Planregels

 


Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1    Begrippen                                                                                7

Artikel 2    Wijze van meten                                                                    12

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels                                

Artikel 3    Agrarisch met waarden - natuur- en landschapswaarden            17

Artikel 4    Bedrijf - Nutsvoorziening                                                        19

Artikel 5    Gemengd                                                                               20

Artikel 6    Horeca                                                                                   22

Artikel 7    Maatschappelijk                                                                     24

Artikel 8    Maatschappelijk - Begraafplaats                                              26

Artikel 9    Natuur                                                                                   28

Artikel 10   Recreatie - Midgetgolf                                                            30

Artikel 11   Tuin                                                                                       31

Artikel 12   Verkeer - Verblijfsgebied                                                         33

Artikel 13   Wonen                                                                                   34

Artikel 14   Waarde - Archeologie                                                              37

Artikel 15   Waarde - Beeldbepalende Boom                                               40

Artikel 16   Waarde - Beschermd Dorpsgezicht                                           41

Artikel 17   Waarde - Landgoed/buitenplaats                                             42

Artikel 18   Waterstaat - Grondwaterbeschermingsgebied                           44

Hoofdstuk 3 Algemene regels                                    

Artikel 19   Anti-dubbeltelregel                                                                 49

Artikel 20   Algemene bouwregels                                                              50

Artikel 21   Algemene gebruiksregels                                                         51

Artikel 22   Algemene ontheffingsregels                                                    52

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels                        

Artikel 23   Overgangsrecht                                                                      55

Artikel 24   Slotregel                                                                                57

 

Bijlagen



Artikel 1 
Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

 

a.       plan:

          het bestemmingsplan Lage Vuursche 2008 van de gemeente Baarn;

 

b.       aan huis verbonden beroep:

een in bijlage I genoemd dienstverlenend beroep, dan wel een naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen beroep, dat door een bewoner in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, op administratief, juridisch, medisch of hiermee gelijk te stellen terrein, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

 

c.       aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsmatige

      activiteit:

de in bijlage II genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door een bewoner in of bij een woonhuis kan worden uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is;

 

d.       aanbouw:

een gebouw in één bouwlaag, dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, functionele ondergeschiktheid is niet vereist;

 

e.       aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

 

f.       agrarisch bedrijf:

bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder mede een paardenhouderij is te verstaan, uitgezonderd boom-, hout- en fruitteelt;

 

 

 

g.       antennedrager:

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;

 

h.       antenne-installatie:

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

 

i.       bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

 

j.       bedrijf:

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventuele detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;

 

k.       bedrijfswoning/dienstwoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

 

l.        beroeps- of bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep, een aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteit c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

 

m.      bestaande situatie:

1. ten aanzien van bebouwing:

bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;

2. ten aanzien van gebruik:

het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;

 

n.       bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

 

o.       bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

 

p.       bijgebouw:

een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, in één bouwlaag, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, uitsluitend of hoofdzakelijk dienend voor berging en stalling ten dienste van dit hoofdgebouw. Een bijgebouw mag tevens gebruikt worden voor een aan huis verbonden beroep;

 

q.       bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

 

r.       bouwlaag:

een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van onderbouw en vliering;

 

s.       bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

 

t.       bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel;

 

u.       bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

 

v.       bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

 

w.      dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

 

x.       dakkapel:

een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;

 

y.       detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

 

z.       eerstebouwlaag:

de bouwlaag op de begane grond;

 

aa.     eerste verdieping:

een tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen;

 

bb.     erker:

een hoekig of rond, buiten de gevel van een gebouw uitgebouwd gedeelte van een ruimte, waarvan de wanden grotendeels bestaan uit glas, waarvan de breedte minder bedraagt dan 50% van de gevel waaraan en waarbinnen gebouwd wordt;

 

cc.     gebouw:

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

 

dd.     grondgebonden agrarisch bedrijf:

bedrijf, waarvan de exploitatie geheel of grotendeels gebonden is aan ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;

 

ee.     hoofdgebouw:

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

 

ff.      maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, en voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren, ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Onder maatschappelijke voorzieningen wordt niet begrepen (drugs)verslaafdenopvang;

 

gg.     onderbouw:

een ruimte die geheel of gedeeltelijk is gelegen beneden peil;

 

hh.     overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand;

 


ii.      peil:

1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de voorgevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de voorgevel;

2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de voorgevel niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die voorgevel bij voltooiing van de bouw;

3. indien in of op het water gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil;

 

jj.      praktijkruimte:

een ruimte in of bij een woning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteit door de bewoner van de woning;

 

kk.     scheidingslijn:

een als zodanig aangegeven lijn, die de grens         vormt tussen delen van de bestemmingsvlakken en/of bebouwingsvlakken, waarvoor een verschil in maatvoering en/of gebruik geldt;

 

ll.       seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in ieder geval verstaan: een productiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

 

mm.   uitbouw:

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, in één bouwlaag, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, functionele ondergeschiktheid is niet vereist;

 

nn.     voorgevel:

de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan de weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;

 

oo.     woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

 

pp.     zend- en ontvangmast:

antenne-installatie ten behoeve van telecommunicatie.

 

 


Artikel 2 
Wijze van meten

1        Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

a. lengte, breedte of diepte van een gebouw:

     tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren);

 

b. oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

 

c. goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

 

d. de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

 

e. de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

 

f. de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

 

2        Bij het meten worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversiering, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of be-stemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

 

3        Afwijkende maten

In die gevallen dat goothoogten, bouwhoogten, oppervlakten, inhoud en afstanden, op de dag van de terinzagelegging van het ontwerpplan afwijken van de regels van het plan, mogen deze bestaande goothoogten, bouwhoogten, oppervlakten, inhoud en/of afstanden in afwijking daarvan als maximaal toelaatbaar worden aangehouden, mits deze afwijkende maatvoering op legale wijze krachtens de Wet ruimtelijke ordening ca. en/of de Woningwet ca. tot stand is gekomen.

 



Artikel 3 
Agrarisch met waarden - natuur- en landschapswaarden

3.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Agrarisch met waarden - natuur- en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       de uitoefening van het grondgebonden agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;

b.       behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden;

c.       recreatief medegebruik, beperkt tot voet-, fiets- en ruiterpaden als-mede picknick- en of parkeerplaatsen, vissteigers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;

d.       tijdelijk parkeren, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - tijdelijk parkeren', met dien verstande dat hiervoor geen oppervlakteverhardingen mogen worden aangebracht;

e.       water;

f.       groenvoorzieningen;

g.       nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende:

h.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

i.       wegen en paden.

 

In de bestemming is ten hoogste één bedrijfswoning per bouwvlak (agrarisch bouwperceel) toegestaan.

 

In de bestemming zijn als nevenactiviteiten uitsluitend de in de bij deze regels behorende bijlage V 'Lijst kleinschalige nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven' opgenomen activiteiten toegestaan, tot maximaal de aldaar genoemde oppervlakte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - nevenactiviteiten'.

 

 

3.2 Bouwregels

 

a.       Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak (agrarisch bouwperceel) worden gebouwd;

2. de maatvoering van een gebouw dient te voldoen aan de eisen die in de navolgende tabel zijn gesteld:

 

 

 

 

Functie van een gebouw

Maximale inhoud in m³

Maximale oppervlakte in m²

Goothoogte in m

Bouwhoogte in m

Bedrijfsgebouw

-

-

5

7

 

Bedrijfswoning, met inbegrip van inpandige garages en bergingen

 

600

 

-

 

5

 

8,5

 

Bijgebouwen bij bedrijfswoning

 

 

-

 

50

 

5

 

7

Kassen

-

20

3

5

 

b.       Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

1.  silo's zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak (agrarisch bouwperceel);

2. kuilvoerplaten zijn uitsluitend binnen het bouwperceel toegestaan, dan wel direct aansluitend daaraan;

3. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m;

4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag binnen het bouwvlak (agrarisch bouwperceel) niet meer bedragen dan 12 m;

5. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag buiten het bouwvlak niet meer bedragen dan 3 m.

 

 

3.3 Ontheffing van de bouwregels

 

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van: het bepaalde in lid 3.2 onder a.1, voor het bouwen van melkschuren en veldschuren met een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 100 m², met dien verstande, dat het aantal maximaal 2 per agrarisch bedrijf mag bedragen.

 

 

 


Artikel 4 
Bedrijf - Nutsvoorziening

4.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende:

b.       bouwwerken.

 

 

4.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 4.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

a.       gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.       de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 5 m;

c.       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van erfscheidingen 3 m;

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m.

 

 


Artikel 5 
Gemengd

5.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       wonen;

b.       één hoofdgebouw met een ambachtelijk, kleinschalig bedrijf als genoemd in categorie 1 en 2 van de van deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat dit bedrijf uitsluitend ter plaatse van Dorpsstraat 15 is toegelaten, waarvan de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer dan 100 m² mag bedragen;

c.       detailhandels-, dienstverlenings- of maatschappelijke doeleinden, met dien verstande dat in maximaal twee hoofdgebouwen een dergelijk bedrijf gevestigd mag zijn waarvan de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer dan 50 m² mag zijn;

d.       open terreinen, tuinen en erven.

 

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

e.       gebouwen;

f.       aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;

g.       parkeergelegenheden;

h.       ontsluitingspaden;

i.       beplantingen;

j.       nutsvoorzieningen;

k.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

5.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 5.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

I.       Hoofdgebouwen

a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b. de goothoogte en bouwhoogte van de hoofdgebouwen mogen niet meer bedragen dan aangegeven;

c. hoofdgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de dakhelling ten minste 30° en ten hoogste 60° mag bedragen, tenzij een mansarde gebouwd wordt, in welk geval de dakhellingen niet minder dan 20° en niet meer dan 80° mogen bedragen.

 

 

 

 

II.      Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning te worden gebouwd;

b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per perceel mag, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer bedragen dan 50 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw;

c. de goothoogte en bouwhoogte van aan-, uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen of overkappingen mogen niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden vermeerderd met ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

d. de goothoogte en bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 5 m;

e. de dakhelling van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer bedragen dan de dakhelling van het bijbehorende hoofdgebouw;

 

III.     Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. de bouwhoogte van erfscheidingen mag, indien deze erfscheidingen vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht, niet meer bedragen dan 1 m;

b. in overige gevallen mag de bouwhoogte van erfscheidingen niet meer dan 2 m bedragen;

c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

 

 

5.3 Ontheffing van de gebruiksregels

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 5.1 onder b na een volledige beëindiging van de bedrijfs-activiteiten ter plaatse, voor het gebruik van het betreffende hoofdgebouw ten behoeve van:

1.       ten hoogste twee vestigingen met dienstverlenings- of maatschappelijke doeleinden, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte per vestiging niet meer dan 50 m² mag zijn, of;

2.       ten hoogste twee woningen, of;

3.       ten hoogste één woning en ten hoogste één vestiging met dienstverlenings- of maatschappelijke doeleinden, met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte van deze vestiging niet meer dan 50 m2 mag zijn.

 


Artikel 6 
Horeca

6.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       horecabedrijven, voor zover vallend onder de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende Staat van Horeca-activiteiten;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

b.       open terreinen, tuinen en erven;

c.       bedrijfsgebouwen;

d.       per bestemmingsvlak maximaal één bedrijfswoning, met dien verstande dat ter plaatse van Kloosterlaan 1 geen dienstwoning is toegelaten;

e.       aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;

f.       parkeergelegenheden;

g.       ontsluitingspaden;

h.       beplanting;

i.       nutsvoorzieningen;

j.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

6.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 6.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

a.       hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.       de goothoogte en bouwhoogte van de hoofdgebouwen mogen niet meer bedragen dan aangegeven, met inachtneming van de aangegeven scheidingslijn;

c.       de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 600 m³ bedragen;

d.       hoofdgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 40° en niet meer dan 65° mag bedragen, tenzij een mansarde gebouwd wordt, in welk geval de dakhellingen niet minder dan 20° en niet meer dan 80° mogen bedragen;

e.       de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per perceel mogen, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer bedragen dan 50 m², met dien verstande, dat per perceel niet meer dan 15% van de buiten het bouwvlak gelegen gronden mag worden bebouwd en dat de goothoogte en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 5 m;

f.       de goothoogte en bouwhoogte van aan-, uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen of overkappingen mogen niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden vermeerderd met ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

g.       de dakhelling van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de dakhelling van het bijbehorende hoofdgebouw;

h.       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van erfscheidingen vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw: 1m;

-    van overige erfscheidingen: 2m;

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

 

 


Artikel 7 
Maatschappelijk

7.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       maatschappelijke voorzieningen;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

b.       open terreinen, tuinen en erven;

c.       bedrijfsgebouwen;

d.       bestaande dienstwoningen;

e.       aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;

f.       parkeergelegenheden;

g.       ontsluitingspaden;

h.       beplanting;

i.       nutsvoorzieningen;

j.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

7.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 7.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

a.       hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.       de goothoogte en bouwhoogte van de hoofdgebouwen mogen niet meer bedragen dan aangegeven;

c.       de inhoud van een dienstwoning mag ten hoogste 600 m³ bedragen;

d.       hoofdgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 60° mag bedragen;

e.       de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per perceel mogen, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer bedragen dan 50 m², met dien verstande, dat per perceel niet meer dan 15% van de buiten het bouwvlak gelegen gronden mag worden bebouwd en dat de goothoogte en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 5 m;

f.       de goothoogte en bouwhoogte van aan-, uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen of overkappingen mogen niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden vermeerderd met ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

g.       de dakhelling van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de dakhelling van het bijbehorende hoofdgebouw;

h.       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van erfscheidingen vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw: 1m;

-    van overige erfscheidingen: 2m;

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

 


Artikel 8 
Maatschappelijk - Begraafplaats

8.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Maatschappelijk - Begraafplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       begraafplaatsen;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

b.       open terreinen, tuinen en erven;

c.       bedrijfsgebouwen;

d.       beplanting;

e.       nutsvoorzieningen;

f.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

8.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 8.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

a.       de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 50 m², waarbij de goothoogte en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 4 m;

b.       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van erfscheidingen 2 m;

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

 

 

8.3 Aanlegvergunning

 

a.       Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;

2. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken;

3. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, installaties en apparatuur;

4. het ophogen van gronden en het aanleggen van (geluids-)wallen;

5. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en het slaan van putten.

 

b.       Een aanlegvergunning als bedoeld onder a. mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden van de in lid 8.1 genoemde bestemming, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

c.       Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a. is vereist voor:

-    werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

-    werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;

-    werken en werkzaamheden, die gelet op de in lid 8.1 opgenomen doeleinden, kunnen worden beschouwd als zijnde van ondergeschikte betekenis.


Artikel 9 
Natuur

9.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       bos en bebossing;

b.       behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden;

c.       groenvoorzieningen;

d.       parkeren tot maximaal 36 parkeerplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';

e.       paden en wegen;

f.       water;

g.       tuinen;

h.       nutsvoorzieningen,

met de daarbij behorende:

i.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

9.2 Bouwregels

 

Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 1 m.

 

 

9.3 Specifieke gebruiksregels

 

a.       Het doeleind genoemd onder d. is ondergeschikt aan de doeleinden a. en b. en om die reden slechts toelaatbaar indien geen afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden genoemd onder a. en b.

b.       Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, als bedoeld in artikel 21 lid 21.1 wordt in ieder geval gerekend:

1.  het gebruik van gronden ten behoeve van opslag;

2.  het gebruik van gronden ten behoeve van het storten van afval.

 

 

9.4 Aanlegvergunning

 

a.       Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

1. het vergraven en egaliseren van gronden;

2. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;

3. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken;

4. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, installaties en apparatuur;

5. het ophogen van gronden en het aanleggen van (geluids-)wallen;

6. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en het slaan van putten.

 

b.       Een aanlegvergunning als bedoeld onder a. mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden van de in lid 9.1 genoemde bestemming, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

c.       Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a. is vereist voor:

-    werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

-    werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;

-    werken en werkzaamheden, die gelet op de in lid 9.1 opgenomen doeleinden, kunnen worden beschouwd als zijnde van ondergeschikte betekenis.

 

 

9.5 Wijzigingsbevoegdheid

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a Wro, de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone-wijzigingsgebied' te wijzigen in de bestemming 'Recreatie - Midgetgolf', mits:

-        de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen niet worden aangetast;

-        wordt aangetoond dat de functieverandering geen afbreuk doet aan de aanwezige natuur- en landschapswaarden;

-        de wettelijke bepalingen inzake geluid, lucht, bodem en natuurwetgeving in acht worden genomen.

 

Op de gewijzigde gronden zijn de regels van artikel 10 van toepassing, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing ten behoeve van de bestemming 'Recreatie - Midgetgolf' na wijziging niet meer mag bedragen dan 750 m², waarbij de bestaande bebouwing wordt meegerekend.

 

 


Artikel 10     
Recreatie - Midgetgolf

10.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Recreatie - Midgetgolf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       midgetgolfterreinen;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

b.       open terreinen en erven;

c.       bedrijfsgebouwen;

d.       parkeergelegenheden;

e.       ontsluitingspaden;

f.       beplanting;

g.       nutsvoorzieningen;

h.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

10.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 10.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

a.       de gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing mag niet meer bedragen dan 625 m²;

b.       de goothoogte en bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 en 5 m;

c.       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van erfscheidingen 2 m;

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

 

 

10.3       Ontheffing van de bouwregels

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 10.2 onder a waarbij de totale gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing niet meer mag bedragen dan 750 m², mits:

-        wordt aangetoond dat de extra bebouwing geen afbreuk doet aan de aanwezige natuur- en landschapswaarden;

-        de wettelijke bepalingen inzake geluid, lucht, bodem en natuurwetgeving in acht worden genomen.


Artikel 11     
Tuin

11.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

11.2 Bouwregels

 

a.       Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

b.       Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

          de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten        hoogste bedragen:

-    van erfscheidingen 1 m;

-    van pergola's 2,5 m;

-    van speeltoestellen 3 m;

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde 2 m.

 

 

11.3 Ontheffing van de bouwregels

 

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 11.2 ten behoeve van de bouw van:

a.       een erker, entree- of tochtportaal aan het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat:

-    de diepte niet meer dan 1.50 m bedraagt;

-    de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het hoofdgebouw bedraagt;

-    de erker niet hoger mag zijn dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden vermeerderd met ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw.

b.       luifels, met dien verstande dat de voorgevel met niet meer dan 1 m wordt overschreden;

c.       aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, tot een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning, met dien verstande, dat het bepaalde in artikel 13 lid 13.2 onder IIb en IIc van toepassing is.

 

 


Artikel 12     
Verkeer - Verblijfsgebied

12.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       verkeers- en verblijfsgebied;

b.       groenvoorzieningen, bermen, taluds en sloten;

 

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

c.       verhardingen;

d.       terrassen;

e.       beplanting en waterpartijen;

f.       nutsvoorzieningen;

g.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

In de bestemming zijn verkooppunten voor motorbrandstoffen niet toegestaan.

 

 

12.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de in lid 12.1 genoemde doeleinden, waarvan de bouwhoogte ten hoogste mag bedragen:

-        erfscheidingen 1 m;

-        palen en masten 8,5 m;

-        schermen ten behoeve van terrassen 1,8 m.

Schermen ten behoeve van terrassen mogen niet meer dan 4 m uit de gevel van het bijbehorende hoofdgebouw mogen worden geplaatst.

 

 

 


Artikel 13     
Wonen

13.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       wonen;

b.       aan huis verbonden beroep, waarvan het bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 25% van het bruto vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50 m²;

c.       tuinen en erven;

 

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

d.       woningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘Maximaal aantal wooneenheden’, ten hoogste het daar vermelde aantal wooneenheden mag worden gerealiseerd;

e.       aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;

f.       parkeergelegenheden;

g.       ontsluitingspaden;

h.       beplanting;

i.       nutsvoorzieningen;

j.       bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

 

13.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 13.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

 

I.       Hoofdgebouwen

a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd;

b. de goothoogte en bouwhoogte van de hoofdgebouwen mogen niet meer bedragen dan aangegeven;

c. hoofdgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de dakhelling ten minste 30° en ten hoogste 60° mag bedragen, tenzij een mansarde gebouwd wordt, in welk geval de dakhellingen niet minder dan 20° en niet meer dan 80° mogen bedragen.

 

II        Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning te worden gebouwd;

b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per perceel mag, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, niet meer bedragen dan 50 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het woonhuis en het verlengde daarvan gelegen bouwperceel, verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw;

c. de goothoogte en bouwhoogte van aan-, uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen of overkappingen mogen niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden vermeerderd met ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

d. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;

e. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5 m bedragen;

f. de dakhelling van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de dakhelling van het bijbehorende hoofdgebouw.

 

III.     Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. de bouwhoogte van erfscheidingen mag indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht niet meer bedragen dan 1 m;

b. in overige gevallen mag de bouwhoogte van erfscheidingen niet meer dan 2 m bedragen;

c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van palen en masten 5 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

 

 

13.3 Ontheffing van de bouwregels

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 13.2 sub IIa, en toe te staan dat een aanbouw, uitbouw, bijgebouw of overkapping tot minimaal 1 m achter de voorgevel of het verlengde daarvan wordt gebouwd.

 

 

13.4       Ontheffing van de gebruiksregels

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 13.1 onder b ten behoeve van een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden kleinschalige bedrijfsmatige activiteit met dien verstande dat:

1.       de woonfunctie als overwegende functie op het desbetreffende perceel en/of in de desbetreffende woning niet wordt aangetast;

2.       dit niet leidt tot een onevenredige verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate, waardoor het woonklimaat in onevenredige mate kan worden aangetast;

3.       voor zover de ontheffing betrekking heeft op bijgebouwen, ten minste een grondgebonden berging ten behoeve van de woonfunctie aanwezig is;

4.       de oppervlakte van de gebouwen die gebruikt en/of verbouwd worden voor praktijkruimte, niet meer dan 25% van de totale vloeroppervlakte van de desbetreffende woning bedraagt, met een maximum van 100 m².

 

 


Artikel 14     
Waarde - Archeologie

14.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden.

 

14.2 Bouwregels

 

Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, tenzij:

a.       het bouwen gepaard gaat met bodemingrepen van niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld;

b.       op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

c.       het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders;

d.       gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden opgericht;

e.       het nieuw te bouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder c, niet groter is dan 100 m².

 

 

14.3 Ontheffing van de bouwregels

 

a.       Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 14.2, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Aan de ontheffing kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden:

1.  de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;

2.  de verplichting tot het doen van opgravingen, of:

3.  de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

b.       Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een ontheffing, winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de ontheffing geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

 

 

14.4 Aanlegvergunning

 

a.       Het is verboden zonder, of in afwijking van, een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

1.  het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en andere oppervlakteverhardingen;

2.  het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;

3.  het zoeken naar delfstoffen in de vorm van seismisch onderzoek of exploratieonderzoek;

4.  het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem.

 

b.       De onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft, die:

-   bodemingrepen van niet meer dan 30 cm diep betreffen;

-   betrekking hebben op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er zich geen archeologische waarden (meer) bevinden;

-   bodemingrepen betreffen met een oppervlakte van niet meer dan 100 m²;

-   het normale onderhoud tot doel hebben, met inbegrip van:

-   onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen;

-   de aanleg van nieuwe en de vervanging van bestaande kabels en leidingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;

-   gelet op de elders in deze regels genoemde doeleinden, voor deze gronden van ondergeschikte betekenis zijn;

-   reeds uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

 

c.       Bij de beoordeling van aanlegvergunningen zal vooraf, op basis van een door aanvrager in te dienen archeologisch onderzoek, advies worden ingewonnen bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de aanlegvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

 

d.       De onder a bedoelde vergunning wordt niet verleend indien ten aanzien van het werk of de werkzaamheid sprake is van onevenredige afbreuk aan de waarden en/of de functies welke het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden niet voldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

 

14.5 Wijzigingsbevoegdheid

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a Wro, het bestemmingsplan te wijzigen door de dubbelbestemming Waarde - Archeologie geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien:

a.       uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;

b.       het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

 

 

 

 


Artikel 15     
Waarde - Beeldbepalende Boom

15.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Waarde - Beeldbepalende Boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige beeldbepalende bomen.

 

 

15.2 Bouwregels

 

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

 

 

15.3 Aanlegvergunning

 

a.       Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

1. het snoeien, behoudens normale onderhouds- en beheerwerkzaamheden gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van de boom;

2. het afhakken van wortels van de boom;

3. het aanleggen van verhardingen;

4. het aanleggen van paden en parkeerstroken;

5. het bevestigen van voorwerpen aan of in de boom.

 

b.       Een aanlegvergunning als bedoeld onder a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan overeenkomstig de in lid 15.1 bepaalde doeleinden beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

c.       Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a is vereist voor:

-    werken en werkzaamheden, binnen het kader van het op de bestemming gerichte normale onderhoud, gebruik en beheer;

-    werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.


Artikel 16     
Waarde - Beschermd Dorpsgezicht

16.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Waarde - Beschermd Dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en herstel van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen.

 

 

16.2 Bouwregels

 

In aanvulling op het bepaalde bij de andere op de kaart aangewezen bestemmingen, geldt voor het bouwen van gebouwen en andere bouwwerken de regel dat de bestaande nokrichting en kapvorm in stand moeten worden gelaten.

 

 

16.3 Aanlegvergunning

 

a.       Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

1. het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen;

2. het aanleggen, verbreden, verleggen, verharden van wegen en paden;

3. het aanbrengen of wijzigen van oppervlakteverhardingen;

4. het wijzigen van de inrichting van wegen en paden.

 

b.       Een aanlegvergunning als bedoeld onder a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan overeenkomstig de in lid 16.1 bepaalde doeleinden beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

c.       Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a is vereist voor:

-    werken en werkzaamheden, binnen het kader van het op de bestemming gerichte normale onderhoud, gebruik en beheer;

-    werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

 


Artikel 17     
Waarde - Landgoed/buitenplaats

17.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor 'Waarde - Landgoed/buitenplaats' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

a.       het behoud, het herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden;

b.       tuinen en erven;

c.       water en groenvoorzieningen;

d.       nutsvoorzieningen;

e.       wegen, paden en parkeergelegenheden;

f.       bouwwerken ten behoeve van het gebruik, beheer en onderhoud van het landgoed, alsmede ten behoeve van de beveiliging van landgoed Drakensteyn, inclusief bestaande dienstwoningen.

 

 

17.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen, naast bebouwing die is toegestaan op grond van het bepaalde in de andere voor die gronden geldende bestemmingsregels, uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in

lid 17.1 genoemde doeleinden onder de volgende voorwaarden:

a.       uitsluitend op landgoed Drakensteyn mogen bijgebouwen worden gebouwd met een goothoogte en een bouwhoogte van niet meer dan respectievelijk 3 m en 6 m en tot een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 1.300 m²;

b.       voor het overige mogen bijgebouwen worden gebouwd, met een goothoogte en een bouwhoogte van niet meer dan respectievelijk 3 m en 5 m en tot een gezamenlijke oppervlakte per bestemmingsvlak van maximaal 150 m²;

c.       de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-    van erfscheidingen 3 m, met dien verstande dat op het landgoed Drakensteyn een bouwhoogte van 3,3 m is toegelaten;

-    van palen en masten 5 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘nutsvoorziening’ een mast is toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 31 m;

-    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

 

 


17.3 Nadere eisen

 

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuur- en landschapswaarden van de gronden.

 

 

17.4 Aanlegvergunning

 

a.       Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

1. het vergraven en egaliseren van gronden;

2. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden;

3. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;

4. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken;

5. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

6. het ophogen van gronden en het aanleggen van (geluids-)wallen;

7. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en het slaan van putten;

8. het scheuren van grasland.

 

b.       Een aanlegvergunning als bedoeld onder a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan overeenkomstig de in lid 17.1 bepaalde doeleinden beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

c.       Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a is vereist voor:

-    werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

-    werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;

-    werken en werkzaamheden, die gelet op de in lid 17.1 opgenomen doeleinden, kunnen worden beschouwd als zijnde van ondergeschikte betekenis.

 

 

Artikel 18     
Waterstaat - Grondwaterbeschermingsgebied

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Grondwaterbeschermingsgebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterwinning en de bescherming van de kwaliteit van het grondwater.

 

 

18.2 Bouwregels

 

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de andere, expliciet aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd.

 

 

18.3 Aanlegvergunning

 

a.       Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, buiten het aangegeven bouwvlak en buiten de voor 'Wonen' en 'Tuin' bestemde gronden;

2. het bewerken van en graven, boren of roeren in de bodem dieper dan 0,5 m;

3. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen en kolken;

4. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en het slaan van putten.

 

b.       Een aanlegvergunning als bedoeld onder a. mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan overeenkomstig de in lid 18.1 bepaalde doeleinden beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

 

 

c.       Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a. is vereist voor:

-    werken en werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer;

-    werken en werkzaamheden welke op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;

-    werken en werkzaamheden, die gelet op de in lid 18.1 opgenomen doeleinden, kunnen worden beschouwd als zijnde van ondergeschikte betekenis.

 

 



Artikel 19     
Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

 


Artikel 20     
Algemene bouwregels

Onderkeldering is uitsluitend toegestaan in één bouwlaag en binnen de aangegeven bouwvlakken, voor zover gelegen onder de bebouwing van het hoofdgebouw, met dien verstande, dat bestaande onderkeldering die niet onder de bebouwing van het hoofdgebouw is gelegen, eveneens is toegestaan.

 

 


Artikel 21     
Algemene gebruiksregels

21.1   Als een verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in elk geval beschouwd:

a.  het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting;

b.  het gebruik van een vrijstaand bijgebouw ten behoeve van zelfstandige bewoning.

 

21.2   Onder een gebruik, strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning, of ontheffing is verleend.

 

 

 


Artikel 22     
Algemene ontheffingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van de regels van dit plan, indien het betreft:

a.       de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;

b.       de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;

c.       de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m;

d.       de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat deze bouwhoogte ten behoeve van lichtmasten wordt vergroot tot niet meer dan 10 m;

e.       de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat deze bouwhoogte ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m, met dien verstande, dat het aantal zend-, ontvang- en/of sirenemasten in het plangebied niet meer mag bedragen dan twee.

f.       de bestemmingsregels en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door:

1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;

2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;

3. ingangspartijen;

4. het oprichten van antennemasten, die onderdeel uitmaken van een gebouw, mits de voor dat gebouw toegestane bouwhoogte met niet meer dan 6 m wordt overschreden.

g.       het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen.

h.       het oprichten van bouwwerken voor doeleinden van algemeen nut met een oppervlakte, voor zover het een gebouw betreft, van niet meer dan 25 m² en een goothoogte van niet meer dan 3 m, in verband waarmee bij het oprichten van bedoelde bouwwerken langs een weg, de wegbeheerder gehoord wordt.

 



Artikel 23     
Overgangsrecht

23.1 Overgangsrecht bouwwerken

 

a.       Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b.       Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

c.       Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

 

23.2 Overgangsrecht gebruik

 

a.       Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b.       Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

c.       Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d.       Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

 

23.3 Hardheidsclausule

 

Voor zover toepassing van het bepaalde in de leden 23.1 en/of 23.2 leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens één of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.

 

 


Artikel 24     
Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Lage Vuursche 2008'.

 

 

Aldus vastgesteld door de Raad in de vergadering van ……………

 

 

De Voorzitter,

 

 

 

 

 

 

De Griffier,

 

 

 

 


Bijlagen

 

 

 

 

 

 

 

 


Bijlage I: Aan huis verbonden beroepen, lijst 1

 

1.       accountant-administratieconsulent;

2.       acupuncturist;

3.       administratiekantoor;

4.       advocaat;

5.       alternatieve genezer;

6.       architect;

7.       belastingconsulent;

8.       deurwaarder;

9.       dierenarts (kleine huisdieren);

10.     fysiotherapeut/masseur;

11.     gerechtsdeurwaarder;

12.     huidtherapeut;

13.     huisarts;

14.     juridisch adviseur;

15.     logopedist;

16.     medisch specialist;

17.     notaris;

18.     oefentherapeut Cesar/Mensendieck;

19.     oppas aan huis of gastouder;

20.     orthopedagoog;

21.     psycholoog;

22.     registeraccountant;

23.     tandarts;

24.     tandarts-specialist;

25.     verloskundige.


Bijlage II: Aan huis verbonden kleinschalige

bedrijfsmatige activiteiten, lijst 2

 

1.       Kledingmakerij:

(maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf;

woningstoffeerderij;

meubelstoffeerderij.

 

2.       Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf.

 

3.       Reparatiebedrijfjes, waaronder:

schoen-/lederwarenreparatiebedrijf;

uurwerkreparatiebedrijf;

goud- en zilverwerkreparatiebedrijf;

reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen;

reparatie van muziekinstrumenten;

In ieder geval zijn autoreparatiebedrijven uitgezonderd.

 

4.       Advies- en ontwerpbureaus:

reclame ontwerp;

grafisch ontwerp;

organisatieadviseur.

 

5.       (Zakelijke) dienstverlening;

makelaarskantoor (onroerend goed).

 

6.       Overige dienstverlening, waaronder:

kappersbedrijf;

schoonheidssalon;

pedicure;

hondentrimmer.

 

7.       Onderwijs:

autorijschool;

onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium.

 

8.       Ambachtelijke bedrijfjes / kunstenaars, waaronder:

glasblazer;

glas-in-loodbedrijfje;

goud- en zilversmid;

hoedenmaker;

klompenmaker;

lijstenmaker;

meubelmaker;

muziekinstrumentenmaker;

pottenbakker;

zadelmaker;

beeldhouwer;

schilder.
Bijlage III: Staat van Bedrijfsactiviteiten

 

SBI-CODE

 

OMSCHRIJVING

AFSTANDEN IN METERS

-

nummer

 

geur

stof

geluid

gevaar

grootste

 afstand

categorie

15

-

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

 

 

 

 

 

 

1581

0

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

 

 

 

 

 

 

1581

1

- v.c. < 2500 kg meel/week

30

10

30

10

30

2

1592

0

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

 

 

 

 

 

 

1593 t/m 1595

 

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

10

0

30

0

30

2

18

-

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

 

 

 

 

 

182

 

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10

10

30

10

30

2

20

-

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

 

 

 

 

 

 

2010.2

0

Houtconserveringsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

205

 

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

10

10

30

0

30

2

22

-

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

 

 

 

 

 

221

 

Uitgeverijen (kantoren)

0

0

10

0

10

1

2222.6

 

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

10

0

30

0

30

2

2223

A

Grafische afwerking

0

0

10

0

10

1

2223

B

Binderijen

30

0

30

0

30

2

2224

 

Grafische reproduktie en zetten

30

0

10

10

30

2

2225

 

Overige grafische aktiviteiten

30

0

30

10

30

2

223

 

Reproduktiebedrijven opgenomen media

0

0

10

0

10

1

24

-

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

2442

0

Farmaceutische produktenfabrieken:

 

 

 

 

 

 

2442

2

- verbandmiddelenfabrieken

10

10

30

10

30

2

26

-

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

 

 

 

 

 

 

262, 263

0

Aardewerkfabrieken:

 

 

 

 

 

 

262, 263

1

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

10

10

30

10

30

2

30

-

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

 

 

 

 

 

30

A

Kantoormachines- en computerfabrieken

30

10

30

10

30

2

31

-

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

 

 

 

 

 

 

316

 

Elektrotechnische industrie n.e.g.

30

10

30

10

30

2

33

-

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

 

 

 

 

 

33

A

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

30

0

30

0

30

2

36

-

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

 

 

 

 

 

361

2

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

0

10

10

0

10

1

362

 

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

10

30

2

363

 

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

10

30

2

45

-

BOUWNIJVERHEID

 

 

 

 

 

 

45

3

- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m2

0

10

30

10

30

2

50

-

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

 

 

 

 

 

 

501, 502, 504

 

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

10

0

30

10

30

2

5020.4

B

Autobeklederijen

0

0

10

10

10

1

5020.5

 

Autowasserijen

10

0

30

0

30

2

503, 504

 

Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

0

0

30

10

30

2

505

0

Benzineservisestations:

 

 

 

 

 

 

505

3

- zonder LPG

30

0

30

10

30

2

51

-

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

 

 

 

 

 

511

 

Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

5122

 

Grth in bloemen en planten

10

10

30

0

30

2

5134

 

Grth in dranken

0

0

30

0

30

2

5135

 

Grth in tabaksprodukten

10

0

30

0

30

2

5136

 

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

10

10

30

0

30

2

5137

 

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

30

10

30

0

30

2

5138, 5139

 

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

10

30

2

514

 

Grth in overige consumentenartikelen

10

10

30

10

30

2

5156

 

Grth in overige intermediaire goederen

10

10

30

10

30

2

5162

0

Grth in machines en apparaten:

 

 

 

 

 

 

517

 

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

0

0

30

0

30

2

52

-

REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN

 

 

 

 

 

 

527

 

Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

0

0

10

10

10

1

60

-

VERVOER OVER LAND

 

 

 

 

 

 

6022

 

Taxibedrijven

0

0

30

0

30

2

64

-

POST EN TELECOMMUNICATIE

 

 

 

 

 

 

641

 

Post- en koeriersdiensten

0

0

30

0

30

2

642

A

Telecommunicatiebedrijven

0

0

10

0

10

1

71

-

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

 

 

 

 

 

 

711

 

Personenautoverhuurbedrijven

10

0

30

10

30

2

714

 

Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

10

10

30

10

30

2

72

-

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

 

 

 

 

 

 

72

A

Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

0

0

10

0

10

1

73

-

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

 

 

 

 

 

 

731

 

Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

30

10

30

30

30

2

732

 

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

0

0

10

0

10

1

74

-

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

 

 

 

 

 

 

74

A

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

0

0

10

0

10

1

7481.3

 

Foto- en filmontwikkelcentrales

10

0

30

10

30

2

7484.4

 

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

0

0

10

0

10

1

90

-

MILIEUDIENSTVERLENING

 

 

 

 

 

 

9002.2

A0

Afvalverwerkingsbedrijven:

 

 

 

 

 

 

9002.2

A7

- verwerking fotochemisch en galvano-afval

10

10

30

30

30

2

93

-

OVERIGE DIENSTVERLENING

 

 

 

 

 

 

9301.2

 

Chemische wasserijen en ververijen

30

0

30

30

30

2

9301.3

A

Wasverzendinrichtingen

0

0

30

0

30

2

 

 


Bijlage IV: Staat van Horeca-activiteiten

 

Categorie 1

Hoofdzakelijk: bereiding etenswaren voor consumptie te plaatse

-          Restaurant zonder bezorg- en/of afhaalservice;

-          Bistro;

-          Crêperie;

-          Lunchroom;

-          Koffie-/theehuis, koffiebar, tearoom;

-          IJssalon;

-          Broodjeszaak;

-          Croissanterie;

-          Hotel.

 

Categorie 2

Hoofdzakelijk: bereiding ven etenswaren al dan niet voor consumptie ter plaatse

-          Restaurant met bezorg- en/of afhaalservice;

-          Cafetaria;

-          Snack bar;

-          Grillroom;

-          Shoarma;

-          Fast-food-restaurant;

-          Automatiek;

-          Snelbuffet

-          Traiteur.

 

Categorie 3

Hoofdzakelijk: verstrekken van dranken

-          Café;

-          Bar;

-          Bierhuis;

-          Biljartcentrum;

-          Proeflokaal;

-          Zaalverhuur.

 

Categorie 4

Hoofdzakelijk: het ten gehore brengen van muziek en gelegenheid geven tot dansen

-          Discotheek;

-          Bar-dancing;

-          Partycentrum;

-          Nachtclub.


Bijlage V:  Lijst kleinschalige nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven

 

Thema

Activiteit

Maximale omvang bebouwd oppervlak en overige parameters

(m2, aantal, zonering e.d.) 1

Landbouwverwante /agrarische functies

Agrarische hulpbedrijven

-          Landbouwmechanisatie

-          Loonbedrijf

300 m²

niet in bos- en overgangsgebied

 

Toeleverende bedrijven

-          Spermabank

-          fouragehandel

-          zaaizaad en pootgoed

-          hoefsmederij

 

300 m²

niet in bos- en overgangsgebied

Bedrijven gebonden aan het landelijk gebied

 

-          hoveniersbedrijven

-          boomverzorgingsbedrijven

-          Landbouw & zorg (dagopvang)

 

300 m²

Agrotoerisme/Recreatie

Verblijven:

-          Vakantiewoning/bungalow

-          Appartementen

-          Bed & breakfast     

 

300 m²

max. 6 eenheden

idem

 

Dagrecreatie:

-          horeca

-          terras/theetuin

-          ijsjesverkoop

-          bezoekerscentrum

-          paardenpension

-          verhuur van fietsen

-          verhuur van kano’s

-          manege

-          ijsmakerij

 

300 m²

 

Overige dienstverlening

 

-          kapper

-          zorg met woonvoorziening

-          cursuscentrum

-          adviesbureau

-          kunsthandel

-          museum

-          dierenasiel

-          verkoop aan huis (zuivelproducten e.d.)

300 m²;

Dierenasiel niet in bos- en overgangsgebied

Overige dienstverlening

 

-          dierenarts

-          atelier

-          (para)medische praktijk

-          privé-kliniek

-          kuuroord

-          dierenkliniek

-          groepspraktijk

-          kinderopvang

-          vergaderaccommodatie

 

300 m²

 

Ambachtelijke landbouwproductverwer­kende bedrijven

-          zuivelverwerking + verkoop

-          slachterij

300 m²

Overige bedrijven

-          rietdekkersbedrijf

-          bouwbedrijf

-          pallethandel

-          riet- en vlechtwerk

-          assemblage (fietsen, speelgoed, kleding)

 

300 m2

Alle qua aard en hinder vergelijkbare activiteiten

 

 

300 m2

Bron: SVGV/Programmabureau Gelderse Vallei/Utrecht-Oost, mei 2004

 

Noot:

Bij stapeling van meerdere activiteiten kan niet op voorhand worden uitgegaan van het optellen van de verschillende oppervlaktes. De maximaal toelaatbare hoeveelheid m2 moet voor elke afzonderlijke situatie bepaald worden, waarbij het kleinschalige karakter behouden blijft (maatwerk).

NB Alleen activiteiten die stankgevoelig zijn, zijn opgenomen (minicampings bijvoorbeeld zijn niet opgenomen, zie artikel 1.3 van de Wet Stankemissie Veehouderijen).

Uit de oorspronkelijke lijst zijn enkele bedrijfstypen geschrapt en enkele andere toegevoegd.


Bijlage VI: Kaart archeologische waarden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Colofon

 

Opdrachtgever

Gemeente Baarn

 

Contactpersoon

Mevrouw S.Y. Tijdink-Melgers

 

 

Bestemmingsplan

BügelHajema Adviseurs

 

Projectleiding

De heer ing. H.J.M. van Arendonk

BügelHajema Adviseurs

 

Supervisie

BügelHajema Adviseurs

 

Projectnummer

019.00.02.51.00

 

 

 

BügelHajema Adviseurs bv

Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP

Utrechtseweg 7

Postbus 2153

3800 CD Amersfoort

T 033 465 65 45

F 033 461 14 11

E amersfoort@bugelhajema.nl

W www.bugelhajema.nl

 

Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort