Regels, behorende bij het

bestemmingsplan "Bedrijventerrein Zuidpolder" van de

gemeente Eemnes

 

 

 

 

 

 

Opdrachtgever:

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes

 

 

 

 

 

 

Vastgesteld d.d. 24 oktober 2011

 

Wissing ruimtelijke denkers

Barendrecht


Inhoudsopgave

 

Hoofdstuk 1                                       Inleidende regels

                               Artikel 1              Begrippen

                               Artikel 2              Wijze van meten

 

Hoofdstuk 2                                       Bestemmingsregels

                               Artikel 3              Bedrijventerrein

                               Artikel 4              Groen

                               Artikel 5              Verkeer

                               Artikel 6              Water

                               Artikel 7              Waarde - Archeologie

 

Hoofdstuk 3                                       Algemene regels

                               Artikel 8              Anti – dubbeltelbepaling

                               Artikel 9              Algemene aanduidingsregels

                               Artikel 10            Algemene afwijkingsregels

                               Artikel 11            Algemene wijzigingsregels

 

Hoofdstuk 4                                       Overgangs- en slotregels

                               Artikel 12            Overgangsrecht

                               Artikel 13            Slotregel

 

 

Bijlage I          Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage II         Lijst van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 lid 3 Wet geluidhinder

           


Hoofdstuk 1                   Inleidende regels

 

Artikel 1                         Begrippen

 

                                      In dit plan wordt verstaan onder:

 

a.       Plan

          Het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Zuidpolder" van de gemeente Eemnes.

 

b.       Bestemmingsplan

          De geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in GML-bestand

          NL.IMRO.0317.E015BPBedrterrzp-1141

 

c.       Aanduiding

          Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

 

d.       Aanduidingsgrens

          De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

 

e.       Bebouwing

          Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

 

f.        Bebouwingspercentage

          Het met een aanduiding of in de regels aangegeven percentage, dat aangeeft hoeveel van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen.

 

g.       Bedrijfsvloeroppervlak

          Het gezamenlijk oppervlak van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

 


h.       Bedrijf

          Een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen, waarbij eventuele detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop en/of levering van ter plaatse vervaardigde bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

 

i.        Bestemmingsgrens

          De grens van een bestemmingsvlak.

 

j.        Bestemmingsvlak

          Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

 

k.       Bijgebouw

          Een vrijstaand gebouw dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan en hoort bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en niet gebruikt mag worden voor bewoning, gasten- of nachtverblijf.

 

l.        Bouwen

          Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

 

m.      Bouwgrens

          De grens van een bouwvlak.

 

n.       Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

 

o.       Bouwperceel

          Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.


p.       Bouwperceelgrens

          De grens van een bouwperceel.

 

q.       Bouwvlak

          Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegestaan.

 

r.        Detailhandel

          Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

 

s.       Detailhandel in volumineuze goederen
een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën:

a.       detailhandel in volumineuze goederen als auto`s, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen;

b.       grootschalige detailhandel in recreatie-, sport- en vrije tijdsartikelen;

c.       tuincentra;

d.       grootschalige meubeldetailhandel inclusief woninginrichting en stoffering;

e.       bouwmarkten.

 

t.        Dienstverlening

          Het bedrijfsmatig verlenen van diensten.

 

u.       Gebouw

          Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

v.       Geluidwerende voorziening

          Een voorziening in de vorm van een scherm, wal, muur en dergelijke die dient ter afscherming van verkeerslawaai.


w.      Niet zelfstandige kantoren

          Kantoorruimte die een onlosmakelijk deel van de totale bedrijfsvoering uitmaakt.

 

x.       Overkapping

          Een bouwwerk, zonder of met een of meerdere wanden, dat dient om een grondoppervlak te overkappen.

 

y.       Peil

a.       voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg;

b.       voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

c.       voor gebouwen die grenzen aan een dijk: de hoogte van de kruin van de dijk ter plaatse van het bouwwerk.

 

z.       Persoonlijke dienstverlening

          Het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan personen, zoals reisbureau, kapper, fysiotherapeut, schoonheidssalon, belwinkel, internetcafé.

 

aa.     Staat van Bedrijfsactiviteiten

          De Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt en is opgenomen in bijlage I.

 

bb.     Straatmeubilair

          Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals draagconstructies voor reclame, voorwerpen van beeldende kunst, vitrines, zitbanken, bloembakken, speeltoestellen, straatverlichting of bewegwijzering; verkooppunten voor motorbrandstoffen worden niet begrepen onder straatmeubilair.

 

cc.     Voorgevellijn                                                                            

          De denkbeeldige lijn die direct langs de voorgevel van een gebouw en in het verlengde daarvan, over de gehele breedte van het bouwperceel, getrokken kan worden.


Artikel 2                         Wijze van meten

 

          Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

                                      a.       De dakhelling

          Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.             

 

                                      b.       De breedte en diepte van een gebouw

          Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, op 1 meter boven peil.

 

                                      c.       De goothoogte van een bouwwerk

          Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

 

                                      d.       De bouwhoogte van een bouwwerk

          Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

 

                                      e.       De inhoud van een bouwwerk

          Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

 

                                      f.        De oppervlakte van een bouwwerk

          Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.                                                   


Hoofdstuk 2                    Bestemmingsregels

 

Artikel 3                         Bedrijventerrein

 

Bestemmingsomschrijving

1.       De voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       bedrijven met inachtneming van lid 2, met dien verstande dat het kantoorvloeroppervlak per bedrijf niet meer mag bedragen dan 40% van het bedrijfsvloeroppervlak, één en ander met de daarbij behorende bebouwing en voorzieningen, met uitzondering van dienstwoningen;

b.       nutsvoorzieningen;

c.       ten hoogste 1 JOP;

d.       ontsluitingswegen, voet- en fietspaden, al dan niet ondergrondse parkeervoorzieningen, water en groen.

2.       Op de voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn uitsluitend bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de in bijlage I bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan, mits deze bedrijven niet vallen onder de in bijlage II bij deze regels behorende Lijst van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 lid 3 Wet geluidhinder en niet voorkomen in onderdeel D van het Besluit milieu-effectrapportage 1994, zoals dat luidt ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan.

 

Bouwregels

3.       Op de tot Bedrijventerrein bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat:

a.       een bij een bedrijf behorend bouwperceel tot ten hoogste 65% bebouwd mag worden. Dit percentage is inclusief overkappingen;

b.       de minimale en maximale hoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan wordt aangeduid;

c.       gebouwen mogen uitsluitend plat worden afgedekt;

d.       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geen overkapping zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter met dien verstande dat de bouwhoogte van perceel- en erfafscheidingen niet minder mag bedragen dan 2 meter en niet meer mag bedragen dan 5 meter;

e.       ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’ mag per bouwperceel over tenminste 65% van de daar aanwezige aanduidingslengte uitsluitend de gevels van gebouwen en erfafscheidingen worden gebouwd;

f.        een JOP een maximale oppervlakte van 30 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 m heeft.

 

Gebruiksregels

4.       Op de tot Bedrijventerrein bestemde gronden gelden voor parkeren en opslag de volgende gebruiksregels:

a.       voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij de volgende norm wordt gehanteerd:

Bedrijfstype

parkeerplaatsen per 100 m2 bvo

Detailhandel in volumineuze goederen

8

Showroom

2

Garage

3

Bedrijfsverzamelgebouw

2

Kantoor

3,5

Loods/productiehal

1

         

 

b.       opslag niet is toegestaan voor de voorgevel en/of de voorgevelrooilijn van gebouwen;

c.       expeditie dient geheel op eigen terrein plaats te vinden;

d.       persoonlijke dienstverlening is niet toegestaan;

e.       beperkte horecavoorzieningen die ondergeschikt zijn aan en ten dienste staan van de bedrijven zijn toegestaan.

 

Afwijking van de gebruiksregels

5.       Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van:

a.       het bepaalde in lid 1 voor de vestiging van (grootschalige) detailhandel;

b.       het bepaalde in lid 1 sub a voor kantoorvloeroppervlak van 100% van het bedrijfsvloeroppervlak;

c.       het bepaalde in lid 2 voor bedrijven in de categorieën 3.1 en 3.2 van de in bijlage I bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, die naar hun aard en invloed gelijk te stellen zijn met bedrijven in de categorieën 1 en 2.

6.       Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5 sub b mag uitsluitend worden verleend, indien het bedrijf vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen nadelige invloed heeft op de nabij gelegen woonbebouwing.


Artikel 4                         Groen

 

Bestemmingsomschrijving

1.       De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       groenvoorzieningen;

b.       een ruiterpad;

c.       water;

d.       voet- en fietspaden.

 

Bouwregels

2.       Op de voor Groen bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m.

 


Artikel 5                         Verkeer

 

Bestemmingsomschrijving

1.       De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       verkeersruimte met de daarbij behorende voorzieningen;

b.       groenvoorzieningen;

c.       ter plaatse van de aanduiding ‘water’: tevens voor water;

d.       nutsvoorzieningen.

 

Bouwregels

2.       Op de voor Verkeer bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder in elk geval straatmeubilair is begrepen, waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 8 m.

 

Specifieke gebruiksregel

3.       Als verboden gebruik wordt in elk geval aangemerkt de verkoop en opslag van motorbrandstoffen.


Artikel 6                         Water

 

Bestemmingsomschrijving

1.       De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       waterberging;

b.       waterbeheersing;

          met de bijbehorende voorzieningen.

 

Bouwregels

2.       Op de voor Water bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waaronder in elk geval duikers zijn begrepen, met een maximale bouwhoogte van 3 m.


Artikel 7                         Waarde - Archeologie

 

Bestemmingsomschrijving

1.       De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, bij wijze van dubbelbestemming, bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

 

Bouwregels

2.       Op de voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, legt een KNA conform archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld.

 

3.       Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar hun oordeel uit het KNA conform archeologisch onderzoeksrapport als bedoeld in het tweede lid genoegzaam blijkt dat:

a.       er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad;

b.       schade aan archeologische waarden door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning - activiteit bouwen verbonden regels.

 

Omgevingsvergunning aanleg werken en werkzaamheden

4.       In de situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan het bevoegd gezag de volgende regels aan de omgevingsvergunning verbinden:

a.       de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;

b.       de verplichting tot het doen van opgravingen, of

c.       de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.       Het bepaalde in lid 2, 3 en 4 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op:

a.       vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;

b.       een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 200 m²;

c.       een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

6.       Indien lid 4 sub c van toepassing is, wordt in de omgevingsvergunning aanleg werken en werkzaamheden geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

 

Wijzigingsbevoegdheid

7.       Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de bestemming Waarde – Archeologie geheel of gedeeltelijk te verwijderen van de plankaart en uit de regels, indien en voor zover naar hun oordeel uit het KNA conform archeologisch onderzoeksrapport als bedoeld in het tweede lid genoegzaam blijkt dat er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad.

 

 


Hoofdstuk 3                    Algemene regels

 

Artikel 8                         Anti-dubbeltelbepaling

 

                                      Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.


Artikel 9                         Algemene aanduidingsregels

 

Wro-zone – wijzigingsgebied-1

1.       Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied-1’ het plan wijzigen in de bestemming ‘Bedrijventerrein’, onder de voorwaarde dat de wijziging vanuit stedenbouwkundig oogpunt verantwoord is.


Artikel 10                       Algemene afwijkingsregels

 

1.       Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van:

a.       maximale hoogte-, breedte-, oppervlakte- en inhoudsmaten voor bebouwing als aangegeven op de plankaart, dan wel omschreven in de regels, mits:

1.       de afwijking van enige maat ten hoogste bedraagt 5%;

2.       de bestemmingsgrens niet wordt overschreden;

b.       de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen, teneinde geringe veranderingen aan te brengen, indien dit door afwijkingen of onnauwkeurigheden in de plankaart noodzakelijk is voor een juiste aanpassing van het plan aan de werkelijke toestand van het terrein;

c.       de in hoofdstuk 2 omschreven bestemmingsregels voor de oprichting van bouwwerken ten behoeve van openbare nutsdoeleinden, zoals telefooncellen, abri's, brievenbussen en laagspanningsverdeelkasten, mits:

1.       de oppervlakte van de bebouwing niet meer bedraagt dan 35 m2;

2.       de bouwhoogte van de bebouwing niet meer bedraagt dan 4 m.

2.       De bevoegdheden als bedoeld in lid 1 zijn niet van toepassing, indien elders in deze regels met betrekking tot de in lid 1 genoemde situaties bevoegdheden bestaan.


Artikel 11                       Algemene wijzigingsregels

 

1.       Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor zover het betreft de begrenzingen van de op de plankaart aangegeven bestemmingen, met dien verstande de oppervlakte van de te wijzigen aaneengesloten bestemming met niet meer dan 5% mag worden gewijzigd, indien hierdoor het door de gemeenteraad vastgestelde beleid beter kan worden gerealiseerd, de aanliggende bestemmingen overeenkomstig worden gewijzigd en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

2.       Burgemeester en wethouders kunnen, slechts nadat gebruik is gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 9, het plan wijzigen door de aanduiding ‘gevellijn’ ter plaatse waar de bestemming ‘Bedrijventerrein’ grenst aan de gronden met de aanduiding ‘Wro-zone – wijzigingsgebied 1’ van de plankaart te verwijderen.


Hoofdstuk 4                    Overgangs- en slotregels

 

Artikel 12                       Overgangsrecht

 

Overgangsrecht bouwwerken

1.       Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

a.       gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

b.       na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

2.       Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

3.       Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

Overgangsrecht gebruik

1.       Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

2.       Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

3.       Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

4.       Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.


Artikel 13                       Slotregel

                                      Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Zuidpolder van de gemeente Eemnes.


BIJLAGE I: Staat van Bedrijfsactiviteiten


BIJLAGE II: Lijst van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 lid 3 Wet geluidhinder


Lijst van inrichtingen als bedoeld in artikel 41 lid 3 Wet geluidhinder die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken (voormalige A-inrichtingen) en ten aanzien waarvan Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn.

 

Als categorieën van Inrichtingen als bedoeld in artikel 41 lid 3 Wet geluidhinder worden aangewezen de volgende categorieën van inrichtingen die genoemd zijn in artikel 2.4 juncto bijlage I van het per 1 maart 1993 in werking getreden Inrichtingen en vergunnin­genbesluit milieubeheer (Ivb):

 

Categorie 1

 

-    Inrichtingen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmo­toren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer;

 

-    Inrichtingen voor het verstoken van brandstoffen met een thermisch vermogen van 75 MW of meer, met dien verstande inrichtingen voor het verstoken van biomassa buiten beschouwing blijven waarvan het equivalente geluidsniveau (LAr, LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige vast opgestelde toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten op de grens van het bedrijventerrein niet meer bedraagt dan:

a.    50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur;

b.    45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur;

c.    40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur.

 

-    Inrichtingen voor het beproeven van:

1.       verbrandingsmotoren waarbij voorzieningen of installaties aanwezig zijn voor het afremmen van een gezamenlijk motorisch vermogen van 1 MW of meer;

2.       straalmotoren of -turbines met een stuwkracht van 9 kN of meer;

 

-    Inrichtingen voor het vervaardigen van petrochemische producten of chemicaliën met een niet in een gesloten gebouw geïnstal­leerd motorisch vermogen van 1 MW of meer;

 

Voor de toepassing van dit onderdeel blijven veiligheidsfakkels ten behoeve van de opsporing

of winning van aardgas buiten beschouwing.

 

Categorie 2

 

-    Inrichtingen voorzover het betreft:

1.       aardgasbehandelingsinstallaties bij aardgaswinputten en gasverzamelinrichtingen, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.10 6 m3 per dag (bij 1 bar en 273 K) of meer;

2.       luchtscheidingsbedrijven, met een benodigde hoeveelheid lucht ten behoeve van het eindproduct van 10.103 kg per uur of meer;

 

Categorie 4

 

 -   Inrichtingen voor het vervaardigen van methanol met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer;

 


Categorie 5

 

 -   Inrichtingen voor het raffineren, kraken of vergassen van aardolie of aardoliefracties met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.109 kg per jaar of meer;

 

Categorie 6

 

 -   Inrichtingen voor het vervaardigen van:

a.    oliën en vetten uit dierlijke of plantaardige grondstoffen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 250.106 kg per jaar of meer;

b.    vetzuren of alkanolen uit dierlijke of plantaardige oliën of vetten met een capaciteit ten aanzien daarvan 50.106 kg per jaar of meer;

 

Categorie 9

 

-    Inrichtingen voor:

a.    het vervaardigen van melkpoeder, weipoeder of andere gedroogde zuivelproducten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1,5.103 kg per uur of meer;

b.    het vervaardigen van consumptiemelk, consumptiemelkproducten of geëvaporiseerde melk of -melkproducten met een melkverwer­kingscapaciteit ten aanzien daarvan van 55.106 kg per jaar of meer;

c.    het concentreren van melk of melkproducten door middel van indamping met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 20.103 kg per uur of meer;

d.    het vervaardigen van veevoeder met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per uur of meer;

e.    het drogen van groenvoer met een waterverdampingscapaciteit ten aanzien daarvan van 10.103 kg per uur of meer;

f.     het opslaan of overslaan van veevoeder met een verwerkings­capaciteit ten aanzien daarvan van 0,5.106 kg per uur of meer;

g.    het vervaardigen van suiker uit suikerbieten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 2,5.106 kg suikerbieten per dag of meer;

h.    het vervaardigen van gist met een capaciteit ten aanzien daarvan van 5.106 kg per jaar of meer;

i.     het vervaardigen van zetmeel of zetmeelderivaten met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.103 kg per uur of meer;

j.     het opslaan of overslaan van granen, meelsoorten, zaden, gedroogde peulvruchten, maïs, of derivaten daarvan met een verwerkingscapaci­teit ten aanzien daarvan van 0,5.106 kg per uur of meer.

 

Categorie 11

 

-    Inrichtingen voor:

a.    het opslaan of overslaan van ertsen, mineralen of derivaten van ertsen of mineralen met een oppervlakte voor de opslag daarvan van 2000 m2 of meer;

b.    het malen, roosten, pelletiseren of doen sinteren van ertsen of derivaten daarvan met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.106 kg per jaar of meer;

c.    het vervaardigen van:

1.       cement of cementklinker met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer;

2.       cement- of betonmortel met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per uur of meer;

3.       cement- of betonwaren met behulp van persen, triltafels of bekistingstrillers met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per dag of meer;

4.       glasvezel, glazuren, emailles, glaswol of steenwol met een capaciteit ten aanzien daarvan van 5.106 kg per jaar of meer;

5.       asfalt of asfaltproducten in een buiten opgestelde eenheid, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per uur of meer;

6.       cokes uit steenkool met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer.

d.    het vergassen van steenkool met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer;

e.    het vervaardigen, bewerken of verwerken van glas of glazen voorwerpen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 10.103 per uur of meer;

f.     het winnen van steen, met uitzondering van grind en mergel, met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.103 kg per uur of meer;

g.    het breken, malen, zeven of drogen van:

1.       zand, grond, grind of steen, met uitzondering van puin en mergel;

2.       kalkzandsteen, kalk;

3.       steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan.

met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.106 kg per jaar of meer, indien zodanige

inrichting niet een inrichting is voor zand- of grindwinning, waarvoor op grond van artikel 3 van de Ontgrondingenwet een vergunning is vereist.

 

Categorie 12

 

-    Inrichtingen:

a.    voor het vervaardigen van ruw ijzer, ruw staal of primaire non-ferrometalen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 1.106 kg per jaar of meer;

b.    waar een of meer warmband- of koudwalsen aanwezig zijn voor het tot platen omvormen van metalen of hun legeringen, waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K, en waarbij de dikte van het aangevoerde metaal groter is dan 1 mm en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt;

c.    waar een of meer wals- of trekinstallaties aanwezig zijn voor het tot profiel- of stafmateriaal omvormen van metalen of hun legeringen, waarvan het smeltpunt hoger is dan 800 K en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt;

d.    waar een of meer wals-, trek- of lasinstallaties aanwezig zijn voor het produceren van metalen buizen en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt;

e.    voor het smeden van ankers of kettingen en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt;

f.     voor het produceren, renoveren of schoonmaken van metalen ketels, vaten, tanks of containers en waar het productieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt;

g.    voor het samenvoegen van plaat-, profiel-, staf- of buis- materialen door middel van smeden, klinken, lassen of monteren en waar het niet in een gesloten gebouw ondergebrachte produc­tieoppervlak ten aanzien daarvan 2000 m2 of meer bedraagt;

h.    voor het smelten of gieten van metalen of hun legeringen met een capaciteit ten aanzien daarvan van 4.106 kg per jaar of meer, voor zover het smeltpunt van de metalen of hun legeringen hoger is dan 800 K;

 


Categorie 13

 

-    Inrichtingen voor het bouwen, onderhouden, repareren of behandelen van de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van 25 m of meer;

 

Categorie 14

 

-    Inrichtingen bestemd voor het samenstellen van treinen of treindelen door middel van het stoten of heuvelen van spoorvoertuigen, bestemd voor goederenvervoer, voor zover een rangeerheuvel aanwezig is;

 

Categorie 16

 

-    Inrichtingen waar 50 of meer mechanisch aangedreven weefgetouwen aanwezig zijn;

-    Inrichtingen voor het vervaardigen van papier of celstof met een capaciteit ten aanzien daarvan van 3.103 kg per uur of meer;

 

Categorie 19

 

-    Inrichtingen voor zover het betreft terreinen, geen openbare weg zijnde, die bestemd of ingericht zijn voor het in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden rijden met gemotoriseerde voertuigen, en die daartoe acht uren per week of meer opengesteld zijn;

 

Categorie 20

 

-    transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer;

 

Categorie 24

 

-    Inrichtingen voor het vervaardigen van koolelektroden met een capaciteit ten aanzien daarvan van 50.106 kg per jaar of meer;

 

Categorie 27

 

-    Inrichtingen voor het reinigen van afvalwater door middel van waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.103 of meer vervuilingseenheden als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel a, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.