direct naar inhoud van Artikel 4 Waarde - Archeologie
Plan: Meppel, Medisch Centrum 1
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0119.MedischCentrum1-PBD1

Artikel 4 Waarde - Archeologie

4.1 Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor "Waarde - Archeologie" aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemming) tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

4.2 Bouwvoorschriften
  • a. Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken toegestaan, waarbij bodemverstorende activiteiten ter realisering van deze bouwwerken:
    • 1. een totale oppervlakte hebben van ten hoogste 100 m2;
    • 2. niet verder gaan dan een diepte van 0,3 meter;
  • b. Voor bouwwerken waarbij bodemverstorende activiteiten ter realisering van deze bouwwerken noodzakelijk zijn, die een totale oppervlakte hebben groter dan 1000 m2 en verder gaan dan een diepte van 0,3 meter eisen burgemeester en wethouders dat alvorens de bouwvergunning verleend wordt, door de aanvrager een archeologisch rapport wordt overgelegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien uit dit archeologisch rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door het verlenen van de bouwvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verlenen aan de vergunning:
      • het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
      • het doen van opgravingen;
      • begeleiding van de activiteiten door een archeologisch deskundige.
4.3 Nadere eisen
4.3.1 Bevoegdheid nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden die vallen binnen de bestemming "Waarde - Archeologie", indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van de bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.

4.3.2 Procedure nadere eisen

Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen als bedoeld in artikel 4.3.1 is de procedure van toepassing zoals vermeld in artikel 9.2 van het plan.

4.4 Ontheffing van de bouwvoorschriften
  • a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.2, met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels.
  • b. Ontheffing, bedoeld onder a, wordt in ieder geval verleend indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de aanvrager van de bouwvergunning aan de hand van archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of als er, mede naar het oordeel van een archeologisch deskundige, geen archeologische waarden te verwachten zijn.
  • c. Ontheffing, bedoeld onder a, wordt ook verleend, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de aanvrager van de bouwvergunning aan de hand van andere informatie heeft aangetoond dat door grondroerende activiteiten of andere bodemverstoringen op de betrokken locatie geen archeologische waarden verstoord zullen worden.
  • d. Ontheffing, bedoeld onder a, wordt voorts verleend, indien:
    • 1. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
    • 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het bovengenoemd rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing regels te verbinden, gericht op:
      • het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
      • het doen van opgravingen;
      • begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.

4.5 Aanlegvergunning
  • a. Het is verboden op of in gronden ter plaatse van de bestemming "Waarde - Archeologie" zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • 1. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos of boomgaard, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen;
    • 2. het aanleggen of verbreden van sloten, wateren en/of waterpartijen;
    • 3. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
  • b. Het onder a vermelde verbod is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
    • 1. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m2;
    • 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
    • 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning of een ontgrondingvergunning;
    • 4. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing, als bedoeld in lid 4.4, is verleend;
    • 5. ten dienst van archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.
  • c. Aanlegvergunning wordt in ieder geval verleend, indien de aanvrager van de aanlegvergunning aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn,
  • d. Aanlegvergunning wordt voorts verleend, indien de aanvrager van de aanlegvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
  • e. Aanlegvergunning wordt voorts verleend, indien de betrokken archeologische waarden, gelet op bovengenoemd rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning regels te verbinden, gericht op:
    • 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    • 2. het doen van opgravingen;
    • 3. begeleiding van de activiteiten door een archeologisch deskundige.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de begrenzing van één of meerdere bestemmingsvlakken wordt gewijzigd of de bestemming "Waarde - Archeologie" toe te voegen of te verwijderen, dan wel deze bij een andere (verwachtings)waardecategorie in te delen.

4.6.2 Procedure wijzigingsbevoegdheid

Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van het plan als bedoeld in artikel 4.6.1 is de procedure van toepassing zoals vermeld in artikel 9.1van het plan.

4.7 Specifieke procedurebepalingen

Voor zover de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" geheel of gedeeltelijk samenvalt met andere dubbelbestemmingen die op deze gronden rusten, geldt dat de bestemming "Waarde - Archeologie" voorrang krijgt.