:

-           er spra­ke is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en bosbouw, be­sten­dig gebruik en dwingende reden van groot openbaar belang);

-           er geen alternatief is;

-           geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort.

 

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient in het geval van zwaar beschermde soorten of broedende vogels overtreding van de Flora en faunawet voorkomen te worden door het treffen van maatregelen, aangezien voor dergelijke situaties geen ontheffing kan worden verleend.

 

Soortenbescherming

De huidige ecologische waarden zijn vastgesteld aan de hand van foto’s van het plangebied, algemene ecologische kennis en verspreidingsatlassen/gegevens (Broekhuizen, 1992; Limpens, 1997, www.ravon.nl, FLORON, 2002, en www.waarneming.nl) waarin de waarnemingen zijn aangegeven. In het verleden is veldonderzoek uitgevoerd. Dit is echter te lang geleden om nog conclusies aan te mogen verbinden.

 

Planten

Op basis van bekende verspreidingsgegevens en de aanwezige biotopen kan worden gesteld dat het plangebied geen bijzondere of beschermde soorten herbergt.

 

In tabel 1 staat aangegeven welke beschermde soorten er binnen het plangebied (naar verwachting) voorkomen en onder welk beschermingsregime deze vallen.

 

Tabel 1: Beschermde soorten binnen het plangebied en het beschermingsregime

 

vrijstellingsregeling Ffw

categorie 1

ontheffingsregeling Ffw

categorie 2

categorie 3

egel, mol en veldmuis

 

 

bruine kikker, groene kikker en gewone pad

alle soorten inheemse vogels

 

 

alle vleermuizen

 

rugstreeppad

 

    Er zal geen ontheffing nodig zijn voor de soorten uit categorie 1 waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet geldt.

 

Mogelijk zijn zwaar beschermde vleermuizen, de rugstreeppad (categorie 3), danwel vogels met een vaste nestplaats (categorie 2) binnen het plangebied aanwezig. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen wordt aan de hand van actueel veldonderzoek vastgesteld of er vaste rust-, verblijfs- of voortplantingsplaatsen en/of primaire vliegroutes of primaire foerageergebieden van deze soorten aanwezig blijken.

Indien deze aangetast worden door de ontwikkelingen, dan dient overtreding van de Flora- en faunawet voorkomen te worden door ontheffing te verkrijgen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen.

 

4.7.2   Natuur- en milieubeschermingsgebieden

Het plangebied grenst aan de westzijde aan het Staatsnatuurmonument Coepelduyn, een gebied waarop de Natuurbeschermingswet van toepassing is. Het bestemmingsplan voorziet geen veranderingen die van invloed zijn op het staatsnatuurmonument.

 

In of nabij het plangebied zijn geen milieubeschermingsgebieden (bijv. voor stilte of grondwater) aanwezig.

 

4.8   Archeologie en Cultuurhistorie

 

4.8.1.      Cultuurhistorie

Tientallen eeuwen van ontginnen, bouwen, wonen en werken hebben Zuid-Holland gemaakt tot een cultuurlandschap bij uitstek. Kerken, boerderijlinten, bollenschuren, dorpsgezichten maar ook dijken, verkavelingpatronen en archeologische vindplaatsen getuigen hiervan. Deze cultuurhistorische waarden zijn van grote betekenis voor onze leefomgeving. Daarom willen rijk, provincie maar ook de gemeente Katwijk deze cultuurhistorie behouden of inpassen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Het rijk doet dat door de Modernisering van de Monumentenwet, waarbij het eerste speerpunt is: “cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening”. Ook de provincie wil cultuurhistorie betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen en heeft daarom het erfgoed van Zuid-Holland in kaart gebracht, middels de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS). Deze cultuurhistorische kaart kent drie verschillende thema’s: historische stedenbouw, historisch landschap en archeologie. De gemeente Katwijk tenslotte stelt in de Beleidsnota Monumentenzorg uit 2006 dat er een beleid moet worden opgesteld dat “voorwaarden schept om de gemeentelijke cultuurhistorische identiteit sterker richtinggevend te laten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen”.

Hieronder wordt aan de hand van de historische stedenbouw, het historisch landschap en de archeologie voor het plangebied “Hoornes” verkend welke waarden er aanwezig zijn en welke mogelijkheden er vanuit deze onderwerpen zijn.

4.8.2 Archeologie

Indien ontwikkelaars of individuele inwoners van de gemeente Katwijk van plan zijn om een bouwvergunning aan te gaan vragen kunnen deze zelf vooraf bekijken of ze daarbij rekening moeten houden met archeologische verwachtingen en een onderzoeksplicht. De hier volgende termen komen ook terug in het archeologisch protocol en de bestemmingsplanregels.

 

Archeologische Monumenten

Er bestaan twee soorten archeologische monumenten, ‘beschermde monumenten’ en ‘monumenten’. Het Rijk verzorgt de bewaking over de beschermde archeologische monumenten, eigenlijk dus archeologische rijksmonumenten. Net als voor monumentale gebouwen bestaat voor de archeologische rijksmonumenten een vergunningprocedure.

Met betrekking tot terreinen die archeologisch rijksmonument zijn moet voor werkzaamheden en activiteiten die bodemverstoringen tot gevolg kunnen hebben een monumentenvergunning worden aangevraagd. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verstrekt deze monumentenvergunningen. Het rijk streeft er naar deze rijksmonumenten in te passen in plangebieden door ze vrij van bebouwing te laten en ze anders in te richten, bijvoorbeeld in de vorm van een park.

 

 

Archeologische monumenten worden bewaakt door de provincie. Dit zijn terreinen waarvan de archeologische waarde al duidelijk is geworden aan de hand van eerder gedaan archeologisch onderzoek. Officieel zijn terreinen met een archeologische monumentenstatus niet beschermd, maar dat wil slechts zeggen dat er geen monumentenvergunning vereist is.

De provincie bewaakt deze terreinen door ze uit te roepen als attentiegebied of ze te beschermen binnen de besluitvormingprocedures in het kader van de ruimtelijke ordening.

Het liefst ziet de provincie deze terreinen behouden, bijvoorbeeld door te eisen dat in het geval van bebouwing een bouwmethode wordt gebruikt waarbij geen bodemverstoringen plaatsvinden. In sommige gevallen mag een deel van een archeologisch terrein met monumentale status worden opgegraven, maar alleen onder strenge kwaliteitseisen en onderzoeksvoorwaarden.

 

Archeologisch Waardevol Gebied

Archeologisch waardevolle gebieden zijn gebieden waarvan de archeologische waarde al bepaald is aan de hand van eerder gedaan archeologisch onderzoek, meestal zijn dit de archeologische monumenten waar de provincie zeggenschap over heeft.

 

Daarnaast zijn de historische dorpskernen van Katwijk, Valkenburg en Rijnsburg archeologisch waardevol gebied. Voor bestemmingsplannen en bouwvergunningen bestaat voor de archeologisch waardevolle gebieden geen vrijstellingsnorm. Indien er sprake is van voorgenomen verstoringen van de bodem is het verplicht vooraf archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Pas na overlegging van een rapport van archeologisch onderzoek aan het bevoegd gezag, over het algemeen de gemeente, kan een vergunning worden afgegeven.

 

Archeologisch Verwachtingsgebied

Archeologische verwachtingsgebieden zijn gebieden waarvan nog geen bepaling van archeologische waarden bestaat. Daar is dus nog niet eerder archeologisch onderzoek verricht. Wel kan op basis van de geologische geschiedenis van deze gebieden een voorspelling worden gedaan over de mate van verwachting op aanwezige archeologische sporen. Deze verwachting is uitgedrukt in lage-, middelmatige- en hoge archeologische verwachting. In het geval van een lage archeologische verwachting kan geen archeologisch onderzoek voorafgaande aan de afgifte van een vergunning worden verplicht. Ten aanzien van de gebieden met een middelmatige- tot hoge archeologische verwachting is dit echter wel het geval. Het soort archeologisch onderzoek kan per gebied verschillen. Deze verschillen hangen samen met de geologische eigenschappen van het gebied en de te verwachten aard van de archeologie. Net als voor gebieden met een lage archeologische verwachting, bestaat voor bodemverstorende activiteiten met een totaal gebiedsomvang kleiner dan 100 m2 een vrijstelling. Archeologisch onderzoek is dan geen vereiste, dit ongeacht de mate van archeologische verwachting.

 

Het plangebied Hoornes is een Archeologisch Verwachtingsgebied,  dit is een gebied met een Middelhoge- tot Hoge Archeologische Verwachting. Archeologische verwachtingsgebieden zijn gebieden waarvan nog geen bepaling van archeologische waarden bestaat. Daar is dus nog niet eerder archeologisch onderzoek verricht. Wel kan op basis van de geologische geschiedenis van deze gebieden een voorspelling worden gedaan over de mate van verwachting op aanwezige archeologische sporen. Deze archeologische verwachting moet worden getoetst voorafgaande aan bodemverstorende activiteiten. Het type archeologisch veldonderzoek dat daar voor nodig is kan per gebied verschillen. Deze verschillen hangen samen met de geologische eigenschappen van het gebied en de te verwachten aard van de archeologie. Voor bodemverstorende activiteiten met een gebiedsomvang kleiner dan

100 m2 geldt binnen gebieden met een Middelhoge- tot Hoge Archeologische Verwachting een vrijstelling.  Archeologisch onderzoek is dan geen vereiste, dit ongeacht de mate van archeologische verwachting.

 

Indien er sprake is van voorgenomen verstoringen van de bodem met een omvang van 100 m2 of meer dan is het verplicht vooraf archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Pas na overlegging van een rapport van archeologisch onderzoek aan het bevoegd gezag kan een vergunning worden afgegeven.

 

Het plangebied Hoornes is gelegen in een voormalig wad/kwelderlandschap overstoven met duinzanden. Dit is gelegen net ten Zuiden van de voormalige geul van de Oude Rijn, de begrenzing hiervan is te vinden niet ver ten Noorden van de Helmbergerweg. Daar waar de duinzanden Oud- Duinzand betreffen is sprake van een hoge archeologische verwachting op archeologie vanaf de IJzertijd. Voor de onderliggende wad/kwelderafzettingen geldt een Middelhoge archeologische verwachting op archeologie vanaf de Bronstijd.

 

Het plangebied Hoornes is gelegen binnen de Limeszone, de grenszone van het voormalige Romeinse Rijk.  De verwachting is dat de Limesweg zoals die gedocumenteerd is ter hoogte van Valkenburg en vermoedelijk ook in de Katwijkse Zanderij door dit gebied heeft gelopen richting de locatie van de veronderstelde Brittenburg. Er zijn nog geen archeologische vindplaatsen of vondsten uit het onderhavige plangebied gedocumenteerd. Wel zijn bij het uitgraven van het uitwateringskanaal ter hoogte van de Hoornes, net als ter hoogte van de uitwateringsluizen, archeologische vondsten uit de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen aangetroffen waaronder houten beschoeiingen langs de Rijnoevers.

Direct ten Zuiden van de Hoornes en het uitwateringskanaal is ter hoogte van Cleijn Duin in 1906-1911 een grafveld uit de Vroege Middeleeuwen, Merovingische Tijd, opgegraven. De exacte locatie van dit grafveld is vanwege gebrekkige documentatie echter nooit vastgesteld. Ten Zuiden van deze locatie zijn de resten van een Romeinse nederzetting gedocumenteerd.

Deze vondsten geven aan dat er in de directe omgeving en dus ook binnen onderhavig plangebied  rekening moet worden gehouden met archeologische vondsten en structuren uit deze perioden.

Voorafgaande aan bouwplannen en andere bodemverstorende activiteiten binnen het plangebied Hoornes 2010, met een omvang groter dan 100 m2 en indien de bodemverstoringen dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld, moet daarom vanwege de archeologische verwachtingen een archeologisch vooronderzoek plaatsvinden.  

 

4.9.  Water

 

4.9.1.   Grondwater

Van oost naar west loopt het maaiveld op van ca 1.10m+  NAP naar 2.00m+ NAP. Het meest westelijke gedeelte grenzend aan het duingebied gedeelte loopt op naar ca 5m+ NAP. Van het maaiveld tot aan NAP is een matig fijne tot matige grove kleihoudende zandlaag aanwezig met een dikte variërend van 0.5 tot 1.5 m. Onder deze zandlaag komt een matig slappe, plaatselijke zandhoudende keilaag voor. De grondwaterstanden opgenomen in twee peilbuizen vanaf 1990 tot heden 0.60m- NAP tot 0.20m +NAP zo blijkt uit het gemeentelijke grondwaterrapport van 2003. Isohypsen van het freatisch grondwater geven een vrij egaal verloop aan waardoor aangenomen kan worden dat deze grondwaterstanden in de hele wijk voorkomen. 

 

4.9.2. Oppervlaktewater

In het plangebied is het Uitwateringskanaal als oppervlaktewater aanwezig. Het Uitwateringskanaal is vaarwater en een van de hoofdafvoeren van het overtollige water van Rijnlands boezem.

 

Ten noorden van het plangebied loopt in Rijnsoever een watergang met een peil van 0.00+ NAP in het westen en 0.30- NAP in het oosten. Deze watergangen voeren af via de watergangen in Rijnsoever af naar de boezem bij de Noordwijkervaart. 

 

Verder is er een strook langs het Uitwateringskanaal als waterstaatkundige doeleinden aangeduid. Deze strook is gereserveerd voor uitbreiding van de afvoercapaciteit van water uit Rijnlands boezem. Aan de oostzijde van het bestemmingsplan zijn bermsloten aanwezig. Deze voeren af water naar de boezem.

 

4.9.3. Riolering

Voorkeursvolgorde voor Afvalwater

Overeenkomstig het rijksbeleid (de voorkeursvolgorde uit Wm art 29a en de doelmatigheidsdoelstelling uit het bestuursakkoord waterketen 2007) geeft Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater houdt in dat het belang van de bescherming van het milieu vereist dat:

 

  1. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
  2. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt;
  3. afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater;
  4. huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd;
  5. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt;
  6. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en
  7. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d dat naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt getransporteerd.

 

De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Deze voorkeursvolgorde is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan.

 

Zorgplicht en preventieve maatregelen voor Hemelwater

Voor de behandeling van hemelwater wijst Hoogheemraadschap van Rijnland op de zorgplicht en op het nemen van preventieve maatregelen e.e.a. vooruitlopend op de definitieve invoering van het Besluit lozingen buiten inrichtingen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan brongerichte maatregelen. Het argument daarbij is dat vanuit een wijder milieuperspectief preventie de voorkeur heeft boven “end-of-pipe” maatregelen.

Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater mag veroorzaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen. Door bijvoorbeeld:

-           duurzaam bouwen;

-           het toepassen van berm- of bodempassage;

-           toezicht en controle tijdens de aanlegfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen;

-           juridische verankering van de particuliere verantwoordelijkheden (vergunningverlening);

-           handhaving tijdens de beheerfase ter voorkoming van verkeerde aansluitingen (bijvoorbeeld middels controleputjes op de erfgrens);

-           het regenwaterriool uit te voeren met (straat)kolken voorzien van extra zand- slibvang of zakputten (putten met verdiepte bodem) op tactische plekken in het stelsel;

-           adequaat beheer van straatoppervlak, straatkolken en zakputten (straatvegen en kolken/putten zuigen);

-           het toepassen van duurzaam onkruidbeheer;

-           aangepaste gladheidbestrijding;

-           het voorkomen van afstroming van hondenuitwerpselen;

-           de bewoners, gebruikers en beheerders voor te lichten over de werking van de riolering en een juist gebruik hiervan;

-           het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en repareren en chemische onkruidbestrijding.

 

Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende vooorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of – als laatste keus – aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente in overleg met het waterschap kiezen voor een generieke “end-of-pipe” aanpak. Deze keuze moet dan expliciet gemaakt worden in het GRP.

 

 

 

 

 

 

 

 

hoofdstuk 5 juridische planbeschrijving

5.1 Algemeen

 

De herziening van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (voorheen plankaart), regels (voorheen voorschriften) en een toelichting. De verbeelding (voorheen plankaart) en de regels zijn juridisch bindend.  De toelichting moet hierbij gezien worden als een uitleg wat met de verbeelding en de regels wordt beoogd. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van de functies en vorm in het bestemmingsplangebied. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar zijn en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale plannen moeten voldoen. Zo bevatten de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

 

5.2. Planvorm

 

Het bestemmingsplan biedt voor de bestaande woonbebouwing en de voorzieningen in het plangebied een consolidatie- en beheerfunctie en staat geen nieuwe grote ontwikkelingen toe. De juridische planvorm is afgestemd op de hoofdlijnen van het beleid dat erop gericht is de aanwezige functies te behouden. Het bestemmingsplan is daarmee te karakteriseren als een consoliderend bestemmingsplan. Deze planvorm maakt het mogelijk alle aanwezige functies in het plangebied te voorzien van een gedetailleerde bestemmingsregeling waardoor de ruimtelijke kwaliteit in het gebied als zodanig kan worden beheerd en behouden.

 

5.2.1. Verbeelding en regels

Uitgangspunt is dat de digitale verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn eventuele ontheffings- en wijzigingsregels opgenomen.

 

5.2.2. Bestemmingsvlak en bouwvlak

De in het plangebied aanwezige bestemmingen bestaan in de meeste gevallen uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied dat op de digitale verbeelding is aangeven waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Het bouwvlak is op de digitale verbeelding voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering.

 

5.2.3. Aanduidingen

Op de digitale verbeelding is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringsaanduidingen, waaronder de goot- en bouwhoogte, het maximumbebouwingspercentage en het maximumaantal wooneenheden.
Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking.

De volgende functies zijn aangeduid: “parkeergarage”, “bedrijfswoning”, “brug”, “cultuurhistorische waarde”, “detailhandel”, “horeca tot en met categorie 2”, “recreatie”, “specifieke vorm van detailhandel – winkelpassage”en “specifieke vorm van verkeer – langzaam verkeer”.

 

Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd.

Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bij de toepassing van het bestemmingsplan specifieke regels gelden of waar nadere afwegingen moeten worden gemaakt.

 

Opbouw planregels

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:

·         Inleidende regels;

·         Bestemmingsregels;

·         Algemene regels;

·         Overgangs- en slotregel.

 

5.3. Opbouw regels

 

5.3.1.         Inleidende regels

Artikel 1: Begrippen

Begrippen die in de regels worden gebruikt en die uitleg behoeven, worden in dit artikel uitgelegd.

 

Artikel 2: Wijze van meten

Dit artikel bevat technische regelingen om onder andere oppervlaktes, hoogtes, dieptes en breedtes te kunnen bepalen.

 

5.3.2.         Bestemmingsregels

In deze paragraaf wordt ingegaan op de inhoud van de verschillende bestemmingen.

 

Artikel 3: Detailhandel

Binnen deze bestemming vallen detailhandel en dienstverlening en horeca-activiteiten als ondergeschikte nevenactiviteit. Detailhandel in Hoornes bevindt zich in het winkelcentrum Hoornesplein en langs de Hoorneslaan.

 

Artikel 4: Gemengd 1

Deze bestemming omvat cultuur en ontspanning, het exploiteren van zaalaccomodatie en het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken ten dienste van zaalactiviteiten. In Hoornes valt Zalencentrum Tripodia onder deze bestemming.

 

Artikel 5: Gemengd 2

Gemengd 2 omvat naast detailhandel en dienstverlening ook kantoren, uitsluitend op de verdieping. In Hoornes vallen onder deze bestemming winkels en kantoren aan de Hoorneslaan en een deel van de voormalige Coöp. bij het  Hoornesplein.

 

Artikel 6: Gemengd 3

Gemengd 3 omvat naast detailhandel en dienstverlening ook kantoren. In Hoornes valt onder deze bestemming een gebouw aan de Van Houtenstraat.

 

Artikel 7: Gemengd 4

Gemengd 4 omvat naast detailhandel en dienstverlening, kantoren, cultuur en ontspanning en theaterscholen. In Hoornes valt onder deze bestemming een gebouw aan de Van Houtenstraat.

 

Artikel 8: Groen

Onder de bestemming groen wordt verstaan het openbare groen, het daarin aanwezige water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden, kunstwerken en straatmeubilair, verbreding van het Uitwateringskanaal - op de verbeelding aangegeven met Waterstaat (WS-WS) en de nutsvoorzieningen.

In Hoornes Zuidoost ligt in de bestemming groen ter plaatse van de aanduiding Cultuurhistorische Waarde (cw) een bestaande kalkoven.

 

Artikel 9: Horeca

Voor de horeca is een onderscheid gemaakt in zogenaamde ‘zachte’, ‘middelzware’ en ‘zware’ horeca respectievelijk categorie 1, 2 en 3.

 

Onder categorie 1 vallen de bedrijven die in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse alsmede horecabedrijven die ondersteunend zijn aan en qua openingstijden in het algemeen vergelijkbaar zijn met detailhandelsvestigingen en in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken c.q. snel serveren van kleine maaltijden, broodjes, hapjes, ijs en gebak, zoals een restaurant, cafetaria, snackbar, shoarmazaak, brasserie, broodjeszaak en ijssalon. In deze categorie is het verstrekken van dranken ondergeschikt.

Onder categorie 2 vallen de horecabedrijven die in hoofdzaak bestaan uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van (kleinere) maaltijden daaraan ondergeschikt is, zoals een café, bar, grandcafé of taveerne of discotheek.

Horeca uit categorie 3, waaronder discotheken en dancings vallen, komt niet voor in Hoornes.

 

De horecabedrijven in het winkelcentrum Hoornespassage zijn geregeld binnen de bestemming Winkels. De snackbar en de pizzeria vallen in categorie 1 bedrijven en het café in categorie 2. De bedrijfsvloeroppervlak op de begane grondlaag mag maximaal 150 m2 bedragen. Daarnaast is horeca als ondergeschikte nevenactiviteit bij een winkel onder een aantal voorwaarden toegestaan.

 

Artikel 10: Maatschappelijk

Deze bestemming is toegekend aan de in het plangebied aanwezige kerken, scholen, bibliotheek, wijkgebouw en medische voorzieningen. Naast de hoofdgebouwen is per bestemmingsvlak een dienstwoning toegestaan. De gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Fietsenstallingen buiten de bebouwingsvlak zijn door middel van een vrijstelling mogelijk. Het verzorgingshuis ‘Duinrand’ aan de Nolenstraat is binnen deze bestemming met een aanduiding ‘VV’ op de verbeelding aangegeven. De bouwvlakken zijn op de plankaart ruimer dan de bestaande bebouwing opgenomen zodat er mogelijkheden zijn voor uitbreiding.

 

Artikel 11: Tuin

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Binnen de bestemming tuin mogen erkers en bijgebouwen worden gebouwd.

 

Artikel 12: Verkeer

De wegen die een duidelijke ontsluitings- en verkeersfunctie hebben voor het gemotoriseerde verkeer (Hoorneslaan en Biltlaan) en wegen die bestemd zijn voor verblijfsdoeleinden met de bijbehorende voorzieningen zoals geluidwerende voorzieningen, reclame-uitingen, groen-, speel-, parkeer-, nutsvoorzieningen en water. De inrichting van deze wegen blijkt uit de indeling op de verbeelding. Deze ruimtelijke indeling dient zoveel mogelijk te worden gevolgd.

 

Artikel 13: Verkeer - Verblijfsgebied

De overige wegen zijn bestemd voor verblijfsdoeleinden. In deze gebieden heeft de openbare ruimte primair een verblijfsfunctie. Het gemotoriseerde verkeer is hieraan ondergeschikt. Binnen deze bestemming is het innemen van een standplaats toegestaan.

 

Artikel 14: Water

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voorde waterhuishouding en de waterberging,  waterbouwkundige kunstwerken en voorzieningen, verkeer te water, infiltratievoorzieningen, kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden. In Hoornes vallen het Uitwateringskanaal en een watergang langs de N206 onder de bestemming water.

 

Artikel 15: Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan-huis-gebonden beroep, ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage': een parkeergarage,bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen-, nutsvoorzieningen, erven, tuinen, verhardingen en water. Voor de woningen gelden bepaalde bouwregels, een ontheffing van de bouwregels en specifieke gebruiksregels en een ontheffing van de gebruiksregels.

 

Artikel 16: Wonen - Garage

De garageboxen in het plangebied zijn opgenomen binnen de bestemming ‘Wonen - Garage’. Deze boxen zijn voor de stalling van voertuigen alsmede voor opslag- en bergingsdoeleinden van huishoudelijke aard.

 

Artikel 17: Leiding - Water

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een waterleiding met een diameter van ten hoogste 600 mm.

 

Artikel 18: Waarde – Archeologisch verwachtingsgebied

In dit artikel zijn beperkingen opgenomen ten aanzien van de andere van toepassing zijnde bestemmingen ter bescherming van de belangen van de archeologische waarden.

 

Artikel 19: Waterstaat – Waterstaatkundige functies

In dit artikel zijn beperkingen opgenomen ten aanzien van de andere van toepassing zijnde bestemmingen ter bescherming van de belangen van de waterstaat.

 

5.3.3.         Algemene regels

Artikel 20: Anti-dubbeltelbepaling

Deze regel dient te voorkomen dat situaties ontstaan welke niet in overeenstemming zijn met de bedoeling van het plan. Daar voor een gebouw een zeker open terrein is vereist, wordt via de anti-dubbeltelregel voorkomen dat eenzelfde terrein twee keer wordt “meegenomen” bij de beoordeling van een bouwaanvraag. Grond die al eerder moest worden meegeteld bij de beoordeling van een bouwplan mag niet nog eens worden meegeteld bij een nieuwe bouwaanvraag.

 

Artikel 21: Algemene bouwregels

In dit artikel zijn regels opgenomen voor het overschrijden van bouwgrenzen, voor de goothoogte, technische installaties en het ondergronds bouwen.

 

Artikel 22: Algemene aanduidingsregels

In dit artikel zijn regels opgenomen voor de geluidszone – industrie.

 

Artikel 23: Algemene wijzigingsregels

Op basis van deze regel kan de bestemming “waarde – archeologisch verwachtingsgebied” wijzigen ten behoeve van verwijdering of toevoeging van de bestemming.

 

Artikel 24: Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening

De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9, lid 2 van de Woningwet buiten toepassing.

 

Artikel 25: Overige regels

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

 

5.3.4.   Overgangs- en slotregel

Artikel 26: Overgangsrecht

Bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan bestaan of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd, mogen blijven bestaan, ook wanneer dit strijdig is met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd worden.

 

Artikel 27: Slotregel

 

 

HOOFDSTUK 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.1   Vooroverleg

 

Het plan is in het kader van het vooroverleg ter advisering naar de diverse overleginstanties gestuurd. In totaal hebben 6 instanties op het voorontwerp bestemmingsplan “Hoornes” gereageerd. In deze paragraaf worden de reacties kort weergegeven. Tevens wordt aangegeven hoe de reacties in het plan zijn verwerkt.

 

6.1.1. Ingediende reactie

 

1. Reactie ingediend door Provincie Zuid-Holland

 

Reactie overleg instantie

Het provinciale beoordelingskader is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie en de verordening Ruimte. Het plan is conform dit beleid.

 

2. Reactie ingediend door VROM-Inspectie

 

Reactie overleg instantie

Het plan geeft de betrokken rijksdiensten geen aanleiding tot het maken van opmerkingen, gelet op de nationale belangen in de RNRB.

 

3. Reactie ingediend door Tennet TSO B.V.

 

Reactie overleg instantie

Aan de gegevens op de website www.ruimtelijkeplannen.nl ontlenen wij dat bij dit voorontwerp-bestemmingsplan geen eigendommen van ons bedrijf zijn betrokken.

 

4. Reactie ingediend door Kamer van Koophandel

 

Reactie overleg instantie

Wij begrijpen dat gemeente Katwijk leegstand in winkelgebieden tegen wil gaan. Uit paragraaf 3.2.2. blijkt dat van enkele winkelgebieden de bestemming “winkels” wordt uitgebreid met de functies kantoren en dienstverlenende bedrijven. Om ervoor te zorgen dat het toch zoveel mogelijk een winkelgebied blijft pleiten wij ervoor dat in de tekst wordt opgenomen dat kantoren en dienstverlenende bedrijven consumentgericht moeten zijn.

 

Reactie gemeente Katwijk

Tekst is aangepast.

 

5. Reactie ingediend door Hoogheemraadschap van Rijnland

 

Reactie overleg instantie

Het Hoogheemraadschap van Rijnland ziet graag dat het 2e deel van de tekst wordt aangepast.  

 

Reactie gemeente Katwijk

Tekst is aangepast.

 

 

6. Reactie ingediend door Regionale Brandweer Hollands-Midden

 

Reactie overleg instantie

De Regionale Brandweer Hollands-Midden heeft geadviseerd om risicobronnen in de omgeving van het plangebied in de paragraaf externe veiligheid op te nemen.

 

Reactie gemeente Katwijk

In het industrieterrein ’t Heen, nabij het plangebied, zijn enkele BEVI bedrijven aanwezig. Aangezien de invloedsfeer van de betreffende bedrijven buiten het plangebied vallen, zijn ze niet opgenomen in de paragraaf externe veiligheid.

 

6.2   Zienswijzen

 

Het ontwerp partiële herziening bestemmingsplan “Hoornes” heeft van … gedurende 6 weken voor de zienswijzen ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk en mondeling op het plan te reageren. In totaal zijn er … zienswijzen op het plan ingediend.

 

6.2.1 Ingediende zienswijzen

De eventueel ingediende zienswijzen worden verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan.

 

1. Zienswijze ingediend door ……………………………..

 

Zienswijze

 

Reactie gemeente Katwijk

 

2. Zienswijze ingediend door ………enz……………..

 

Zienswijze

 

Reactie gemeente Katwijk

 

 


hoofdstuk 7 economische uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan heeft voor het overgrote deel van het plangebied een conserverend karakter. Naast die kosten die verband houden met de beheerstaken vloeien er voor de gemeente geen substantiële kosten uit het plan voort.