direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Wijk aan Zee
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0375.BPWijkaanZee2016-VP01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling

Gebiedsvisie Wijk aan Zee 2030

Al enige tijd wordt binnen de gemeente Beverwijk nagedacht over de verbeteropgaven voor de kern Wijk aan Zee met als hoofddoelstelling het laten ontstaan van een prettige woonomgeving en een attractieve familiebadplaats. Op 2 oktober 2014 heeft de gemeenteraad in dit kader de Gebiedsvisie Wijk aan Zee 2030 vastgesteld, om de essentiële opgaven in het dorp helder in beeld te krijgen en in een toekomstperspectief voor de lange termijn te plaatsen. Via actief beheer, versterking en transformatie wordt nagestreefd zowel de functionele als de visuele kwaliteit van Wijk aan Zee in de komende jaren te verbeteren. De gebiedsvisie biedt een kader om afwegingen te maken voor initiatieven van derden. De gebiedsvisie is dan ook geen opsomming van projecten of een uitvoeringsplan.

Een bijzonder en ontwikkelingsgericht bestemmingsplan

Uit de voornoemde Gebiedsvisie vloeien verschillende gewenste ontwikkelingen voort, met name ten aanzien van het realiseren van nieuwe woningen en het verbeteren van het recreatieve aanbod. In de nu geldende bestemmingsplannen voor de kern van Wijk aan Zee en het nabijgelegen strand zijn deze ontwikkelingen nog niet mogelijk. Om het bereiken van de verbeteropgaven uit de Gebiedsvisie te stimuleren is een uitnodigend bestemmingsplan gewenst, dat initiatiefnemers in de gelegenheid stelt ontwikkelingen te ontplooien zonder dat afzonderlijke lange procedures nodig zijn. Dat betekent een bestemmingsplan dat gericht is op het bereiken en mogelijk maken van ambities binnen wettelijke en vanuit de omgeving gestelde randvoorwaarden. Vanwege de ligging van het dorp te midden van natuur (duingebied) en onder de rook van zware industrie is een balans tussen het belang van nieuwe ontwikkelingen en het belang van de natuur en de omliggende industrie van groot belang.

Wettelijke bepalingen en jurisprudentie schrijven voor hoe bestemmingsplannen moeten worden ingericht en onderbouwd. Dit leidt tot beperkingen in de mogelijkheden voor het opstellen van een ontwikkelingsgericht, uitnodigend en gefaseerd uit te voeren bestemmingsplan, waarbij bovendien sprake is van grote uitdagingen vanuit de omgeving. Gelet hier op is er voor gekozen om gebruik te maken van de Crisis- en herstelwet om af te wijken van wettelijke bepalingen. Dit vooruitlopend op de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 in werking treedt. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.

1.2 Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en ontwikkelingsgebied

Dit bestemmingsplan heeft een bijzondere juridische status. Bestemmingsplannen zijn gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en zijn dan ook bedoeld om 'goede ruimtelijke ordening' te faciliteren. Dit bestemmingsplan is naast een bestemmingsplan op basis van de Wro ook een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte èn een bestemmingsplan voor een ontwikkelingsgebied, beide op grond van de Crisis- en herstelwet (Chw). In deze paragraaf leest u waarom deze bijzondere status is aangevraagd en wat daarvan de gevolgen zijn.

Toekomstperspectief voor WIjk aan Zee

Dit bestemmingsplan is toekomstgericht en ontwikkelingsgericht en moet zorgen voor toekomstperspectief voor het dorp, waarbij het plan ruimte en kaderstelling voor de beoogde ontwikkelingen biedt. De bredere afweging dan alleen ruimtelijk relevante aspecten en het gegeven dat het dorp gelegen is in de directe nabijheid van stikstofgevoelig Natura2000 gebied Noordhollands Duinreservaat zijn daarbij bijzonderheden die aanleiding hebben gegeven voor het verkrijgen van een bijzondere juridische status.

Chw bestemmingsplan met verbrede reikwijdte

Het doel van dit bestemmingsplan is om uitvoering te geven aan de gebiedsvisie (zie paragraaf 3.3.2) voor Wijk aan Zee. Deze visie richt zich op het op peil houden van het voorzieningenniveau voor de bewoners en het verbreden en versterken van de recreatieve functie. Het bestemmingsplan moet daarbij ruimte bieden voor ontwikkeling en daarvoor als integraal toetsingskader dienen. Bij een regulier bestemmingsplan gelden daarbij een aantal beperkingen. Ontwikkelingen moeten uitvoerbaar en voldoende concreet en uitgewerkt zijn om ze in een bestemmingsplan te kunnen vastleggen. Voor de ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is dit nog niet het geval, omdat zij organisch en niet-planmatig tot stand zullen komen. Dit bestemmingsplan is dan ook een vorm van uitnodigingsplanologie. Ook wil de gemeenteraad met dit bestemmingsplan een integraal beoordelingskader voor de ontwikkelingen bieden, waarbij de onderwerpen breder zijn dan alleen 'goede ruimtelijke ordening'. Dit betreft bijvoorbeeld ecologie (Natura2000), welstand en beeldkwaliteit en duurzaamheid. De Crisis- en herstelwet (Chw) bevat een regeling die voor een belangrijk deel tegemoet komt aan deze wens om een bredere, integrale regeling te maken waarbij ook meer ruimte is voor uitnodigingsplanologie en organische ontwikkeling. Dit is een zogenoemd Chw bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (artikel 2.4 Chw en artikel 7c Besluit uitvoering Chw). Op grond van deze regeling geldt een verlengde planperiode van 20 jaar en kunnen regels worden opgesteld over het gehele domein van de fysieke leefomgeving. Deze regeling is daarmee ook een mogelijkheid om voor te sorteren op de nieuwe Omgevingswet.

Chw ontwikkelingsgebied

De status van Chw ontwikkelingsgebied maakt het juridisch makkelijker om de aanwezige milieugebruiksruimte optimaal te benutten. Het gaat daarbij om het mogelijk maken van duurzame ruimtelijke en economische ontwikkelingen in samenhang met het tot stand brengen van een goede milieukwaliteit. Hierbij kan van wettelijke milieukwaliteitsnormen worden afgeweken en kan het plan regels bevatten om te zorgen dat na een periode van ten hoogste 10 jaar alsnog voldaan kan worden aan die milieukwaliteitsnormen. De status van ontwikkelingsgebied geldt namelijk voor ten hoogste 10 jaar. In dit plan maken we van deze status gebruik om de ontwikkelingen mogelijk te maken binnen de beschermende regels voor het Natura2000 natuurgebied Noordhollands Duinreservaat. De stikstofdepositie van de beoogde ontwikkelingen is daarbij een belangrijke factor. Als ontwikkelingsgebied kan het bestemmingsplan worden gebruikt om de ontwikkelingen binnen de kaders van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) te laten plaatsvinden. Het bestemmingsplan bevat daarvoor specifieke regels over onder andere de maximale stikstofdepositie per ontwikkellocatie. Zie hierover paragraaf 4.2.

1.3 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied beslaat de kern Wijk aan Zee, enkele aangrenzende duingebieden, het strand bij Wijk aan Zee en een deel van de Noordzee. Aan de noordzijde reikt het plangebied tot de gemeentegrens met Heemskerk en aan de zuidzijde tot de gemeentegrens met Velsen. Ten oosten grenst het plangebied aan Beverwijk. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

afbeelding "i_NL.IMRO.0375.BPWijkaanZee2016-VP01_0001.jpg"

Figuur 1.1. Ligging plangebied (bron: Google Earth).

1.4 Vigerende regelingen

Het onderhavige bestemmingsplan vervangt het bestemmingsplan Wijk aan Zee dat op 27 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad en het bestemmingsplan Strand Wijk aan Zee dat is vastgesteld op 26 januari 2012. Voor het tussengelegen duingebied dat onderdeel is van het gemeentelijk grondgebied geldt bestemmingsplan Wijk aan Zee 1979, vastgesteld op 8 juli 1981.

1.5 PlanMER

De kern van Wijk aan Zee wordt omsloten door het Natura 2000-gebied Noord-Hollands Duinreservaat. Een deel van de beoogde ontwikkelingen is ondergeschikt van aard en heeft betrekking op verbeteringen in de bestaande kern. Deze zullen geen of nauwelijks milieueffecten hebben. Een significant effect op de doelstellingen van het Natura 2000-gebied zijn echter niet voor alle ontwikkelingen (cumulatief) op voorhand uit te sluiten. Vanwege de potentiële effecten is een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 vereist en daarmee een planMER verplicht.


De planMER en de passende beoordeling hebben een grote overlap in het toetsingskader, daarom is er voor gekozen beide onderzoeken te integreren in één rapport.

Voordat de voorgenoemde planMER is opgesteld, heeft het gemeentebestuur van de gemeente Beverwijk de Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) vastgesteld. In deze notitie is aangegeven welke aspecten op welk detailniveau in de planMER aan bod zouden komen en hoe de procedure van de planMER gekoppeld zou worden aan die van het bestemmingsplan. De Notitie reikwijdte en detailniveau heeft 6 weken ter visie gelegen voor zienswijzen en is tevens voorgelegd aan de betrokken overheidsinstanties.

Deze planMER wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan ter inzage gelegd. In het bestemmingsplan dient namelijk te worden gemotiveerd op welke wijze in het ruimtelijk plan is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het planMER. In dit bestemmingsplan wordt om deze reden op een aantal onderdelen verwezen en gebruik gemaakt van de Milieueffectrapportage. Dit is met name van belang bij de sectorale onderzoeken in hoofdstuk 4. In paragraaf 'Milieueffectrapportage' wordt nader ingegaan op de aanleiding en de conclusie van het planMER.

1.6 Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een planverbeelding met bijbehorende planregels en een toelichting. De planregels en de planverbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met de relevante onderzoeksresultaten. De toelichting van het bestemmingsplan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Dit hoofdstuk vormt de inleiding op het bestemmingplan. In hoofdstuk 2 wordt het plangebied omschreven en zijn de uitgangspunten voor het plangebied opgenomen. Ook is een toelichting gegeven op de ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden middels dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 komen de verschillende beleidskaders aan bod. De sectorale (onderzoeks)aspecten zijn beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is de juridische planbeschrijving weergegeven. In dit hoofdstuk wordt de wijze van bestemmen uiteen gezet. Tevens wordt per artikel een beschrijving gegeven van de planregels en de bestemmingen. Hoofdstuk 6 behandelt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 2 Analyse en uitgangspunten

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de ruimtelijke en functionele analyse van het plangebied opgenomen en zijn voorts de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd. Een groot deel van onderstaande beschrijvingen zijn overgenomen uit de Gebiedsvisie Wijk aan Zee 2030.

2.2 Kenmerken Wijk aan Zee

Ligging en positie

Wijk aan Zee ligt als een enclave ingeklemd tussen het staalbedrijf Tata Steel (het vroegere Hoogovens), de Noordzee en het Noord-Hollands Duinreservaat. De ligging aan het Noord-Hollands Duinreservaat is een bijzondere kwaliteit van Wijk aan Zee. Het dorp is door het omliggende industriegebied in een enigszins geïsoleerde positie gekomen en is alleen via de Zeestraat met Beverwijk verbonden. Via het dorp is ook de Noordpier (Velsen-Noord) te bereiken.

Wijk aan Zee heeft met name door het strand een bovenlokale functie en uitstraling. Wijk aan Zee heeft voor het achterland en dan in het bijzonder de plaatsen Velsen-Noord, Beverwijk en Heemskerk betekenis als de poort naar zee. De steden Amsterdam, Haarlem en Alkmaar liggen elk op minder dan 30 (auto)minuten reistijd. Deze regionale ligging is van betekenis voor de aantrekkelijkheid van Wijk aan Zee om te wonen en te werken.

Algemeen beeld

Wijk aan Zee ontleent zijn kracht aan het hoofdzakelijk authentieke karakter. Menig kustdorp is in de loop der tijd sterk ontwikkeld met bijbehorende gebouwde opschaling. Wijk aan Zee is echter 'gewoon gebleven' en het centrum is historisch gezien nog in oorspronkelijke staat. Het dorp is nauwelijks gegroeid en altijd kleinschalig en gemoedelijk gebleven. De ligging aan het strand, maar achter de duinen, maakt de beleving van het strand een andere dan in bijvoorbeeld Zandvoort, Vlissingen, Egmond en Scheveningen, waar over een boulevard geflaneerd kan worden. De natuur en de elementen worden in een setting van zee, strand en duin ten volste ervaren. Met de Randstad als achterland en voedingsgebied in combinatie met het eigen, familiegerichte karakter (anders dan Velsen en Bloemendaal) is het strand van Wijk aan Zee in essentie potentievol.

Dorpsopbouw

Wijk aan Zee is een typisch 'Zeedorp', waarbij het dorp nog nauw aansluit op de omgeving. De eeuwenoude relatie tussen het dorp en haar omgeving is nog zichtbaar en aan het landschap af te lezen. Het dorp heeft een duidelijke opbouw:

  • een historisch centrumgebied, rondom het Julianaplein;
  • de woonwijken met overwegend rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen;
  • de centraal gelegen dorpsweide;
  • de duinen rondom het dorp;
  • een rand/overgangszone, van dorp naar duinen met grootschalige gebouwen, zoals Heliomare en De Moriaan, en recreatieve functies, zoals kampeerterreinen, midgetgolf en het sportterrein.

Bebouwing op het strand

Met name in het zomerseizoen staan op het strand bouwwerken van verschillend formaat die verschillende doelen dienen. Functie en vorm ondersteunen elkaar en de relatie tussen de volumes geven structuur en oriëntatie. De volgende categorieën zijn te onderscheiden:

  • strandhuisjes;
  • seizoensgebonden paviljoens;
  • jaarrond paviljoens;
  • maatschappelijke doeleinden;
  • reddingsbrigade;
  • kiosk / snackpaviljoen;
  • verenigingsgebouw / beheerderbouwwerk.

Hierdoor ontstaat in het zomerseizoen een zeer dicht bebouwingsbeeld in de overgangszone van het strand naar de duinen.

Openbare ruimte

De dorpsweide heeft van de vroegste tijden af het aanzicht van het dorp bepaald. De wei dient met regelmaat als terrein voor evenementen en op drukke zomerdagen wordt een gedeelte opengesteld voor parkeren. De dorpsweide is in de huidige situatie niet openbaar toegankelijk. De Dorpsduinen vormen een tweede belangrijke openbare ruimte voor het dorp. Een derde openbare ruimte van betekenis voor het dorp is het Julianaplein. Dit is hèt centrale dorpsplein binnen het oude dorpscentrum.

Ontsluiting en parkeren

Wijk aan Zee wordt primair ontsloten door de Zeestraat naar/vanuit Beverwijk. In het dorp splitst deze weg zich uit aan weerszijden van de dorpsweide. Het strand is voor autoverkeer bereikbaar via de Verlengde Voorstraat, Dorpsduinen en Relweg (noord) en via de Julianaweg, Julianaplein en de Zwaanstraat (zuid). De voornaamste parkeervoorzieningen bevinden zich langs de weg Dorpsduinen en het parkeerterrein nabij de Rijckert Aertszweg, alsmede rondom de dorpsweide. Op zomerse piekdagen is ook een deel van de dorpsweide opengesteld voor parkeren. Op de dorpsweide kan worden geparkeerd tegen een vergoeding. Overige parkeergelegenheden in het dorp zijn gratis.

De populaire surflocatie en het strand de Noordpier (gemeente Velsen) wordt ontsloten via het Julianaplein en de Hogeweg. Op dagen met mooi strandweer, bij bijzondere evenementen en perioden met gunstige omstandigheden voor surfers is de verkeersintensiteit bij het Julianaplein vrij groot.

Recreatieve voorzieningen

Wijk aan Zee heeft twee kampeerterreinen, een Natuurvriendenhuis met een camping, zes hotels en circa dertig horecazaken. Op het strand van Wijk aan Zee, dat tot de breedste stranden van Nederland wordt gerekend, kan men zoals eerder aangegeven elke zomer een lange rij strandhuisjes vinden, die een typische badplaatsuitstraling tot gevolg hebben. Op het strand staan 9 strandpaviljoens waarvan maximaal drie ook in de winter blijven staan en geopend zijn. Op het strand worden daarnaast het hele jaar door sportieve en recreatieve activiteiten georganiseerd. Bij de liefhebbers van wind- en watersporten zoals kitesurfen en blokarten is het strand en de zee bij Wijk aan Zee een begrip. Sinds de ingebruikname van een pontveer voor fietsers tussen de havenhoofden bij IJmuiden lopen er diverse lange afstand-fietsroutes in noord-zuidrichting door het dorp.

Dorpsvoorzieningen

In het centrum, globaal rond de Zwaanstraat en het Julianaplein, liggen de centrumfuncties, zoals winkels en horeca. Aan het Boothuisplein bevindt zich nog de enige supermarkt van het dorp. Overige commerciële voorzieningen moeten worden gevonden in de verschillende hotels, restaurants en cafés die Wijk aan Zee rijk is. Ook de strandpaviljoens kunnen daartoe worden gerekend. In het dorp bevinden zich verder een basisschool, het revalidatiecentrum en een scholengemeenschap voor meervoudig gehandicapten Heliomare, het dorpshuis De Moriaan, het Boothuis en drie kerken. Aan de oostrand bevindt zich het sportpark.

Woningen

Het dorp heeft circa 2.400 inwoners. Door de milieucontouren van met name Tata Steel is het realiseren van nieuwe woningbouw door de jaren heen niet gemakkelijk gebleken.

2.3 Beschermd dorpsgezicht Wijk aan Zee

Wijk aan Zee is in de middeleeuwen als vissersdorp ontstaan en transformeert aan het einde van de 19de eeuw tot badplaats. De lange geschiedenis is zichtbaar in de stedenbouwkundige en architectonische structuur van het dorp. Een aantal gebouwen en objecten heeft inmiddels de status van beschermd rijks- provinciaal of gemeentelijk monument.

Naast beschermde monumenten en rijks beschermde stads- en dorpsgezichten bestaat er de mogelijkheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht. De gemeente Beverwijk heeft het voornemen om het dorp Wijk aan Zee aan te wijzen als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. In het kader van deze aanwijzing is het rapport 'Wijk aan Zee Bouwstenen voor een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht' opgesteld.

In het rapport 'Wijk aan Zee Bouwstenen voor een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht' wordt een beschrijving gegeven van de historische ontwikkeling en ruimtelijke hoofdstructuur van Wijk aan Zee en worden de cultuurhistorische waarden en de te beschermen waarden op het gebied van archeologie, landschap, stedenbouw en bebouwing aangegeven. Het rapport vormt een onderlegger voor de formele vaststelling van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht Wijk aan Zee.

Het ligt in de bedoeling om het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht gelijktijdig met het nieuwe bestemmingsplan Wijk aan Zee vast te laten stellen door de gemeenteraad. Omdat er vanuit de landelijke wetgeving gezien geen directe bescherming geldt voor gemeentelijke beschermde dorpsgezichten dienen de met het dorpsgezicht samenhangende waarden beschermd te worden via het nieuwe bestemmingsplan.

De te beschermen waarden hangen samen met de ontwikkeling van Wijk aan Zee als vissersdorp enerzijds en als badplaats anderzijds. De belangrijkste te beschermen waarden zijn:

  • Behoud maat, schaal en verschijningsvorm van de Dorpsweide.
  • Behoud maat, schaal en verschijningsvorm van de 'witte huisjes' aan de Zeecroft.
  • Behoud en versterk zichtlijnen en doorzichten op duinlandschap.
  • Behoud en versterking van de zichtlijnen op kerktorens.
  • Behoud en versterking van de villa-achtige bebouwing op ruime groene kavels langs de Julianaweg aan de zuidzijde van de Dorpsweide.
  • Behoud en versterking van de coulissefunctie en dominantie van het duinlandschap
  • Behoud van de smalle doorgangen vanaf het strand naar het dorp
  • Behoud en versterking van de kleinschalige stenige dorpsstructuur van de historische dorpskern waar kerktorens en grondgebonden panden beeldbepalend zijn.
  • Behoud en versterking van de kleinschalige dorpsstructuur.
  • Het, in beginsel, toepassen van kappen zodat het daklandschap geen wezensvreemd element is maar zich voegt in het ensemble van historische daken.
  • Het duinlandschap is dominant. Vooral langs de zeereep. Kleinschalige bebouwing versterkt dat beeld.
  • Behoud en versterking van de hiërarchie van het duinlandschap door grootschalige appartementencomplexen te weren van de duinhellingen. Kleinschalige bouwmassa's zijn ondergeschikt in de dominantie van het duinlandschap en voegen zich daarom beter.
  • Behoud straatprofiel, inrichting, gemetselde erfafscheidingen en kleinschalig bebouwingsbeeld van de Relweg en de doorzichten tussen de percelen naar het duinlandschap
  • Behoud en versterking van de smalle straatprofielen, kleinschalige bebouwing en zicht op kerktorens in de middeleeuwse dorpskern.
  • Respecteren van de historische rooilijnen, de relatief smalle verkaveling en het 'dorpse' karakter van de bebouwing: maat, schaal en verschijningsvorm verschilt (binnen een marge) van het buurpand waardoor de individualiteit van het pand goed herkenbaar is.
  • Behoud veranda's, erkers, loggia's en balkons
  • Behoud voortuinen en bijbehorende (gemetselde) erfafscheidingen

Het rapport 'Wijk aan Zee Bouwstenen voor een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht' is als bijlage 1 bij dit bestemmingsplan opgenomen.

2.4 Uitgangspunten bestemmingsplan

Het voorliggend bestemmingsplan wijkt af van een regulier bestemmingsplan. Hierop is in paragraaf 1.2 nader ingegaan.

De opzet/het uitgangspunt voor het bestemmingsplan, is gestoeld op enerzijds een actueel bestemmingsplan voor de bestaande situatie en anderzijds het bieden van een kader voor ontwikkelingen voortvloeiend uit de Gebiedsvisie. Tot slot is gekozen voor een verbreding van het bestemmingsplan, zo zijn enkele aspecten die tot nu toe in de Algemene Plaatselijke Verordening zijn opgenomen, geregeld in dit bestemmingsplan.

Bestaande situatie

De basis van het bestemmingsplan wordt gevormd door de huidige planologische situatie. Het nog relatief actuele geldende bestemmingsplan voor het dorp en het recente bestemmingsplan voor het strand, vormen het uitgangspunt voor de bestemmingslegging. Fysieke en planologische wijzigingen (bijvoorbeeld als gevolg van gevoerde afwijkingsprocedures) zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Tevens zijn beleidswijzigingen en gewijzigde inzichten, bijvoorbeeld het afwijkingsbeleid van de gemeente voor zogenaamde kruimelgevallen, verwerkt.

Tot slot is rekening gehouden met de vertaling van de consequenties van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (zie paragraaf 2.3).

Kader voor toekomstige ontwikkelingen

Het bestemmingsplan biedt daarnaast een kader voor gewenste ontwikkelingen. Dit kader is gestoeld op de ambities van de gemeente voor de verschillende ontwikkelingen en bevat tevens randvoorwaarden die nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te bewaken. Uitgangspunt daarbij is dat het bestemmingsplan mogelijkheden biedt om gewenste ontwikkelingen te realiseren, zonder dat lange procedures gevoerd dienen te worden. Om dit mogelijk te maken is vooruitgelopen op de Omgevingswet, een en ander zoals in hoofdstuk 1 uiteen is gezet.

De belangrijkste uitgangspunten voor de verschillende ontwikkelingen zijn hierna in paragraaf 2.5 uiteen gezet.

Verbreding

Het bestemmingsplan biedt tevens een verbreding ten aanzien van reguliere bestemmingsplannen, ook op dit punt is vooruitgelopen op de nieuwe Omgevingswet. Deze verbreding houdt in dat voor uitritten, standplaatsen, terrassen en evenementen, aspecten die tot nu toe geregeld zijn in de Algemene Plaatselijke Verordening, algemene regels zijn opgenomen.

2.5 Beoogde ontwikkelingen

In de gebiedsvisie worden mogelijke ontwikkelingen genoemd, vanuit de gedachte: ‘wanneer ontwikkelingen zich in Wijk aan Zee voor zouden doen, op welke locaties zou dit dan aan de orde kunnen zijn? De binnen een planperiode van 10-15 jaar redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen zijn daarbij mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan.

In figuur 2.1 is de locatie van de verschillende ontwikkelingen aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0375.BPWijkaanZee2016-VP01_0002.jpg"

Figuur 2.1 Ontwikkelingen Wijk aan Zee

Woningbouwontwikkelingen

Op verschillende locaties wordt in het bestemmingsplan woningbouw mogelijk gemaakt. Hiervan zijn sommige plannen concreet, terwijl het bij andere locaties om potentiële ontwikkelingen gaat. Voor de ontwikkelingen wordt vooralsnog uitgegaan van circa 25 woningen per ha.

Het totaal aantal te ontwikkelen woningen bedraagt 191 woningen. In Wijk aan Zee is behoefte aan woningen voor de doelgroepen ouderen en jonge gezinnen, hetzij rechtstreeks door het bouwen voor deze doelgroepen, hetzij door het bevorderen van doorstroming.

Onderstaand worden de verschillende locaties toegelicht.

Dorpsduinen (W1)

Ter plaatse van de bebouwing met maatschappelijke functies wordt transformatie naar wonen mogelijk gemaakt (in combinatie met maatschappelijke functies). Op dit moment zijn ter plaatse van de locatie Dorpsduinen de volgende functies aanwezig:

  • Dorpsduinen 4 en 6: Buurthuis De Moriaan, gymzaal, vergaderruimten, fysiotherapiepraktijk;
  • Dorpsduinen 12 en 14: Basisschool de Vrijheit;
  • Dorpsduinen 20: Dagbesteding Juttersoord, Stichting De Hartekampgroep;

Door herschikking van maatschappelijke functies in combinatie met appartementen kan er ruimte ontstaan voor nieuwe grondgebonden woningen. Er wordt uitgegaan van in totaal 35 nieuwe woningen/appartementen. In bijlage 2 zijn de ruimtelijke en functionele ambities en randvoorwaarden weergegeven.

Heliomare (W2)

De kans is reëel dat de mytylschool gaat verhuizen naar Heemskerk. Hierdoor ontstaat ruimte voor woningbouw. Er wordt uitgegaan van grondgebonden woningen, mogelijk in combinatie met zorgwoningen en appartementen. Indien er uitsluitend grondgebonden woningen worden gerealiseerd is er ruimte voor 50 woningen. Bij een combinatie met appartementen bedraagt dit aantal maximaal 70 woningen.

In bijlage 2 zijn de ruimtelijke en functionele ambities en randvoorwaarden weergegeven.

Camping Aardenburg (W3)

De gemeente is eigenaar van de gronden. Gelet op de beperkte mogelijkheden voor woningbouw in de kern Wijk aan Zee door de milieucontouren van Tata Steel, zou deze locatie kunnen transformeren naar een woongebied. Met deze mogelijkheid is rekening gehouden in het bestemmingsplan. Uitgegaan wordt van maximaal 40 grondgebonden woningen.

In bijlage 2 zijn de ruimtelijke en functionele ambities en randvoorwaarden weergegeven.

Ons Witte Huis (W4)

De betreffende locatie heeft een onherroepelijke omgevingsvergunning voor 10 woningen (en een kinderdagverblijf). In het bestemmingsplan wordt volgens de wens van de initiatiefnemer rekening gehouden met de realisatie van in totaal 21 woningen (dus 11 extra woningen) binnen de vergunde ruimtelijke context.

Garage Franck (W5)

Over vijf jaar houdt de garage aan de Relweg op te bestaan. Op dit moment bestaan er ideeën om ter plaatse 4 grondgebonden woningen mogelijk te maken. Hiermee wordt in dit bestemmingsplan rekening gehouden. De woningen dienen te worden ingepast in de ter plaatse aanwezige ruimtelijke context.

Locatie Verlengde Voorstraat (W6)

In de huidige situatie zijn ter plaatse van Verlengde Voorstraat 6, drie grondgebonden woningen/panden aanwezig. Het vigerende bestemmingsplan biedt ter plaatse van Verlengde Voorstraat 6 de mogelijkheid voor maximaal 14 appartementen. Ter plaatse van het naastgelegen perceel Verlengde Voorstraat 8 zijn een school/kantoorgebouwen van Heliomare aanwezig. Ook aan de Voorstraat is een gebouw van Heliomare aanwezig. Heliomare heeft aangegeven voor haar locaties nieuwe bestemmingen te zoeken. In het bestemmingsplan wordt voor de 3 locaties samen uitgegaan van de bouw van maximaal 26 woningen/appartementen in combinatie met een (kleinschalig hotel).

In bijlage 2 zijn de ruimtelijke en functionele ambities en randvoorwaarden weergegeven.

Voorstraat (W7)

Voor de locatie Voorstraat is een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 12 woningen. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de bouw van 4 extra woningen, passend binnen de reeds vergunde context.

Midgetgolfbaan (W8)

De midgetgolfbaan heeft sinds enkele jaren een nieuwe eigenaar. De eigenaar wil de huidige functie voortzetten en verzoekt een woonfunctie op te nemen om te kunnen overnachten, vooralsnog in de bestaande bebouwing. Deze wens is overgenomen in het bestemmingsplan door het mogelijk maken van een woning..

Maatschappelijke voorzieningen

Skatebaan (M1)

Er is een initiatief om een skategelegenheid te realiseren (betonnen sculptuur of losse elementen in het landschap) in het plangebied. Hierbij zal geen verlichting worden gerealiseerd.

(Verblijfs)recreatie

Meer verblijfsrecreatieve mogelijkheden in centrumgebied (R1)

In het centrumgebied wordt ruimte geboden voor kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van kamerverhuur, bed & breakfasts en pensions, passend binnen de schaal van het gebied. Dit om meer mogelijkheid te bieden voor vormen van verblijfsrecreatie die een aanvulling zijn op de mogelijkheden voor kortstondige dagrecreatie (strand) en langdurige verblijfsrecreatie op de verblijfsrecreatieve terreinen. Het bestemmingplan maakt de realisatie van maximaal 40 kamers mogelijk (maximaal 4 per locatie).

Hotel Zeeduin (R2)

Er bestaan concrete plannen om hotel Zeeduin uit te breiden met 40 kamers en aanvullende functies Deze uitbreiding past in de visie om het verblijfstoerisme te stimuleren. De uitbreiding wordt voorzien in dit bestemmingsplan.

Camperplaatsen (R3A en R3B)

Er bestaat de wens voor het realiseren van enkele camperplaatsen op het parkeerterrein Hoge Duin (aan de noordzijde van het parkeerterrein). Het betreft 5 tot 10 camperplaatsen. Met de camperplaatsen is in dit bestemmingsplan rekening gehouden.

Vergroting vlonders strandhuisjes (R4)

Voor de strandhuisjes wordt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan een vergroting van de vlonders toegestaan naar 70 m2. In het vigerende bestemmingsplan is vastgelegd dat de oppervlakte van een strandhuisje maximaal 35 m2 bedraagt, en de oppervlakte van een strandhuisje en terras (vlonder) ten hoogste 45 m2.

Hoofdstuk 3 Beleidskaders

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten zij de komende jaren wil investeren en op welke manier de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. In deze Structuurvisie laat het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven) en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudigere regelgeving.

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangt verschillende bestaande nota's, onder andere de Nota Ruimte, Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen. Het Rijk zet het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het Rijk formuleert in de Structuurvisie drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Daarnaast verstevigt de SVIR het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De verantwoordelijkheid om te sturen in de ruimtelijke ordening wordt door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte nog meer bij de provincie en gemeenten gelegd. Dit houdt in dat de betekenis van de nationale structuurvisie voor het bestemmingsplangebied zodoende zeer beperkt blijft. Het relevante beleidskader wordt gevormd door de provincie en vooral de gemeente.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro)

Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament, defensie en de ecologische hoofdstructuur.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. Bro)

De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierin is opgenomen dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • 1. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte;
  • 2. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins;
  • 3. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

3.1.4 Toetsing Rijksbeleid

Enkele in de SVIR beschreven beleidskeuzes zijn van invloed op de ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden in dit bestemmingsplan. Zo geeft de SVIR aan dat er een vrij zicht op de horizon moet

blijven vanaf de kust (12 mijls zone). Hiermee wordt rekening gehouden bij de bestemmingslegging van het deel van de Noordzee dat deel uitmaakt van het plangebied. Ook heeft de bijbehorende kust een centrale plek in de SVIR. Voor onderhavig plangebied is van belang dat het kustfundament behouden moet blijven. Voorts wordt in het SVIR aangegeven dat er ruimte moet zijn en blijven voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van diverse flora- en faunasoorten. Aangezien een deel van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en een Natura 2000 gebied in en rondom het plangebied liggen, wordt hiermee in de bestemmingsregels rekening gehouden. Daarnaast is het hoofdnetwerk van gevaarlijke stoffen van belang (één buisleiding loopt door het plangebied) en dienen archeologische waarden te worden beschermd.

Toetsing ladder voor duurzame verstedelijking

  • a. Is er een actuele regionale behoefte aan de beoogde ontwikkeling?

In het bestemmingsplan worden meerdere ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De betreffende ontwikkelingen staan beschreven in paragraaf 2.5. De diverse ontwikkelingen zijn op te delen in woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en (verblijfs)recreatie.

Woningbouw

In de Woonvisie 2020 van de gemeenten Beverwijk en Heemskerk is de woningbehoefte van de beide gemeenten en kernen bepaald (zie paragraaf 3.3.8). Voor de regio IJmond / Zuid-Kennemerland geldt tot 2020 een woningbouwopgave van 5.800 nieuwe woningen. Om evenredig bij te dragen aan de regionale woningbouwopgave is voor de gemeente Beverwijk een bouwprogramma van 460 woningen in deze periode noodzakelijk. Beverwijk lukt het naar verwachting om de opgave te realiseren. Op basis van voorziene ontwikkelingen worden er in de kern Wijk aan Zee circa 52 nieuwe woningen gerealiseerd (bron: Woonvisie 2020). Echter, in de visie is tevens aangegeven dat het voor de kern Wijk aan Zee noodzakelijk is om de woningvoorraad uit te breiden om vergrijzing en afname van de bevolking te voorkomen. Er dient gezocht te worden naar nieuwe grotere bouwlocaties in Wijk aan Zee, waardoor er meer woningdifferentiatie kan ontstaan en woningzoekenden betere keuzemogelijkheden krijgen om een wooncarrière te maken. De visie geeft aan dat Wijk aan Zee grote woningbehoefte heeft. Met de extra woningcapaciteit kan tevens worden voorzien in een regionale behoefte aan dorpse woon- en leefmilieu's. Wijk aan Zee is binnen de regio het enige dorp dat in deze behoefte kan voorzien.

Het bestemmingsplan maakt in totaal 191 nieuwe woningen mogelijk. Gezien de uitgangspunten van de Woonvisie 2020 is er zowel een regionale als lokale behoefte aan nieuwe woningen in Wijk aan Zee. Het bestemmingsplan Wijk aan Zee creëert onder voorwaarden de mogelijkheden om in deze behoefte te voorzien.

Maatschappelijke voorzieningen

Het bestemmingsplan maakt onder voorwaarden de realisatie van een skatebaan mogelijk.

Met het realiseren van een skatebaan wordt voorzien in een lokale behoefte. Binnen de kern Wijk aan Zee is momenteel geen skatebaan aanwezig. Skaters zijn aangewezen op de straat en voetpaden of dienen uit te wijken naar andere kernen. Door het realiseren van een skatebaan wordt binnen de kern Wijk aan Zee voorzien in de regionale behoefte van deze functie.

(Verblijfs)recreatie

De lang jaren trend ten aanzien van recreatie in de regio IJmond laat sinds 1970 zien dat het aandeel (lang) verblijfstoerisme afneemt en het aandeel dagtoerisme stijgt. De laatste jaren is echter een stijging te zien in de verblijfsrecreatie langs de Noord-Hollandse kusten. Hierbij gaat het voornamelijk om kortverblijf (lang weekend, midweek). Daarnaast is sprake van seizoensverlenging: bezoekers komen niet alleen meer in het hoogseizoen voor zon en strand, maar ook buiten deze periode om te surfen, wandelen, genieten van de natuur of de regio.

In het bestemmingsplan wordt het onder voorwaarden mogelijk om nieuwe (verblijfs)recreatieve voorzieningen te realiseren en of uit te breiden. Hiermee wordt aangesloten bij de regionale trend en behoefte om het aanbod uit te breiden.

  • b. Kan de actuele regionale behoefte worden opgevangen binnen bestaand stedelijk gebied?

De voorziene ontwikkelingen vinden, met uitzondering van de realisatie van de skatebaan, allemaal plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. De skatebaan wordt voorzien buiten het bestaand gebied. Voor deze locatie is specifiek gekozen gezien de voorgenomen ontwikkeling en de effecten en uitstraling op zijn omgeving. De voorziene locatie net buiten de kern, nabij de parkeerplaatsen voor het strand, zorgt ervoor dat overlast, zowel voor de natuur als voor de woon- en leefomgeving van de bewoners van Wijk aan Zee beperkt blijft.

  • c. Kan een nieuwe locatie worden gevonden die passend multimodaal is ontsloten?

De nieuwe skatebaan is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied nabij de parkeerplaatsen voor het strand. Hierdoor is de locatie goed ontsloten.

Conclusie

Het bestemmingsplan is niet in strijd met nationale belangen zoals deze zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro. In de bestemmingslegging wordt rekening gehouden wordt met doorwerking van de beschreven beleidskeuzes en uitgangspunten. Ook is het bestemmingsplan niet in strijd met artikel 3.6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en voldoet het bestemmingsplan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010)

Op 21 juni 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie Noord-Holland 2040 vastgesteld. In de Structuurvisie Noord-Holland 2040 vormen drie hoofdbelangen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie.

  • 1. Ruimtelijke kwaliteit: hiervoor wordt vooral gefocust op behoud en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen, natuurgebieden en groen om de stad.
  • 2. Duurzaam ruimtegebruik: waarbij milieukwaliteiten, behoud en ontwikkeling van verkeers- en vervoersnetwerken, voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting en voldoende en gedifferentieerde ruimte voor landbouw, visserij en andere economische activiteiten een belangrijke rol spelen.
  • 3. Klimaatbestendigheid: voor voldoende bescherming tegen overstroming en wateroverlast, schoon drink-, grond- en oppervlaktewater en ruimte voor het opwekken van duurzame energie.

Toetsing

Gemeenten dienen bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de verordening. Voor onderhavig bestemmingsplan zijn gezien de voorgenomen ontwikkelingen de volgende aspecten uit de structuurvisie van belang.

Behoud en ontwikkeling van cultuurlandschappen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het jonge duinlandschap (zie figuur 3.1). Rondom de kern van Wijk aan Zee is tevens sprake van een aardkundig waardevol gebied. Nieuwe ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij de kwaliteiten van het landschap en deze waar nodig te versterken.

afbeelding "i_NL.IMRO.0375.BPWijkaanZee2016-VP01_0003.jpg"

Figuur 3.1: uitsnede kaart cultuurlandschappen (bron: provincie Noord-Holland)

Natuur

De gronden rondom de kern van Wijk aan Zee maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (zie figuur 3.2). Ook is een aanzienlijk deel aangewezen als Natura 2000 gebied. In het kader van het bestemmingsplan dienen de effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op het NNN en Natura 2000 gebied onderzocht te worden. In de bij dit bestemmingsplan behorende planMER, zijn deze effecten onderzocht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0375.BPWijkaanZee2016-VP01_0004.jpg"

Figuur 3.2: uitsnede kaart natuur (bron: provincie Noord-Holland)

Huisvesting

De kern van Wijk aan Zee is aangewezen als bestaand bebouwd gebied (zie figuur 3.3). Binnen het BBG zijn nieuwe ontwikkelingen toegestaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0375.BPWijkaanZee2016-VP01_0005.jpg"

Figuur 3.3: uitsnede kaart huisvesting (bron: provincie Noord-Holland)

Bij het opstellen van het bestemmingsplan en het realiseren van de voorgenomen ontwikkelingen dient rekening te worden houden met de kaders en uitgangspunten van de structuurvisie.

3.2.2 Provinciale ruimtelijke verordening (2014)

Provinciale Staten hebben op 28 september 2015 de Provinciale Ruimtelijke Verordening gewijzigd. Op 15 januari 2016 is de Provinciale ruimtelijke verordening gewijzigd in werking getreden.

De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) stelt algemene regels aan bestemmingsplannen met als doel het veiligstellen van de provinciale belangen. In de PRV worden voor een aantal onderwerpen regels gesteld die door rijksoverheid bij de provincies zijn neergelegd ter verdere uitwerking en/of aanvulling in een provinciale verordening. Op deze wijze komen de rijksregels 'getrapt' in bestemmingsplannen en beheersverordeningen terecht. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen:

  • bundeling van verstedelijking en locatiebeleid economische activiteiten;
  • rijksbufferzones;
  • ecologische hoofdstructuur;
  • nationale landschappen;
  • het kustfundament;
  • het regionale watersysteem.

De regeling die is opgesteld in de PRV heeft betrekking op de volgende onderwerpen:

  • de aanwijzing van bestaand bebouwd gebied;
  • mogelijkheden, kwaliteitseisen en Ruimte voor Ruimte voor het landelijk gebied;
  • werkfuncties en grootschalige detailhandel in Bestaand Bebouwd Gebied en landelijk gebied;
  • de Groene ruimte;
  • de Blauwe ruimte;
  • energie (windturbines).

Toetsing

Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied zijn met name de aspecten Bestaand bebouwd gebied (zie figuur 3.3), Landelijk gebied en ecologie (zie figuur 3.2) van belang.

In artikel 9 van de verordening is geregeld dat als BBG is aangemerkt de bestaande of de bij een – op het moment van inwerkingtreding van de verordening – geldend bestemmingsplan toegelaten woon- of bedrijfsbebouwing, uitgezonderd bebouwing op agrarische bouwpercelen en kassen. Onder toegelaten woon- of bedrijfsbebouwing wordt mede begrepen de daarbij behorende bebouwing ten behoeve van openbare voorzieningen, verkeersinfrastructuur alsmede stedelijk water en stedelijk groen van een stad, dorp of kern. In BBG bestaan meer ontwikkelingsmogelijkheden dan in LG. Zo schrijft de verordening voor dat een bestemmingsplan in de gebieden aangewezen als LG, niet mag voorzien in nieuwe bedrijventerreinen en kantoorlocaties, nieuwe woningbouw en overige vormen van verstedelijking.

Uit kaartmateriaal van de Provincie ruimtelijke verordening blijkt een aanzienlijk deel van het plangebied aangeduid te zijn als NNN. De verordening schrijft voor dat deze gronden voor natuur dienen te worden bestemd voor zover de natuurfunctie reeds is gerealiseerd.

De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats binnen het bestaand bebouwd gebied. Uitsluitend de skatebaan ligt buiten bestaand bebouwd gebied. In het kader van het bij dit bestemmingsplan behorende planMER zijn de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen getoetst.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Beverwijk 2015+ 'Verleiden tot verblijven' (2009)

De structuurvisie van de gemeente Beverwijk uit november 2009 is gebaseerd op 4 pijlers:

  • 1. Gevarieerd wonen: De verschillende woonwijken in Beverwijk hebben hun eigen identiteit, met plussen en minnen. De gemeente wil dat elke woonwijk diverse woningen heeft. Dit kan betekenen dat er enkele problemen moeten worden opgelost. Soms moet de omgeving van de woonwijk anders ingericht worden;
  • 2. Werken: Beverwijk is van oudsher een woon-werkstad. De gemeente wil dit ook zo houden. Bestaande economische gebieden (bijvoorbeeld Tata Steel, bedrijventerrein De Pijp en winkelgebieden) te handhaven en te versterken;
  • 3. Openbaar leven: Mooie routes en plekken wil de gemeente nog mooier maken. Voornamelijk door te kijken of ze te verbinden zijn met het groene buitengebied. Maar ook door de kwaliteit van de openbare ruimte in de stad te verbeteren. Uitgangspunt voor het behouden en verbeteren van het sociale leven in Beverwijk is het op peil en up-to-date houden van de huidige voorzieningen;
  • 4. Bereikbaarheid: De ringwegen om de stad, Binnenduinrandweg en Oostelijke doorverbinding, zorgen ervoor dat de stad goed bereikbaar blijft.

In de structuurvisie staat globaal het volgende over Wijk aan Zee vermeld:

Wijk aan Zee is een dorp dat ten noorden van een aantal hoogovens is gelegen. Daarnaast ligt het dorp direct achter de duinen die het dorp scheiden van de Noordzee. In combinatie met de ontwikkeling en groei van het dorp rondom de dorpsweide, vormt Wijk aan Zee een unieke eigen 'wijk' binnen de gemeente Beverwijk. De toeristische aantrekkingskracht zorgt daarnaast voor ondernemingszin en bedrijvigheid in het dorp.

Stedenbouwkundig bestaat het dorp uit verschillende typen, die door de geringe oppervlakte nauwelijks als verschillende gebiedstypologieën of woonmilieus te onderscheiden zijn, maar wel mede bepalend zijn voor de structuur. Zo bestaat het hart van Wijk aan Zee uit een knooppunt van oude routes met daartussen de vooroorlogse uitbreidingen en de latere 70-er jarenbouw. Deels met villa’s en veel privé groen, deels met aaneengesloten rijen met arbeiderswoningen.

Toetsing

Het bestemmingsplan maakt meerdere ontwikkelingen mogelijk. De nieuwe ontwikkelingen zorgen voor een verdere uitwerking van de structuurvisie voor Wijk aan Zee, waarbij met name de toeristische aantrekkingskracht en ondernemingszin van het dorp worden verbeterd.

3.3.2 Gebiedsvisie Wijk aan Zee 2030

Wijk aan Zee zal zich volgens de Gebiedsvisie uit 2014 de komende jaren moeten ontwikkelen om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau op een aanvaardbaar peil te houden. Kenmerkende uitdagingen betreffen het verbeteren van het woningaanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief, waardoor de bevolkingsopbouw gevarieerder wordt en het voorzieningenniveau (basisschool, winkelaanbod) op een aanvaardbaar peil kan blijven. Ook de vernieuwing van het recreatief aanbod van dagrecreatie naar meer verblijfsrecreatie is van belang om de lokale economie te versterken. In de gebiedsvisie worden opgaven benoemd die zich alle kenmerken door een integrale, samenhangende aanpak. Het gaat daarbij om het vergroten van de ruimtelijke samenhang van het dorp met de omgeving, zowel met het achterland als met kust en landschap, het verbeteren van de vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het dorpsgebied zelf door herstructurering en intensivering, het inzetten op duurzaam ontwikkelen (energie, mobiliteit, externe veiligheid), het versterken van de lokale economie en het toeristisch product en het versterken van de identiteit en het imago van het dorp door het tonen van ambitie.

In de gebiedsvisie worden op hoofdlijnen de kaders en spelregels aangegeven voor toekomstige visueel-ruimtelijke of functioneel-ruimtelijke ontwikkelingen voor Wijk aan Zee voor de middellange tot lange termijn (2030). De gebiedsvisie biedt een kader om afwegingen te maken voor initiatieven van derden. De gebiedsvisie is dan ook geen opsomming van projecten of een uitvoeringsplan.

Toetsing

In de gebiedsvisie zijn ontwikkellocaties opgenomen. De ontwikkellocaties, voor zover redelijkerwijs voorzien binnen een planperiode van 10 tot 20 jaar, zijn opgenomen en verder uitgewerkt in dit bestemmingsplan. De ambities en randvoorwaarden voor de verschillende locaties zijn in beeld gebracht (zie ook bijlage 2) en vervolgens doorvertaald in hoofdstuk 3 van de regels.

3.3.3 Milieubeleidsplan gemeente Beverwijk 2015-2020

In samenwerking met de gemeente Beverwijk heeft de Omgevingsdienst IJmond het Milieubeleidsplan 2015-2020 opgesteld, met daarin de ambities, doelstellingen en daaruit voortkomende concrete projecten voor de periode 2015-2020.

Het Milieubeleidsplan biedt een overkoepelende paraplu over de verschillende milieurelevante thema’s en laat de raakvlakken en verbindingen tussen de thema’s zien. Het geeft weer via welke thema gerelateerde doelstellingen gewerkt wordt aan het integraal ‘Toekomstbeeld Beverwijk 2020’. De thema’s waar het Milieubeleidsplan zich op richt zijn:

  • Energie; we volgen de doelstellingen uit het Nationaal Energie Akkoord (14 % duurzame energie opwekking in 2020 1,5% energiebesparing per jaar) en we geven aan wat er voor nodig is om in 2050 energie neutraal te zijn.
  • Leefomgeving: er moet een goede balans zijn tussen economische groei en beperking van hinder. De gezondheid van de inwoners staat daar bij centraal. Voor de bodem geldt; De bodemkwaliteit en de functies die de bodem heeft worden op elkaar afgestemd. Over deze thema’s is een optimale klachtenafhandeling en informatievoorziening evident.
  • Mobiliteit: de IJmond moet goed bereikbaar en prettig leefbaar zijn.
  • Klimaatadaptatie: we anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering.
  • Afval: Duurzaam afvalmanagement bedrijven en een scheiding en hergebruik percentage van 75% in 2020.

Toetsing

De ontwikkelingen welke worden mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan dienen te voldoen aan de uitgangspunten van het milieubeleidsplan.

3.3.4 Beleidsnota Cultuurhistorie 2007

De beleidsnota 'Cultuurhistorie Beverwijk 2007' is door de gemeenteraad op 20 mei 2008 vastgesteld. In de beleidsnota zijn de cultuurhistorische uitgangspunten voor het grondgebied van de gemeente Beverwijk opgenomen.

Ten behoeve van Wijk aan Zee is door de gemeente de wens uitgesproken om het dorp aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht. In het kader van deze aanwijzing is het rapport 'Wijk aan Zee Bouwstenen voor een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht' opgesteld (zie bijlage 1). In paragraaf 2.3 wordt hier nader op ingegaan.

Toetsing

De cultuurhistorische waarden binnen het plangebied worden beschermd door de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 1 t/m 3 en Waarde - Cultuurhistorie 1 en 2.

3.3.5 Bomenbeleidsplan

In het bomenbeleidsplan 2011 is aangegeven hoe de boomstructuur in Beverwijk er uit zou moeten zien. Het huidige boombeeld van Wijk aan Zee is vrij kaal, maar dit is kenmerkend voor kustdorpen. Vanwege het ruige zeeklimaat hebben de bomen, die er staan, het moeilijk.

Er wordt gestreefd om het dorp een groener uiterlijk geven door in straten nieuwe bomen aan te planten. Bij voorkeur zijn dit soorten die goed tegen het zeeklimaat kunnen en een ingetogen uiterlijk hebben (in- of uitheems). Op enkele plekken in de structuur is ruimte voor meer uitbundige soorten.

Toetsing

De voorgenomen ontwikkelingen zorgen voor een versterking van de ruimtelijke structuur van Wijk aan Zee. Hierbij zal boomstructuur van Wijk aan Zee intact blijven.

3.3.6 Groenstructuurplan (2005)

Het Groenstructuurplan is onderdeel van het Groenbeleidsplan Beverwijk en is leidend voor de waardering en de toekomstige ontwikkeling van het groen in de gemeente Beverwijk. Het groenstructuurplan zet niet in op uitbreiding van het groen, maar vooral op een kwalitatieve verbetering van het groen.

Toetsing

Voor Wijk aan Zee is het volgende wensbeeld voorgesteld:

  • 1. Zeedorpenkarakter benadrukken/versterken;
  • 2. Openheid;
  • 3. Duidelijke begeleiding van de hoofdroutes;
  • 4. Duinvegetatie.

Dit kan bereikt worden door gebruik te maken van boomsoorten die van nature voorkomen in Wijk aan Zee. Deze worden toegepast langs de ontsluitende wegen en daar waar dat mogelijk is langs de kleinere wegen. Op de belangrijke knooppunten worden naaste bomen ook heesters gebruikt. Heesters met sierwaarde, die goed bestand zijn tegen de directe invloeden van de zee en die qua uiterlijk en kleur passen in het landschap van Wijk aan Zee.

3.3.7 Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan

Het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP), opgesteld in 2011, geeft een kader voor de verkeersstromen en de verkeerscirculatie van Beverwijk. Als basis is daarbij het Stedelijk Verkeer- en Vervoerplan (SVVP) uit 1999 gebruikt. Het GVVP bestaat uit drie delen: deel A, met een uitwerking van de huidige situatie, een aanzet voor de toekomstige verkeersstructuur en de projectopdracht. Deel B bestaat uit de visie, het beleid en de uitwerking. In deel C is het uitvoeringsprogramma opgenomen.

De ambitie uit het GVVP is om een verkeers- en vervoersysteem te bieden dat bijdraagt aan een vitaal, aantrekkelijk en veilig Beverwijk in 2020. Daarbij wordt gestreefd naar een heldere, logische en goed functionerende verkeersstructuur. De ontwikkeling van deze verkeersstructuur vindt plaats binnen de kaders van bereikbaarheid, een schoon milieu en verkeersveiligheid. Om deze ambitie te verwezenlijken is een vijftal doelstellingen geformuleerd:

  • In 2020 moet de gemeente beter bereikbaar zijn met alle vervoerwijzen;
  • In 2020 moet de gemeente regionaal beter bereikbaar zijn;
  • In 2020 moet de gemeente lokaal beter bereikbaar zijn;
  • In 2020 moet de verkeersveiligheid in de gemeente zijn toegenomen;
  • In 2020 moet de gemeente een leefbaar verblijfsklimaat hebben.

Toetsing

In het kader van de planMER zijn de effecten van de voorgenomen ontwikkelingen in kaart gebracht. Als gevolg van de ontwikkelingen nemen de verkeersintensiteiten toe. De gevolgen van de hogere verkeersintensiteiten zijn echter beperkt. De verkeersveiligheid en doorstroming komen niet in het geding. Voor een verdere uitwerking van het aspect verkeer en parkeren zie paragraaf 4.3 en het bij dit bestemmingsplan behorende planMER.

3.3.8 Woonvisie 2020 Beverwijk en Heemskerk

In de Woonvisie Beverwijk en Heemskerk 2020 'Duurzaam wonen in Beverwijk en Heemskerk' staat de visie op wonen voor de periode tot 2020. De woningmarkt van de gemeenten Beverwijk en Heemskerk vormt één geheel. Daarom hebben beide gemeenten er voor gekozen om voor de derde keer een gezamenlijke woonvisie op te stellen.

Prioriteiten en doelstellingen Woonvisie 2020

De hoofddoelstelling van het woonbeleid voor de lange termijn luidt: Beverwijk en Heemskerk willen dat mensen prettig wonen. Wonen in betaalbare, duurzame en energiezuinige huizen, in een omgeving die schoon, heel en veilig is, op een woningmarkt waar alle woningzoekenden met uiteenlopende levensstijlen en financiële mogelijkheden keuzemogelijkheden hebben en een wooncarrière kunnen maken.

Dit heeft geleid tot de volgende thema‘s en doelstellingen:

  • 1. Betaalbaarheid: Wonen blijft betaalbaar. Voorkomen moet worden dat mensen door hoge woonlasten in betalingsproblemen komen. Segregatie van wijken en complexen wordt voorkomen, de kwaliteit van (particuliere) woningen blijft in stand en de leefbaarheid op peil.
  • 2. Wonen en Zorg: Mensen met een zorgvraag kunnen zo lang als mogelijk (zelfstandig) wonen in de woonomgeving van hun keuze met de ondersteuning vanuit (eigen) netwerk.
  • 3. Duurzaamheid: De nieuwbouw van woningen is in Beverwijk en Heemskerk in 2020 energieneutraal. De bestaande woningvoorraad van woningcorporaties heeft in 2020 gemiddeld label B en de woningvoorraad van particulieren heeft in 2020 voor 80% label C. In 2020 is er 14% duurzame energieopwekking.

Dorps wonen in Wijk aan Zee: Woningvoorraad uitbreiden

Om Wijk aan Zee vitaal te houden is het wenselijk de woningvoorraad in Wijk aan Zee uit te breiden. Zonder woningbouw zal de omvang van de bevolking afnemen en vergrijzen. Dit beperkt de draagkracht voor voorzieningen. Tegelijk moeten de dorpsbewoners wooncarrière kunnen maken in Wijk aan Zee. Met name starters, jonge gezinnen en ouderen moeten kunnen doorstromen en niet gedwongen zijn het dorp te verlaten. Het is wenselijk specifiek voor Wijk aan Zee cijfermatig duidelijkheid te krijgen over kwantitatieve en kwalitatieve toename van de woningvoorraad voor de lokale woningbehoefte. Tegelijkertijd is er regionaal een grote behoefte aan het wonen in een dorp, waar de regio niet in kan voorzien. Op de woningmarkt Beverwijk–Heemskerk heeft alleen Wijk aan Zee een dorps woonmilieu. De vraag is gericht op dure eengezinskoopwoningen en vrije sector huurappartementen. Bouwprojecten kunnen ook inspelen op deze verhuiswensen.

Hiervoor geldt een aantal uitgangspunten:

  • Lokale woningbehoefte Wijk aan zee in beeld brengen;

Met de kleine projecten die nu in het bouwprogramma zijn opgenomen worden naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende woningen gebouwd om te voorzien in de lokale behoefte.

  • Zoeken naar meer of grotere bouwlocaties in Wijk aan Zee.
  • De huidige woningvoorraad moet minimaal in stand blijven. Met het bestemmingsplan beperkt de gemeente het omzetten van woonruimte in kamerverhuurbedrijven.

Toetsing

Met het voorgenomen bestemmingsplan wordt aangesloten bij de woonvisie.

3.3.9 Parkeernormen 2013

Het parkeerbeleid van de gemeente Beverwijk is erop gericht om voor alle voorzieningen in de gemeente voldoende parkeerplaatsen te hebben en om eventuele schaarsheid aan parkeerruimte op een zo goed mogelijke wijze te verdelen. Bij allerlei nieuwe ontwikkelingen hanteert de gemeente Beverwijk diverse parkeernormen om ervoor te zorgen dat het parkeren voor een auto in de nabije toekomst op een goede wijze mogelijk is. De huidige normen zijn gebaseerd op landelijke kencijfers van het CROW

Toetsing

In het bestemmingsplan is opgenomen dat ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid. Zie ook paragraaf 4.3.

3.4 Conclusie

Het onderhavige bestemmingsplan beoogt te voorzien in een adequate en actuele regeling voor Wijk aan Zee. De voorgenomen ontwikkelingen zijn eveneens in overeenstemming met het overheidsbeleid

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten

4.1 Inleiding

In het kader van het bestemmingsplan Wijk aan Zee voor de gemeente Beverwijk is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Dit hoofdstuk geeft allereerst een beknopte beschrijving van de hoofdpunten uit het MER (paragraaf 4.2). Voor een uitgebreid overzicht van de wettelijke toetsingskaders en gedetailleerde onderzoeksgegevens wordt verwezen naar het MER en de onderliggende onderzoeken (bijlage 3). Paragraaf 4.3 bevat per milieuthema een beknopte beschrijving van het toetsingskader en een overzicht van de belangrijkste sectorale conclusies ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.2 Milieueffectrapportage

4.2.1 Besluit milieueffectrapportage

In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van mer-verplichting geldt. Voor het bestemmingsplan Wijk aan Zee gelden twee vormen van mer-verplichtingen, namelijk:

  • 1. PlanMER: voor het bestemmingsplan is een planMER aan de orde, omdat een zogenaamde passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 vereist is. Een deel van de beoogde ontwikkelingen is ondergeschikt van aard met betrekking tot verbeteringen van de bestaande kern. Deze zullen geen of nauwelijks milieueffecten hebben. Mede vanwege de ligging van de kern Wijk aan Zee pal naast een Natura 2000-gebied is een significant effect op de doelstellingen van dat gebied echter niet voor alle ontwikkelingen (cumulatief) op voorhand uit te sluiten. Daarom is een passende beoordeling noodzakelijk, waardoor het bestemmingsplan planmer-plichtig is.
  • 2. Vormvrije mer-beoordeling: Het bestemmingsplan maakt verschillende, in het algemeen kleinschalige, ontwikkelingen in het plangebied mogelijk. Op een bestemmingsplan dat ontwikkelingen mogelijk maakt die gezien kunnen worden als stedelijk ontwikkelingsproject kan sprake zijn van een mer-beoordelingsplicht (categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.), indien de ontwikkeling:
    • a. een gebied beslaat van 100 ha of meer;
    • b. een aaneengesloten gebied omvat en 2.000 of meer woningen;
    • c. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer omvat.

De ontwikkelingen in het bestemmingsplan voldoen niet aan deze drempelwaarden: er is geen mer-beoordelingsplicht. Voor de ruimtelijke ontwikkelingen onder de drempelwaarden kan daarmee volstaan worden met een zogenaamde vormvrije mer-beoordeling.

4.2.2 Opzet van het planMER

Het planMER geeft per milieuthema een beschrijving van de huidige milieusituatie en eventuele autonome ontwikkelingen. Deze zogenaamde referentiesituatie dient als vertrekpunt voor de effectbeschrijvingen. Voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (vooruitlopend op de Omgevingswet) geldt dat moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan niet evident onuitvoerbaar is. Dat betekent dat niet voor alle milieuthema's gedetailleerd onderzoek naar de ontwikkelingen nodig is, maar dat volstaan kan worden met toetsing aan standaard normen, waarden en richtafstanden en dat in de regels voorwaarden kunnen worden opgenomen om een goede milieukwaliteit en de uitvoerbaarheid te waarborgen.

4.2.3 Resultaten en effectbeoordeling

Ecologie

Natura 2000

Wijk aan Zee ligt tegen het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat aan. De ontwikkelingen in het bestemmingsplan liggen echter buiten de begrenzing van het gebied. Noordhollands Duinreservaat is aangewezen voor diverse habitattypen en de nauwe korfslak. In de passende beoordeling is onderzocht welke effecten als gevolg van de geboden ontwikkelingsruimte op kunnen treden.

Als gevolg van de ontwikkelingen treden areaalverlies, verstoring, versnippering en verandering van de waterhuishouding niet op.

De geboden ontwikkelingsruimte leidt wel tot een toename van de stikstofdepositie. Dit is berekend voor de ontwikkelingen afzonderlijk en voor het totaal aan ontwikkelingen. Uit de passende beoordeling blijkt dat alle afzonderlijke ontwikkelingen vergunbaar zijn in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Geen van de ontwikkelingen leidt tot een toename van de stikstofdepositie van meer dan 3 mol/ha/jr. De toename als gevolg van alle ontwikkelingen bedraagt 2,66 mol N/ha/jr.. Deze totale ontwikkelingsruimte is gebaseerd op de stikstofdepositie per locatie, waarbij vervolgens voor een aantal locaties is gecorrigeerd voor het fysiek verdwijnen van de bestaande functie (met bijbehorende emissie) op de betrokken locatie. Voor een verdere onderbouwing van deze ontwikkelingsruimte wordt verwezen naar de Passende Beoordeling, in het bijzonder hoofdstuk 4 en bijlage 4.

De berekende toename in stikstofdepositie van alle ontwikkelingen tezamen is niet meer dan 3 mol/ha/jr.. Hiermee wordt naar analogie voldaan aan de beleidsregels van de Provincie Noord-Holland. De grenswaarde van 3 mol is opgenomen in het beleid van de Provincie Noord-Holland (Beleidsregel toedeling ontwikkelingsruimte segment 2 PAS Noord-Holland 2015, vastgesteld door GS op 9 juni 2015). Hoewel dit beleid niet direct van toepassing is op het toestemmings- en toedelingsbesluit van de gemeenteraad, is het voor de gewenste instemming van Gedeputeerde Staten van de provincie wel gewenst om hieraan te voldoen.

Voor de toename van de stikstofdepositie kan gebruik worden gemaakt van de ontwikkelingsruimte (segment 2) binnen de PAS. De gemeenteraad kan bij het vaststellen van het bestemmingsplan voor het ontwikkelingsgebied op grond van de Crisis- en herstelwet ook benodigde ontwikkelingsruimte in het kader van de PAS toekennen. Een dergelijk bestemmingsplan voor een ontwikkelingsgebied is namelijk een toestemmingsbesluit binnen de PAS en de Natuurbeschermingswet 1998 (artikel 19km en artikel 19db Nbw 1998). Hierbij is van belang dat:

  • 1. Er daadwerkelijk sprake is van ontwikkelingsruimte binnen de PAS (segment 2);
  • 2. Het bestemmingsplan de 'voorwaarden, voorschriften en beperkingen' gaat bevatten om kaderstellend te zijn voor vergunningverlening zonder dat sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura2000 gebied;
  • 3. GS van Noord Holland als het bevoegd gezag voor vergunningverlening instemt (artikel 19db, tweede lid, danwel derde lid onder c Nbw).

De gemeente is in goed overleg met de provincie Noord-Holland om invulling te geven aan deze 3 voorwaarden. Dit betekent dat de registratie van de ontwikkelingsruimte voor dit bestemmingsplan en de planregels met de provincie worden afgestemd. De regeling in het bestemmingsplan zal in essentie neerkomen op het vastleggen van een maximum aan stikstofdepositie per locatie. Ook zal de omvang van het programma (bijv. aantal woningen) worden vastgelegd.

Aangezien het bestemmingsplan met ontwikkelingsgebied uitvoerbaar is volgens de PAS, kan ook voor het bestemmingsplan Wijk aan Zee worden uitgesloten dat natuurlijke waarden en kenmerken van het Noordhollands Duinreservaat worden aangetast. Significant negatieve effecten treden niet op.

Natuurnetwerk Nederland

De meeste locaties zijn niet in het NNN gelegen. Areaalverlies van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) treedt alleen op de locatie van het skatepark op. Dit oppervlakteverlies zal moeten worden gecompenseerd. Mogelijk heeft het skatepark ook een zeer beperkte versnipperende werking.

De periode waarin op de locaties werkzaamheden worden uitgevoerd, kan leiden tot tijdelijke extra verstoring van de duinen, dit leidt echter niet tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Verandering van de waterhuishouding treedt niet op als gevolg van de geboden ontwikkelingsruimte, nieuwe verharde oppervlakten moeten worden afgekoppeld zodat infiltratie gewaarborgd blijft. Een klein deel van de locatie Moriaan (Dorpsduinen) is aangewezen als NNN, er zijn echter geen natuurwaarden aanwezig, zodat effecten zijn uitgesloten.

Het NNN komt nagenoeg overeen met het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. Hoewel sprake is van een toename van de stikstofdepositie, is voor het bestemmingsplan met ontwikkelingsgebied ontwikkelingsruimte aanwezig in het PAS. Vanwege alle maatregelen die in het kader van het PAS worden genomen, treedt vermesting/verzuring door stikstofdepositie niet op en worden wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aangetast.

Tijdens de exploitatiefase is een waarneembare toename van verstoring niet aan de orde. Plaatselijk kan bij sommige locaties de directe omgeving iets meer worden verstoord. Tijdelijke verstoring tijdens de bouwfase is niet op voorhand uit te sluiten. Van een waarneembare extra recreatieve verstoring is geen sprake. Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is niet aan de orde.

Beschermde en bijzondere soorten

De ecologische waarden buiten de natuurgebieden rond Wijk aan Zee zijn niet erg hoog. In het duingebied komen wel bijzondere en beschermde soorten voor. Het bebouwd gebied kan met name vaste verblijfplaatsen bieden aan vleermuizen en broedvogels. Als gevolg van de geboden ontwikkelingsruimte kan aantasting van deze soorten plaatsvinden. Daarnaast kan tijdens de bouwfase verstoring van algemeen voorkomende broedende vogels optreden. Ter plaatse van de ontsluiting van de locaties Ons Witte Huis en hotel Zeeduin zijn mogelijk ook beschermde vaatplanten en zandhagedis aanwezig.

Soorten zijn beschermd volgens de Flora- en faunawet De aantasting van individuen is gezien het voorgaande niet uit te sluiten, maar effecten op populatieniveau worden uitgesloten, omdat over het algemeen goede mitigerende maatregelen zijn te treffen. De kans dat de flora- en faunawet een belemmering zal vormen voor de uitvoering van het bestemmingsplan is zeer gering.

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Landschap en cultuurhistorie

Wijk aan Zee is een voorbeeld van een dorp langs de Noordzeekust waarvan de dorpskern nog op dezelfde plek ligt als in de middeleeuwen. Dit is een relatief zeldzaam gegeven want veel voormalige vissersdorpen langs de Noordzeekust zijn in zee verdronken. De stedenbouwkundige opzet van de voormalige vissersplaats en oude badplaats is herkenbaar gebleven. De historische continuïteit in de landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische structuur is, ondanks enkele naoorlogse 'verstoringen', in belangrijke mate aanwezig.

Tot de belangrijkste structuurbepalende landschappelijke elementen met cultuurhistorische waarden behoren:

  • De Dorpsweide: vlakke openbare groene ruimte van forse maat. Bepalend voor het 'gezicht' van Wijk aan Zee.
  • Ligging direct achter de duinen.
  • Relatief smalle toegangen strand-dorp.
  • Het duingebied met enkele zeer grote hoogteverschillen.

Het beleidsrapport Cultuurhistorische onderlegger voor het ontwerp bestemmingsplan Wijk aan Zee, Alkmaar 2013 (Verduin, J.T.) onderscheidt negen cultuurhistorische elementen:

1. Historische dorpskern, 2. Voormalige vuurbaak, 3. Kerkterrein en begraafplaats, 4. Lunetten van Linie van Beverwijk, 5. Jonge duinen, 6. Woonhuizen en andere monumentale gebouwen, 7. Atlantikwall, 8. Zeecroft, 9. Zeestraat en andere historische wegen.

Deze elementen zijn onderdeel van de cultuurhistorische waarden. De cultuurhistorische waarden zijn aanwezig in de ondergrond, in de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur, in de bebouwing alsmede in de samenhang daarvan. Ook de provincie heeft op haar cultuurhistorische waardenkaart enkele van deze cultuurhistorische waarden aangemerkt: de jonge duinen, het kerkterrein en de Atlantikwal.

Daarnaast komen in het plangebied diverse monumenten voor.

Het bestemmingsplan heeft slechts beperkt negatieve effecten op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Op enkele plekken, zoals bij de locatie Verlengde Voorstraat, vindt aantasting van de kleinschalige dorpsstructuur plaats. In de Dorpsduinen wordt juist grootschalige bebouwing vervangen door woningen. Op de locaties Dorpsduinen wordt de relatie dorp – duinen en zee versterkt, bij Ons Witte Huis en Hotel Zeeduin vindt juist aantasting plaats. De dorpsweide/zeecroft wordt niet aangetast door de ontwikkelingen.

Aantasting van monumenten en beeldbepalende zaken vindt niet plaats.

Aardkundige waarden

De randen van het dorpsgebied liggen in een gebied met aardkundige waarden. Bij Ons Witte Huis en Hotel Zeeduin is aantasting hiervan niet uitgesloten. Als gevolg van het aanlegvergunningenstelsel in het bestemmingsplan is de kans op aantasting echter gering.

Archeologische waarden

Vanwege de middelhoge en hoge verwachtingswaarde in het plangebied is aantasting als gevolg van nagenoeg alle ontwikkelingen mogelijk. Bodemingrepen kunnen leiden tot aantasting van archeologische waarden. Door de onderzoeksplicht in het bestemmingsplan wordt echter gegarandeerd dat deze waarden worden gedocumenteerd.

Verkeer en vervoer

De verkeerssituatie in de huidige situatie en referentiesituatie is acceptabel. Nergens treden grote knelpunten op. Bij evenementen of absolute piekmomenten (zomerse stranddagen) kunnen lokaal knelpunten ontstaan. De robuustheid van de wegenstructuur is beperkt, omdat de Zeestraat de enige verbinding van/naar Wijk aan Zee is. Dit leidt op basis van het GVVP echter niet tot knelpunten. Er is in algemene zin sprake van een goede verkeerssituatie.

Het planvoornemen leidt tot een toename van de verkeersintensiteiten. Over het algemeen kan de verkeersstructuur in Wijk aan Zee goed functioneren. Dit geldt zowel voor een gemiddelde werkdag als piekmomenten op een werkdag en in het weekeinde. De verkeersstructuur heeft nog een bepaalde restcapaciteit, maar bij evenementen of absolute piekmomenten (zomerse stranddagen) kunnen lokaal knelpunten ontstaan. Met name de Dorpsduinen, Hogeweg en het Julianaplein kennen in relatie tot het wegprofiel een relatief hoge intensiteit. Het planvoornemen draagt echter niet significant bij aan deze verkeersintensiteit. Reeds in de referentiesituatie is er sprake van een relatief hoge verkeersintensiteit op deze wegen. Vanuit het aspect verkeer zijn er slechts beperkt negatieve effecten op enkele wegvakken. Als gevolg van het planvoornemen kan het verkeer in Wijk aan Zee nog steeds goed en verkeersveilig doorstromen.

De parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkelingen moet in principe op eigen terrein worden opgevangen. Daarbij moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen, gemeente Beverwijk, 2013. Wanneer parkeren niet op eigen terrein kan worden opgevangen, moet worden aangetoond dat de omgeving voldoende restcapaciteit heeft om de parkeerbehoefte op te vangen. In de regels is de kwalitatieve normstelling 'voldoende parkeergelegenheid' als voorwaarde opgenomen. Hierdoor treden geen parkeerproblemen op.

Woon- en leefklimaat

Industrielawaai

De kern Wijk aan Zee ligt ten noordwesten van het gezoneerde industrieterrein IJmond. Zowel de 50-, als de 55 dB(A)-contour zijn over het plangebied gelegen. Tata Steel voorziet voor een belangrijk deel in de geluiduitstraling van het gezoneerde industrieterrein.

Gezien de ligging van de kern Wijk aan Zee binnen de geluidzone van industrieterrein IJmond vormt de geluidbelasting vanwege industrielawaai een belangrijk aandachtspunt voor de verschillende ontwikkelingslocaties. De beoogde ontwikkelingen zullen leiden tot een toename van het aantal personen binnen de geluidzone van industrieterrein IJmond en daarmee tot een toename van het aantal (potentieel) geluidgehinderden.

Wegverkeerslawaai

De geluidsbelasting op 10 m uit de wegas in de huidige situatie ligt voor de Dorpsduinen en de Verlengde Voorstraat in de klasse 55-60 dB en voor de Zeestraat in de klasse 60-65 dB. Met name voor de Zeestraat is sprake van een zeer hoge geluidsbelasting. Langs het buitenstedelijk gelegen deel van de Zeestraat liggen echter geen woningen. Voor de overige wegen geldt dat er sprake is van een redelijk tot matig akoestisch klimaat op 10 m uit de wegas.

De geluidsbelasting neemt als gevolg van het planvoornemen zeer beperkt toe. De toename bedraagt maximaal 0,06 dB. Geluidstoenames tot 1 dB zijn voor het menselijk oor niet waarneembaar. Daarom is er geen sprake van een effect op de bestaande woningen als gevolg van het planvoornemen.

De ontwikkelingen Dorpsduinen, Garage Franck en verlengde Voorstraat ondervinden een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidsbelasting ligt voor alle functies in de klasse 50-55 dB en is redelijk. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De nieuwe ontwikkelingen ondervinden dus een beperkt hogere geluidsbelasting dan de in de Wet geluidhinder voorgeschreven voorkeursgrenswaarde, waardoor een beperkt negatief effect optreedt.

Luchtkwaliteit

Uit zowel het onderzoek van het bestemmingsplan Tata Steel, als de monitoringstool blijkt dat de luchtkwaliteit binnen het plangebied over het algemeen voldoet aan de normen uit de Wet Milieubeheer. Uitzondering vormen de concentraties fijn stof als gevolg van Tata Steel. Binnen het zuidwestelijke deel van het plangebied is in de huidige situatie (2015) reeds sprake van een overschrijding van de wettelijke grenswaarde. Ter plaatse van een aantal ontwikkelingslocaties is sprake van een overschrijdingssituatie als gevolg van Tata Steel BV.

De verkeersgeneratie is per saldo zeer beperkt. Rekening houdend met de verkeersgeneratie van de bestaande functies ter plaatse van de ontwikkelingslocaties, leiden alle ontwikkelingen samen tot een verkeerstoename van 156 mvt/etmaal. Uit de NIBM-tool blijkt dat een dergelijke verkeersgeneratie “Niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse. De ontwikkelingen hebben dan ook geen relevante invloed op de luchtkwaliteit langs de hoofdontsluitingsroutes.

Op grond van de optredende concentraties stikstofdioxide binnen de kern Wijk aan Zee is echter sprake van een matige milieugezondheidskwaliteit (GES-score 4). Als het gaat om de optredende concentraties fijn stof varieert de milieugezondheidskwaliteit binnen de kern Wijk aan Zee van zeer matig (30-34 µg/m³) tot onvoldoende (35 - 39 µg/m³).

Externe veiligheid

Er liggen verschillende risicorelevante inrichtingen in de omgeving. Het betreft het EYE Film instituut Nederland, Linde gas Benelux BV, Tata Steel IJmuiden, Q8 GBI en gasontvangststation “Drijverweg”. De PR10-6-contouren ten gevolge van deze inrichtingen zijn echter op ruime afstand van het plangebied gelegen. Het bestemmingsplan maakt dan ook geen kwetsbare objecten mogelijk binnen PR 10-6 risicocontouren.

Binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan liggen enkele leidingen waar gevaarlijke stoffen door vervoerd worden. De PR 10-6 risicocontouren zijn binnen het plangebied niet buiten de leidingen gelegen. Delen van het plangebied liggen wel binnen het invloedsgebied van de leidingen. Gezien de aard en omvang van de ontwikkelingen zullen de gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico zeer beperkt zijn.

Bodem en water

In het plangebied zijn diverse, lichte bodemverontreinigingen bekend. Voor nagenoeg alle locaties geldt dat bij nadere uitwerking verkennend of aanvullend bodemonderzoek nodig is. De ontwikkelingen zelf hebben geen negatief effect op de bodemkwaliteit.

Er is geen sprake van relevante effecten (kwalitatief/kwantitatief) op het grond- en oppervlaktewater.

Voor de ontwikkelingen binnen de kernzone van het waterstaatwerk en de beschermingszone van de waterkering dient rekening te worden gehouden met de daaraan verbonden randvoorwaarden en eisen. Wanneer daaraan wordt voldaan, is geen sprake van negatieve effecten

4.2.4 Conclusies en doorvertaling in het bestemmingsplan

Conclusies

Voor veel van de thema's is sprake van geen of slechts beperkte effecten. Daarbij gaat het onder andere om verkeer en de daaraan gerelateerde effecten (wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit). Ook op het vlak van bodem en water zullen geen onaanvaardbare situaties ontstaan bij maximale ontwikkeling van alle locaties.

Ten aanzien van de passende beoordeling en stikstofdepositie wordt geconcludeerd dat significant negatieve effecten zijn uitgesloten nu voor het bestemmingsplan met ontwikkelingsgebied voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is in de PAS. Het bestemmingsplan voor een ontwikkelingsgebied geldt namelijk als toestemmingsbesluit in het kader van de PAS. In overleg met de provincie Noord-Holland zal in de planregels een regeling worden getroffen om te borgen dat de uitvoering van het bestemmingsplan binnen de kaders van de PAS plaatsvindt. Daarbij is het de bedoeling dat GS van Noord-Holland ook instemt met de regeling overeenkomstig artikel 19db lid 2 Nbw 1998.

Voor verschillende onderzoeksthema's en ontwikkelingslocaties is wel nader onderzoek noodzakelijk om te bepalen of en zo ja onder welke voorwaarden kan worden gekomen tot uitvoerbare initiatieven. Het gaat hierbij om ecologisch en archeologisch onderzoek en onderzoek naar industrielawaai en bodemverontreinigingen. Ook is voor sommige locaties een verantwoording groepsrisico of een hogere waarde besluit noodzakelijk. Binnen de beschermingszone van de waterkering dient een vergunning te worden aangevraagd.

Doorvertaling in bestemmingsplan

Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte geeft de mogelijkheid om benodigde onderzoeken uit te stellen. Om te waarborgen dat de onderzoeken daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd, worden in de regels wel voorwaarden opgenomen. Het betreft voorwaarden voor:

  • externe veiligheid;
  • verkeers- en industrielawaai;
  • ecologisch veldonderzoek;
  • voorwaarden met betrekking tot stikstofdepositie.

Indien blijkt dat voor de realisatie van het Skatepark compensatie van het Natuurnetwerk Nederland nodig is, dan dient die compensatie in het bestemmingsplan te worden geborgd.

Ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie zijn dubbelbestemmingen opgenomen.

4.3 Toetsing sectorale aspecten bestemmingsplan

De toetsing van sectorale aspecten voor het bestemmingsplan wijkt beperkt af van de toetsing voor het planMER. Onderstaand is per milieuthema een beknopte beschrijving van het toetsingskader en een overzicht van de belangrijkste sectorale conclusies ten aanzien van het bestemmingsplan opgenomen.

Aspect   Kader   Beoordelingsaspect   Conclusies voor bestemmingsplan  
bodemkwaliteit   Besluit bodemkwaliteit   Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor beoogde functie.

Functie mag geen bedreiging vormen voor bodemkwaliteit.  
In algemene zin wordt geconcludeerd dat de bodemkwaliteit de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal op onderdelen nog nader onderzoek noodzakelijk zijn en kan (afhankelijk van de uitkomsten en de definitieve inrichting van het gebied) plaatselijk een bodemsanering aan de orde zijn.  
archeologie   archeologische beleidskaart   De ontwikkeling mag niet leiden tot aantasting van archeologische waarden.   Vanwege de middelhoge en hoge verwachtingswaarde in het plangebied is een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Bij de verdere uitwerking van de ontwikkelingen is in dat geval nader onderzoek nodig. Aantasting van archeologische waarden wordt op die manier voorkomen.  
water   watertoets   Heeft de ontwikkeling effect op de waterhuishouding?   Er is geen sprake van relevante effecten (kwalitatief/kwantitatief) op het grond- en oppervlaktewater. Hemelwater dient te worden afgekoppeld.
Voor de ontwikkelingen binnen de kernzone van het waterstaatwerk en de beschermingszone van de waterkering dient rekening te worden gehouden met de daaraan verbonden randvoorwaarden en eisen. Hiervoor moet een vergunning worden aangevraagd bij het waterschap.  
relatie met omliggende (bedrijfs)functies in het plangebied   bedrijfs-/
milieuzonering  
Zijn er bedrijfsfuncties in de omgeving aanwezig/mogelijk?

Zijn in de nabijheid gevoelige bestemmingen gelegen?  
Binnen de kern van Wijk aan Zee zijn geen functies aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkelingen. Conform de VNG-uitgave 'bedrijven en milieuzonering' kunnen de bestaande horeca activiteiten worden geschaald in milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand van 0 m in gemengd gebied en 10 m in een rustige woonwijk. De bestaande horeca-activiteiten liggen verspreid over het plangebied en vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.  
      De ligging nabij de zee en de menging van verblijfsrecreatie en wonen in de kern zijn mede bepalend voor het karakter van Wijk aan Zee. Over de toekomstige ontwikkeling van verblijfsrecreatie in relatie tot milieuzonering kan het volgende worden vermeld.  
      De beoogde verblijfsrecreatie in de vorm van extra  hotels/pensions in ontwikkellocatie R1 past binnen de identiteit en karakter van het dorp. Voor deze activiteiten geldt een richtafstand van 0 m in gemengd gebied conform de VNG-uitgave 'bedrijven en milieuzonering'. Hotels/pensions vallen in categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten. Gelet op hun activiteiten zijn zij overwegend overdag en 's avonds geopend, hierdoor veroorzaken zij slechts beperkte hinder voor omwonenden. Gezien de al bestaande horeca-activiteiten in dit gebied (en daarmee het gemengde karakter) zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen.  
      De ontwikkellocatie R2A tot deels camperparkeerterrein ligt op 50m afstand van woningen. Gezien de bestaande bestemming/het huidige gebruik als parkeerterrein en de zeer beperkte omvang van de ontwikkeling (5-10 camperplaatsen) zal gelet op deze afstand er ter plaatse van de woningen aan de Rijcker Aertszweg sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.  
wegverkeerslawaai   Wet geluidhinder   Is geluidsbelasting minder dan 48 dB?   De ontwikkelingen Dorpsduinen, Garage Franck en verlengde Voorstraat ondervinden een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Na berekening van de cumulatieve geluidbelasting (inclusief industrielawaai) zal voor deze en mogelijk nog andere ontwikkelingen een hogere waarden besluit worden genomen.  
Industrielawaai   Wet geluidhinder   Is geluidsbelasting minder dan 50 dB?   Gezien de ligging van de kern Wijk aan Zee binnen de geluidzone van industrieterrein IJmond vormt de geluidbelasting vanwege industrielawaai een belangrijk aandachtspunt voor de verschillende ontwikkelingslocaties. Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan wordt de geluidbelasting uitgerekend.  
verkeer   CROW   De ontwikkeling mag niet leiden tot ontwrichting van het verkeerssysteem.   Als gevolg van de ontwikkelingen is sprake van een zeer beperkte toename in verkeerbewegingen. Vanuit het aspect verkeer zijn er slechts beperkt negatieve effecten op enkele wegvakken. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen kan het verkeer in Wijk aan Zee nog steeds goed en verkeersveilig doorstromen, van ontwrichting van het verkeerssysteem is geen sprake.  
parkeren   CROW/
gemeentelijke normen  
Er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.   De parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkelingen moet in principe op eigen terrein worden opgevangen. Daarbij moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen, gemeente Beverwijk, 2013. Wanneer parkeren niet op eigen terrein kan worden opgevangen, moet worden aangetoond dat de omgeving voldoende restcapaciteit heeft om de parkeerbehoefte op te vangen. In de regels is de kwalitatieve normstelling 'voldoende parkeergelegenheid' als voorwaarde opgenomen.  
externe veiligheid   Bevi-inrichtingen   Wordt voldaan aan normen plaatsgebonden risico en groepsrisico?   Het bestemmingsplan maakt geen kwetsbare objecten mogelijk binnen PR 10-6 risicocontouren van risicovolle inrichtingen.

Binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan liggen enkele leidingen waar gevaarlijke stoffen door vervoerd worden. De PR 10-6 risicocontouren zijn binnen het plangebied niet buiten de leidingen gelegen. Delen van het plangebied liggen wel binnen het invloedsgebied van de leidingen. Gezien de aard en omvang van de ontwikkelingen zullen de gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico zeer beperkt zijn.  
luchtkwaliteit   Wet lucht-kwaliteit   Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet luchtkwaliteit?   De zeer beperkte verkeersgeneratie draagt “Niet in betekenende mate” bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse. De ontwikkelingen hebben dan ook geen relevante invloed op de luchtkwaliteit langs de hoofdontsluitingsroutes.
Binnen het zuidwestelijke deel van het plangebied is in de huidige situatie reeds sprake van een overschrijding van de wettelijke grenswaarden als gevolg van Tata Steel BV. Gelet op de omvang van de ontwikkelingen binnen dit gebied en de beperkte overschrijding wordt deze situatie acceptabel geacht.  
ecologie   1.
Natuurbeschermingswet 1998
 
1.
Is er sprake van significant negatieve effecten?  
Hoewel sprake is van een toename van de stikstofdepositie, is voor het bestemmingsplan voor een ontwikkelingsgebied ontwikkelingsruimte aanwezig in het PAS.  
  2.
Provinciale Ruimtelijke Verordening

 
2.
Is sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland?
 
Vanwege alle maatregelen die in het kader van het PAS worden genomen, treedt vermesting/verzuring door stikstofdepositie niet op en zijn significant negatieve effecten uitgesloten.

 
  3.
Flora- en faunawet
 
3.
Is er sprake van aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen?
 
Aangezien het bestemmingsplan met ontwikkelingsgebied uitvoerbaar is volgens de PAS, er is voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar, kan ook voor het bestemmingsplan Wijk aan Zee worden uitgesloten dat natuurlijke waarden en kenmerken van het Noordhollands Duinreservaat worden aangetast. Significant negatieve effecten treden niet op.

Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is niet aan de orde.
 
      Bij de nadere uitwerking van de ontwikkelingen is nader onderzoek naar beschermde soorten noodzakelijk. Het bestemmingsplan biedt voldoende flexibiliteit om maatregelen te kunnen treffen om overtreding van de Flora- en faunawet te voorkomen.

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
 
kabels en leidingen   Telecommunicatiewet   Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig?   In het plangebied zijn twee 150KV grondkabels gelegen. Deze planologisch relevante kabels zijn als zodanig beschermd in het bestemmingsplan.
Langs de zuidoostelijke grens van het plangebied loopt een aardgasleiding (zie externe veiligheid).  

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding

De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) bindende afspraken waarmee, bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. In de voorafgaande hoofdstukken zijn de planuitgangspunten voor het op te stellen bestemmingsplan weergegeven. Deze uitgangspunten zijn (juridisch) vertaald naar het bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt de doorvertaling van de plantoelichting naar planregels met de verbeelding verwoord.

In onderhavig geval is sprake van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in het kader van de pilot crisis- en herstelwet (CHW). Hierdoor kan worden afgeweken van de standaarden. In paragraaf 1.2 is hier nader op ingegaan. Gekozen is om het bestemmingsplan in lijn van de vigerende bestemmingsplannen op te stellen. In de opbouw van het bestemmingsplan en met name in de systematiek van de regels wordt hier echter van afgeweken (zie paragraaf 5.2).

5.2 Systematiek regels

De juridische regeling bestaat uit zes hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn. In dit eerste hoofdstuk is ook een regel opgenomen over de wijze van meten. In het tweede hoofdstuk zijn de regels opgenomen voor het bestaande gebied. Hierin wordt op het gebruik en de bouwregels voor de bestaande situatie ingegaan. Het derde hoofdstuk bevat de regels voor de ontwikkelingen. Per ontwikkelingsgebied staat beschreven aan welke regels voldaan moet worden in geval er sprake is van transformatie en/of het toevoegen van nieuwe woningen en andere functies. Hoofdstuk vier betreft de regels voor het gehele plangebied. Hierin zijn de dubbelbestemmingen opgenomen. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de algemene regels, zoals een algemene regel voor het gebruik van de gronden die op vrijwel alle bestemmingen van toepassing zijn. De overgangs- en slotregels maken onderdeel uit van het zesde hoofdstuk.

5.3 Planregels

5.3.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

Artikel 2 Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

In dit artikel is in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsnota 'Planologische kruimelgevallen (2016)' de 45°-regel opgenomen. Deze regel is van toepassing om de daglichttoetreding en privacy in de omliggende gebouwen te waarborgen én de invloed op het stedenbouwkundig aanzicht vanaf de openbare ruimte te beheersen. De 45°-regel verplicht een bepaalde afstand aan te houden tussen de dakranden en de te bouwen voorzieningen, en wordt als volgt gemeten:

afbeelding "i_NL.IMRO.0375.BPWijkaanZee2016-VP01_0006.png"

5.3.2 Hoofdstuk 2 Regels voor het bestaande gebied

Artikel 3 Bedrijf

De enkele bedrijven die binnen het plangebied voorkomen zijn voorzien van de bestemming Bedrijf. Omdat binnen Wijk aan Zee sprake is van een menging van wonen, recreatieve voorzieningen en centrumvoorzieningen, wordt binnen dit plan de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor functiemenging toegepast. Hierbij worden bedrijven geclassificeerd van categorie A tot en met C. In dit bestemmingsplan wordt categorie B als hoogst toelaatbaar geacht. Op één locatie zijn ook gebouwen in gebruik ten behoeve van garageboxen, dit is als zodanig aangeduid op de kaart (ga). Ook wordt op één locatie het gebouw gebruikt voor opslag van goederen. Dit is met de aanduiding (op) geregeld in het plan. Naast bedrijven zijn ook nutsvoorzieningen (nv) en gemalen (gm) voorzien van een bedrijfsbestemming.

Artikel 4 Gemengd

Van oudsher zijn er verschillende locaties waar meerdere functies op gelijkwaardige wijze aanwezig zijn. Hierbij moet gedacht worden aan kleine bedrijfjes, detailhandel, dienstverlening, horeca en maatschappelijke voorzieningen die op de begane grond zijn toegestaan. Op de verdiepingen hierboven wordt de mogelijkheid geboden om te wonen. Net zoals bij de bestemming Bedrijf wordt hier gebruik gemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging', bijlage 1 bij de regels. Ten hoogste categorie A wordt toegestaan. Op één locatie is een uitzondering gemaakt, waarbij categorie B wordt toegestaan. De locatie is aangeduid met 'bedrijf' (b). Voor wat betreft horeca wordt op basis van de Staat van Horeca-activiteiten, bijlage 2 bij de regels, maximaal categorie 2 horecabedrijven toegestaan.

Artikel 5 Groen

De bestemming Groen is opgenomen voor het structurerend groen binnen het plangebied. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend groenvoorzieningen, fiets en wandelvoorzieningen, kunstwerken en geluidwerende voorzieningen toegestaan.

Artikel 6 Groen - Dorpsweide

In het hart van Wijk aan Zee bevindt zich van oudsher een dorpsweide. De dorpsweide moet als zodanig worden beschermd. Binnen deze bestemming zijn aanvullend wel speelvoorzieningen toegestaan tot een maximale oppervlakte van 50 m2. De dorpsweide mag in speciale gevallen gebruikt worden als parkeervoorziening.

Artikel 7 Horeca

Daar waar sprake is van alleen een horecavoorziening, bijvoorbeeld een hotel of een restaurant, is de bestemming Horeca opgenomen. Binnen deze bestemming is horeca tot ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten. De genoemde staat is opgenomen in de bijlagen behorende bij de regels. Verder geldt dat alleen de bestaand, fysiek aanwezige, bedrijfswoningen zijn toegestaan, met bestaande maten en omvang. Op één locatie is een aanduiding (rw) opgenomen voor een recreatiewoning. Op één locatie is een aanduiding (gab) opgenomen voor garageboxen.

Artikel 8 Maatschappelijk

Binnen Wijk aan Zee komen verschillende maatschappelijke voorzieningen voor. Sommige voorzieningen zijn locatiespecifiek en is ander gebruik ter plaatse niet wenselijk. Dit geldt onder andere voor begraafplaatsen. Deze is dan ook met een aanduiding aangegeven. Binnen de andere locaties zijn sociale, levensbeschouwelijke, onderwijs- en religieuze instellingen en culturele voorzieningen toegestaan.

Artikel 9 Natuur - Natuur- en landschapswaarden

Het duinen- en natuurgebied rondom Wijk aan Zee betreft een beschermd gebied. Deze bestemming is er dan ook op gericht om de bestaande landschaps- en natuurwaarden zo goed mogelijk te borgen. Daarnaast fungeert dit gebied ook als waterkering tegen de Noordzee. Dit gebruik mag ook niet in gevaar komen. Tot slot zijn binnen dit gebied bestaande bunkers en kazematten aanwezig die vanwege de cultuurhistorische waarde beschermd moeten blijven. In dit kader zijn extra regels gesteld om de aanwezige waarden te beschermen. Een limitatieve lijst van werkzaamheden is binnen het gebied toegestaan, mits een omgevingsvergunning hiertoe wordt verkregen.

Artikel 10 Recreatie - Dagrecreatie

Op twee locaties rondom de kern Wijk aan Zee is de bestemming Recreatie – Dagrecreatie opgenomen. Op de ene locatie betreft het een gebied zonder bouwvlak. Alle recreatieve voorzieningen zonder gebouwen en overkappingen zijn hier toegestaan. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan speelvoorzieningen of een basket- of trapveldje. De bestaande midgetgolfbaan heeft eveneens deze bestemming gekregen.

Deze bestemming is tevens gegeven aan het strand en de daar voorkomende functies en bebouwing (onder andere paviljoens, strandhuisjes). Er is een bebouwingsstrook opgenomen in de vorm van bouwvlakken. Binnen deze bouwvlakken is de uitwisseling van de verschillende functies toegestaan, om zo voldoende flexibiliteit te geven aan de gebruiksmogelijkheden van het strand. Voor een aantal specifieke onderdelen (jaarrond paviljoens, het activiteitenstrand en strandhuisjes in twee rijen) zijn zones aangewezen waarbinnen dit uitsluitend kan plaatsvinden.

De bouwvlakken zouden met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid kunnen verschuiven richting zee indien dit vanwege waterstaatsbelangen noodzakelijk blijkt te zijn. Alle bebouwing, maar ook de terrassen bij paviljoens, dienen in de bouwvlakken te worden opgericht.

In de regels is bepaald dat ten hoogste 9 strandpaviljoens (zowel seizoensgebonden als jaarrond) zijn toegestaan. Behalve de bepaling dat de strandpaviljoens binnen de bouwvlakken moeten worden gebouwd, is de locatie niet nader bepaald. Wel zijn de drie locaties voor de jaarrond strandpaviljoens op de plankaart aangegeven met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca – jaarrond exploitatie'.

Daarnaast zijn binnen de bestemming maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van strandrecreatie mogelijk en voorzieningen voor reddingsbrigade, strandbewaking, EHBO-posten en uitgifte-/verkooppunten.

Binnen een bepaalde zone op het strand zijn strandhuisjes in twee rijen toegestaan. Deze zijn aangegeven met de 'specifieke bouwaanduiding - strandhuisjes' [sba-sh].

Overnachtingsmogelijkheden in de strandhuisjes is mogelijk, met dien verstande dat dit in de specifieke gebruiksregels is gemaximeerd tot de zomermaanden. Het aantal strandhuisjes is niet direct gemaximeerd. Indirect is er echter wel sprake van een maximum aantal strandhuisjes, vanwege de bouwvlakken die zijn opgenomen, de oppervlaktematen en de brandcompartimentering die moet worden aangehouden. Hierdoor zal het aantal strandhuisjes niet kunnen toenemen in verhouding tot de huidige situatie.

Binnen de bestemming is aangeduid waar sprake is van het activiteitenstrand. Hier is wind- en waterrecreatie en sport en spel in georganiseerd verband toegestaan. Het betreft alleen het zuidelijke gedeelte van het strand (ten zuiden van de strandopgang Zwaanstraat).

Artikel 11 Recreatie - Verblijfsrecreatie

Aan de noordzijde van Wijk aan Zee, tegen de gemeentegrens aan, is een aantal recreatieterreinen aanwezig. Het betreft hier 2 terreinen met recreatiewoningen en één kampeerterrein. Centrale voorzieningen ten behoeve van de recreatieterreinen mogen uitsluitend binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. Voor de terreinen met recreatiewoningen geldt dat ten hoogste het bestaande aantal recreatiewoningen zijn toegestaan. Een kampeerterrein is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' (kt). Dit betreft slechts een gedeelte van het terrein. Het andere gedeelte is aangeduid als 'kampeerterrein uitgesloten'. Ter plaatse mogen geen gebouwen, recreatiewoningen en de grond niet gebruikt worden om te kamperen. Andere voorzieningen zoals fiets- en wandelpaden zijn hier wel toegestaan. Voorts is met een aanduiding aangegeven waar de centrale parkeervoorziening is gelegen. Hiermee wordt voldoende parkeerruimte gewaarborgd. Tot slot is op basis van het thans vigerende bestemmingsplan een rand van 5 meter rondom de recreatieterreinen opgenomen waar uitsluitend groenvoorzieningen zijn toegestaan. Dit zorgt voor een groene afscherming tussen de terreinen en de nabijgelegen woningen.

Artikel 12 Sport

Aan de oostzijde van Wijk aan Zee zijn sportvelden aanwezig. Gebouwen en tribunes mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Een kantine, met ondergeschikte horeca uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten is hier toegestaan.

Artikel 13 Tuin

In tegenstelling tot de achtererven en de meeste zijerven bij woningen zijn de voortuinen en delen van de zijtuinen, behorende bij de woning, niet onder de bestemming Wonen opgenomen, maar apart bestemd als Tuin. Binnen de bestemming Tuin mogen, in tegenstelling tot de bestemming Wonen, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. In afwijking hiervan zijn erkers, balkons en koekoeken mogelijk onder voorwaarden. Voor erfafscheidingen geldt dat de maximale bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt. Indien de gronden meer dan 1 meter achter de voorgevellijn is gelegen, dan mag er tot maximaal 2 meter worden gebouwd. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter.

Artikel 14 Verkeer

De verkeersruimten die voor gemotoriseerd verkeer toegankelijk is en onderdeel uitmaakt van het openbaar gebied zijn bestemd als Verkeer. Gelet op de kleinschaligheid van het gebied zijn de regels voornamelijk gericht op de instandhouding van het verblijfsgebied. De bestemming is er tevens op gericht om bijvoorbeeld ook speelvoorzieningen binnen de woonstraten te kunnen realiseren. Binnen deze bestemming wordt eveneens ruimte geboden voor parkeergelegenheden. Voor zover het openbaar gebied geen onderdeel uitmaakt van het structureel groen, zijn de openbare ruimte en de groenvoorzieningen opgenomen binnen deze bestemming.

Artikel 15 Water

Het gedeelte van de Noordzee dat behoort tot het gemeentelijk eigendom is bestemd voor Water. Omdat er uiteraard sprake is van eb en vloed is het gebruik als strand, zoals omschreven binnen de bestemming Recreatie-Dagrecreatie, eveneens toegestaan. Overigens geldt dit andersom ook. Binnen de bestemming Water zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen, toegestaan met een bouwhoogte van 2 m. Hierdoor zijn bijvoorbeeld speelvoorzieningen in het water mogelijk.

Open water binnen het plangebied is ook opgenomen binnen de bestemming Water. Deze gronden genieten de bescherming op basis van de Keur en de Leggers van het Waterschap. Deze gronden zijn bedoeld voor de water aan- en afvoer, duikers en bruggen.

Artikel 16 Wonen

Alle woningen die binnen Wijk aan Zee voorkomen hebben de bestemming Wonen gekregen. Woningen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Alleen daar waar de aanduiding 'gestapeld' [gs] is opgenomen, mogen woningen gestapeld worden gebouwd. Het aantal woningen binnen het plangebied mag niet verder toenemen. Bij veel woningen komen ook kleine recreatiewoningen voor. Dit gebruik past binnen het karakter van Wijk aan Zee. Omdat het aantal recreatiewoningen niet verder meer kan toenemen, zijn uitsluitend toegestaan daar waar ze zijn aangeduid met de aanduiding 'recreatiewoning' (rw). In het kader van integratie van het kruimelgevallenbeleid zijn aanvullende regels opgenomen voor het bouwen van toevoegingen aan het hoofdgebouw. Als specifieke gebruiksregel is voorts opgenomen dat een beroep aan huis is toegestaan onder bepaalde voorwaarden. Hieronder wordt eveneens een pension gerekend. De voorwaarden hierbij staan in het betreffende artikel uitgewerkt.

5.3.3 Hoofdstuk 3 Regels voor ontwikkelingen

Het derde hoofdstuk bevat de regels voor de binnen het plangebied gewenste ontwikkelingen. Indien transformatie of herontwikkeling aan de orde is dienen deze regels in acht te worden genomen. Per mogelijke ontwikkeling is een apart artikel opgenomen. De artikelen van hoofdstuk 3 hebben dezelfde opbouw.

  • Lid 1 Transformatie/Ontwikkeling: Per ontwikkelingsgebied is aangegeven waar de ontwikkeling op gericht is, zoals transformatie naar woongebied, het toevoegen van woningen, het realiseren van verblijfsrecreatie, enzovoorts..
  • Lid 2: Omgevingsvergunning voor transformatie: Transformatie/ontwikkeling is alleen mogelijk indien een omgevingsvergunning (afwijkingsactiviteit) voor de gewenste transformatie wordt verleend. Hierbij wordt getoetst aan de gestelde ambities en randvoorwaarden. Zo nodig kunnen voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden.
  • Lid 3: Ambities: De ruimtelijke en functionele ambities waaraan getoetst wordt zijn in dit lid opgenomen.
  • Lid 4: Randvoorwaarden: Tevens zijn er enkele harde randvoorwaarden: stedenbouwkundige randvoorwaarden, randvoorwaarden vanuit Cultuurhistorie en Archeologie en randvoorwaarden vanuit Natuur, Milieu en Water. In lid 4 worden per ontwikkelingsgebied de randvoorwaarden beschreven. In dit lid 4 zullen ook de randvoorwaarden een plek krijgen die borgen dat het bestemmingsplan binnen de kaders van de Programmatische Aanpak Stikstof.
  • Lid 5: Kostenverhaal: In dit lid is bepaald dat burgemeester en wethouders een exploitatie kunnen vaststellen teneinde het kostenverhaal te regelen, tenzij sprake is van de in artikellid 6.12, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening genoemde situaties.
  • Lid 6: Flexibiliteit: Per ontwikkeling is aangegeven dat afgeweken kan worden vat de randvoorwaarden indien extra inspanningen worden geleverd in het kader van de te realiseren ambities. Deze bevoegdheid is voorbehouden aan het college.

De ontwikkelingen:

Artikel 17 Overige zone - Gebied W1

Overige zone - gebied W1 betreft de verruiming van functies door het eveneens toestaan van een woonfunctie. Hierdoor wordt het mogelijk om ter plaatse van de bebouwing met maatschappelijke functie maximaal 35 woningen aan de Dorpsduinen toe te voegen.

Artikel 18 Overige zone - Gebied W2

Overige zone - gebied W2 betreft de gronden van Heliomare. Het artikel maakt het mogelijk om het gebied te transformeren naar een woongebied met maximaal 50 grondgebonden woningen of 70 woningen indien sprake is van een combinatie van grondgebonden woningen en appartementen.

Artikel 19 Overige zone - Gebied W3

Overige zone - gebied W3 betreft de gronden van Camping Aardenburg. Ter plaatse van deze gronden is het mogelijk om het gebied te transformeren naar een woongebied met maximaal 40 woningen.

Artikel 20 Overige zone - Gebied W4

Overige zone - gebied W4 betreft de gronden van Ons Witte Huis. Het artikel maakt het mogelijk om het aantal te realiseren woningen te verhogen naar maximaal 21 nieuwe woningen.

Artikel 21 Overige zone - Gebied W5

Overige zone - gebied W5 betreft de gronden van Garage Franck. Het artikel maakt het mogelijk om na bedrijfsbeëindiging 4 grondgebonden woningen te realiseren.

Artikel 22 Overige zone - Gebied W6

Overige zone - gebied W6 betreft drie locaties aan de Verlengde Voorstraat en Voorstraat. Hier is het mogelijk om in totaal 26 woningen/appartementen en een kleinschalig hotel te realiseren.

Artikel 23 Overige zone - Gebied W7

Overige zone - gebied W7 betreft een locatie aan de Voorstraat . Het artikel maakt het mogelijk om in aanvulling op de verleende omgevingsvergunning voor 12 woningen, 4 extra woningen te bouwen.

Artikel 24 Overige zone - Gebied W8

Overige zone - gebied W8 betreft de gronden van de midgetgolfbaan. Het artikel maakt het mogelijk om ter plaatse een woning te realiseren.

Artikel 25 Overige zone - Gebied R1

Overige zone Gebied R1 betreft het dorpsgebied van Wijk aan Zee waar het mogelijk is om 40 extra kamers voor verblijfsrecreatie (maximaal 4 per locatie) te realiseren.

Artikel 26 Overige zone - Gebied R2

Overige zone-Gebied R2 maakt het mogelijk om hotel Zeeduin uit te breiden met 40 kamers.

5.3.4 Hoofdstuk 4 Regels voor het hele plangebied

Artikel 27 Leiding - Hoogspanning

In het plangebied is een ondergrondse 150 kv hoogspanningsverbinding gelegen. Deze leiding is aangegeven met de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning. Langs de leiding geldt een beschermingsstrook van 2.5 meter aan weerzijden van de hartlijn van de leiding. Op deze gronden worden extra regels gesteld aan het bouwen en uitvoeren van werken ter bescherming van de aanwezige hoogspanningsverbinding.

Artikel 28 Leiding - Gas 1 en Artikel 29 Leiding - Gas 2

In het plangebied zijn aardgastransportleidingen gelegen. Deze leidingen zijn aangegeven met de dubbelbestemmingen Leiding – Gas 1 en Leiding – Gas 2. Langs de leidingen geldt een beschermingsstrook. Op deze gronden worden extra regels gesteld aan het bouwen en uitvoeren van werken ter bescherming van de aanwezige gasleiding.

Artikel 30 Waarde - Archeologie 1, Artikel 31 Waarde - Archeologie 2  en Artikel 32 Waarde - Archeologie 3

Op basis van de archeologische verwachtingskaart is op de verbeelding het plangebied aangeduid met de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 1, Waarde – Archeologie 2 en Waarde – Archeologie 3. Op deze gronden worden extra regels gesteld aan het bouwen en uitvoeren van werken ter bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Binnen de dubbelbestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de dubbelbestemming met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter.

Artikel 33 Waarde - Cultuurhistorie 1 en Artikel 34 Waarde - Cultuurhistorie 2

Deze bestemmingen zijn opgenomen om de met het aan te wijzen gemeentelijk beschermd dorpsgezicht samenhangende waarden te beschermen. In het algemeen kan gesteld worden dat enkele waarden (met name op structuurniveau) beschermd worden via de reguliere wijze van bestemmen en de bouwregels. Enkele specifieke zaken kunnen het best gereguleerd worden via een dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie. Bovendien draagt het opnemen van deze dubbelbestemming bij aan de herkenbaarheid van het te beschermen gebied. Er zijn twee dubbelbestemmingen Waarde-Cultuurhistorie opgenomen. De dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie - 1 hangt samen met de periode als Badplaatsdorp en de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie - 2 hangt samen met de periode als Vissersdorp. Ter bescherming van de waarden zijn aanvullende bouwregels en regels voor werken en werkzaamheden opgenomen ten behoeve van de bescherming van de cultuurhistorische waardevolle bebouwing.

Artikel 35 Waterstaat - Waterkering

De dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering is opgenomen ter plaatse van het waterstaatswerk van de primaire waterkering. Vanwege de verplaatsing van de duinvoet is dit een zone die theoretisch is bepaald, maar statisch is vastgelegd. Binnen deze zone mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Daarnaast is het alleen mogelijk gebouwen te bouwen als het gaat om vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het maaiveld, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Indien het waterkeringsbelang door de bouwactiviteit niet onevenredig wordt geschaad en het voornemen ter advisering wordt voorgelegd aan de beheerder van de waterkering, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de in dit artikel gestelde bouwregels.

5.3.5 Hoofdstuk 5 Algemene regels

Artikel 36 Anti-dubbeltelregel

Deze regel dient om te voorkomen dat indien in het bestemmingsplan bij een bepaald gebouw een zeker open terrein is geëist, dat terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 37 Algemene bouwregels

In dit artikel zijn algemene bouwregels opgenomen met betrekking tot het overschrijden van bouwgrenzen en ondergeschikte (dak)toevoegingen aan gebouwen.

Artikel 38 Algemene gebruiksregels

In dit artikel wordt gespecificeerd wat in ieder geval wordt verstaan als functioneel ondergeschikt en is het verboden gebruik van bestemmingen beschreven.

Artikel 39 Algemene aanduidingsregels

In de algemene aanduidingsregels zijn voorschriften opgenomen, gelden voor aansluitende gebieden in het bestemmingsplan. Het betreft de volgende aanduidingen:

Geluidszone - Industrie

Vanwege het naastgelegen gezoneerde industrieterrein moet binnen Wijk aan Zee rekening gehouden worden met industrielawaai. De geluidzone ligt over het gehele plangebied heen. Hiertoe is de gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' opgenomen in het bestemmingsplan. De hieraan gekoppelde bouwregels geven aan dat het bouwen van geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen en scholen) niet toegestaan is, indien de berekende geluidbelasting hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

Overige zone - standplaatsen

Binnen Wijk aan Zee is het mogelijk om standplaatsen in te nemen ten behoeve van het in de openlucht te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of diensten. Om het gebruik en innemen van standplaatsen te reguleren zijn in dit bestemmingsplan regels opgenomen.

Overige zone - terrassen

Terrassen zijn toegestaan in de directe omgeving van horecabedrijven. In dit artikel wordt het terrassenbeleid gereguleerd.

Overige zone - uitwegen

Ten behoeve van het reguleren van de aanleg en instandhouding van uitwegen zijn regels opgenomen.

Overige zone - evenementen

Ten behoeve van het organiseren van evenementen zijn regels opgenomen die in beginsel voor het hele plangebied gelden.

Artikel 40 Algemene afwijkingsregels

Voor ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan zijn algemene afwijkingsregels opgenomen. De onderhavige regeling voorziet in verband met de gewenste duidelijkheid, in een objectieve begrenzing van het toepassingsbereik van de afwijking.

Artikel 41 Overige regels

In deze bepaling is geregeld dat alle wettelijke regelingen, waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast is in een lid bepaald dat bij iedere ruimtelijke ontwikkeling getoetst moet worden of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Dit aan de hand van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels.

5.3.6 Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotregels

Artikel 42 Overgangsrecht

In artikel 3.2.1. van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

Artikel 43 Slotregel

Het laatste artikel van de planregels betreft de slotregel van het onderliggende bestemmingsplan.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder op het voorontwerpbestemmingsplan een inspraakreactie indienen bij de gemeenteraad.

In het kader van het wettelijk vooroverleg (ex artikel 3.1.1. Bro) wordt het ontwerpbestemmingsplan tevens toegezonden aan de diverse overlegpartners.

6.2 Economische uitvoerbaarheid

Voor ontwikkelingen die op basis van dit bestemmingsplan worden mogelijk op particuliere gronden geldt dat in de planregels (zie hoofdstuk 3 van de planregels), is bepaald dat gemeentelijk kostenverhaal, zoals bedoeld in de Wro, ofwel middels een exploitatieplan ofwel een anterieure overeenkomst bij de omgevingsvergunning plaatsvindt.