direct naar inhoud van 5.3 Verantwoording van de voorschriften
Plan: Meppel, Medisch Centrum 1
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0119.MedischCentrum1-PBD1

5.3 Verantwoording van de voorschriften

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt.

In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd.

Maatschappelijk (artikel 3)

Met de bestemming 'Maatschappelijk' wordt aangesloten bij de huidige bestemming van het gebied, te weten 'Bijzondere doeleinden'.

De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling. Hierin worden de functies benoemd die binnen de bestemming zijn toegestaan. Ook hiermee is aansluiting gezocht bij de op basis van het geldende planregeling toegelaten functies. De functie 'zorgwoningen' is toegevoegd.

Het begrip 'zorgwoning' is in de begripsbepalingen gedefinieerd als 'een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn'.

In de bouwvoorschriften is onderscheid gemaakt tussen gebouwen enerzijds en bouwwerken, geen gebouwen zijnde anderzijds

Voor wat betreft de gebouwen geldt dat:

  • de gebouwen binnen een bouwvlak moeten worden gebouwd.
  • het aantal zorgwoningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' is aangegeven;
  • de bouwhoogte van de gebouwen niet meer mag bedragen dan in de verbeelding is aangegeven.

Voor wat betreft bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 10 m en buiten het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 1 m.

Voorts is in de regels bepaald dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn nadere regels te stellen met betrekking tot de situering van de gebouwen.

Waarde - archeologie (artikel 4)

Terreinen met een bepaalde archeologische verwachting zullen door middel van het stellen van voorwaarden aan bouw- of aanlegvergunningen worden beschermd. In het onderhavige geval betekent dit dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.