direct naar inhoud van 3.4 Gemeentelijk beleid
Plan: Dorp Sloten en Ringvaartdijk Oost
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.F1002BPSTD-OW01

3.4 Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Amsterdam 2040

De structuurvisie 'Amsterdam 2040-Economisch sterk en duurzaam' heeft het structuurplan 'Kiezen voor Stedelijkheid' uit 2003 vervangen. Om economisch sterk en duurzaam te zijn en Amsterdam en de regio verder te kunnen ontwikkelen als internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool gaat de structuurvisie uit van de volgende (hoofd)beleidsdoeleinden:

- Intensiever gebruik bestaande stad, openhouden van landschap;

- Systeemsprong regionaal openbaar vervoer;

- Hoogwaardiger inrichting openbare ruimte;

- Investeren in recreatief gebruik groen en water;

- Amsterdam maakt zich op voor het postfossiele brandstoftijdperk;

- Olympische Spelen Amsterdam 2028.

De ontwikkelingsstrategie voor stadsdeel Nieuw-West voorziet niet in rechtstreekse ingrepen in Dorp Sloten. Hierna zijn de hoofdlijnen van de ontwikkelingsstrategie voor Nieuw-west aangegeven.

Met betrekking tot de herstructurering van Nieuw-West is het ontwikkelingspad uitgestippeld in de herziening Richting Parkstad 2010 (vastgesteld in de deelraden en de gemeenteraad in 2007).

Vervolgens zijn de sociaaleconomische programma’s voor Nieuw-West vastgesteld in de bestuurscommissie Koers Nieuw-West. In de uitvoering zal extra aandacht worden gegeven aan de genoemde

A10-spoorzone. In de Structuurvisie wordt daar een intensievere verstedelijking gedacht dan tot nog toe in uitwerkingsplannen Nieuw-West voorkomt.

Samenwerking met de Amsterdamse corporaties is hier een belangrijke voorwaarde voor het doen slagen van de gewenste ingrepen. De

raamovereenkomst Parkstad, die corporaties, stadsdelen en centrale stad zijn aangegaan, biedt de corporaties voor een aantal gebieden de mogelijkheid tot gebiedsontwikkeling binnen de door de stadsdelen, in vernieuwingsplannen, vastgestelde kaders.

In de ontwikkelingsstrategie voor de gebieden richting Schiphol is de ontwikkeling van een eventuele tweede luchthaventerminal van doorslaggevend belang. De keuzes die met betrekking tot de

verbinding Schiphol-Amsterdam worden gemaakt hangen daar sterk mee samen. Omdat er vooralsnog geen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien langs de 4-corridor wordt daar voorlopig alleen rekening gehouden met een in de toekomst uit te breiden spoorverbinding, zonder tussenliggende haltes. Voor de langere

termijn blijft er een reservering voor een eventuele Oost/West metrolijn. Voor de Westtangent wordt op korte termijn een verkenning gestart in samenwerking met de Stadsregio.

Ecologische verbindingen

De grote groengebieden rond Amsterdam hebben hoge natuurwaarden. Er leven veel verschillende soorten planten en dieren. Die verscheidenheid aan natuur noemen we biodiversiteit. Een hoge

biodiversiteit is van groot belang voor het functioneren van groengebieden. Bijvoorbeeld voor het zelfreinigend vermogen van bodem en water en het tegengaan van insectenplagen. Daarnaast zijn

gebieden met veel verschillende planten en dieren leuker voor wandelaars en fietsers.

Om de biodiversiteit te bevorderen heeft het Rijk in het Natuurbeleidsplan de ecologische hoofdstructuur (EHS) ingesteld. Deze EHS moet gaan bestaan uit een landelijk netwerk van grote groengebieden, onderling verbonden door groenstroken zoals wegbermen, groene taluds van spoorbanen en sloten met natuuroevers. Door de verbindingen tussen de grote groengebieden kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden. Zij vergroten daardoor hun leefgebied en zijn beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. Aaneengesloten groengebieden en groenstructuren zijn gevarieerder en er kunnen meer soorten planten en dieren leven.

De EHS loopt aan de westkant en de oostkant van Amsterdam. Aan de westzijde verbindt de groene As Amstelland en Spaarnwoude met elkaar. Aan de oostzijde doet de Natuurboog hetzelfde met de Vechtstreek en Waterland. Om goed te functioneren moeten barrières in de ecologische structuur, zoals kruisingen met wegen, spoorlijnen en kanalen, met faunapassages en vistrappen worden overwonnen. Op de kaart zijn de belangrijkste op te heffen barrières (knelpunten) in beeld gebracht De EHS kan worden verstevigd door ook in de stad taluds van wegen en spoorbanen zo in te richten dat ze aantrekkelijk zijn voor kleine dieren. Daarnaast zorgt dit netwerk voor hogere natuurwaarden in de parken en woonwijken, omdat planten en dieren vanuit de grote groengebieden diep in de stad kunnen doordringen.

Dit netwerk kan pas goed functioneren als de nodige knelpunten worden opgelost. Vaak zijn dat onderdoorgangen van grote infrastructuur waar de groene taluds ruw worden onderbroken.

Hoofdgroenstructuur

De Hoofdgroenstructuur omvat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen, bestaande uit gebieden die waardevol

zijn voor de stad en de metropool, omdat zij een onmisbare functie vervullen voor: groene recreatie, verbetering leefklimaat, waterhuishouding, hittedemping, verbetering luchtkwaliteit, biodiversiteit en voedselproductie. Behoud van cultuurhistorische

waarden en een gevarieerd totaalaanbod aan groen zijn belangrijke aspecten.

In de Hoofdgroenstructuur zijn die gebieden opgenomen waar de functies groen en groene recreatie voorop staan. Woningbouw, werkgerelateerde functies, wegenaanleg of het vestigen van voorzieningen die verkeer aantrekken of die ten koste gaan van groen zijn niet in overeenstemming met de doelstellingen van deze structuurvisie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.F1002BPSTD-OW01_0012.png"

Hoofdgroenstuctuur: Dorp Sloten en Ringvaartdijk

In dit bestemmingsplan maken de vrije Geer, de hockeyvelden, de volkstuinen en de Ringvaartdijk deel uit van de Hoofdgroenstructuur. In de figuur is ook het groen langs de Slotervaart opgenomen in de Hoofdgroenstructuur. Het stadsdeel heeft daartegen bezwaar aangetekend. Recent is de bouwvergunning voor de nieuwe Bovenlandschool in deze strook onherroepelijk geworden. De bouw- en inrichtingsplannen voorzien in een groenstrook tussen het nieuwe schoolgebouw en het water. De ontwikkeling van deze groene oever is in het bestemmingsplan vastgelegd.

Ingrepen die de recreatieve gebruikswaarde en/of de natuurwaarde of andere functies van het groen verhogen worden juist gestimuleerd.

Ingrepen in de Hoofdgroenstructuur worden op inpasbaarheid beoordeeld. De beoordelingscriteria zijn opgenomen in onderstaande

tabellen. Daarin staat per groentype aangegeven welke ingrepen wel en niet zijn toegestaan.

Deze gebieden zijn terug te vinden op de kaart 'Hoofdgroenstructuur'.

Plannen in de Hoofdgroenstructuur vragen om een afgewogen oordeel. Om dit mogelijk te maken, is een deskundigenadvies geïntroduceerd,

dat specifiek betrekking heeft op de inpasbaarheid van een initiatief. Hiertoe is de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC)

ingesteld.

De TAC is samengesteld uit deskundigen op het gebied van landschap(-sarchitectuur), cultuurhistorie, ecologie, recreatie, beleving, stedenbouw, groenbeheer, sport, volkstuinen en natuur- en

milieueducatie. Benoeming geschiedt door de gemeenteraad per collegeperiode.

De TAC toetst alle plannen van de stad die aan burgemeester en wethouders ter besluitvorming of ter advisering worden voorgelegd

aan onderstaande beleidsregels voor de Hoofdgroenstructuur en adviseert burgemeester en wethouders, wanneer zij dit nodig acht.

Gelet op de plannen voor de herinrichting van de Ringvaartdijk zal ook de TAC bij de voorbereiding van dit bestemmingplan worden betrokken.

Ieder initiatief in de Hoofdgroenstructuur wordt beoordeeld op inpasbaarheid. Uitgangspunt daarbij is behoud van het groene karakter en typologie van het betreffende gebied. De beoordeling of nieuwe functies naar aard, omvang en locatie inpasbaar zijn vindt plaats op basis van de richtlijnen die zijn uitgewerkt per groentype.

De Hoofdgroenstructuur omvat uiteenlopende typen groen, met elk hun eigen gebruik, belevingswaarde, cultuurhistorische betekenis, natuurwaarde enzovoort. Om deze reden zijn de richtlijnen voor inpasbaarheid uitgewerkt per groentype.

De groengebieden in de Hoofdgroenstructuur zijn hiertoe verdeeld in groentypen. Op de kaart zijn de ligging en begrenzing van de groentypen aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.F1002BPSTD-OW01_0013.png"

Groentypen: Dorp Sloten en Ringvaartdijk

Op de kaart is de Vrije Geer aangewezen als groentype: Ruigtegebied/Struinnatuur. De hockeyvelden zijn aangewezen als Sport en het volkstuincomplex als volkstuinen. De Ringvaartdijk is in de Hoofdgroenstructuur aangewezen als corridor.

Voor alle typen groen zijn richtlijnen gegeven voor de inpasbaarheid van bebouwing en verharding in het betreffende groentype. Zo geldt voor een corridor het volgende:

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.F1002BPSTD-OW01_0014.png"


Volkstuinen nieuwe stijl

Om de volkstuinparken nu en in de toekomst een vanzelfsprekend onderdeel van de stad te laten uitmaken, moet de meerwaarde voor de stad aantoonbaar zijn. Gezocht wordt daarom naar creatieve oplossingen ter vergroting van de publieksfunctie en de gebruiksintensiteit van de volkstuinparken, zonder hierbij voorbij te gaan aan de typische karakteristieken van het volkstuinieren.

Dit kan bereikt worden door: het vergroten van de toegankelijkheid; het versterken van het sociaalrecreatieve medegebruik van volkstuinparken en de daar aanwezige voorzieningen; het verbreden van het aanbod van functies, voorzieningen en activiteiten voor specifieke doelgroepen; het bieden van nieuwe tuiniermogelijkheden voor nieuwe groepen tuinders; het vervullen van een voorbeeldfunctie op het gebied van natuur- en milieuvriendelijke inrichting en beheer; en samenwerken en netwerkvorming op het gebied van recreatie, welzijn, cultuur, onderwijs en sport.

Het spreekt voor zich dat meer vergaande combinaties van grotere omvang eenvoudiger inpasbaar zijn op nieuwe tuinparken dan op bestaande tuinparken. Deze meer structurele modernisering zal vooral haar beslag moeten krijgen in stedelijke transformatie- en herstructureringsprojecten, waarbij volkstuinparken integraal in de planvorming worden opgenomen.

Wonen en werken

De menging van wonen en werken in Dorp Sloten is in de Structuurvisie aangemerkt als een gemengd gebied buiten de Ring. Dit zijn volgens de Structuurvisie de gebieden buiten de ring 10/ringlijn waar het wonen domineert. De menging met niet-woonfuncties bestaat voornamelijk uit functies die het wonen ondersteunen. Dat kunnen kleinschalige bedrijven zijn, maar ook grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals ziekenhuizen. De strook met bedrijvigheid aan het Langsom is zo kleinschalig dat ze in de Structuurvisie niet is opgenomen in het overzicht van bedrijventerreinen in Amsterdam.

Voor de menging van wonen en werken sluit Amsterdam zich in hoofdlijnen aan bij de nieuwe landelijke richtlijnen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ten aanzien van de mengmogelijkheden van milieubelastende activiteiten en gevoelige functies, zoals woningen en onderwijs.

In het bestemmingsplan is daartoe een Staat van bedrijfsactiviteiten gehanteerd voor de vestiging van bedrijvigheid in de nabijheid van andere gevoelige functies. Deze Staat van bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de bedrijvenlijsten van de VNG.

afbeelding "i_NL.IMRO.0363.F1002BPSTD-OW01_0015.png"

Ten aanzien van parkeren gaat het nieuwe locatiebeleid uit van een gebiedsgewijze aanpak van het parkeren. Enerzijds gaat het er om het aantal parkeerplaatsen niet meer per bedrijf, maar per locatie vast te stellen. Anderzijds moet er meer aandacht zijn voor de verdeling van dit parkeerareaal over de verschillende categorieën gebruikers. De functiemenging die het structuurplan nastreeft vergroot de mogelijkheden voor dubbelgebruik.

Waterveiligheid

Duinen, dijken en kunstwerken beschermen Amsterdam tegen overstromingen vanuit zee, het Markermeer en de rivieren. Dwars door de stad lopen diverse keringen die als een tweede verdedigingslinie

een groot deel van de stad kunnen beschermen tegen een calamiteit. De vele sluizen die gezamenlijk het IJfront vormen maken deel uit van de keringen. Klimaatverandering en mogelijke nieuwe nationale

beschermingsnormeringen zorgen er voor dat we dit systeem moeten blijven onderhouden en aanpassen. Aanpassen van het dijkenstelsel heeft grote ruimtelijk gevolgen in de stad en moet zorgvuldig

worden ingepast.

In dit bestemmingsplan is de dijkverbetering van de Ringvaartdijk ruimtelijk ingepast.

Short stay

Het college van B&W van de gemeente Amsterdam heeft op 12 februari 2009 beleid vastgesteld

aangaande short stay. Aanleidingen voor de centrale stad voor op het opstellen van short stay beleid waren:

  • Amsterdam Topstad: expats mogelijkheden bieden zich tijdelijk hier te vestigen.
  • Er was geen juridisch kader om te kunnen handhaven in geval van overlast en illegale woningonttrekking.
  • Short stay vindt plaats in woningen waarop volgens de regels van bestemmingsplannen veelal de definitie 'wonen' van toepassing is of een specifieke definitie van 'wonen' ontbreekt.

In de begrippen van dit bestemmingsplan is daarom rekening gehouden met het verschijnsel short stay.

Daarnaast biedt het uitvoeren van het short stay beleid een instrument om het teveel onttrekken van woningen te beperken. Met het vaststellen van het beleid kan er gehandhaafd worden.

Enkele uitgangspunten van het short stay beleid:

1. De basis van het vergunningstelsel voor short stay is tijdelijke woningonttrekking op basis van artikel 30 van de Huisvestingswet.

2. De eigenaar van de woning vraagt een short stay vergunning aan. Deze geldt voor tien jaar.

3. Short stay wordt mogelijk vanaf één week tot zes maanden (daarboven is sprake van gewoon wonen).

4. Maximaal 5% van de geliberaliseerde huurwoningen in elk stadsdeel mag onttrokken worden ten behoeve van short stay. Alleen voor stadsdeel Centrum geldt een afwijkend percentage van 15%.

5. Voor nieuwbouwwoningen (opgeleverd vanaf 1 januari 2008) geldt het vergunningenstelsel voor short stay niet. Short stay is hier zonder woningonttrekkingsvergunning mogelijk. Wel moet het gebruik van de woning voor short stay passen binnen het kader van het bestemmingsplan.

Milieubeleidsplan 2007-2010

Op 4 juli 2007 heeft de gemeenteraad het Milieubeleidsplan 2007-2010 vastgesteld. Het Milieubeleidsplan is een opfrissing en actualisering van de hoofdpunten van de Integrale Milieuvisie Amsterdam 1994-2015.

Het waarborgen van de leefbaarheid en de volksgezondheid in Amsterdam zijn absolute randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de stad. Amsterdam hecht grote waarde aan een gezonde en leefbare stad. Daarom wil de gemeente aandacht besteden aan zaken als

luchtkwaliteit, geluidsoverlast, energiebesparing, duurzaamheid en waterkwaliteit. In het Milieubeleidsplan zijn diverse maatregelen opgenomen ten aanzien van deze thema's. Enkele maatregelen zijn:

  • Een Actieplan Geluid waarin beleidskeuzen voor te nemen maatregelen zijn gemaakt om de geluidsbelasting in Amsterdam te beheersen en waar nodig te verminderen.
  • Toepassen dunne deklagen (stil asfalt) als wegdekverharding.
  • Stadsverwarming.
  • Amsterdams functiegericht bodembeleid.
  • Ten aanzien van luchtkwaliteit wordt verwezen naar het Actieplan Luchtkwaliteit.

Actieplan Luchtkwaliteit

Het doel van het Actieplan is het bieden van oplossingen ten aanzien van de bestaande knelpunten wat betreft luchtkwaliteit in Amsterdam. Het Actieplan bevat concrete maatregelen die erop gericht zijn om deze specifieke knelpunten aan te pakken. Daarnaast bevat het

Actieplan ook generieke maatregelen. Daardoor wordt een algemene verbetering van de luchtkwaliteit in de gehele stad bewerkstelligd en wordt een positieve bijdrage geleverd voor alle bouwprojecten. Er wordt een omgeving gecreëerd waarbinnen de projecten een kans hebben om aan de normen te voldoen. Maatregelen binnen het project zelf moeten vervolgens de laatste verbeteringen van de luchtkwaliteit verzorgen zodat de normen worden gehaald.

Voor de A10 is in het Actieplan opgenomen dat er een snelheidsregime van 80 km/u wordt ingesteld. Ter plaatse van de A10-West geldt een dergelijk snelheidsregime al. Amsterdam wil bij voorkeur niet dat er gevoelige bestemmingen worden gemaakt bij drukke wegen. Voor Amsterdam geldt conform hoofdstuk 6.3 van het Actieplan Luchtkwaliteit Amsterdam een richtlijn. Het uitgangspunt is dat bij ruimtelijke ontwikkelingen van nieuwe voorzieningen voor gevoelige groepen, de blootstelling van deze groepen aan luchtverontreinigende stoffen geminimaliseerd dient te worden. Dit kan bereikt worden door deze voorzieningen zo ver mogelijk van grote verkeersaders te realiseren of door middel van bijzondere afschermende maatregelen

Gedragscode flora en fauna

Onlangs heeft gemeente Amsterdam de 'Gedragscode voor het zorgvuldig handelen bij ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud' vastgesteld. Deze gedragscode is geldig vanaf 18 december 2009 tot en met 18 december 2014.

Met deze gedragscode beschrijft de gemeente Amsterdam de voorzorgsmaatregelen die erop gericht zijn de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten die binnen haar gemeente grenzen voorkomen bij het uitvoeren van werkzaamheden te handhaven dan wel te versterken. Daarmee voldoet de gemeente Amsterdam aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 16c van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantsoorten Flora- en Faunawet.

De gedragscode heeft betrekking op plannen en projecten die in opdracht van of door de gemeente Amsterdam worden voorbereid en uitgevoerd. De gedragscode betreft:

• De voorbereiding en uitvoeren van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.

• Het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud.

De gedragscode is van toepassing binnen de grenzen van de gemeente Amsterdam en het beheer gebied van het Amsterdamse Bos op alle medewerkers van de gemeente Amsterdam die zelf of samen met andere werkzaamheden uitvoeren of die daartoe opdracht geven aan

derden. Deze derden verklaren bij hun werkzaamheden de gedragscode flora en fauna van de gemeente Amsterdam te onderschrijven en te volgen.

Belangrijk bij het gebruik en de toepassing van de gedragscode zijn de Checklijst beschermde soorten in de gemeente Amsterdam, handleiding Flora- en faunawet en ruimtelijke planvorming en het soortenbeleid gemeente Amsterdam en bijbehorende doelsoortenlijst.