direct naar inhoud van Regels
Plan: Heerenveen - Skoatterwâld 2e en 3e fase
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0074.Skoatterwald2en3-OW01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Heerenveen - Skoatterwâld 2e en 3e fase met identificatienummer NL.IMRO.0074.Skoatterwald2en3- van de gemeente Heerenveen;

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aan-huis-verbonden beroep

een in Bijlage 2 genoemd beroep, dan wel een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de bewoner en de aan de beroepsuitoefening aan huis gebonden medewerker en dat is gericht op het verlenen van diensten;

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6 autonome nachthoreca:

een zelfstandige horecafunctie dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van dranken, zoals cafés, bars en discotheken;

1.7 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.8 bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een bedrijf, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

1.9 bestaand:
  • a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning;
  • b. het onder a bedoelde geldt niet voorzover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan, of een andere planologische toestemming;
1.10 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak.

1.11 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.12 bijbehorend bouwwerk:

een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.13 bijzondere woonvorm:

een voorziening voor de huisvesting van personen die bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven;

1.14 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.15 bouwmarkt

een al dan niet geheel overdekte verkoopplaats met een overdekt verkoopoppervlak waarop een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan bouw- en doe-het-zelf-producten wordt aangeboden;

1.16 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.18 bouwwerk:

elke bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.19 dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.20 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een bedrijfs- of beroepsactiviteit;

1.21 doe-het-zelf-producten:
  • hout en houtwaren;
  • tegels, stenen, dakpannen en dergelijke;
  • bouwgrondstoffen en installatiemateriaal, waaronder sierpleisters, isolatiemateriaal, pvc-artikelen, verlichtings-/ installatiematerialen, voor zover ze als bouwmaterialen zijn aan te merken;
  • pijpen, zand en cement;
  • kozijnen, deuren;
  • sanitair;
  • (inbouw)keukens, badkamers en kasten;
  • verf en verfwaren, lijmen en kit;
  • ijzerwaren;
  • behang en behangbenodigdheden;
  • buitenzonwering;
  • open haarden;
  • verwarmingsinstallatie-artikelen;
  • gereedschappen ten behoeve van de bouw;
  • (bouw)materialen voor de inrichting van de tuin.
1.22 functieondersteunende horeca:

een horecafunctie die is gericht op het verstrekken van niet alcoholische dranken en kleine etenswaren, waarvan de exploitatie ondergeschikt is aan en uitsluitend ten dienste staat van de hoofdfunctie, welke op het perceel wordt uitgeoefend;

1.23 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.24 geluidszoneringsplichtige inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld;

1.25 hoofdgebouw:

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een perceel kan worden aangemerkt;

1.26 horeca:

het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies als ook zaalverhuur, (een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie) met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

1.27 huishouding:

een zelfstandig persoon, dan wel samenwonend persoon of personen, die in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals keuken, sanitair en entree, én tussen wie een zekere mate van verbondenheid bestaat;

1.28 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit:

de in bijlage 2 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de bewoner en de aan de bedrijvigheid bij woningen gebonden medewerker;

1.29 maatschappelijke voorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben, met uitzondering van een seksinrichting;

1.30 nutsvoorzieningen:

een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;

1.31 overkapping:

elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;

1.32 peil:
  • a. indien op het land wordt gebouwd:
    • 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
    • 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
  • b. indien op of in het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabijgelegen punt waar het water grenst aan het vaste land.
1.33 randassortiment tuincentra:

detailhandel in artikelen welke niet rechtstreeks tot het assortiment van tuincentra behoren, waarbij de volgende goederen worden onderscheiden:

  • potterie;
  • dieren en dierbenodigdheden;
  • verlichtingsartikelen;
  • cadeau-artikelen;
  • kerst- en paasartikelen;
  • tuinaccessoires, zoals barbecuebenodigdheden.
1.34 risicovolle inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

1.35 seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen wordt verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.36 tuincentrum:

een detailhandelsvestiging waar de volgende goederen ten verkoop worden aangeboden:

  • boomkwekerijproducten, planten, kamerplanten, (bloem)bollen, knollen, zaden en snijbloemen;
  • gewasbeschermingsmaterialen, meststoffen, grondproducten;
  • attributen voor de verfraaiing en het onderhoud van tuinen, zoals tuingereedschappen, en daarbij nodige hulpmaterialen, zoals bestratingsmateriaal, tuinhout en vijvermateriaal;
  • tuinmeubilair, tuinhuisjes en kassen;
  • randassortiment;
1.37 verkoopvloeroppervlakte:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) ruimte ten behoeve van de detailhandel;

1.38 voorgevel:

de gevel van een woning die parallel ligt of het meest parallel ligt met de straat waaraan de woning is genummerd en/of waaraan de hoofdontsluiting van de woning is gelegen;

1.39 vuurwerkbedrijf:

een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op de vervaardiging of assemblage of de handel in vuurwerk, niet bedoeld periodieke verkoop in consumentenvuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen;

1.40 woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

1.41 woonhuis:

een gebouw, dat één woning omvat.

Artikel 2 Wijze van meten

2.1 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

bij lessenaarsdaken wordt de zijde van het bouwwerk waar de laagste zijde van de kap zich bevindt, als goothoogte van het bouwwerk aangemerkt;

2.4 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.5 de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens van een bouwperceel:

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel;

Bij onduidelijkheden of interpretatieverschillen betreffen de wijze van meten, is de uitleg van de NEN 2480 (oppervlakten) en inhouden van gebouwen, termen, definities en bepalingsmethoden) bepalend.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijfsactiviteiten die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2;
  • b. een bedrijfskantoor annex lokaal georiënteerd zelfstandig kantoor (zoals een uitzendbureau);
  • c. een bedrijfswoning;

met de daarbij behorende:

  • d. gebouwen en overkappingen;
  • e. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • f. tuinen, erven en terreinen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste de in de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • c. het aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste 1;
  • d. de oppervlakte van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 150 m²;
  • e. bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning worden gebouwd:
    • 1. op een afstand van ten minste 1 m tot de perceelsgrens, indien en voor zover deze grenst aan het openbaar gebied;
    • 2. ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
  • f. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 50 m²;
  • g. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 3,5 m;
  • h. de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 60°.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • de bouwhoogte van de volgende bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erfafscheidingen:
      • 2 m binnen het bouwvlak;
      • 1 m buiten het bouwvlak;
    • 2. van reclame- en vlaggenmasten 12 m;
    • 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, 5 m.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

3.4 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de milieusituatie;
  • de brandveiligheid;
  • de woonsituatie;
  • de verkeersveiligheid; en
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1 sub f in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken wordt vergroot tot ten hoogste 100 m².

3.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2;
  • c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor bedrijfskantoor annex lokaal georiënteerde zelfstandig kantoor over een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 100 m².
3.6 Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • de milieusituatie;
  • de verkeersveiligheid; en
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5 sub b in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, mits het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere categorie dan 2, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting kunnen hebben.

Artikel 4 Bedrijf - Tuincentrum / Bouwmarkt

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Tuincentrum / Bouwmarkt' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een tuincentrum en een bouwmarkt, beide al dan niet met functieondersteunende horeca;

met de daarbij behorende:

  • b. gebouwen en overkappingen;
  • c. parkeervoorzieningen, waarbij ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' ten minste 230 parkeerplaatsen aanwezig te zijn;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • e. tuinen, erven en terreinen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'oever' de gronden uitsluitend zijn bestemd voor groenvoorzieningen en water.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. de goothoogte bedraagt ten hoogste de in de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte;
  • c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de in de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • de bouwhoogte van de volgende bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erfafscheidingen:
      • 2 m binnen het bouwvlak;
      • 1 m buiten het bouwvlak;
    • 2. van reclame- en vlaggenmasten 12 m;
    • 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, 5 m.
4.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

4.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor verkoop van producten in het randassortiment voor tuincentrum, alsmede voor ondersteunende horeca over een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 13% van de oppervlakte van het bouwvlak;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een bouwmarkt over een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 4.000 m² per bedrijf;
  • c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor verkoop van dierbenodigdheden over een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 400 m²;
  • d. het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oever' anders dan voor de realisering en instandhouding van groenvoorzieningen en water.

Artikel 5 Centrum

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel en dienstverlening;
  • b. maatschappelijke voorzieningen (waaronder sport- en recreatievoorzieningen zoals fitnessruimten), al dan niet met functieondersteunende horeca;
  • c. sociaal-medische voorzieningen (waaronder fysiotherapie en psychogeriatrische zorgwoningen);
  • d. woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit,
  • e. horeca, niet zijnde autonome nachthoreca,;
  • f. woonstraten;
  • g. paden;
  • h. parkeervoorzieningen;
  • i. groen- en speelvoorzieningen;
  • j. water;

met daaraan ondergeschikt:

  • k. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • l. gebouwen en overkappingen;
  • m. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • n. tuinen, erven en terreinen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd;
  • b. woningen mogen uitsluitend gestapeld worden gebouwd;
  • c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' bedraagt het bebouwingspercentage van het bouwvlak per bouwperceel ten hoogste het aangegeven percentage.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • de bouwhoogte van de volgende bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erfafscheidingen:
      • 2 m binnen het bouwvlak;
      • 1 m buiten het bouwvlak;
    • 2. van reclame- en vlaggenmasten 12 m;
    • 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, 5 m.
5.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

5.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel over een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 500 m²;
  • b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor dienstverlening over een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 500 m²;
  • c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca over een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 500 m²;
  • d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor minder dan 50 woningen en meer dan 70 woningen.

Artikel 6 Groen - 1

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen zoals plantsoenen, groenstroken en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
  • b. beplanting en bebossing;
  • c. sloten en andere watergangen en/of waterpartijen ten dienste van de waterhuishouding (waterberging, wateraanvoer en waterafvoer);
  • d. fiets- en voetpaden, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer' uitsluitend een langzaamverkeersverbinding is toegestaan;

met daaraan ondergeschikt:

  • e. ontsluitingswegen;
  • f. speel- en spelvoorzieningen;
  • g. parkeervoorzieningen;
  • h. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • i. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • j. verhardingen.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • de bouwhoogte van de volgende bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erfafscheidingen 1 m;
    • 2. van vlaggenmasten 12 m;
    • 3. van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, 5 m.
6.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

Artikel 7 Groen - 2

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen met een op watergebonden natuur georiënteerde inrichting;
  • b. beplanting en bebossing;
  • c. routegebonden dagrecreatieve voorzieningen zoals fiets-, wandel- en ruiterpaden, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer' uitsluitend een langzaamverkeersverbinding is toegestaan;
  • d. het ontwikkelen en behoud van natuurwetenschappelijke waarde;
  • e. een (mogelijke) vluchtroute voor de wijk Skoatterwâld;
  • f. sloten en andere watergangen en/of waterpartijen ten dienste van de waterhuishouding (waterberging, wateraanvoer en waterafvoer);

met daaraan ondergeschikt:

  • g. speel- en spelvoorzieningen;
  • h. parkeervoorzieningen;
  • i. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • j. gebouwen;
  • k. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • l. verhardingen.
7.2 Bouwregels
7.2.1 Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • de bouwhoogte van de volgende bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erfafscheidingen 1 m;
    • 2. van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, 5 m.
7.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

7.4 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2.1 in die zin dat gebouwen of overkappingen worden gebouwd ten dienste van onderhoud en beheer, mits:

  • a. de gebouwen in het landschap worden ingepast door de bebouwing zoveel mogelijk te concentreren;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen ten hoogste 50 m² bedraagt;
  • c. de goothoogte ten hoogste 3 m bedraagt;
  • d. de bouwhoogte ten hoogste 4,5 m bedraagt.
7.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • het gebruik van de gronden als voet- of fietspad achter de woningen langs de Woudsterweg op een afstand van minder dan 30 m uit de plangrens ter plaatse.

Artikel 8 Maatschappelijk

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maatschappelijke voorzieningen;
  • b. parkeervoorzieningen;

met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'museum' uitsluitend een museum met tentoonstellingsruimten al dan niet in combinatie met functieondersteunende horeca is toegestaan;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. wegen en paden, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer' uitsluitend een langzaamverkeersverbinding is toegestaan;
  • d. water;
  • e. nutsvoorzieningen;
  • f. groenvoorzieningen;

met de daarbijbehorende:

  • g. gebouwen en overkappingen;
  • h. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • i. tuinen, erven en terreinen.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. een gebouw of overkapping wordt binnen een bouwvlak gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van een gebouw of overkapping bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • de bouwhoogte van de volgende bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erfafscheidingen:
      • 2 m binnen het bouwvlak;
      • 1 m buiten het bouwvlak;
    • 1. van reclame- en vlaggenmasten 12 m;
    • 2. van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, 5 m.
8.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

Artikel 9 Recreatie - Volkstuin

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. volkstuinen;
  • b. voet- en fietspaden;
  • c. parkeervoorzieningen;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. sloten en andere watergangen en/of waterpartijen ten dienste van de waterhuishouding (waterberging, wateraanvoer en waterafvoer);
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. tuinen en (gemeenschappelijke) erven;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs', tevens voor educatieve doeleinden;

met de daarbij behorende:

  • i. gebouwen en overkappingen;
  • j. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • k. tuinen en (gemeenschappelijke) erven.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. als gebouw of overkapping mag uitsluitend een plantenkas en/of berging van tuingereedschap worden gebouwd;
  • b. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op een kavel met een oppervlakte van ten minste 100 m²;
  • c. de oppervlakte van een plantenkas bedraagt ten hoogste 12 m²;
  • d. de oppervlakte van een berging bedraagt ten hoogste 6 m² bedraagt;
  • e. de bouwhoogte van een gebouw of overkapping bedraagt ten hoogste 3 m;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met e mag per bestemmingsvlak ten hoogste één verenigingsgebouw annex gebouw voor onderhoud en beheer worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de oppervlakte bedraagt ten hoogste 60 m²;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3 m;
    • 3. de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten hoogste 3 m;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met f gelden ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs' de volgende regels:
    • 1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50 m²;
    • 2. de bouwhoogte van een gebouw of overkapping bedraagt ten hoogste 3 m.
9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, geldt de volgende regel:

  • de bouwhoogte van de volgende bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erfafscheidingen 1 m;
    • 2. van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, 5 m.
9.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

Artikel 10 Verkeer

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. hoofdontsluitingswegen;
  • b. trottoirs, pleinen en dergelijke;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. speelvoorzieningen;
  • g. sloten en andere watergangen en/of waterpartijen ten dienste van de waterhuishouding (waterberging, wateraanvoer en waterafvoer);
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. geluidbeperkende voorzieningen;

alsmede in beperkte mate voor:

  • j. tuinen en (gemeenschappelijke) erven;

met de daarbij behorende:

  • k. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, waaronder:
    • 1. kunstobjecten;
    • 2. bruggen, duikers en dammen.
10.2 Bouwregels
10.2.1 Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde ten behoeve van verkeersvoorzieningen bedraagt ten hoogste 15 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
10.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

Artikel 11 Verkeer - Verblijfsgebied

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen en straten;
  • b. trottoirs, pleinen en dergelijke;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. parkeervoorzieningen, met dien verstande dat:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend parkeervoorzieningen zijn toegestaan;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal parkeerplaatsen' ten minste het aangegeven aantal parkeerplaatsen dient te worden aangelegd;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. speelvoorzieningen;
  • g. sloten en andere watergangen en/of waterpartijen ten dienste van de waterhuishouding (waterberging, wateraanvoer en waterafvoer);
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. geluidbeperkende voorzieningen;

alsmede in beperkte mate voor:

  • j. tuinen en (gemeenschappelijke) erven;

met de daarbij behorende:

  • k. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, waaronder:
    • 1. kunstobjecten;
    • 2. bruggen, duikers en dammen.
11.2 Bouwregels
11.2.1 Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde ten behoeve van verkeersvoorzieningen bedraagt ten hoogste 15 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
11.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

Artikel 12 Water

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. sloten en andere watergangen en/of waterpartijen ten dienste van de waterhuishouding (waterberging, wateraanvoer en waterafvoer);
  • b. recreatie;
  • c. oevers;
  • d. bruggen, dammen, duikers;
  • e. nutsvoorzieningen;
  • f. fiets- en voetpaden, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer' uitsluitend een langzaamverkeersverbinding is toegestaan;

met de daarbij behorende:

  • g. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, waaronder bruggen, duikers en dammen.
12.2 Bouwregels
12.2.1 Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde ten behoeve van verkeersvoorzieningen bedraagt ten hoogste 15 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
12.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

12.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • het gebruiken van gronden als permanente ligplaats voor vaartuigen en/of woonschepen.

 

Artikel 13 Wonen - 1

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;
  • b. woonstraten, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden;
  • c. parkeervoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt:

  • d. groenvoorzieningen;
  • e. water;

met de daarbij behorende:

  • f. gebouwen en overkappingen;
  • g. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • h. tuinen, erven en terreinen.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen geldt de volgende regel:

  • gebouwen en overkappingen worden binnen een bouwvlak gebouwd.
13.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. als hoofdgebouw worden uitsluitend woonhuizen gebouwd;
  • b. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 12 m.
13.2.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd:
    • 1. op een afstand van ten minste 1 m tot de perceelsgrens, indien en voor zover deze grenst aan het openbaar gebied;
    • 2. ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt bij:
    • 1. een vrijstaande woning, een blok van twee aaneengebouwde woningen en een hoekwoning ten hoogste 100 m²;
    • 2. een andere woning ten hoogste 50 m²;
  • c. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m;
  • d. de dakhelling bedraagt ten hoogste 60°.
13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a bedraagt de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2 m;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
13.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • een goede woonsituatie;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

13.4 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de woonsituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken;

kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 13.2.1 sub a en lid 13.2.3 sub a onder 2 in die zin dat bijbehorende bouwwerken minder dan 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of vóór de voorgevel van het hoofdgebouw, of het verlengde daarvan, worden gebouwd.

13.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • het gebruik van een woning met bijbehorende bouwwerken voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit indien de brutovloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel met een maximum van 50 m².

Artikel 14 Wonen - 2

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;
  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. woonstraten, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden;
  • d. parkeervoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt:

  • e. groenvoorzieningen;
  • f. water;

met de daarbij behorende:

  • g. gebouwen en overkappingen;
  • h. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • i. tuinen, erven en terreinen.
14.2 Bouwregels
14.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en overkappingen worden binnen een bouwvlak gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' bedraagt het bebouwingspercentage van het bouwvlak ten hoogste het in de aanduiding aangegeven percentage.
14.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. als hoofdgebouw worden uitsluitend woonhuizen gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' bedraagt het aantal woningen per bestemmingsvlak te hoogste het in de aanduiding aangegeven aantal;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient de voorgevel van een hoofdgebouw in de aanduiding te worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - waterstrip' de voorgevel van vrijstaande hoofdgebouwen over een breedte van ten hoogste 6 m ten hoogste 2 m vanaf de aanduiding 'gevellijn' wordt gebouwd, mits het betreffende bouwdeel van het hoofdgebouw minimaal 3 m uit de zijdelingse perceelsgrens ligt, of, indien het perceel grenst aan het openbaar gebied, ten minste 2 m uit de zijerfgrens tussen het bouwperceel en het openbaar gebied ligt;
  • d. de afstand van niet aaneen gebouwde zijgevels van vrijstaande en halfvrijstaande hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 2 m, met dien verstande dat de afstand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - waterstrip' ten minste 1 m bedraagt;
  • e. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 12 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de bouwhoogte ten hoogste de aangegeven bouwhoogte bedraagt;
  • f. vrijstaande hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - waterstrip' moeten voorts voldoen aan de volgende regels:
    • 1. de breedte van de naar de voorgevelbouwgrens gekeerde gevel bedraagt ten minste 9 m;
    • 2. een hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap die evenwijdig loopt aan de voorgevelbouwgrens. In afwijking hiervan mag een bouwdeel dat de bouw- of aanduidingsgrens 'gevellijn' overschrijdt een bouwhoogte hebben van ten hoogste 12 m;
    • 3. de dakhelling bedraagt 60°;
    • 4. de goothoogte bedraagt ten hoogste 4 m, met dien verstande dat ter plaatse van een bouwdeel genoemd onder 2 deze regel niet van toepassing is.
14.2.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd:
    • 1. op een afstand van ten minste 1 m tot de perceelsgrens, indien en voor zover deze grenst aan het openbaar gebied;
    • 2. ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt bij:
    • 1. een vrijstaande woning, een blok van twee aaneengebouwde woningen en een hoekwoning ten hoogste 100 m²;
    • 2. een andere woning bedraagt ten hoogste 50 m²;
  • c. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m;
  • d. de dakhelling bedraagt ten hoogste 60°.
14.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
14.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • een goede woonsituatie;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

14.4 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de woonsituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken;

kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • a. het bepaalde in lid 14.2.1 en lid 14.2.3 sub a onder 2 in die zin dat bijbehorende bouwwerken minder dan 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of vóór de voorgevel van het hoofdgebouw, of het verlengde daarvan, worden gebouwd;
  • b. het bepaalde in lid 14.2.2 sub d in die zin dat hoofdgebouwen op een afstand van minder dan 2 m uit de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.
14.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • het gebruik van een woning met bijbehorende bouwwerken voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit indien de brutovloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel met een maximum van 50 m².

Artikel 15 Wonen - 3

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;
  • b. parkeervoorzieningen;

alsmede in beperkte mate voor:

  • a. woonstraten, pleinen en paden;
  • b. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en water;

met de daarbij behorende:

  • c. gebouwen en overkappingen;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde;
  • e. tuinen, erven en terreinen.
15.2 Bouwregels
15.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste 160 m²;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen per bouwperceel ten hoogste 180 m² bedragen, indien de oppervlakte van het bouwperceel meer dan 700 m² bedraagt en grenst aan de bestemming 'Groen - 1', 'Verkeer - Verblijfsgebied' of 'Water' dan wel van die bestemmingen gescheiden is door een ontsluitingsweg.
15.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. als hoofdgebouw worden uitsluitend woonhuizen gebouwd;
  • b. een hoofdgebouw zal vrijstaand worden gebouwd;
  • c. de afstand van de vrijstaande hoofdgebouwen tot de perceelsgrenzen bedraagt ten minste 4 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende regeling perceelsgrens', de afstand van hoofdgebouwen tot de perceelsgrenzen ten minste 2 m bedraagt waarbij de afstand tot de perceelgrens die grenst aan de openbare weg ten minste 4 m bedraagt;
  • d. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 12 m;
  • e. de dakhelling bedraagt ten hoogste 60°.
15.2.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd:
    • 1. op een afstand van ten minste 1 m tot de perceelsgrens, indien en voor zover deze grenst aan het openbaar gebied;
    • 2. ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 100 m² met inachtneming van het bepaalde in lid 15.2.1;
  • c. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m;
  • d. de dakhelling bedraagt ten hoogste 60°.
15.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a bedraagt de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2 m;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
15.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • een goede woonsituatie;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

15.4 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de woonsituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken;

kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • a. het bepaalde in lid 15.2.2 sub e en lid 15.2.3 sub d in die zin dat de dakhelling wordt verhoogd tot ten hoogste 80°;
  • b. het bepaalde in lid 15.2.3 sub a onder 2 in die zin dat bijbehorende bouwwerken minder dan 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of vóór de voorgevel van het hoofdgebouw, of het verlengde daarvan, worden gebouwd.
15.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • het gebruik van een woning met bijbehorende bouwwerken voor een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit indien de brutovloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel met een maximum van 50 m².

Artikel 16 Wonen - Gestapeld

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. gebouwen en overkappingen ten behoeve van gestapelde woningen;
  • b. parkeervoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. wegen en paden;
  • d. water;
  • e. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • f. tuinen, erven en terreinen;
  • g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
16.2 Bouwregels
16.2.1 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd;
  • b. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 15 m.
16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. in afwijking van het bepaalde in sub a bedraagt de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2 m;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
16.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van:

  • a. een goede woonsituatie;
  • b. de sociale veiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken.

Artikel 17 Groen - Uit te werken

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. beplanting en bebossing;
  • b. groenvoorzieningen met een op watergebonden natuur georiënteerde inrichting;
  • c. route gebonden dagrecreatieve voorzieningen zoals fiets-, wandel- en ruiterpaden;
  • d. het ontwikkelen en behoud van natuurwetenschappelijke waarde;
  • e. een (mogelijke) vluchtroute voor de wijk Skoatterwâld;
  • f. speelvoorzieningen, ligweiden en trapvelden;
  • g. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • h. gebouwen;
  • i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstobjecten;
  • j. verhardingen.
17.2 Uitwerkingsregels

Burgemeester en wethouders werken de bestemming 'Groen - Uit te werken' uit met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de gronden binnen deze bestemming zijn voor ten minste 40% bestemd voor water;
  • b. recreatieve voorzieningen in de vorm van picknickplekken, speelvelden en ligweiden dienen op een afstand van tenminste 60 m van de woonpercelen aan de Woudsterweg te worden gerealiseerd;
  • c. voorzover voet- en fietspaden achter de woningen langs de Woudsterweg worden gerealiseerd, zullen deze op een afstand van ten minste 30 meter uit de plangrens worden gesitueerd;
  • d. er zal een doorlopende waterverbinding worden gerealiseerd tussen de in deze bestemming en de bestemming 'Groen - 2' voorkomende aanduidingen 'specifieke vorm van water - met watergang te verbinden punten';
  • e. gebouwen worden in het landschap ingepast door de bebouwing zoveel mogelijk te concentreren;
  • f. bij de inrichting van het uitwerkingsgebied zal op basis van een uit te voeren ecologisch onderzoek moeten worden aangetoond dat er ten aanzien van de beschermde soorten geen significante effecten optreden dan wel (mitigerende) maatregelen worden genomen voor de aangetroffen beschermde soorten.
17.3 Bouwregels
17.3.1 Voorlopig bouwverbod

Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel:

  • zolang en voor zover de in lid 17.2 bedoelde uitwerking niet onherroepelijk is, mogen bouwwerken slechts worden gebouwd, indien het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerp-uitwerkingsplan.
17.3.2 Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50 m²;
  • b. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3 m;
  • c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 4,5 m.
17.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m.
17.4 Afwijken van de bouwregels

Bij de in lid 17.2 bedoelde uitwerking kunnen Burgemeester en Wethouders binnen de grenzen van de bestemming en de uitwerkingsregels, afwijkingsregels opnemen ten aanzien van in het uitwerkingsplan opgenomen bouw- en gebruiksregels.

Artikel 18 Wonen - Uit te werken

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;
  • b. verkeers- en parkeervoorzieningen, waaronder voorzieningen ten dienste van het aangrenzende voorzieningencentrum;
  • c. groen- en speelvoorzieningen;
  • d. water;
  • e. nutsvoorzieningen;
  • f. andere bij een woongebied behorende voorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • g. tuinen, erven en terreinen;
  • h. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
18.2 Uitwerkingsregels

Burgemeester en wethouders werken de bestemming 'Wonen - Uit te werken' uit met inachtneming van de volgende regels:

  • a. in het oostelijk uitwerkingsgebied zal een centrale ontsluitingsweg worden aangelegd die het uitwerkingsgebied in noord-zuidelijke richting doorsnijdt. Hierdoor zal een verbinding ontstaan tussen de Domela Nieuwenhuisweg en de Oranje Nassaulaan;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'water' zullen de gezamenlijke bestemmingsvlakken voor ten minste 30% worden aangewend voor water.
  • c. bij de inrichting van het uitwerkingsgebied zal op basis van een uit te voeren ecologisch onderzoek moeten worden aangetoond dat er ten aanzien van de beschermde soorten geen significante effecten optreden dan wel (mitigerende) maatregelen worden genomen voor de aangetroffen beschermde soorten.
18.3 Bouwregels
18.3.1 Voorlopig bouwverbod

Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende regel:

  • zolang en voor zover de in lid 18.2 bedoelde uitwerking niet onherroepelijk is, mogen bouwwerken slechts worden gebouwd, indien het bouwplan in overeenstemming is met het ontwerp-uitwerkingsplan.
18.3.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • b. de dakhelling bedraagt ten hoogste 60°.
18.3.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 100 m²;
  • b. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m;
  • c. de dakhelling bedraagt ten hoogste 60°.
18.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m.
18.3.5 Afwijken van de bouwregels

Bij de in lid 18.2 bedoelde uitwerking kunnen Burgemeester en Wethouders binnen de grenzen van de bestemming en de uitwerkingsregels, afwijkingsregels opnemen ten aanzien van in het uitwerkingsplan opgenomen bouw- en gebruiksregels.

Artikel 19 Leiding - Gas

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. een (belemmeringen)strook ten behoeve van een hoofdgastransportleiding, alsmede het onderhoud en beheer daarvan;

met de daarbijbehorende:

  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
19.2 Voorrangsregeling

In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

19.3 Bouwregels
19.3.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) worden op of in deze gronden geen bouwwerken gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming. Deze bepaling geldt niet voor bestaande bouwwerken.

19.3.2 Gebouwen en overkappingen

Ten behoeve van deze dubbelbestemming mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

19.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde (ten behoeve van deze dubbelbestemming), geldt de volgende regel:

  • de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen.
19.4 Afwijken van de bouwregels

Er kan met omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.3.1 in die zin dat de in de basisbestemming(en) genoemde gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:

  • a. geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de betreffende gasleiding en de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad;
  • b. vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder;
  • c. geen kwetsbare objecten worden gebouwd.
19.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding.
19.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.6.1 Algemeen

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming(en), een omgevingsvergunning vereist:

  • a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
19.6.2 Uitzondering

Het bepaalde in lid 19.6.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
19.6.3 Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits:

  • a. geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de betreffende gasleiding en de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad;
  • b. vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 20 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 21 Algemene bouwregels

21.1 Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen mogen in afwijking van het plan en de bestemmingen in deze regels uitsluitend worden overschreden door:

  • a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, serres, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m;
  • b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.
21.2 Bestaande maten

In afwijking van de in de regels vermelde:

  • a. maximale maatvoering geldt dat indien een grotere maatvoering aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan, deze grotere maatvoering als maximum mag worden gehanteerd voor dat bouwwerk en voor uitbreidingen van dat bouwwerk;
  • b. minimale maatvoering geldt dat indien een kleinere maatvoering aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan, deze kleinere maatvoering als minimum mag worden gehanteerd voor dat bouwwerk en voor uitbreidingen van dat bouwwerk. Deze bepaling is ook van toepassing op bijbehorende bouwwerken die vóór de voorgevel van het woonhuis zijn gesitueerd.

Artikel 22 Algemene gebruiksregels

22.1 Gebruik aantal woningen

Het minimum en maximum aantal woningen zal:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aantal woningen gebied 1' ten minste 50 en ten hoogste 70 bedragen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aantal woningen gebied 2a' ten minste 222 en ten hoogste 262 bedragen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aantal woningen gebied 2b' ten hoogste 378 bedragen;
  • d. ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - aantal woningen gebied 3a' gezamenlijk ten minste 191 en ten hoogste 231 bedragen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aantal woningen gebied 3b' ten hoogste 55 bedragen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aantal woningen gebied 4' ten hoogste 32 bedragen;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aantal woningen gebied 5' ten hoogste 24 bedragen;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aantal woningen gebied 6' ten hoogste 66 bedragen.
22.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • a. het gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  • b. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;
  • c. het gebruiken van gronden voor de opslag van schroot, afbraak en/of bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
  • d. het gebruiken van gronden voor het storten van puin en/of afvalstoffen;
  • e. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de stalling en/of opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;
  • f. het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van het kennelijk ten verkoop stallen en opslaan van bruikbare en niet aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- en/of vliegtuigen anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten verkoop;
  • g. het gebruik van gronden en bouwwerken voor horeca, anders dan krachtens de bestemming toegelaten horeca;
  • h. het gebruik van een bouwperceel met een woonbestemming voor meer dan één woning.

Artikel 23 Algemene afwijkingsregels

23.1 Afwijken algemeen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:

  • a. de bij recht, in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages;
  • b. de bestemmingsregels ten aanzien van de maximum (bouw)hoogte van gebouwen in die zin dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen en daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, wordt vergroot, mits:
    • 1. deze vergroting niet meer bedraagt dan 10 m² per plaatselijke verhoging;
    • 2. de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
    • 3. de vergroting leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte bedraagt van het betreffende gebouw;
  • c. de bestemmingsregels in die zin dat en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • d. de bestemmingsregels in die zin dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:
    • 1. de inhoud per gebouwtje ten hoogste 50 m³ bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte ten hoogste 4 m bedraagt.
23.2 Afwegingscriteria

De in lid 23.1 bedoelde afwijkingen kunnen slechts worden toegepast, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de woonsituatie;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
23.3 Afwijken recreatief nachtverblijf

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de regels van de woonbestemmingen ten behoeve van het - in combinatie met het wonen - verstrekken van logies ten behoeve van recreatief nachtverblijf, mits:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de ruimten die hiervoor worden gebruikt ten hoogste 30% bedraagt van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw met de bijbehorende bouwwerken met een maximum van 50 m2;
  • b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de woonsituatie en de milieusituatie.

Artikel 24 Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen in die zin dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van straten onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft.

Artikel 25 Overige regels

25.1 Voldoende parkeergelegenheid
  • a. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en/of voor het gebruik van bouwwerken of gronden wordt geweigerd, indien dit bouwwerk en/of het gebruik behoefte aan parkeergelegenheid oproept èn wanneer in het plangebied niet in (voldoende) parkeergelegenheid is of zal worden voorzien;
  • b. de onder a. bedoelde omgevingsvergunning wordt geweigerd, indien het gebruik behoefte aan parkeergelegenheid oproept èn wanneer in het plangebied niet in (voldoende) parkeergelegenheid is of zal worden voorzien;
  • c. tot een gebruik strijdig met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik van bouwwerken of gronden, indien het gebruik behoefte aan parkeergelegenheid oproept èn wanneer in het plangebied niet in (voldoende) parkeergelegenheid is of zal worden voorzien;
  • d. of er in voldoende parkeergelegenheid is of zal worden voorzien, wordt:
    • 1. voor woningen beoordeeld aan de hand van de volgende parkeernormen:
      • vrijstaande woning: 1,7 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 parkeerplaats voor bezoekers);
      • halfvrijstaande woning: 1,6 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 parkeerplaats voor bezoekers);
      • tussenwoning en gestapelde woning: 1,3 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 parkeerplaats voor bezoekers);
    • 2. voor overige functies beoordeeld aan de hand van de CROW-normen.
25.2 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.1sub a en een omgevingsvergunning verlenen indien niet in (voldoende) parkeergelegenheid is of zal worden voorzien, mits:

  • a. op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
    • 1. de bestaande parkeergelegenheid in het openbaar gebied;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de woonsituatie.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 26 Overgangsrecht

26.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a met maximaal 10%.
  • c. Sublid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
26.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Sublid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 27 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan  Heerenveen - Skoatterwâld 2e en 3e fase .

Behorend bij het besluit van ...