Toelichting
Toelichting, Bijlagen
Planregels
Planregels, Bijlagen
 
Plancode (idn) : NL.IMRO.0166.00991040-VB01
Status : Vastgesteld
Status Datum : 12-07-2012
naar de inhoudsoopgave van de planregels
naar de bovenkant van deze pagina
naar de onderkant van deze pagina

Artikel 16 Maatschappelijk

 

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. maatschappelijke voorzieningen;

  2. wonen, ter plaatse van de aanduiding 'wonen';

  3. parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage';

  4. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn bouwwerken tevens aangewezen voor behoud, bescherming en/of herstel van de cultuurhistorische waarden van de bouwwerken,

met daarbij behorende bouwwerken, erven, terreinen, paden, parkeer- en groenvoorzieningen.

16.2 Bouwregels

 

16.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden;

  2. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient de onderdoorgang gehandhaafd te blijven;

  3. ter plaatse van de aanduiding karakteristiek' geldt dat het gevelbeeld naar de openbare ruimte van de karakteristiek te achten gebouwen, bepaald door de gevelbreedte, gevelindeling, goot- en bouwhoogte, dakhelling en nokrichting zoals die bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, gehandhaafd dient te worden, met dien verstande dat een afwijking van de goot- en of bouwhoogte van niet meer dan 5% is toegestaan waarbij de dakhelling dienovereenkomstig mag worden aangepast;

  4. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte, dan wel de aangegeven bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte';

  5. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' gelden de volgende regels:

    1. ondergrondse parkeervoorzieningen en bergingen mogen niet meer dan 1,5 m boven maaiveld worden gerealiseerd, dan wel de maatvoering van de bestaande bebouwing;

    2. de diepte mag niet meer bedragen dan 5 m;

  6. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen gebouwen van ondergeschikte aard, zoals ten dienste van een fietsenberging en dergelijke, buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 met in achtneming van de volgende regels:

    1. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het buiten het bouwvlak gelegen bouwperceel;

    2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m, dan wel de bouwhoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw vermeerderd met 30 cm.

16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regel:

  1. indien zij voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen;

  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijde mag niet meer dan 2,5 m bedragen.

16.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' bij de toepassing van de bouwregels nadere eisen te stellen. Deze nadere eisen dienen betrekking te hebben op:

  1. de gevelindeling van gebouwen;

  2. de situering en omvang (lengte-, breedte- en hoogteverhouding) van nieuw op te richten bebouwing;

  3. de nokrichting van de kappen van gebouwen,

teneinde een verantwoorde stedenbouwkundige samenhang van de bebouwing onderling te verzekeren.

16.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van bouwwerken

  1. Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, gebouwen geheel of gedeeltelijk te slopen;

  2. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing indien en voorzover het een beschermd monument of een gebouw gelegen in beschermd stadsgezicht betreft;

  3. Het geheel of gedeeltelijk slopen is slechts toelaatbaar indien door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad dan wel ter voorkoming van gevaar.