direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Parapluherziening Cultuurhistorie-Cultuurlandschap
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0203.1740-0001

Toelichting

Hoofdstuk 1 INLEIDING

Per 1 januari 2012 is het wettelijk verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 5). Toenmalig staatssecretaris Zijlstra berichtte in een brief van 27 mei 2011 aan de Eerste Kamer dat ‘rekening houden met’ niet mogelijk was zonder deugdelijk onderzoek vooraf.

In 2013 heeft de gemeente Barneveld – in lijn met andere gemeenten in onze regio - daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. Dat leidde tot de volgende basiskaarten:

  • Archeologie
  • Cultuurlandschap
  • Historische stedebouw

In 2018 zijn deze kaarten geactualiseerd. Met de nieuwe cultuurlandschappelijke waardenkaart en de onderliggende analyse zijn deze waardevolle gebieden meer in detail onderzocht en aangepast. Zo kunnen op een meer gerichte manier de waardevolle gebieden worden beschermd.

Om de nieuwe cultuurlandschappelijke waardenkaart die in 2018 werd vastgesteld een plek in de bestemmingsplannen te geven is voorliggende parapluherziening opgesteld.

Leeswijzer

Voorliggende parapluherziening bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze parapluherziening.

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE

2.1 Begrenzing plangebied

De cultuurlandschappelijke waardenkaart richt zich op het gehele grondgebied van de gemeente Barneveld. Deze parapluherziening heeft betrekking op 39 bestemmingsplannen waar de nieuwe cultuurlandschappelijke waardenkaart in moet worden vertaald. De betreffende bestemmingsplannen staan in de volgende paragraaf opgesomd. De plangebieden van al deze plannen samen vormen het plangebied van de onderhavige parapluherziening.

2.2 Geldende bestemmingsplannen

De in onderstaande tabel weergegeven geldende bestemmingsplannen worden met de onderhavige parapluherziening gedeeltelijk herzien. Partiële herzieningen en wijzigingsplannen zijn hierin niet meegenomen.

Bestemmingsplan   vastgesteld   nr.  
Aarderweg I   25-10-2011   1129  
Apeldoornsestraat-Stoutenburgerweg   01-02-2017   1340  
Barneveld-Centrum   22-01-2013   1012  
Barneveld-Noordwest   01-02-2017   1310  
Baron van Nagellstraat VIII   11-11-2015   1271  
Binnenveld I   17-09-2013   1205  
Buitengebied 2012   28-05-2013   1056  
Dijkerweg IV   10-03-2022   1646  
Drieënhuizerweg-Heetkamperweg   28-01-2015   1264  
Esvelderbeekzone   26-02-2013   1173  
Esvelderbeekzone I   04-03-2015   1242  
Garderbroekerweg XVIII   11-11-2015   1315  
Garderen   12-11-2013   1013  
Grenscorrecties   27-05-2020   1462  
Grote Fliertweg I   23-10-2012   1174  
Hazendonkweg-Heetweg (fietspad N310)   16-12-2014   1229  
Heetkamperweg II   24-06-2021   1600  
Hooiweg I   08-11-2017   1398  
Koningsweg V   20-11-2012   1177  
Koningsweg VI   04-07-2018   1430  
Kootwijkerbroek-Stroe   21-04-2021   1494  
Kootwijkerbroek-Stroe-Kootwijk   27-03-2012   1010  
Lage Boeschoterweg I   14-12-2010   1031  
Landgoed Westerveld   20-12-2011   1057  
Leemweg I   22-01-2013   1075  
Molweg I   09-07-2013   1201  
Nieuw Milligenseweg I   18-03-2021   1584  
Noordelijke Rondweg Voorthuizen   09-07-2013   1054  
Noordersingel I   06-07-2016   1336  
Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat   06-10-2021   1531  
Overhorsterweg I   14-12-2016   1331  
Stationsweg XI   13-05-2015   1263  
Stationsweg-Van Wijnbergenlaan   30-05-2018   1444  
Veluweweg-Essenerweg   10-06-2015   1297  
Voorthuizen-Oost   28-09-2010   1005  
Wielweg I   28-06-2011   1121  
Wolweg I   28-09-2016   1330  
Wolweg III   06-10-2021   1523  
Zwartebroek-Terschuur-De Glind   03-07-2012   1011  

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING

Onderhavig plan zorgt voor de juridisch-planologische borging van de in 2018 vastgestelde cultuurlandschappelijke waardenkaart.

In het huidige planologische regime worden cultuurlandschappelijke waarden in het buitengebied beschermd door middel van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beplanting en verkaveling' en 'Waarde - Openheid en reliëf'. Onderhavig plan ziet op het doorvertalen van de in 2018 geactualiseerde waarderingen/waarden naar geldende bestemmingsplannen door het herzien van deze dubbelbestemmingen.

Zeer hoog gewaardeerde landschappen en daaraan grenzende hoog gewaardeerde landschappen krijgen een nieuwe dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurlandschap'. Zie ook § 5.1. Met de dubbelbestemming geldt een vergunningplicht voor het mogen uitvoeren van werken, zoals bijvoorbeeld graven, ophogen, kappen of aanplanten van bomen. Daarnaast mogen op de gronden met de dubbelbestemming geen bouwwerken worden gebouwd voor zover deze naar het oordeel van het bevoegd gezag een negatief effect op de aanwezige cultuurlandschappelijke waarden hebben.

Het is de bedoeling dat de cultuurlandschappelijke waarden worden gehandhaafd danwel worden versterkt. De planologische bescherming van de waarden geldt zowel voor ontwikkelingen die binnen het bestemmingsplan mogelijk zijn als voor afwijkingen op het bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0203.1740-0001_0001.png"

Foto: afwisseling van bos en open gebied ten oosten van Voorthuizen, voetpad van Apeldoornsestraat naar Harremaatweg (bron: Studie historische landschappen gemeente Barneveld, 12 maart 2015)

Met de nieuwe cultuurlandschappelijke waardenkaart en de onderliggende analyse zijn de waardevolle gebieden meer in detail onderzocht en aangepast. Zo raken de gebieden met een hoge waardering ook de kernranden. Bijvoorbeeld bij Barneveld, Voorthuizen en Garderen.

Er zijn twee recente uitbreidingsplannen in deze parapluherziening buiten beschouwing gelaten die in de nieuwe cultuurlandschappelijke waardenkaart wel zijn gelegen in een landschap met een zeer hoge / hoge waardering. Het gaat om (een deel van) het in 2018 gerealiseerde nieuwbouwproject Dwarsakker in Zwartebroek en de nog te realiseren uitbreiding van begraafplaats Diepenbosch in Voorthuizen. Voor de laatstgenoemde is recent een nieuw bestemmingsplan vastgesteld (Rubensstraat II). Bij de planvorming is voldoende rekening gehouden met een goede inpassing in het cultuurlandschap. Het nu opnemen van een nieuwe dubbelbestemming op deze locaties is dan ook niet nodig.

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2 Rijk

4.2.1 Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten:

  • 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
  • 2. duurzaam economisch groeipotentieel;
  • 3. sterke en gezonde steden en regio's;
  • 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Doorwerking

De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

4.2.2 Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst.

In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking

Het Nationaal Waterplan is niet relevant voor de onderhavige parapluherziening.

4.2.3 Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten.

Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd.

De Chw omvat twee categorieën maatregelen:

  • tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden;
  • wijzigingen van bijzondere wetten.

In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is:

  • zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie;
  • gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in:
  • 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden;
  • 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen;
  • 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen.

Doorwerking

In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want er is geen sprake van een project als bedoeld in Bijlage 1 van de Chw.

4.3 Provincie

4.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1 Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer.

Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan:

  • energietransitie
  • klimaatadaptatie
  • circulaire economie
  • biodiversiteit
  • bereikbaarheid
  • economisch vestigingsklimaat
  • woon- en leefklimaat

Natuur en landschap

De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het beleid richt zich onder meer op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregime met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt.

4.3.1.2 Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken.

De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening.

In de Omgevingsverordening zijn waardevolle landschappen aangewezen op Kaart 7 (Regels Landschap). Het gaat om 'Nationaal landschap maar buiten het Gelders natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone'. Met name bij de kern Garderen overlappen de gronden aangewezen als 'Nationaal landschap' met de door de gemeente aangewezen hoog gewaardeerde landschappen.

De provincie verstaat onder 'Nationaal landschap' een gebied met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Op deze gronden mogen geen bestemmingen worden toegestaan die de kernkwaliteiten aantasten. Het bepaalde in artikel 2.56 van de instructieregels is van toepassing.

Doorwerking

In de onderhavige parapluherziening worden de bestaande cultuurlandschappelijke waarden met de nieuwe dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurlandschap' beschermd. Het plan is daarom in overeenstemming met de verordening. De provinciale bescherming van landschap en erfgoed zijn – bij ontwikkelingen niet passend in het bestemmingsplan – gewoon van toepassing.

4.4 Waterschap

4.4.1 Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes:

  • 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening.
  • 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water.
  • 3. Partnerschap als watermerk.

Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond.

Doorwerking
De BOVI 2050 vormt geen belemmering voor dit plan.

4.4.2 Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven.

- Waterveiligheid
Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen.

- Watersysteem
Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen.

- Wonen en zuiveren
Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

- Circulaire economie
Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving.

- Energietransitie
Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.

Doorwerking

Het BOP vormt geen belemmering voor dit plan.

4.5 Regio

De bestaande beleidsdocumenten voor het landschapsbeleid blijven uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. De cultuurlandschappelijke inventarisatie en waardering is een vast onderdeel in het werkproces van de ambtelijke organisatie van de gemeente Barneveld.

4.5.1 Landschapsontwikkelingsplan

In regionaal verband is in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld, namelijk het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling door particulieren, instanties en de gemeente. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en de groenblauwe structuur voorop. Het LOP dient er voor om bouwstenen te bieden voor ontwikkelingen in het buitengebied en deze actief te geleiden. Het LOP vormt de basis voor een actief landschapsbeleid. Enkele onderdelen van de visie zijn per landschapstype nader uitgewerkt:

  • de erfinrichting en kleine landschapselementen;
  • de spelregels voor nieuwe landgoederen;
  • de inrichting van de beken;
  • het soortenbeleid.

4.5.2 Beeldkwaliteitsplan functieverandering

De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke).

4.6 Gemeente

4.6.1 Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De Structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied.

De gemeente Barneveld heeft in juni 2016 de Strategische Visie vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn.

Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu. Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren.

Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie.

Doorwerking

In de structuurvisie wordt geen specifieke aandacht geschonken aan cultuurlandschappelijke waarden. De parapluherziening is niet in strijd met deze structuurvisie.

4.6.2 Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden.

Doorwerking

In de structuurvisie wordt geen specifieke aandacht geschonken aan cultuurlandschappelijke waarden. De parapluherziening is niet in strijd met deze structuurvisie.

 

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN

Voor deze parapluherziening is enkel cultuurhistorie relevant.

5.1 Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom in 2013 een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. In 2017 werd dit proces afgerond.

De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten:

  • Archeologische waarden- en verwachtingenkaart;
  • Cultuurlandschappelijke waardenkaart;
  • Historische stedenbouwkundige waardenkaarten.

Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.

5.1.1 Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeente Barneveld beschikt over een arsenaal prachtige landschappen. In 2015 is een studie uitgevoerd naar de historische landschappen binnen de gemeente, zie bijlage 1. De in de bijlagen opgenomen toelichting geven samen met de landschapshistorische kaarten inzicht in de verschillende historische landschappen die zijn ontstaan, hun ontstaanswijze, hun landschappelijke kenmerken en de waarde die we aan deze landschappen toe kunnen kennen. Elk type landschap heeft zijn eigen geschiedenis en daarmee zijn eigen bijzondere historische kenmerken.

Het buitengebied van de gemeente Barneveld is verdeeld in ruim 600 vlakken. Elk vlak is toegedeeld naar een historisch landschapstype. Daarnaast heeft elk vlak een waardering gekregen op de schaal 1-10, die is vereenvoudigd naar een schaal 1-5. Betekenis van de waarden op schaal 1-5:

1 Basiswaarde (waarde 2, 3, 4, 5 uit 1-10 schaal)

Het landschap is sterk veranderd ten opzichte van 1850 of 1930. Historisch karakter moeilijk herkenbaar.

2 Middenwaarde (waarde 6 uit 1-10 schaal)

Historisch landschap nog te herkennen, enige mate van historische zeggingskracht.

3 Middenwaarde+ (waarde 7 uit 1-10 schaal)

Historisch landschap redelijk herkenbaar, zekere mate van historische zeggingskracht.

4 Hoge waarde (waarde 8 uit 1-10 schaal)

Landschap lijkt sterk op situatie in 1850 en heeft veel zeggingskracht.

5 Zeer hoge waarde (waarde 9, 10 uit 1-10 schaal)

Landschap lijkt sterk op situatie in 1850 en heeft bijzonder grote zeggingskracht. Ook op nationale

schaal is sprake van een bijzonder en zeldzaam landschap.

Bovenstaande heeft geleid tot een waarderingskaart met een overzicht van de cultuurlandschappelijke waarden die op basis van specifieke criteria aan alle gebieden toegekend kan worden, zie bijlage 2.

De 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' is op 25 april 2018 door de raad vastgesteld en wordt gebruikt als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen.

De cultuurlandschappelijke waardenkaart wordt in de onderhavige parapluherziening geïmplementeerd. Zeer hoog gewaardeerde landschappen (waarde 5) krijgen een dubbelbestemming in het bestemmingsplan; hoog gewaardeerde landschappen (waarde 4) krijgen een dubbelbestemming in het bestemmingsplan, mits ze aan zeer hoog gewaardeerde landschappen grenzen. Deze planologische bescherming van cultuurlandschappelijke waarden geldt zowel voor ontwikkelingen die binnen het bestemmingsplan mogelijk zijn als voor afwijkingen op het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN

6.1 Inleiding

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan.

Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod.

Bevoegdheid
Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.

6.2 Inleidende regels

Begrippen
In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.

6.3 Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 van deze parapluherziening zijn de bestemmingsregels opgenomen.

Reikwijdte

Het voorliggende bestemmingsplan is een paraplubestemmingsplan. Dit betekent dat dit plan over de geldende bestemmingsplannen heen komt te hangen en met dit plan één bepaald onderdeel in deze plannen wordt vervangen of aangevuld, in dit geval cultuurlandschappelijke waarden. Voor het overige blijven alle bepalingen uit de geldende bestemmingsplannen ongewijzigd van kracht.

Het plan bepaalt dat de regels ten aanzien van 'Waarde - Beplanting en verkaveling' en 'Waarde - Openheid en reliëf' die zijn opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen vervallen en zo nodig worden vervangen door de regels behorende bij de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurlandschap' die zijn opgenomen in het parapluplan. Bij het paraplubestemmingsplan geldt de cultuurlandschappelijke waardenkaart als het ware als verbeelding.

6.4 Algemene regels

Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.

6.4.1 Algemene aanduidingsregels

Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.

6.5 Overgangs- en slotregels

In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.

6.6 Handhaving

De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn:

  • De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving.
  • Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren.
  • Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving.

Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.

In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei.

Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol.

Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door:

  • De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels.
  • Het beleid voor afwijkingen.

In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden.

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

De kosten voor het opstellen van het plan worden gedragen door de gemeente Barneveld.

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het onderhavige parapluplan niet de bouw van een hoofdgebouw (of een ander bouwplan zoals dat in artikel 6.2.1 Bro is opgenomen) mogelijk maakt, is dit niet aan de orde.

De enige kosten die uit dit plan kunnen voortvloeien, zijn planschadekosten. Deze zijn op voorhand niet uit te sluiten. Door de gekozen uitgangspunten worden de financiële consequenties in de vorm van planschade echter zo veel mogelijk beperkt.

Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd.

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 30 maart 2023 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende parapluherziening voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart.

8.1 Participatie

Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld.

Het beleid onderscheidt drie sporen:

  • 1. Participatie bij ruimtelijke initiatieven;
  • 2. Participatie bij initiatieven van de overheid;
  • 3. Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap.

Het beleid is in werking getreden op 1 januari 2023, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder:

  • 1. Meeweten | informeren
  • 2. Meedenken | raadplegen
  • 3. Meewerken | adviseren
  • 4. Meebepalen | co-creatie

In dit geval is spoor 2 van het beleid relevant en trede 2 van de participatieladder. Deze parapluherziening betreft een implementatie van al vastgesteld gemeentelijk beleid. Op het ontwerpbestemmingsplan kan een ieder reageren.

8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Deze parapluherziening betreft een implementatie van gemeentelijk beleid. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk en de provincie Gelderland.

Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden.

Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.

8.3 Inspraak

De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken.

Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.

In onderhavig plan levert inspraak geen bijdrage. De voorliggende parapluherziening is een beleidsneutrale opgave. Er wordt daarom geen inspraak gevoerd.

8.4 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 17 november tot en met 28 december 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen.

pm