direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Bedrijventerrein Trekkersveld IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstelling

In het coalitieakkoord "Een schone toekomst" 2018-2022 van de gemeente Zeewolde is het voornemen uitgesproken om in de komende jaren te kunnen blijven voldoen aan de vraag van ondernemers naar vestigings-, of uitbreidingsmogelijkheden binnen de gemeentegrens. Daarbij wil het college oog houden voor de invloed die bedrijven op het dorp hebben. De ambitie is om bedrijvigheid aan te trekken die de kwaliteiten van Zeewolde verder versterken en die aansluit bij hetgeen de beroepsbevolking van Zeewolde te bieden heeft. Op deze manier kunnen de inwoners ook in de eigen gemeente aan de slag en hoeven ze niet buiten de polder de files in. Voldoende aanbod in vestigingsmogelijkheden is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. De gemeente houdt deze dan ook scherp in beeld, zodat tijdig met de ontwikkeling van nieuwe locaties wordt gestart.

De gemeente Zeewolde en de initiatiefnemer voor een datacenter zijn voornemens een bedrijventerrein te realiseren dat grenst aan het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld III; project Trekkersveld IV. Trekkersveld IV is 201 hectare (bruto) groot.

Uitbreiding Trekkersveld IV

Een groot deel van de gemeentelijke bedrijvigheid is gevestigd op Trekkersveld I, II en III. De laatste uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld (fase III) is bijna volledig uitgegeven. In de gemeentelijke structuurvisie (zie paragraaf 3.3.2) heeft de gemeente voor Trekkersveld de keuze gemaakt voor een verdere ontwikkeling gericht op middelgrote en grote bedrijven in de sectoren transport, logistiek, productie, groothandel en industrie.

Uit recente behoefteramingen blijkt voor Zeewolde een ruimtebehoefte van circa 35 hectare tot en met het jaar 2030 (zie paragraaf 2.4). Het voornemen is om het bestaande bedrijventerrein parallel aan de Gooiseweg als regulier bedrijventerrein uit te breiden met circa 35 hectare.

Vestiging datacenter
Een initiatiefnemer heeft het voornemen om een hyperscale datacenter te vestigen in Nederland, waarbij de keuze gevallen is op een perceel aan de Gooiseweg (N305) van circa 166 hectare direct aansluitend op de geplande uitbreiding van Trekkersveld. Het perceel is bedoeld voor de ontwikkeling van een campus waarop een datacenter wordt gevestigd, inclusief bijbehorende faciliteiten, interne ontsluitingswegen en groen- en watervoorzieningen.

Ten behoeve van de stroomvoorziening van de campus wordt aangesloten op een hoogspanningsverbinding. Daarnaast wordt een buisleiding aangelegd om de geproduceerde warmte van het datacenter te hergebruiken. Er wordt nog onderzocht wat de mogelijkheden voor hergebruik van de restwarmte zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0001.png"

Afbeelding - beoogde uitbreiding bedrijventerrein Trekkersveld IV (inclusief onderverdeling)

Het doel van het voorliggende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Trekkersveld IV' is om beide ontwikkelingen planologisch-juridisch te borgen.

1.2 Ligging plangebied en begrenzing plangebied

Het plangebied van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Trekkersveld IV ligt ten noordwesten van de kern Zeewolde, ten noorden van de Gooiseweg (N305).

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0002.png"

Afbeelding - globale ligging plangebied

Het plangebied ligt direct noordwesten van het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld III. Het plangebied wordt in onderstaande afbeelding globaal weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0003.jpg"

Afbeelding - globale begrenzing plangebied (rode contour)

De grenzen van het plangebied worden gevormd door het bedrijventerrein Trekkersveld III aan de zuidzijde, de Gooiseweg (N305) aan de oostzijde en de Knardijk en de Hoge Vaart aan de west-- en noordzijde.

Aan de overzijde van de Hoge Vaart wordt rekening gehouden met de aansluiting van het datacenter op de hoogspanningsverbinding. Deze gronden maken ook deel uit van het plangebied.

1.3 Geldende bestemmingsplannen

Voor het grootste deel van het plangebied Bedrijventerrein Trekkersveld IV is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' van kracht, zoals vastgesteld op 29 september 2016.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0004.png"

Afbeelding - uitsnede geldend bestemmingsplan Buitengebied 2016

De betreffende gronden aan beide zijden van de Hoge Vaart hebben de bestemmingen 'Agrarisch', met langs de Baardmeesweg een viertal agrarische bedrijven (bouwvlak met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel agrarisch bedrijf'). De gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Voor zover gelegen binnen het plangebied heeft de Gooiseweg de bestemming 'Verkeer'.

Binnen het plangebied liggen verschillende archeologische dubbelbestemmingen (Waarde - Archeologie 3 t/m 5). Voor deze gronden geldt, afhankelijk van de waarde, een onderzoeksplicht bij grondwerkzaamheden.
Aan de zuidzijde wordt het plangebied doorsneden door de 'geluidzone - industrie'. Het betreft de geluidzone rond het naastgelegen gezoneerde 'industrieterrein' Trekkersveld. Deze geluidzone zal vanwege de vestiging van het datacenter om het nieuwe bedrijventerrein IV heen worden gelegd.

Direct aan de overzijde van de Hoge Vaart is de 150 kV-hoogspanningsleiding voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'. Dit geldt ook voor de aanwezige gasleiding (Leiding - Gas). Vanwege de komst van het datacenter zal een aansluiting op het 150 kV-netwerk mogelijk gemaakt moeten worden.

Aan de noordzijde lopen de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - dijk 1' en 'vrijwaringszone - dijk 2'. Deze gronden zijn mede bestemd voor de beschermingszones langs de Knardijk (dit is een primaire waterkering).

'Reparatieplan Buitengebied 2018' en 'Buitengebied 2016 - 2e herziening 2019'
Ter plaatse gelden ook de bestemmingsplannen 'Reparatieplan Buitengebied 2018' en 'Buitengebied 2016 - 2e herziening 2019'. In het geval het 'Reparatieplan Buitengebied 2018' betreft het aanpassingen naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ten aanzien van enkele percelen, buiten het plangebied, en een aantal kleine aanpassingen in de planregels.

Voor wat betreft 'Buitengebied 2016 - 2e herziening 2019' heeft deze onder andere betrekking op de juiste ligging van de hoogspanningsleidingen in het plangebied en de verwerking van de actualisatie van het archeologiebeleid. Ook zijn op diverse locaties betreft het ondergeschikte aanpassingen op de verbeelding vanwege het Rijksinpassingsplan Windpark Zeewolde. Zo zijn vier agrarische bedrijfswoningen op de verbeelding aangeduid als 'overige zone - molenaarswoning'.

Beheersverordening Trekkersveld III
Een klein deel van voorliggend plangebied valt binnen de beheersverordening Trekkersveld III, zoals deze is vastgesteld op 26 mei 2016. Binnen het verordeningsgebied mogen de gronden overeenkomstig het bestaand gebruik worden gebruikt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0005.png"

Afbeelding - uitsnede geldend beheersverordening Trekkersveld III

Ter plaatse van het voorliggende plangebied is het aanvullend gebruik vastgelegd middels het besluitsubvlak 'water'. Hier mogen de gronden en bouwwerken naast het bestaande gebruik ook worden gebuikt voor waterlopen, waterberging en waterhuishouding inclusief bijbehorende taluds, oevers, onderhoudstroken, straten, bruggen, steigers en kades.

Direct buiten het plangebied is het gebruik van de gronden en de bouwwerken op de bedrijfspercelen aanvullend geregeld middels de besluitsubvlakken 'bedrijfsdoeleinden'. De ten hoogste toegestane milieucategorieën zijn gemaximeerd.
De Assemblageweg is vastgelegd middels het besluitsubvlak 'verkeersdoeleinden'.

Inpassingsplan Windpark Zeewolde
Direct aan de overzijde van de Hoge Vaart geldt het Rijksinpassingsplan 'Windpark Zeewolde', zoals dat is vastgesteld op 2 maart 2018.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0006.png"

Afbeelding - uitsnede geldend Rijksinpassingsplan Windpark Zeewolde (www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het inpassingsplan heeft als voornemen om de realisatie van het Windpark Zeewolde mogelijk te maken. Met het inpassingsplan is ervoor gekozen om de onderliggende bestemmingsplannen zoveel mogelijk intact te laten.
Ter hoogte van het plangebied zijn de meeste gronden in aanvulling van het oorspronkelijke agrarische bestemming aangewezen als 'overige zone - windparkinfrastructuur 1'. Ter plaatse zijn de gronden bestemd voor schakelkasten, transformatoren, kabels en leidingen, onderhoudswegen, op- en afritten en kraanopstelplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de windturbines. De windturbines (in lijnopstelling) zelf zijn bestemd als 'Bedrijf - Windturbinepark'.
Op de verbeelding zijn de omliggende bedrijfswoningen aangeduid als 'overige zone - molenaarswoning'. Hiermee wordt aangegeven dat de eigenaren/bewoners van de betreffende woningen toezicht houden op het windpark en daarvoor kleine onderhoudswerkzaamheden verrichten.

De gronden waar de rotoren van windturbines over (kunnen) draaien, zijn aangeduid met de specifieke gebiedsaanduiding 'overige zone - overdraai'.

1.4 De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Trekkersveld IV' met identificatienummer NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken:

  • verbeelding
  • planregels.

De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels verbonden om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.

De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5 Milieueffectrapportage

Voor de uitbreiding van Trekkersveld IV en de vestiging van het datacenter geldt niet een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure. Er geldt een (al dan niet vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht voor het aanleggen van het industrieterrein, de aansluiting op de hoogspanningsverbinding, de warmtebuisleiding en de ontsluiting op de N305. Echter er kan op voorhand nog niet worden uitgesloten dat het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig is vanwege de mogelijke noodzaak voor een passende beoordeling.
Verder is het bestemmingsplan kaderstellend als gevolg van de benodigde ontgrondingsvergunning, die afhankelijk van de exacte omvang m.e.r.- plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Als gevolg hiervan is het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig.
Vanwege de mogelijke noodzaak voor een passende beoordeling, de kaderstelling, en omwille van zorgvuldigheid en een goed omgevingsproces wordt de m.e.r.-procedure te doorlopen.

Gezien de samenhang van de totale ontwikkeling en uit te voeren ontgrondingen wordt een gecombineerd plan/project-MER opgesteld waarin zowel de m.e.r.- plichtige als m.e.r. beoordelingsplichtige planonderdelen worden meegenomen. Het gecombineerde plan/project-MER wordt tezamen met het ontwerp van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Trekkersveld IV', en de ontwerp vergunningen ter inzage gelegd.
Voor de inhoud van de plan/project-MER wordt verwezen naar paragraaf 4.1.

1.6 Coördinatieregeling

Voor het project wordt aan de raad van de gemeente Zeewolde gevraagd de coördinatieregeling ex artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing te verklaren. De coördinatieregeling houdt in dat de procedure van het bestemmingsplan wordt gecombineerd met een of meerdere vergunningen. Het gaat hier om de omgevingsvergunning voor bouwen en milieu, de natuurvergunning, de ontgrondingsvergunning en de watervergunning.

Het bestemmingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad, de vergunningen worden verleend door het betreffende bevoegd gezag (provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland). De ontwerpbesluiten worden tegelijk ter inzage gelegd, een eventuele beroepsfase wordt ook gecombineerd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist als enige instantie over eventuele in te dienen beroepen.

Dit bestemmingsplan wordt vanaf de ontwerpfase in de voorbereidingsprocedure gecoördineerd met de ontwerpvergunningen.

1.7 Opzet van de toelichting: leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd:

  • hoofdstuk 2 Planbeschrijving staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied;
  • in hoofdstuk 3 Beleid is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied;
  • de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten beschreven;
  • in hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven;
  • hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid, heeft betrekking op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Geschiedenis

Algemeen

De gemeente Zeewolde ligt in Zuidelijk Flevoland. Zuidelijk Flevoland viel in 1968 droog. Direct daarop werd begonnen met de inrichting. De oudste IJsselmeerpolders waren vooral bedoeld voor agrarisch gebruik. Ook Zuidelijk Flevoland zou daarbij uitstek geschikt voor zijn. Maar door de steeds betere opbrengsten was er minder behoefte aan landbouwgrond. Er was juist grond nodig voor woningen en recreatie. Daarnaast wilde men de natuur en het milieu meer aandacht geven. Hierdoor is nog maar de helft van de grond in Zuidelijk Flevoland voor agrariërs ingericht. Een kwart van de grond in deze polder is voor recreatie, natuurgebieden en bos. Het "laatste" kwart is voor de kernen.

Zeewolde is na Almere de tweede kern van Zuidelijk Flevoland. De gemeente Zeewolde ontstond op 1 januari 1984; het is hiermee de jongste gemeente van Nederland. In de winter van 1984 werden ook de eerste woningen in Zeewolde opgeleverd. De basis voor deze eerste woningen werd gevormd door het Structuurplan Zeewolde dat in 1982 door de Rijksdienst IJsselmeerpolders was opgesteld en waarmee voor het eerst vorm werd gegeven aan de stedenbouwkundige structuur van de kern Zeewolde. Het Structuurplan Zeewolde uit 1982 wees enkele gebieden direct ten noorden en zuiden van het centrum aan waar de woningbouw ten behoeve van de bevolkingsgroei moest plaatsvinden.

In de jaren na 1984 werden snel meer woningen gebouwd en tevens kwamen er voorzieningen in het dorp: winkels, scholen en een buslijn. De laatste jaren is Zeewolde uitgegroeid tot een kern met ongeveer 20.000 inwoners met de daarbij behorende voorzieningen.

De gemeente heeft een oppervlakte van 26.897 hectare. Het dorp wordt begrensd door drie soorten landschap. Aan de oostzijde ligt het Wolderwijd; het randmeer dat is ontstaan na inpoldering van de Flevopolder. Hier vindt veel (water-)recreatie plaats. Aan de zuidzijde van Zeewolde ligt het Horsterwold; tezamen met het Hulkesteinsebos het grootste loofbos van Nederland. Daarnaast wordt Zeewolde begrensd door het open agrarisch gebied. Bijzonder zijn de rechte lijnen van wegen, de lijnen van windmolens en de clusters van agrarische bedrijven in dit gebied.

Ontwikkeling Trekkersveld
De verschillende fasen van het bedrijventerrein Trekkersveld zijn gelegen ten noorden van de Gooiseweg en kenmerken zich als solitair gelegen bedrijventerreinen. Het is immers niet aan de kern Zeewolde vastgebouwd, maar op enige afstand daarvan gelegen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0007.png"

Afbeelding - ligging Horsterparc (A), en Trekkersveld I & II (B) en Trekkersveld III (C)

In de jaren ‘80 van de vorige eeuw werd gestart met de aanleg van het bedrijventerrein. De bedrijventerreinen Trekkersveld en Horsterparc zijn in verschillende fasen ontwikkeld.

Allereerst is Trekkersveld I aangelegd. Dit deel is gelegen tussen de Hoge Vaart en de Nijverheidsweg en de Akkerweg. Vervolgens is Trekkersveld II ontwikkeld. Dit betreft het gedeelte ten zuiden van de Nijverheidsweg, de Akkerweg en de Geldersweg. Trekkersveld I en II zijn volledig uitgegeven aan bedrijven. Om deze reden is Trekkersveld III ontwikkeld. Inmiddels is het merendeel van Trekkersveld III ook al uitgegeven. Op Horsterparc is nog ongeveer 10-12 hectare beschikbaar, maar dit zijn vooral kleine kavels en is een ander soort bedrijventerrein dan Trekkersveld.

2.2 Bestaande situatie

Het huidige gebruik binnen het plangebied is overwegend agrarisch. Het gebied wordt gekenmerkt door een open polderlandschap. De Baardmeesweg (de weg langs de Hoge Vaart) ontsluit het agrarisch achterland langs de Hoge Vaart. Langs de Baardmeesweg zijn vier agrarische bedrijven met vijf bedrijfswoningen gevestigd. Deze agrarische bedrijven worden in het kader van de voorgestane ontwikkelingen door de initiatiefnemer opgekocht en de bedrijfsvoering beëindigd. De agrarische bebouwing wordt te zijner tijd gesloopt.

Aan de westzijden en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door Hoge Vaart en de verbreedde Baardmeesvaart (voorheen Baardmeestocht). Deze tocht is enkele jaren geleden verbreed als onderdeel van de vaarroute de Blauwe Diamant. Direct aan de overzijde van de Baardmeesvaart bevindt zich het bedrijventerrein Trekkersveld III. Aan de overzijde van de Hoge Vaart bevindt zich de bovengrondse 150 kV-hoogspanningslijn Zeewolde - knooppunt Zeewolde. De hoogspanningslijn loopt parallel aan de N302 (Gooiseweg).

Ten noordwesten van het plangebied en de hoogspanningslijn wordt op circa 350 m afstand van het plangebied in het buitengebied van Zeewolde het windpark Zeewolde gerealiseerd. Het windpark wordt een van de grootste windmolenparken van Nederland op het land. De ambitie is om de 220 solitaire windmolens die in het gebied staan te vervangen door meer dan 90 grote windmolens (tiphoogte maximaal 220 meter) in lijnopstelling, met een elk een vermogen van circa 3,9 MW. De sloop van de solitaire windmolens is voorwaarde voor de bouw van de nieuwe windmolens.
Er staan vier van deze solitaire windmolens binnen het plangebied. Deze dienen te worden gesaneerd. Daar hebben de windmoleneigenaren tot medio 2026 de tijd voor.

Ten noorden van het plangebied loopt de Knardijk. De Knardijk is een binnendijk die als landscheiding de grens vormt tussen Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. De Knardijk is nu een compartimenteringskering. Mocht in een van de beide polders ooit het water toeslaan, dan beschermt de Knardijk de andere polder tegen de gevolgen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0008.jpg"

Afbeelding - luchtfoto bestaande situatie

Horsterparc is een kleinschalig hoogwaardig bedrijventerrein met vooral kleine kavels voor bedrijven in de zakelijke dienstverlening (in combinatie met kantoren), kennis gerelateerde productie en handelsbedrijven met showrooms. Horsterparc ligt aan de westkant van de N705 en grenst aan het recreatiepark Horsterwold.
Trekkersveld was oorspronkelijk gericht op agrarische dienstverlening. Dit is sinds de bouw van Zeewolde gewijzigd en hebben ook andere bedrijven zich op Trekkersveld gevestigd, zoals bouwbedrijven, handels- productie- en distributiebedrijven. Inmiddels is het terrein gericht op transport en logistiek en heeft grotere kavels. Dat geldt vooral voor de laatste uitbreiding, Trekkersveld III, waar grote transportbedrijven zijn gevestigd.

Op het aansluitende bedrijventerrein Trekkersveld III mogen zich, op grond van het geldende beheersverordening Trekkersveld III (vastgesteld 26 mei 2016), bedrijven vestigen tot en met milieu-categorie 4. Onder voorwaarde zijn bedrijven uit milieucategorie 5 toegestaan.
In de praktijk zijn met name bedrijven gevestigd in categorie 3.1 of 3.2. Een enkel bedrijf zit in categorie 2, 4 of 5. De aanwezige bedrijven zijn over het algemeen meer grootschalige ruimtegebruikers. De kavels variëren in oppervlakte van 5.000 tot 20.000 m2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0009.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0010.png"

Afbeelding - uitsnede overzichtskaart uitgifte Trekkersveld (www.zeewoldezakelijk.nl)

Op basis van de overzichtskaart uitgifte (nr. T1-T10 2008053 d.d. 14-2-2020) blijkt voor Trekkersveld dat er nog maar enkele vrije kavels op het bedrijventerrein aanwezig zijn variërend van 5.000 tot 20.000 m2.
De vraag naar kavels blijft onverminderd groot, dat blijkt ook uit de laddertoets die in het kader van het bestemmingsplan is uitgevoerd (zie verder paragraaf 2.4). Daarom wil de gemeente Trekkersveld uitbreiden met 35 hectare (bruto) bedrijventerrein.

Landschappelijke waarden
Het landschap van Zeewolde bestaat uit een open en rationeel polderlandschap, dat voor een groot deel door de landbouw wordt gebruikt.
Het landschappelijk raamwerk in Zeewolde omvat onder meer de volgende structurerende elementen, oriëntatie- en herkenningspunten en landschappelijke kwaliteiten:

  • de vaarten (Hoge Vaart, Lage Vaart en de Hoge Dwarsvaart);
  • de rationele verkaveling, die beleefbaar wordt gemaakt door de aanwezige berm- en kavelsloten;
  • de laanbeplanting langs de Lepelaarweg, de Ibisweg, de Vogelweg, de Schollevaarsweg, de Tureluurweg (de zogenoemde 8 van ontsluitingswegen)en in de Zuidlob;
  • de grootschalige open ruimtes in het agrarisch gebied ten noord westen van Zeewolde;
  • de dijk rondom zuidelijk Flevoland, inclusief de Knardijk;
  • het Horsterwold;
  • tot slot zijn de erfsingels van belang voor het landschappelijke beeld.Het is belangrijk om de kernkwaliteiten te behouden door deze deel uit te laten maken van ruimtelijk ontwikkelingen.

Het agrarisch polderlandschap
Zeewolde grenst aan de noord- en noordoostzijde aan het open grootschalig landbouwgebied. Openheid, een strakke verkaveling en windmolens kenmerken het landschap. In het agrarische polderlandschap liggen de agrarische bedrijven in groene eilanden. De wegenstructuur, de dijken en de vaarten zijn bepalende ruimtelijke lijnelementen in het polderlandschap. De wegenstructuur wordt op veel plaatsen versterkt door bomenrijen aan weerskanten.
De lijnelementen verbinden, doorsnijden gebieden en zijn bepalend voor de zichtlijnen in het landschap.

2.3 Nieuwe situatie

Voor het perceel is globaal een stedenbouwkundig concept opgesteld. Hierin worden de ruimtelijke en verkeerskundige uitgangspunten geformuleerd die richting geven aan de verdere uitwerking. Het stedenbouwkundig concept is als bijlage 1 opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0011.png"

Afbeelding - Ruimtelijke uitwerking

Twee deelgebieden
De twee deelgebieden van het plangebied hebben elk een eigen dynamiek en uitstraling.

  • De uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV betreft een voortzetting van het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld III met vooralsnog vergelijkbare kavels (3.000 m2 tot 5 hectare).
    Dit betekent dat voor de inrichting van het openbaar gebied qua uitstraling, materialisering en profielen aansluiting moet worden gezocht bij Trekkersveld III. Door de vestiging van het datacenter vormt Trekkersveld IV aan deze zijde de afronding van het bestaande (gemengde) bedrijventerrein.
  • Het terrein van het datacenter kent een geheel andere dynamiek en opzet. Dit deel van het plangebied wordt door één enkel bedrijf ontwikkeld en gebruikt. De bedrijfsactiviteiten zijn vooral intern gericht. Daarbij heeft het datacenter (o.a. uit veiligheidsoverwegingen) bij voorkeur een eigen aansluiting op de Gooiseweg en geen doorgaande verbindingen met het bedrijventerrein. Door de aard van de bedrijfsvoering en de omvang van het terrein is een sterke landschappelijke omkadering van belang.

Verkeersontsluiting
Beide deelgebieden worden elk voorzien van een eigen ontsluiting op de doorgaande wegen. Trekkersveld IV betreft een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld III. De ontsluiting van Trekkersveld IV voor het auto- en vrachtverkeer vindt plaats via de bestaande aansluitingen van Trekkersveld III op de Gooiseweg (N305) en de Spiekweg (N705).
Trekkersveld IV zal vanaf de bestaande Assemblageweg zal via een nieuwe brug ontsloten worden. Er wordt nagegaan of de bestaande doorgang van Baardmeesweg langs de Vaart wordt opgeheven of vervangen door een brug met voldoende doorvaart. Het bedrijventerrein wordt wel aangesloten op de Baardmeesweg. Met name voor langzaam verkeer en agrariërs is deze route van belang.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0012.png"

Afbeelding - toekomstige ontsluitingsstructuur

Het datacenter wordt ten behoeve van werknemers en bezoekers voorzien van een centrale representatieve aansluiting direct op de Gooiseweg (N305). In het voorontwerp bestemmingsplan wordt een zoekgebied opgenomen waar deze ontsluiting kan komen. Dit zoekgebied is beperkt in omvang. Er moet vanwege verkeersveiligheid een minimale afstand vanaf de Knardijk worden aangehouden. De N305 ter hoogte van de Knardijk is hoger gelegen, daarom moet er voldoende afstand tot een volgende afslag zijn, anders is het zicht niet voldoende. Ook moet voldoende afstand worden aangehouden tot de volgende afslag ter hoogte van Trekkersveld III. Het zoekgebied is afgestemd met de provincie Flevoland.
Vanaf de Gooiseweg wordt voor de centrale ontsluiting voorzien in een opstelruimte voor werknemers. Hierdoor wordt voorkomen dat er opstoppingen op de Gooiseweg ontstaan. Op het terrein wordt voorzien in een interne ontsluiting.

Voor de toeleveranciers, het serviceverkeer en het bouwverkeer van het datacenter wordt voorzien in een tweede aansluiting. Parallel langs de Baardmeesweg wordt over het terrein van het datacenter een eigen weg aangelegd. Deze tweede aansluiting kan ook worden gebruikt in geval van calamiteiten.

2.3.1 Uitbreiding Trekkersveld IV

2.3.1.1 Locatiekeuze

De keuze voor de uitbreiding van Trekkersveld op voorliggende locatie ligt voor de hand. De geplande uitbreiding vindt plaats in het verlengde van het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld III in noordoostelijke richting. Trekkersveld IV vormt de afronding van het bestaande (gemengde) bedrijventerrein.
De locatie is goed en direct ontsloten via de provinciale weg N305 ('Gooiseweg'). Vanaf de N305 kan de oprit naar de snelweg A28 bij Harderwijk met de (vracht)auto binnen 15 minuten worden bereikt en de oprit naar de snelweg A28 bij Nijkerk binnen 13 minuten. Almere ligt op circa 18 minuten rijden en de ring van Amsterdam op een half uur rijtijd.

2.3.1.2 Ruimtelijke en verkeerskundige uitgangspunten

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0013.png"

Afbeelding - uitgangspunten voor Trekkersveld IV (TV4)

Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

  • Trekkersveld IV wordt vanaf de Assemblageweg ontsloten via een nieuwe centrale brug;
  • het doorgaande fietspad over het bestaande bedrijventerrein wordt doorgetrokken over Trekkersveld IV en aangesloten op Baardmeesweg (met polderwegprofiel);
  • de nieuwe hoofdontsluiting van Trekkersveld IV wordt voor voorzien van het zelfde profiel als de bestaande Assemblageweg;
  • het bestaande fietspad langs Assemblageweg wordt nabij Fabricageweg naar noordzijde van de Assemblageweg verlegd. Hierdoor wordt voldoen ruimte gecreëerd ter plaatse van de kruising en de brug;
  • met de nieuwe bedrijfsbebouwing op Trekkersveld IV wordt de bestaande rooilijn langs de Gooiseweg doorgezet. Dat geldt ook voor het onbebouwde profiel van de Gooiseweg;
  • op basis van de centrale ontsluiting ontstaan uit te geven bedrijfspercelen met oppervlaktes tussen de 1 en 5 hectare.
2.3.2 Proefverkaveling

Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is in het stedenbouwkundig concept een overzichtelijke proefverkaveling opgesteld waarbij Trekkersveld IV ontsloten wordt vanaf de Assemblageweg via een nieuwe brug over de Baardmeesvaart (zie ook bijlage 1). Daarmee wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluiting op de provinciale weg. De nieuwe ontsluitingsweg is geprojecteerd in het verlengde van de Assemblageweg waardoor ontstaat aan beide zijden voldoende ruimte voor nieuwe bedrijfspercelen.

Voor de bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen wordt aangesloten op maatvoering van de bestaande bedrijven op Trekkersveld III. De bedrijfspercelen mogen voor maximaal 70% worden bebouwd.
Aan de zijde van de Gooiseweg zullen de nieuwe bedrijven rekening moeten houden met de rooilijn van de bestaande bedrijven langs de Gooiseweg.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0014.png"

Afbeelding - proefverkaveling Trekkersveld IV (kavels 3 tot 5 hectare)

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0015.png"

Afbeelding - proefverkaveling Trekkersveld IV (kavels 1 tot 5 hectare)

2.3.3 Vestiging datacenter

2.3.3.1 Wat zijn datacenters?

Datacenters zijn gebouwen waar dataopslag en dataverwerking plaatsvindt. Zij leveren voor bedrijven ruimte voor servers, connectiviteit (routers, switches en transmissie apparatuur), koeling, beveiliging en desgewenst services. Datacenters zijn onderdeel van de zogenaamde 'digitale infrastructuur': de voorzieningen die nodig zijn voor het data- en internetgebruik wereldwijd. Er zijn verschillende type datacenters, met verschillende klanten en focus.

Grofweg zijn de Nederlandse datacenters op te delen in drie soorten (bron: www.dutchdatacenters.nl):

  • Regionale en nationale colocatie datacenters: 
    Waar in Nederland je ook bent, je kunt altijd een professioneel colocatie datacenter vinden binnen een straal van maximaal 30 minuten. Datacenters staan overal in Nederland en bieden lokale bedrijven en overheden een platform om hun bedrijfskritische systemen op te laten draaien, hun gegevens op te slaan en hun diensten te faciliteren.
    Sommige datacenter-providers zijn specifiek in één provincie met een of meerdere vestigingen te vinden, terwijl andere datacenter operators op verschillende plekken in Nederland te vinden zijn.
  • Internationale colocatie datacenters:
    Waar regionale en nationale datacenters vooral een focus hebben op nationale partijen, positioneren internationale datacenters zich als dé plek om online diensten in Europa te verdelen: de Digital Gateway to Europe.
    Nederland en in het bijzonder datahub Amsterdam fungeert als een ideale springplank richting digitaal Europa. De centrale ligging, open economie en bovenal de uitmuntende connectiviteit en Internet Exchanges hebben Nederland inmiddels de grootste datacenter hub van Europa gemaakt. Veel van deze datacenters zijn in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) te vinden.
  • Hyperscale datacenters: 
    Anders dan colocatie datacenters, waar meerdere bedrijven gebruik van maken, zijn hyperscale datacenters in eigendom van en gebruik door wereldwijd opererende internetbedrijven. Hyperscale datacenters worden gebouwd op plaatsen waar voldoende ruimte is, er toegang is tot een betrouwbare stroomvoorziening en waar kansen liggen voor het gebruik van groene stroom en verduurzaming, zoals het hergebruik van restwarmte. Nederland heeft een aantal hyperscale data centers die momenteel in Middenmeer (Noord Holland Noord) en Eemshaven (Groningen) te vinden zijn.

De locatie in Zeewolde is in beeld voor de vestiging van een hyperscale datacenter.

2.3.3.2 Locatiekeuze

Een initiatiefnemer van een hyperscale datacenter maakt een locatieafweging op continentaal of in ieder geval internationaal schaalniveau. Het verzorgingsgebied van een hyperscale datacenter is niet regionaal gebonden of gelimiteerd tot een specifieke locatie, maar gericht op het bieden van wereldwijde service.
Voor het te ontwikkelen datacenter wordt gekeken naar regio's rond Amsterdam conform de Ruimtelijke Strategie Datacenters, te weten in de richting Almere-Zeewolde-Lelystad-Dronten. Amsterdam is namelijk, vanwege de intercontinentale dataverbinding (AMS-IX), het epicentrum voor grootschalige datacenters. Binnen nabijgelegen regio's is de vertraging in de verbinding nog aanvaardbaar.

Flevoland staat bekend als de energieprovincie door zijn vele windmolens en is koploper in de winning van hernieuwbare energie. Op dit moment ontstaat er congestie om het overschot aan opgewekte elektriciteit op het elektriciteitsnet te leveren. Met de provincie Flevoland en de Regionale ontwikkelingsmaatschappij (Horizon) is afstemming geweest over de mogelijkheden van de komst van een datacenter en de mogelijke locaties in de provincie Flevoland. Hierbij is gevraagd naar mogelijke locaties met een oppervlakte van minimaal 100 hectare.
Uit deze afstemming is naar voren gekomen dat er binnen de gemeente Zeewolde mogelijkheden zijn. Het uitgangspunt van de initiatiefnemer is om te ontwikkelen binnen een gemeente waar welwillend tegen de komst van een datacenter wordt aangekeken. Dat bleek in de gemeente Zeewolde het geval. In Zeewolde zijn mogelijkheden voor een nieuwe aansluiting op het elektriciteitsnet, waardoor Zeewolde een aantrekkelijke locatie is voor de realisatie van een datacenter.

Voor een hyperscale datacenter gelden de volgende locatiecriteria:

  • 1. Beschikbaarheid van ruime kavels met voldoende ruimte voor de datavloeroppervlakte en facilitaire activiteiten (kantoor, beveiliging enz.) evenals een redelijke afstand tot andere functies, vanwege de voorziene installaties ten behoeve van airconditioning en bescherming ten opzichte van omgevingsrisico's (bijvoorbeeld brand), en het realiseren van een duurzame locatie voor werknemers en de omgeving waarbij ook veiligheid voorop staat. Het gaat om een minimaal bebouwbare oppervlakte van 175.000 tot 225.000 m2, aansluitend op marktontwikkelingen en taxatie van de langjarige vraag naar hyperscale datacenters in Nederland.
  • 2. Aaneengesloten kavel, logisch vormgegeven met een minimale omvang van 67,5 hectare: dit is de minimale oppervlakte om een hyperscale datacenter met een omvang van 175.000 tot 250.000 m2 te kunnen faciliteren. Het initiatief in Zeewolde wenst een ruimtevraag van 166 hectare, waarvan een groot deel van het terrein met groen en water wordt ingericht.
  • 3. Meerdere onafhankelijke bronnen op een betrouwbaar elektriciteitsnetwerk: het gebruik van bij voorkeur groene energie en de mogelijkheid voor een nieuwe duurzame aansluiting;
    • a. Directe aansluiting op het hoogspanningsnet met een hoogspanningsstation, met twee of meer andere hoogspanningsstations in de nabije omgeving en een betrouwbaar nationaal elektriciteitsnet. De nabijheid bij het hoogspanningsstation is idealiter minder dan 300 meter.
    • b. Beschikbare netcapaciteit: op het hoogspanningsnet moet voldoende capaciteit beschikbaar zijn om in het energieverbruik van een hyperscale datacenter te voorzien.
  • 4. Hoogwaardige digitale connectie: voorzien van meerdere glasvezelverbindingen van voldoende capaciteit;
  • 5. De mogelijkheid om lokale werkgelegenheid te creëren en op lange termijn te behouden in de bouw en het gebruik van de campus;
  • 6. Een laag natuurramprisico: locaties moeten een laag risico hebben op bijvoorbeeld aardbevingen, bosbranden, overstromingen en situaties van extreem weer;
  • 7. Een stabiel politiek klimaat: hyperscale datacenters bedienen een internationale markt en moeten zijn gesitueerd in een land of regio dat bewezen politiek stabiel is, zodat uitvalrisico's worden gemitigeerd.

Nederland heeft als land een goede propositie voor vestiging van internationale datacenters. Binnen Nederland is de Amsterdamse regio, waaronder de gemeente Zeewolde wordt gerekend, een aantrekkelijk gebied voor de vestiging van hyperscale datacenters. Zeewolde beschikt over alle noodzakelijke randvoorwaarden voor vestiging van grotere partijen.

  • er is potentieel nog veel ruimte beschikbaar voor grootschalige bebouwing,
  • de energievoorzieningen en -infrastructuur zijn van hoog niveau en hebben voldoende capaciteit.
  • de digitale connectie is uitstekend met aansluitingen op internationale en intercontinentale internet exchange AMS-IX.

Binnen de gemeente Zeewolde is vervolgens gekeken naar mogelijke locaties voor de vestiging. Zoals uit onderstaande afbeelding zijn een drietal locaties afgewogen in aansluiting op de bestaande bedrijventerreinen, te weten Horsterparc en Trekkersveld (zie onderstaande afbeelding).

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0016.png"

Afbeelding - mogelijke locaties aansluitend op bedrijventerreinen Horsterparc en Trekkersveld

Uiteindelijk is de keuze gevallen op locatie 1; uitbreiding van Trekkersveld IV aan de noordoostzijde. De volgende afwegingen hebben hierbij een rol gespeeld:

  • Langs het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld stroomt het kanaal de Hoge Vaart. Er is gekozen om de nieuwe ontwikkeling aan de zuidzijde van de Hoge Vaart te houden. De Hoge Vaart vormt zo een natuurlijke grens voor industriële ontwikkelingen die logisch op elkaar aansluiten aan dezelfde zijde van het kanaal.
  • Er wordt aangesloten bij bestaande landschappelijke lijnen en het al aanwezige bedrijventerrein in het landschap.
  • Daarnaast treedt er door deze ligging de minste hinder voor de recreatie op. Het terrein ligt nu immers aan de zuidzijde van de Hoge Vaart.
  • Locatie 1 ligt het meest nabij bij het bestaande gemeentelijke warmtenet. Er wordt nagegaan wat de mogelijkheden zijn voor het hergebruik van de restwarmte van het datacenter. Nabijheid bij het bestaande warmtenet is daarbij een belangrijke voorwaarde.
  • Aan de noordzijde van de Hoge Vaart wordt momenteel een windpark ontwikkeld met windturbines van 206 meter hoogte. Door de ontwikkeling van het bedrijventerrein met datacenter aan de zuidzijde van de Hoge Vaart te houden, is extra landschapsvervuiling in samenhang met de windturbines relatief klein.
  • Er is een bestaande aansluiting op de provinciale weg N305, waardoor het nieuwe bedrijventerrein goed ontsloten is. Bij die aansluiting zit een tankstation dat bij uitstek handig is voor de sectoren transport en logistiek.

In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (zie paragraaf 4.1.2 van deze toelichting) en in de laddertoets (zie paragraaf 2.4 van deze toelichting) wordt nader onderbouwd dat de locatie in Zeewolde aan deze locatiecriteria voldoet. Daarbij wordt ook gekeken naar het aanbod in de regio.

2.3.3.3 Werkgelegenheid

Wanneer het datacenter operationeel is wordt naar verwachting circa 100 fte (fulltime-equivalent; werkuren omgerekend naar voltijdsbanen) gerealiseerd aan directe (hoogopgeleide) werkgelegenheid. Indirect zal het datacenter zorgen voor een keten aan toeleveranciers. Daarnaast zullen nieuwe bedrijven ook de aanwezigheid van het datacenter kunnen aangrijpen om zich in Zeewolde te vestigen.

2.3.3.4 Ruimtelijke en verkeerskundige uitgangspunten

Voor de vestiging van een hyperscale datacenter op de beoogde locatie zijn de volgende ruimtelijke uitgangspunten geformuleerd:

  • voor het datacenter wordt voorzien in een nieuwe afslag op de Gooiseweg;
  • er wordt geen verbinding gemaakt ten behoeve van autoverkeer richting Trekkersveld IV;
  • op het 'entree-eiland' van het datacenter wordt voorzien in een aparte opstelruimte voor de voertuigen van de werknemers (minimaal 150 meter lengte).

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0017.png"

Afbeelding - nieuwe aansluiting op Gooiseweg en entree-eiland

Ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing zijn in het stedenbouwkundig plan (zie bijlage 1) de onderstaande voorwaarden geformuleerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0018.png"

Afbeelding - randvoorwaarden ten behoeve van de inpassing van de randen

2.3.3.5 Voorgenomen ontwikkeling

Het ontwerp voor het datacenter is gebaseerd op een campus. Het ontwerp is geïnspireerd door de landschappelijke omgeving van Zeewolde. Het landschap wordt gekenmerkt door een grootschalige verkaveling, met rechte lijnen en symmetrie. Er is sprake van een rationele verkavelingsstructuur (blokverkaveling), met rechte wegen en grote (open) percelen evenwijdig of dwars op de ontsluitingswegen. Deze rationele kenmerken zijn terug te zien in het ontwerp van de campus. De volgende afbeelding is ook opgenomen als Bijlage 2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0019.png"

Afbeelding - inrichtingsplan campus datacenter

Het project behelst de bouw van een campus met een aantal individuele datahallen, een flexibele ruimte, en ondersteunende faciliteiten. Hierbij wordt ook interne infrastructuur aangelegd, zoals wegen en parkeervoorzieningen. De datahallen bevatten technische gebouwen en IT-apparatuur. De volledige campus beslaat ongeveer 40 hectare bebouwd oppervlak, waarvan 20 hectare datahallen en 20 hectare bijgebouwen voor administratie, logistiek en service.
De overige ruimte van de campus wordt ingericht met groen en waterpartijen. Met name aan de randen van de campus is ruimte voor landschappelijke inpassing, om de gebouwen in de omgeving op te laten gaan.

Voor het ontwerp van de campus wordt uitgegaan van één inrichting. Deze inrichting is mitigerend ontwikkeld op basis van enerzijds een efficiënte werking van een datacenter en anderzijds landschappelijke inpassing in de omgeving van de locatie in Zeewolde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0020.png"

Afbeelding - 3D-weergave mogelijk aansluiting van aansluiting van Datacenter op de Gooiseweg

De campus ligt in een 'rechtlijnig raster', dat opgaat in de geometrie van het open agrarische gebied. De individuele datahallen worden elk parallel met de landschappelijke structuren gepositioneerd. De façade ligt op de voorgrond aan de provinciale weg N305.

De campuskantoren en recreatieruimtes richten zich tevens op de provinciale weg, om de randen van het campusterrein vanuit de omgeving bezien te verlevendigen. De zones rondom de bebouwing worden ingericht als groene ruimte.
Daarbij wordt aangesloten op randvoorwaarden die in het beeldkwaliteitplan worden opgenomen ten aanzien van de randen en profielen. Het beeldkwaliteitplan is in concept beschikbaar en wordt nog inhoudelijk afgestemd met diverse partijen. Het beeldkwaliteitplan zal bij het ontwerp van het bestemmingsplan als bijlage worden bijgevoegd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0021.png"

Afbeelding - 3D-weergave van zicht op de datahallen vanaf de Gooiseweg

Gefaseerde bouw
Het project wordt gefaseerd gebouwd, om de bouwactiviteit en werkgelegenheid te spreiden:

  • De eerste fase omvat de oprichting van een administratief en logistiek gebouw, een nieuw hoogspanningsstation en de eerste twee datahallen met units voor computerservers en de noodgeneratoren. Deze fase begint naar verwachting in 2021 en wordt in 2023-2024 in gebruik genomen.
  • In 2022 - 2024 wordt een derde datahal met administratiegebouw opgericht.
  • In de periode 2023-2028 worden de vierde en vijfde datahal met bijbehorende administratiegebouwen opgericht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0022.png"

Afbeelding - geplande bebouwing (indicatie)

Tijdens de bouwfase van het datacenter wordt voorzien in een tijdelijke aparte ontsluiting van het terrein ten behoeve van het bouwverkeer. De ontsluiting vindt plaats middels een eigen weg parallel aan de Baardmeesweg. Mogelijk zal voor de aanlegfase van het datacenter een tijdelijke brug nodig zijn over de Baardmeesvaart.

Hoogspanningsverbinding en stroomvoorziening
Ten behoeve van de stroomvoorziening van de campus wordt aangesloten op een hoogspanningsverbinding. In de milieueffectrapportage (m.e.r., zie paragraaf 4.1) worden de mogelijkheden voor de aansluiting onderzocht.

Op het terrein van het datacenter wordt in het bestemmingsplan in een hoogspanningsstation voorzien. Ook worden noodgeneratoren geplaatst ten behoeve van de stroomvoorziening. De noodgeneratoren worden alleen gebruikt voor periodieke betrouwbaarheidstesten overdag, en wanneer de stroomtoevoer naar of binnen de campus wordt onderbroken.

In- en uitlaat koelwatersysteem
Het datacenter wordt gekoeld met een koelwatersysteem. Hiertoe wordt koelwater onttrokken aan de Hoge Vaart en gebruikt in het koelwaterysteem in het datacenter. Het water circuleert enkele keren in het systeem voor een efficiënt gebruik van het koelwater en wordt daarna weer geloosd in het kanaal. De exacte locatie van de in- en uitlaat hangt af van de benodigde afstand tussen de in- en uitlaat, de kwaliteit van het water en van diverse omgevingsfactoren.
Een en ander wordt in het kader van de milieueffectrapportage (MER, zie paragraaf 4.1) verder onderzocht, zie ook navolgende afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0023.png"

Afbeelding - zoekgebied koelwater, met in paars de zone voor de inlaat van het koelwater, en in oranje de zone voor de uitlaat van het koelwater (bron: NRD 14-05-2020)

In het bestemmingsplan is een zoekgebied aangewezen waarbinnen de in- en uitlaat kunnen worden gerealiseerd.

Buisleiding restwarmte
Een datacenter produceert warmte, wat kansen biedt voor het benutten van de restwarmte. In eerste instantie wordt uitgegaan van een warmteleiding gekoppeld aan de datahallen. Het gaat om laagwaardige warmte met een temperatuur van 25 tot 30 °C. De vraag naar en het potentiële hergebruik van de restwarmte bepaalt hoeveel datahallen in de toekomst zijn aangesloten op de warmtebuisleiding.

Er zijn diverse mogelijkheden voor het hergebruik van de restwarmte. Op dit moment is nog onvoldoende bekend welke alternatieven haalbaar en realistisch zijn. In het kader van het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met twee opties in het noordwesten en in het zuidwesten van het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0024.png"

Afbeelding - zoekgebieden voor de warmtebuisleiding met groen aangegeven. Optie 1 langs de noordwestelijke zijde van de campus, optie 2 langs de zuidoostelijke zijde van de campus

In het bestemmingsplan zijn beide zones als zoekgebied aangewezen waarbinnen de benodigde infrastructuur (buisleiding) mogelijk wordt gemaakt. Het opnemen van de beide zones biedt de mogelijkheid parallel verder onderzoek te doen naar een mogelijkheid om de restwarmte optimaal te gebruiken. Daarvoor worden in de toekomst dan nieuwe ruimtelijke procedures doorlopen.

Ambities ten aanzien van duurzaamheid
De doelstelling van de initiatiefnemer is om 100% gebruik te maken van duurzame energie. Daarnaast heeft de initiatiefnemer voor het datacenter zelf en de bouw daarvan enkele duurzaamheidsdoelstellingen:

  • de toepassing van een integraal duurzaam ontwerp en duurzame manier van bouwen;
  • het besparen van water en energie door middel van een geavanceerd technisch ontwerp van servers en IT-apparatuur tot systemen die de datahallen van stroom voorzien en koelen volgens de best beschikbare technieken;
  • gebruik van lokale materialen en lokale leveranciers met duurzame bedrijfswaarden met betrekking tot efficiëntie, hernieuwbare energie, waterbeheer en gezondheid;het minimaliseren van afval tijdens de bouw door zoveel mogelijk materiaal te recyclen;
  • het bevorderen van gezonde werkplekken door daglicht, frisse lucht en uitzicht op natuur te bieden, wat het welzijn en de productiviteit van werknemers bevordert.
2.3.4 Functionele uitgangspunten

Uitbreiding Trekkersveld IV
Het Trekkersveld IV richt zich met name op reguliere lokale bedrijven die uitbreidingsruimte zoeken en of nieuwvestiging voor ogen hebben. Het merendeel van de bedrijven is reeds op een bedrijventerrein in Zeewolde gevestigd maar uit hun jasje gegroeid. Er wordt vooral ruimte geboden voor bedrijven met een behoefte aan kavels tussen de 3 en 5 hectare.
Bedrijven op bedrijventerreinen in Zeewolde zijn voor een groot deel werkzaam in de sectoren food, productie en bouw. Deze sectoren zorgen voor spin-off naar sectoren als transport, logistiek en groothandel. Niet uitgesloten wordt dat de vestiging van het datacenter op het nieuwe en bestaande bedrijventerrein gaat zorgen voor nieuwe vormen van spin-off.
Trekkersveld IV kan daarnaast bedrijven van buiten de gemeente Zeewolde huisvesten, dit is echter geen primair doel.

Dit gedeelte van het bedrijventerrein wordt, overeenkomstig de structuurvisie (zie paragraaf 3.3.2), door de gemeente ontwikkeld als een regulier bedrijventerrein en zal wat betreft profiel aansluiten op Trekkersveld III, met een focus op transport, logistiek, productie, groothandel en industrie (maximaal milieucategorie 3.2). De actuele vraag is vooral van bedrijven uit deze sector. Bedrijven met een milieucategorie van 4.1 worden toegestaan, mits de milieueffecten hiervan gelijkwaardig zijn aan milieucategorie 3.2.
Het is niet de ambitie dat er zich op het bedrijventerrein grote lawaaimakers kunnen vestigen. Omdat zowel op Trekkersveld III als op het terrein van het nieuwe datacenter geluidzoneringsplichtige inrichtingen mogelijk worden gemaakt, wordt het Trekkersveld IV toch aangemerkt als deel van het geluidgezoneerd industrieterrein (zie verder onder 'Vestiging datacenter').

Vestiging datacenter
Voor het perceel van het datacenter wordt niet uitgegaan van een regulier bedrijventerrein. De oppervlaktevraag van het betreffende datacenter is dermate specifiek dat het de regionale aanbod voor bedrijventerreinen onevenredig zou verstoren. Daarbij komt dat voor de vestiging van een datacenter een lange termijn investering nodig is in de regionale economie. Als een datacenter eenmaal gebouwd en operationeel is, is deze moeilijk verplaatsbaar. De infrastructuur en netwerkverbindingen zouden dan allemaal verlegd moeten worden en dat is een operatie die niet alleen tijdsintensief is, maar ook veel investeringen met zich mee brengt.

Voor dit perceel wordt in het kader van het bestemmingsplan uitgegaan van een specifieke bedrijfsbestemming. Delen van het datacenter kunnen als een geluidzoneringsplichtige inrichting worden beschouwd. Dit betekent dat dit gedeelte van het bedrijventerrein in het voorliggend bestemmingsplan als een geluidgezoneerd industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder zal moeten worden aangemerkt. In het kader van het bestemmingsplan en de milieueffectrapportage (MER, zie paragraaf 4.1) zal moeten worden beoordeeld in hoeverre de bestaande geluidszonering om het bedrijventerrein zal moeten worden aangepast. Daarvoor zal een deel van het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2016 moeten worden herzien. Dit plan zal tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan in procedure worden gebracht.

Zoekzones
Binnen het bestemmingsplan wordt ten behoeve van het datacenter een aantal zoekgebieden opgenomen, zie paragraaf 2.3.3.5:

  • binnen de bestemming van het datacenter wordt een onderstation als recht mogelijk gemaakt. Voor de leidingen ten behoeve van de aansluiting op de hoogspanningsverbinding is op de verbeelding een zoekgebied opgenomen;
  • binnen de bedrijfsbestemming voor het reguliere bedrijventerrein is de vestiging van een warmtecentrale voor het benutten van de restwarmte bij recht toegestaan. Voor de warmtebuisleiding worden op de verbeelding twee zoekgebieden opgenomen;
  • voor de in- en uitlaat van het koelwatersysteem op de Hoge Vaart is op de verbeelding een zoekgebied langs de Hooge Vaart aangegeven. Daarbinnen is zowel de inlaat als de uitlaat van het koelwatersysteem mogelijk. Er wordt een minimale afstand tussen de in- en uitlaat aangehouden;
  • voor de verkeersontsluiting op de Gooiseweg is een zoekgebied aangegeven. De ligging van het zoekgebied is afgestemd met de provincie Flevoland.
2.3.5 Beeldkwaliteitplan

De uitbreiding van het bedrijventerrein met Trekkersveld IV en het datacenter vormt een belangrijk belevingspunt en entree voor Zeewolde. Met name het datacenter vervult in de toekomst een belangrijke rol voor het beeld vanaf het tracé van de N305.
In navolging van het beeldkwaliteitsplan voor het bedrijventerrein Trekkersveld III is voor de uitbreiding van Trekkersveld IV alsmede voor de vestiging van het datacenter een nieuw beeldkwaliteitplan opgesteld. In het beeldkwaliteitplan worden de uitbreiding van Trekkersveld IV en het datacenter expliciet als één samenhangende ruimtelijke ontwikkeling gezien om de ruimtelijke kwaliteit van deze zone als geheel te bewaken.
Het beeldkwaliteitplan wordt daardoor opgezet vanuit een samenhangende context, maar een set duidelijke afzonderlijke eisen voor het bedrijventerrein Trekkersveld IV en het terrein van het datacenter.

Het beeldkwaliteitplan is een beeldende vertaling van de ruimtelijke aspecten uit het stedenbouwkundig concept en het bestemmingsplan. De beeldkwaliteitsaspecten zullen de beoogde ruimtelijke kwaliteit en uitstraling waarborgen bij de verdere architectonische uitwerking en de inrichting van de kavels en de openbare ruimte. Ook wordt in het beeldkwaliteitplan aangegeven hoe rekening gehouden moet worden met de landschappelijke kernelementen.
Het kwaliteitsdocument is opgesteld om:

  • een aantrekkelijk werkmilieu tot stand te brengen;
  • de inpassing in het landschap te waarborgen;
  • de ontwikkelende partijen te inspireren en vooraf informatie te geven over de welstandscriteria;
  • de welstandscommissie een passend kader te bieden waarbinnen de kwalitatieve toetsing van bouwplannen dient plaats te vinden.

Het beeldkwaliteitplan is bedoeld als inspirerend kader voor de ontwikkelende partijen en de gemeente. Incidenteel kan gemotiveerd wordt afgeweken, mits er sprake is van een overtuigende kwaliteit en van gevoel voor de omgeving.
In dergelijke incidentele gevallen wordt expliciet aan de welstandscommissie voorgelegd of een uitzonderingssituatie vanwege de kwaliteit van het bouwplan gerechtvaardigd is. Het beeldkwaliteitsplan zal onderdeel uitmaken van het gemeentelijke welstandsbeleid en ook als zodanig met het bestemmingsplan worden vastgesteld.


De planologisch relevante aspecten uit het beeldkwaliteitplan worden opgenomen in het bestemmingsplan. Het beeldkwaliteitplan is nog in voorbereiding en zal bij het ontwerpbestemmingsplan worden opgenomen.

2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een motivering op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De treden van de ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven:

  • de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling, en
  • indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.

De gemeenten moeten plannen die een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maken motiveren volgens de nieuwe laddersystematiek. Wanneer sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' dan is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een uitgebreidere motivering vereist waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.

Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling
De laddertoets is alleen van toepassing op nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 Bro wordt een 'stedelijke ontwikkeling' gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’.

In het Bro is geen minimale ondergrens vastgesteld, daarvoor geeft de jurisprudentie meer duidelijkheid (in beginsel vanaf 12 extra woningen en/of ruimtebeslag van 400 - 500 m2).

Er is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt of een naar aard en omvang zodanige functie-wijziging dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

In het geval van voorliggende ontwikkelingen wordt voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV en de vestiging van het datacenter aan beide voorwaarden voldaan. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat het nieuwe bestemmingsplan ladderplichtig is. Er dient te worden gemotiveerd dat er behoefte is aan de uitbreiding van het bedrijventerrein en aan een nieuw datacenter.

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied
Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijke gebied (BSG) is extra motivering vereist. In artikel 1.1.1 Bro wordt 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd als ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

Naast de hiervoor genoemde definitie van bestaand stedelijk gebied, blijkt uit jurisprudentie dat ook de geldende bestemming van een plangebied relevant kan zijn. Geldt er bijvoorbeeld een agrarische bestemming die de ontwikkeling ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt, dan is veelal geen sprake van bestaand stedelijk gebied.

In het geval van voorliggende ontwikkelingen wordt ten aanzien van de uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV en de vestiging van het datacenter geconstateerd dat deze niet binnen bestaand stedelijk gebied zijn geprojecteerd. Het geldend bestemmingsplan maakt voor beide ontwikkelingen geen stedelijke functies mogelijk (zie paragraaf 1.3)

Voor elk van beide ontwikkelingen is een laddertoets uitgevoerd. Deze laddertoetsen zijn als bijlagen 4 en 5 aan de toelichting toegevoegd.

2.4.1 Laddertoets uitbreiding bedrijventerrein Trekkersveld IV

Vanwege de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV is in het kader van het bestemmingsplan door Stec Groep een laddertoets uitgevoerd. De Laddertoets Trekkersveld IV (nr. 20.042, d.d. 20 mei 2020) is als bijlage 4 in de toelichting opgenomen.

2.4.1.1 Behoefte

Verzorgingsgebied
In de laddertoets wordt allereerst het relevante verzorgingsgebied van het bedrijventerrein Trekkersveld IV bepaald. Dit wordt gebaseerd op (het bepalen van) de behoefte aan de ontwikkeling binnen het relevante verzorgingsgebied.

Primaire verzorgingsgebied: lokale tot regionale bedrijvigheid
Een bedrijventerrein als Trekkersveld IV met overwegend reguliere kavels van circa 5.000 m² tot maximaal 5 hectare zal reguliere bedrijfsruimtegebruikers trekken. Zeker in de omgeving van Zeewolde – waar nog relatief veel ruimte is - zijn kavels tot 5 hectare niet exceptioneel groot. Al uitgegeven kavels op andere terreinen in Zeewolde van een dergelijke omvang, voorzien doorgaans in de lokale tot regionale bedrijfsruimtemarkt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0025.png"

Afbeelding - verzorgingsgebied Trekkersveld IV (bron: Laddertoets Trekkersveld IV)

Naar verwachting zal Trekkersveld IV voornamelijk lokale tot regionale bedrijvigheid - zoals MKB, (food)industrie en logistiek - trekken. De bedrijven zijn veelal lokaal of regionaal geworteld. Het zoekgebied van deze bedrijven beperkt zich over het algemeen tot Zeewolde aangevuld met bedrijven die binnen een straal van circa 15 tot 20 kilometer zijn gevestigd.
Het verzorgingsgebied van Trekkersveld IV is daarmee naar verwachting primair lokaal tot regionaal.

(X)XL-bedrijven
Aanvullend op dit lokale tot regionale verzorgingsgebied zullen ook bedrijven van buiten dit primaire verzorgingsgebied zich op Trekkersveld IV vestigen. Dit zijn doorgaans XL-bedrijven die op zoek zijn naar een relatief grote kavel (circa 2 tot 5 hectare). Deze XL-kavels van een dergelijk grote omvang, zijn voor deze bedrijven in de directe omgeving niet beschikbaar. Er wordt daarom over de gemeente en/of regiogrenzen gekeken: Zeewolde is dan een aantrekkelijk alternatief.
In de laddertoets wordt zichtbaar gemaakt dat er, naast de traditioneel sterke locaties voor (X)XL bedrijven in de regio Rotterdam, West-Brabant, Tilburg en Noord-Limburg, ook sprake is van een duidelijke clustering binnen de driehoek Almere-Lelystad-Zeewolde.

Gesteld wordt dat de gunstige centrale ligging van de driehoek Almere - Lelystad - Zeewolde binnen Nederland vooral kansen biedt voor nationaal opererende bedrijven met een grote logistieke component. Daarbij wordt vooral gedacht aan logistieke branches met een regionale tot nationale oriëntatie als e-fulfilment, retail, food en pakketdiensten. Deze logistieke branches worden in de laddertoets naar verwachting ook kansrijk ingeschat voor Zeewolde.
Dit blijkt ook uit de reeds gevestigde bedrijvigheid in Zeewolde waar vooral bedrijven vanuit de sector food en ook e-fulfilment zijn gevestigd. Dit zijn segmenten die binnen korte tijd de volledige marktregio willen kunnen bereiken, de centrale ligging van Zeewolde is daarvoor ideaal.

Distributiecentra
Tot slot wordt aangegeven dat de markt voor kleinere distributiecentra groeit. Er is sprake van een trend naar same day delivery. Hierdoor is het noodzakelijk om nabij stedelijke concentraties kleinere hubs te openen. Dit is met namen te zien in de sectoren:

  • food, zoals Picnic;
  • e-commerce, zoals bol.com, Coolblue en in het buitenland Amazon en Zalando;,
  • bouw, zoals bouwhubs;
  • automotive, zoals spare parts.

Zeewolde is voor dit type distributiecentra een aantrekkelijke locatie door de nabijheid van Amsterdam, de Gooi en Vechtstreek, Amersfoort, Utrecht en de omliggende Randstad. Op zeer korte afstand ligt een enorm afzetpotentieel: binnen een uur reistijd zijn circa 3 miljoen mensen bereikbaar.

Behoefte aan bedrijventerrein binnen het primaire verzorgingsgebied
Behoefte wordt bepaald door de vraag naar bedrijventerrein te verminderen met de harde planaanbod binnen het verzorgingsgebied. In de laddertoets wordt de ruimtevraag voor het primaire verzorgingsgebied gebaseerd op bestaande ramingen en historische uitgiftecijfers. In de laddertoets wordt een ruimtevraag geraamd van 181 tot 246 hectare binnen het verzorgingsgebied (hierbij zijn incidentele uitgiften aan bovenregionale XXL-ruimtevragers (> 5 ha) niet meegerekend).
In de laddertoets is voor het bepalen van het aanbod rekening gehouden met het hetgeen op Trekkersveld mogelijk gemaakt wordt (vergelijkbaar qua kavelomvang, type terrein, verschijningsvorm en milieuhindercategorie).
Op basis van de ruimtelijke uitgangspunten voor Trekkersveld IV (een omvang van circa 3.000 m² tot 5 hectare) is er momenteel een planaanbod binnen het verzorgingsgebied beschikbaar van in totaal 173,3 hectare.

Op basis van de geraamde vraag van circa 181 tot 246 hectare en een planaanbod van in totaal 173,3 hectare, resteert er een behoefte van in totaal 8 tot maximaal 73 hectare. Trekkersveld IV maakt in totaal circa 35 hectare bedrijventerrein mogelijk. Naar verwachting zal deze 35 hectare in ieder geval voorzien in een behoefte van 18 hectare (minimum) en naar verwachting voorziet de volledige 35 hectare in een ruimtebehoefte.
Dit wordt in de laddertoets door meerdere argumenten onderbouwd:

  • De uitgifte in Zeewolde over de afgelopen jaren zijn zeer constant.
  • In een bredere regio is de uitgifte in de afgelopen 4 jaar zeer hoog geweest. De dynamiek in de regio is hoog.
  • De prognoses voor de vraagraming voor Almere en Lelystad zijn gebaseerd op ramingen uit 2017. Hierbij is naar verwachting onvoldoende rekening gehouden met de hoge dynamiek dat de vestiging van (X)XL-bedrijvigheid met zich meebrengt.
  • De gemeenten binnen Flevoland zijn in de regio een van de weinige gemeenten met nog ruim planaanbod. Binnen Metropool Regio Amsterdam, vrijwel de volledige provincie Utrecht en in de regio Veluwe is nog volop dynamiek en vraag, maar zijn de beschikbare locaties schaars.

Aanvullende behoefte van XL-ruimtevragers tot 5 hectare
Naast de primaire (regionale) doelgroep (bedrijven van 3.000 m² tot circa 3 hectare) is in de laddertoets ook gekeken naar de aanvullende ruimtevraag van bedrijven van 3 tot 5 hectare. Deze bedrijven hebben doorgaans andere vestigingseisen, locatie-afweging en oriënteren zich doorgaans vooral op een marktregio binnen een specifiek afzetgebied. Voor dit type ruimtevraag zal Zeewolde voornamelijk 'concurreren' binnen de provincie Flevoland en de gemeenten Almere en Lelystad in het bijzonder. Naar verwachting zal bovendien een deel van de ruimtevraag vanuit de regio Utrecht/Amersfoort, het (zuidelijk deel van de) Veluwe en een deel van de Metropoolregio Amsterdam, in Zeewolde kunnen landen. Het aanbod met een ruimte kavelomvang (>3 hectare) in deze regio's is zeer schaars. Zeewolde vormt gezien de ligging ten opzichte van het (regionale en nationale) afzetgebied een aantrekkelijk alternatief.
Om een inschatting te kunnen maken van de daadwerkelijke vraag naar bedrijfsruimte van circa 3 tot 5 hectare, is in de laddertoets een globale prognose gemaakt voor de provincie Flevoland. Op basis van de geraamde vraag van circa 123 hectare en een concurrerend planaanbod van in totaal 81,7 hectare binnen het Flevoland, resteert er een behoefte van in totaal 41,3 hectare.

Samenvattend
Trekkersveld IV maakt in totaal circa 35 hectare bedrijventerrein mogelijk. Naar verwachting zal een groot deel van deze 35 hectare voorzien in de genoemde reguliere vraag tot 3 hectare. Daarnaast zal Trekkersveld IV kunnen voorzien in de vraag van de incidentele ruimtevrager van groter dan 3 hectare. Daarmee borduurt Trekkersveld IV voort op het profiel van het huidige bedrijventerrein Trekkersveld en zal voornamelijk lokale bedrijven tot 3 hectare vestigen met incidenteel de vestiging van een groter bedrijf (tot 5 hectare).

2.4.1.2 Geen alternatieve locaties in bestaand stedelijk gebied geschikt en beschikbaar

De beoogde uitbreidingslocaties voor Trekkersveld IV betreft een locatie buiten bestaand stedelijk gebied. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet worden afgewogen of er binnen bestaand stedelijk gebied geen alternatieve locaties beschikbaar zijn.
Op basis van een analyse van een scan van het planaanbod aan stedelijke functies binnen het verzorgingsgebied, wordt in de laddertoets geconcludeerd dat er binnen het verzorgingsgebied van bedrijventerrein Trekkersveld IV geen alternatieve locaties geschikt en beschikbaar zijn van ten minste 35 hectare.

Bovendien vormt bedrijventerrein Trekkersveld IV de afronding van het succesvol uitgegeven bedrijventerrein Trekkersveld (I t/m III). Tot slot komt Trekkersveld IV komt tussen het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld en het beoogde datacenter te liggen. De ontwikkeling van Trekkersveld IV vormt een logische ruimtelijke afronding van het geheel.

2.4.1.3 Beoordeling mogelijke ruimtelijk effecten

In de laddertoets wordt geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding van Trekkersveld IV naar verwachting voorziet in een behoefte. Daarbij functioneert de bedrijventerreinenmarkt binnen het verzorgingsgebied - en in Zeewolde in het bijzonder - goed. De leegstand in de regio is beperkt, er vindt jaarlijks een hoge uitgifte aan bedrijventerrein plaats en ook in bestaand aanbod (leegstaande panden) vinden volop transacties plaats. Hierdoor is bijvoorbeeld in Zeewolde de leegstand zeer beperkt. In Zeewolde is sprake van een leegstandspercentage van circa 4,7%. Het leegstandspercentage ligt daarmee onder gewenst frictieniveau van circa 5 tot 7%.

Op basis van het huidige leegstandspercentage, de hoge dynamiek en de behoefte, verwachten we dat de ontwikkeling van Trekkersveld IV geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten teweeg zal brengen.

2.4.2 Laddertoets Datacenter Zeewolde

Vanwege de beoogde vestiging van een datacenter is in het kader van het bestemmingsplan door Stec Groep een laddertoets uitgevoerd. De Laddertoets Datacenter Zeewolde (nr. 20.019, d.d. 20 mei 2020) is als bijlage 5 in de toelichting opgenomen.

2.4.2.1 Marktregio

In de laddertoets wordt, mede op basis van jurisprudentie, onderbouwd dat het verzorgingsgebied van een grootschalig mondiaal opererende(hyperscale) datacenter niet regionaal gebonden is. Gezien de herkomst en omvang van de beoogde ontwikkeling wordt voor dit initiatief ervan uit gegaan dat het zoekgebied verder reikt dan Nederland.

Wanneer een ontwikkeling niet regionaal gebonden is worden, op basis van jurisprudentie, behoefte en locatiekeuze beoordeeld uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 Wro. Op basis van diezelfde jurisprudentie wordt in de laddertoets getaxeerd dat vraag en aanbod in de regio tegen elkaar moeten worden afgewogen binnen een straal van 50 kilometer rond Amsterdam. Amsterdam is met zijn intercontinentale dataverbinding (AMS-IX) het epicentrum voor grootschalige datacenters en de vertraging in de verbinding ('latency') binnen een straal van 50 kilometer blijft in de regel nog aanvaardbaar. Deze 50 kilometer wordt in de laddertoets gerekend vanaf de drie locaties in de Amsterdamse regio's met zogenaamde 'hyperconnectivity': Schiphol-Rijk, Science Park en Zuidoost.

Uit onderstaande afbeelding blijkt dat de locatie in Zeewolde (blauw) binnen de marktregio valt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0026.png"

Afbeelding - indicatie marktregio rondom Schiphol-Rijk, Science Park en Zuidoost (groen) en projectlocatie (blauw)

2.4.2.2 Ruimtevraag ten behoeve van de laddertoets

Voor het bepalen van de ruimtebehoefte wordt In de laddertoets aangenomen dat Nederland haar huidige positie op de markt voor hyperscale datacenters behoudt (3 v/d wereldwijd 500 vestigingen). Dat zou voor de periode t/m 2025 een vraag betekenen van 3 tot 6 hyperscale datacenters. Ervan uitgaande dat de digitalisering t/m 2030 op zijn minst lineair doorzet, komt dat voor één bestemmingsplanperiode (10 jaar; t/m 2030) in Nederland neer op een vraag van 6 tot 12 datacenters. Uitgaande van een gelijkblijvende gemiddelde oppervlakte van de Nederlandse hyperscale datacenters gaat het t/m 2030 om een groei van 447.000 m2 tot 894.000 m2.
Amsterdam huisvest op dit moment twee van de drie Nederlandse hyperscale datacenters; bij een gelijkblijvende verhouding is de verwachting voor de Amsterdamse regio dan ook 4 tot 8 hyperscale datacenters t/m 2030. Uitgaande van een gelijkblijvende gemiddelde oppervlakte van de Nederlandse hyperscale datacenters gaat het t/m 2030 om een groei van 298.000 m2 tot 596.000 m2.

In de laddertoets wordt opgemerkt dat de rekensom naar vierkante meters aanzienlijk beïnvloed wordt door één of enkele initiatieven die groter zijn dan de nu in Nederland gemiddelde omvang. In het buitenland zijn dergelijke initiatieven al te zien, maar in Nederland nog niet. Het valt niet uit te sluiten dat daar de komende jaren verandering in komt. Opgemerkt wordt dat marktontwikkelingen duiden op schaalvergroting van individuele datacenters in de komende jaren. Voorgaande taxatie van de behoefte in vierkante meters wordt in de laddertoets dan ook als conservatief beschouwd. Uit de groeicijfers blijkt dat Europa de laatste jaren een inhaalslag aan het maken is.
In het kader van de laddertoets wordt verwacht dat Nederland haar positie op de markt eerder versterkt dan verzwakt. Het huidige marktaandeel lijkt daarmee eerder te laag dan te hoog. De grootste potentiële drempel die in de laddertoets wordt voorzien is overheidsbeleid om 'verdozing' van het landschap tegen te gaan.

Op Nederlands schaalniveau heeft nog geen onderzoek zich gewaagd aan een voorspelling voor de groei van het aantal hyperscale datacenters. Dat is volgens de laddertoets niet vreemd omdat het succes van Nederland in de wereldwijde markt vooral afhankelijk is van de mate waarin het haar concurrerende positie weet te bestendigen. In de REOS van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt daarvoor een beleidsmatige aanzet gedaan (zie paragraaf 3.1.5).
Wel is er op Nederlands schaalniveau een voorspelling over de groei van de totale datacenteroppervlakte (bebouwd). De toekomstscenario's van het Centraal Planbureau (hierna: CPB) en Planbureau voor de Leefomgeving (hierna: PBL) gaan voor Nederland uit van een groeiend volume van datacenters van maximaal 300% t/m 2030. Omgerekend is dat een toename van het volume van maximaal 1.200.000 m2 bebouwing in de komende 10 jaar. De bovenstaande taxatie van een behoefte van 6 tot 12 hyperscale datacenters in diezelfde periode passen binnen dat beeld.

2.4.2.3 Aanbod

Ruimtelijk programma van eisen
Ten behoeve van laddertoets is voor het bepalen van beschikbare aanbod voor hyperscale datacenter in de Amsterdamse regio eerst een programma van eisen voor een vergelijkbare hyperscale datacenter bepaald. Daarbij is vooral van belang dat het voorliggende voornemen bijzonder ruim van opzet is, mede vanwege de landschappelijke inpassing en om flexibiliteit naar de toekomst te behouden. Om het initiatief in het kader van de laddertoets te kunnen toetsen aan andere locaties (vergelijkbaarheid) is uitgegaan van de volgende criteria:

  • minimaal bebouwbare oppervlakte 175.000 a 250.000 m2;
  • aaneengesloten, logisch vormgegeven, kavel met een minimale omvang van 52,5 ha;
  • directe aansluiting op het hoogspanningsnet.

Aanbod in de marktregio
In het kader van de laddertoets zijn meerdere locaties in de marktregio beoordeeld aan de hand van het ruimtelijk programma van eisen. Geconstateerd wordt dat geen van locaties direct een alternatief vormt voor de locatie in Zeewolde. Vrijwel geen van de locaties, op één na, beschikt over een (potentieel) aaneengesloten kavel van voldoende omvang. De ene locatie die wél potentieel in een kavel van voldoende omvang kan voorzien, beschikt niet over een conforme bestemming.

Aanbod binnen bestaand stedelijk gebied
Binnen bestaand stedelijk gebied is geen sprake van leegstand of (bekende) herontwikkelingsplekken die qua omvang in de vraag zouden kunnen voorzien.

2.4.3 Conclusie

Ten aanzien van de Uitbreiding van Trekkersveld IV wordt geconcludeerd dat de vraag naar vergelijkbare bedrijventerreinen in het verzorgingsgebied groter is dan het aanbod. De beoogde ontwikkeling van Trekkersveld IV voorziet naar verwachting in een behoefte. Daarbij functioneert de bedrijventerreinenmarkt binnen het verzorgingsgebied - en in Zeewolde in het bijzonder - goed.
Verder blijkt dat er geen alternatieve locaties geschikt of beschikbaar zijn binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bedrijventerrein Trekkersveld IV vormt de afronding van het succesvol uitgegeven bedrijventerrein Trekkersveld (I t/m III).

Geconcludeerd wordt dat de vraag naar hyperscale datacenters in de marktregio binnen één bestemmingsplantermijn het aanbod overschrijdt. Met betrekking tot het voorliggende initiatief wordt geconstateerd dat er in de regio in potentie geen locatie geschikt voor vestiging van een hyperscale datacenter met de voorgenomen omvang, namelijk 175.000 tot 250.000 m2 datacenteroppervlakte. Deze behoefte kan ook niet in bestaande stedelijk gebied worden gefaciliteerd.
Geconcludeerd wordt dat er behoefte bestaat aan de ontwikkeling van het hyperscale datacenter in Zeewolde.

Hoofdstuk 3 Beleid

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte(SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en heeft als uitgangspunt 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig'.

De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd:

  • 1. Concurrerend
    Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • 2. Bereikbaar
    Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • 3. Leefbaar en veilig
    Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten.
De nationale belangen hebben onder andere betrekking op ruimte voor waterveiligheid, behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

De juridische borging van de nationale belangen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1.3).

3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (ontwerp)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes.
In juni 2019 is het ontwerp van de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd en gelanceerd. Naar verwachting wordt de NOVI medio 2020 vastgesteld.

Vier prioriteiten

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:

  • 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
    Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur.
    In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig. Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten.
    De aanleg van zonneparken in het landschap moeten zoveel mogelijk worden beperkt. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
  • 2. Duurzaam economisch groeipotentieel
    Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. Ingezet wordt op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.
    Belangrijk is wel dat de economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. Daarbij wordt ingezet op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen.
  • 3. Sterke en gezonde steden en regio’s
    Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap.
    Er wordt naar gestreefd dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
  • 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
    Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit.
    Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Datacenters
In de nieuwe nationale Omgevingsvisie wordt het 'realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit' als een van de nationale belangen aangewezen. Een goede digitale infrastructuur biedt mogelijkheden om te digitaliseren en te innoveren en zorgt zo voor een gunstig ondernemings- en vestigingsklimaat en een hoger welzijn. Het is belangrijk dat sprake blijft van voldoende beschikbare, betrouwbare en snelle netwerken.
Aangegeven wordt dat hedendaagse netwerken zonder investeringen niet afdoende zijn om het internetverkeer van de nieuwe economie op te vangen. De ambitie is dat Nederland digitale koploper in Europa is. Daarbij is het de opgave dat onze digitale netwerken tot de beste van Europa behoren en dat rond het internetknooppunt Amsterdam Internet Exchange en andere belangrijke concentraties van datacenters clustervorming mogelijk is.

Regie en keuzes in het nationaal omgevingsbeleid
In de kamerbrief van 'Regie en keuzes in het nationaal omgevingsbeleid' van 23 april 2020 wordt al een volgende stap gezet in het maken van aanvullende richtinggevende keuzes. Daarbij gaat het om:

  • bouwen aan een Stedelijk Netwerk Nederland;
  • een nationale strategie voor landelijk gebied;
  • goede inpassing energie transitie;
  • zorgvuldige keuzes maken voor het landschap;
  • voorkeursvolgorde voor (regionaal) waterbeheer.

In de brief worden deze keuze verder uitgewerkt. Een en ander betekent dat naast veiligheid, gezondheid, milieu en natuur, nader ingegaan moet worden op de energie- en waterbehoefte van nieuwe ontwikkelingen.

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.

De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden.

3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is sinds 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Sinds 1 juli 2017 luidt de formulering van de Ladder in artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro):
'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

Op grond van de ladder moeten de volgende punten worden geadresseerd:

  • 1. Er moet worden nagegaan of het bij de nieuwe ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door het bestemmingsplan, gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
  • 2. Als het gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet worden beschreven dat er daadwerkelijk voldoende vraag bestaat naar deze ontwikkeling.
  • 3. Als er voldoende vraag naar de nieuwe stedelijke ontwikkeling bestaat, moet de vraag worden beantwoord of bestaand stedelijk gebied (of bestaande bebouwing) de ruimte voor deze ontwikkeling niet kan bieden.

In paragraaf 2.4 is de verantwoording aan de Ladder duurzame verstedelijking opgenomen.

In deze toelichting van dit bestemmingsplan wordt verder aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

3.1.5 Ruimtelijke Strategie Datacenters Routekaart 2030

De door het rijksplatform 'Ruimtelijk Economische Ontwikkel Strategie (REOS)' is de 'Ruimtelijke Strategie Datacenters Routekaart 2030 voor de groei van datacenters in Nederland' opgesteld. Hierin wordt richting gegeven aan een betere afstemming voor vestiging en clustering van datacenters in Nederland, inclusief de beschikbaarheid van huidige (en toekomstige) energienetwerken.

In de ruimtelijke strategie wordt het belang van de Metropoolregio Amsterdam (vanwege de internet exchangepunten Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX) en Nederland Internet Exchange (NL-IX)) voor de groei van datacenters in Nederland' benadrukt op de internationale colocatie- c.q. multitenantmarkt. Tegelijkertijd wordt erkend dat de energievoorziening in Groot Amsterdam zijn grenzen nadert, c.q. forse investeringen vergt. Voorkomen moet worden dat de internationale colocatie partijen Nederland links laten liggen vanwege een tekort aan superieure vestigingslocaties.
Mede in het licht van de energietransitie is een strategie nodig waar deze grote stroomverbruikers nabij (aanlanding van) duurzame energiebronnen worden gevestigd. Daarnaast bezitten datacenters een groot potentieel aan restwarmte die maximaal benut moet worden. Dit vraagt om passende regelgeving, uitkoppeling van warmte door datacenters, investeren in warmtenetwerken en een vestigingsbeleid dat rekening houdt met deze voorwaarden.

Om de Nederlandse positie te behouden is het volgens de rijksstrategie noodzakelijk de MRA datahub te blijven faciliteren. Derhalve is de volgende route aangegeven voor het ruimtelijk ontwikkelen van datacentra:

  • 1. clustervorming rond internetknooppunten MRA als fundament voor datasectorland Nederland;
  • 2. op korte termijn (2019-2022) faciliteren van datacenters in gebied Almere - Zeewolde - Lelystad - Dronten om energietekort in de MRA op te lossen;
  • 3. en verder: op middellange en lange termijn overige locaties ontwikkelen en robuust netwerk creëren van data, energie en warmte.
3.1.6 Actieplan Digitale Connectiviteit

In 2018 heeft de Nederlandse overheid de ambitie uitgesproken digitale koploper in Europa te willen zijn (Nederlandse Digitaliseringsstrategie, 2018). Digitalisering is een belangrijke bron van groei, innovatie en nieuwe bedrijvigheid. Nederland heeft een goede uitgangspositie om de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering te verzilveren, onder andere omdat de AMS-IX, een van de belangrijkste internetknooppunten ter wereld, zich in Nederland bevindt. Nederland is de digitale toegangspoort tot Europa.
Aan de basis hiervan ligt onder andere de ontwikkeling van datacenters. De ambities uit de Digitaliseringsstrategie zijn vertaald in het Actieplan Digitale Connectiviteit. In de komende jaren is het faciliteren van de aanleg en upgrade van datacentra om de connectiviteit te waarborgen en vergroten.

3.1.7 Conclusie

De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal/regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks

De visie van de provincie Flevoland (vastgesteld 8 november 2017) geeft de langetermijnvisie van de provincie op de toekomst van Flevoland. Het gaat over de kansen en opgaven voor Flevoland over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen.
Er zijn drie kernopgaven geformuleerd:

  • het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving),
  • Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving),
  • Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).

Door de provincie wordt aangegeven dat Flevoland gemaakt is voor ontwikkeling. De ontwikkelingsgerichtheid is onderdeel van de provinciale identiteit. De provincie grijpt de kansen van nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, bedrijvigheid, herontwikkelingen, nieuwe voorzieningen, klimaatverandering, bodemdaling, waterveiligheid, transformatie in landbouw, duurzame energie.
Alle opgaven worden omarmt waarbij de kenmerkende elementen van de polder worden gekoesterd. Binnen deze kenmerken geeft de provincie ruimte aan ontwikkelingen.
Naar de toekomst toe wil Flevoland ruimte bieden voor nieuwe initiatieven met het 'ja, mits'-principe. Iedereen die wil bijdragen aan de toekomst van Flevoland is van harte uitgenodigd. Door deze opstelling zijn er meer mogelijkheden voor initiatieven van inwoners en bedrijven.

Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven:

  • Duurzame Energie
  • Regionale Kracht
  • Circulaire Economie
  • Landbouw: Meerdere Smaken

Flevoland biedt in 2030 en verder ruimte voor duurzame ontwikkelingen met oog voor fysieke, sociale en economische aspecten. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt hierop aangesloten. De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft een positief effect op de regionale kracht van Zeewolde. Het voorliggend bestemmingsplan sluit aan op de Omgevingsvisie.

3.2.2 Omgevingsverordening Flevoland

Met de (geconsolideerde) omgevingsverordening loopt de provincie Flevoland vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De omgevingsverordening ziet op alle elementen van de fysieke leefomgeving, en op activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden. Provincie Flevoland is zelf bevoegd gezag voor toezicht en handhaving van de regels in de omgevingsverordening.
De (geconsolideerde) omgevingsverordening bestaat uit:

  • de Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Flevoland 2012 met regels betreffende onder meer windenergie, grondwaterbeschermingsgebieden, watersysteem, NatuurNetwerk Nederland, stiltegebieden, ontgassen binnenvaart, bodemsanering, ontgrondingen, wegen en vaarwegen, handhaving;
  • de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Flevoland 2016;
  • de Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht provincie Flevoland;
  • regels voor zonne-energie.

De inhoud van de omgevingsverordening wordt in de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet steeds verder in lijn gebracht met die wet en de daarop gebaseerde regelgeving. Ook zal de verordening moeten passen bij de Omgevingsvisie FlevolandStraks, het Omgevingsprogramma Flevoland en diens opvolgers. Dit betekent dat de omgevingsverordening continue in beweging is.
Vanaf medio mei 2020 ligt er een nieuw ontwerp van de omgevingsverordening Flevoland ter inzage. Het betreft een (beleidsarme) doorontwikkeling van de huidige omgevingsverordening. Met de vaststelling van deze omgevingsverordening wordt voldaan aan de eisen die daaraan gesteld worden vanuit de Omgevingswet.

Het voorliggend bestemmingsplan dient te voldoen aan de bepalingen uit de provinciale omgevingsverordening.

3.2.3 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland

In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld (zie paragraaf 3.2.1). Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. Deze eerste versie van het Omgevingsprogramma Flevoland is vastgesteld door Provinciale Staten van Flevoland op 27 februari 2019.
In deze versie is ervoor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.

Stedelijk gebied
Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoersknooppunten.

Werklocaties
De ontwikkeling en realisatie van werklocaties is een verantwoordelijkheid van gemeenten en private partijen en is sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Met het provinciaal locatiebeleid vervult de provincie een faciliterende, ondersteunende, gebiedsvertegenwoordigende en regisserende rol. Het locatiebeleid draagt bij aan de volgende doelstellingen:

  • versterking van de economische ontwikkeling van Flevoland;
  • beheersing van de mobiliteit door een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets;
  • efficiënt gebruik van infrastructuur en vervoermiddelen;
  • verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid.

Het provinciaal locatiebeleid voor het stedelijk gebied is gericht op een voldoende gedifferentieerd aanbod van werklocaties in Flevoland, zodat er voor ieder bedrijf en instelling een geschikte locatie gevonden kan worden. Daarbij moeten zowel kwantiteit als kwaliteit zodanig zijn dat het aansluit bij de regionale vraag en een optimale bijdrage levert aan de vitaliteit van steden en dorpen.

Het locatiebeleid is verder uitgewerkt in een Ruimtelijke Visie Werklocaties Flevoland (vastgesteld 2016), de Structuurvisie Werklocaties, de beleidsregel Locatiebeleid stedelijk gebied, de beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied en betreffende convenanten.

Hierin is onder meer afgesproken dat de gemeenten eens in de vier jaar een strategische visie op werklocaties opstellen met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging met vier jaar als bijstelling niet eerder nodig is.

Bedrijventerreinen
In het omgevingsprogramma wordt aangegeven dat de vraag naar bedrijventerreinen afneemt en veranderd, maar het algehele beeld is dat er nu en in de toekomst minder vraag is dan voorheen. Dit zou geleid tot een herstructureringsopgave voor zowel de publieke als de private partners.

Afspraken voor afstemming tussen gemeenten bij de ontwikkeling en herstructurering van werklocaties zijn vastgelegd in het 'Convenant voorraadbeheersing en afstemming werklocaties' en in het 'Convenant bedrijventerreinen'.

Landschappelijk kernelementen
In de geconsolideerde omgevingsprogramma zijn de Knarredijk en de Hoge Vaart aangewezen als landschappelijk kernelementen. Het zijn de dijken, vaarten, interne ontsluiting, flankerende beplanting, wegbeplanting en de bosranden. Deze zijn bepalend voor het karakter van Flevoland en waarmee de essentie van het polderconcept wordt gewaarborgd. De provincie wil deze kernelementen behouden en de kwaliteiten ervan inzetten bij nieuwe ontwikkelingen, zodat zij een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.

NatuurNetwerk Nederland
In de Omgevingsverordening is de begrenzing van het Flevolandse Natuurnetwerk vastgelegd. In Flevoland hebben de meeste tochten en vaarten een verbindende functie. Zo ook de Knarredijk en de Hogevaart, beide maken deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (water voor natuur: grondwaterafhankelijke natuur). Het is aan gemeenten om voor de begrensde NNN-gebieden een passende bestemming op te nemen in hun eigen beleid.
De natuurwetgeving hanteert binnen het NNN een 'nee, tenzij'-regime; nieuwe activiteiten zijn niet toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan geen schade ondervinden. De provincie Flevoland gaat zoveel mogelijk uit van een ja, mits- of een ja, want-benadering. De provincie maakt hiervoor gebruik van een systeem van saldobenadering en principes van natuurinclusief ontwerp. Uitgangspunt daarbij is dat maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen zodanig worden vormgegeven dat deze elkaar niet belemmeren, maar versterken. 

Aardkundige waarden
In de ondergrond van Flevoland bevinden zich sporen van zeer oude, fossiele landschappen. Zo ligt een groot deel van het plangebied binnen het stroomgebied van de oer-Eem.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0027.png"

Afbeelding - uitsnede ligging aardkundige waarden (bron: Omgevingsprogramma)

De betreffende gronden zijn aangemerkt als aardkundig waardevol gebied. De provincie bevordert aandacht voor aardkundige waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. De provincie hecht aan het behoud van deze sporen van de ontstaansgeschiedenis.

Uit de ladderonderbouwing (zie paragraaf 2.4) voor zowel de gemeentelijke uitbreiding als voor de vestiging van het datacenter blijkt dat de behoefte aan de uitbreiding van Trekkersveld IV aantoonbaar aanwezig is. Het voorliggend sluit aan op het omgevingsprogramma.
In het kader van de m.e.r.-procedure worden de voorgenomen inrichting en alternatieven van Trekkersveld IV getoetst aan de wettelijke vereisten en beoordeeld op mogelijke milieueffecten. In de milieueffectrapportage (MER: zie paragraaf 4.1 van deze toelichting) wordt beoordeeld of en zo ja welke milieueffecten er kunnen optreden en of er optimalisatie van het plan noodzakelijk en mogelijk is om effecten te voorkomen en/of kansen te benutten. Daarbij wordt onder andere getoetst aan landschappelijke en aardkundige waarden en ecologie.

3.2.4 Structuurvisie werklocaties Flevoland 2011

De 'structuurvisie werklocaties Flevoland 2011' is een nadere concretisering van het Omgevingsplan, zoals dat nu is opgenomen in het omgevingsprogramma Flevoland. Tussen de provincie en de gemeenten in Flevoland zijn afspraken gemaakt over de omvang van nieuw aan te leggen bedrijventerreinen en kantoorlocaties (formele werklocaties), afgezet tegen de marktvraag. Dit is verwoord in de "visie werklocaties Flevoland 2030+" (april 2010), zie verder paragraaf 3.2.5 

Daarnaast heeft de Provincie het 'Locatiebeleid stedelijk Gebied 2011' (augustus 2011) opgesteld waarin de Provincie aangeeft welke typen werklocaties worden onderscheiden en welke vestigingsvoorwaarden (kantorenomvang, bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid) daaraan worden verbonden.

Beleidsregel Locatiebeleid Stedelijk Gebied 2011
Het locatiebeleid is nader uitgewerkt in de beleidsregel Locatiebeleid Stedelijk Gebied 2011. De provincie geeft in deze beleidsregel aan welke typen werklocaties worden onderscheiden en welke vestigingsvoorwaarden (kantorenomvang, bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid) daaraan worden verbonden. De gemeenten zijn vervolgens verantwoordelijk voor de concrete aanwijzing en uitwerking van de verschillende typen werklocaties.

In de Beleidsregel is een indeling gemaakt in zeven provinciale locatietypen, onderverdeeld in drie categorieën, te weten:

  • centrummilieus;
  • gemengde woonwerkmilieus;
  • specifieke werkmilieus.

De locatietypen verschillen in kantorenomvang (zelfstandige kantoren en kantoorhoudendheid van bedrijven), ruimtelijke kwaliteit (functiemenging, ruimtegebruik en beeldkwaliteit), bereikbaarheid (auto, openbaar vervoer en parkeren) en leefbaarheid (tegengaan van onnodige milieuhinder).

Bij de ontwikkeling van werklocaties is het belangrijk dat optimaal wordt ingespeeld op deze verschillende kenmerken zodat er voor ieder bedrijf een geschikte locatie gevonden kan worden.

  • In centrummilieus vindt concentratie plaats van arbeids- en bezoekersintensieve functies in combinatie met wonen, goede bereikbaarheid per auto en in de directe nabijheid van openbaar vervoer knooppunten.
  • Bij gemengde woonwerkmilieus is het beleid gericht op functiemenging van wonen en werken, waarbij de woonfunctie overheersend is. Specifieke werkmilieus zijn bedoeld voor bedrijven, kantoren en voorzieningen die qua schaal en functioneren niet passen in centrummilieus en gemengde woonwerkmilieus.
  • Specifieke werkmilieus zijn goed bereikbaar per auto. Een goede verbinding met het hoofdwegennet is belangrijk.

Het geplande bedrijventerrein Trekkersveld IV zal gaan behoren tot de specifieke werkmilieus. Binnen deze specifieke werkmilieus wordt een onderscheid gemaakt in

  • het kantorenmilieu
  • het voorzieningenmilieu;
  • reguliere bedrijventerreinen;
  • industrieterreinen.

Het nieuwe bedrijventerrein Trekkersveld IV kan, voor wat betreft de gemeentelijke uitbreiding, worden aangemerkt als een regulier bedrijventerrein. Deze worden in de beleidsregel omschreven als specifieke locaties bedoeld voor de vestiging van bedrijven.
Ten aanzien van de kantorenomvang geldt dat maximaal 50% kantoorhoudendheid op kavelniveau is toegestaan, met uitzondering van een aan te geven (hoogwaardige) zone op het bedrijventerrein waarvoor een maximum kantoorhoudendheid van 70% op kavelniveau geldt, mits dit milieuhygiënisch kan worden ingepast.
Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit geldt dat een beeldkwaliteitsplan wordt toegevoegd aan een ruimtelijk plan voor een werklocatie grenzend aan de snelweg of provinciale weg.

Ten aanzien van de bereikbaarheid geldt dat:

  • a. het parkeren op eigen terrein dan wel op gedeelde parkeerterreinen plaatsvindt, om te voorkomen dat het parkeren wordt afgewenteld op de omgeving;
  • b. een bedrijvenzone waar een maximum percentage kantoorhoudendheid van 70% op kavelniveau wordt gehanteerd, minimaal 2 keer per uur per richting in de spits met openbaar vervoer wordt ontsloten. De gemeente motiveert hoe de potenties voor openbaar vervoer optimaal benut worden;
  • c. voor een adequate auto-ontsluiting er een goede verbinding met het hoofdwegennet is;
  • d. dat er een goede fietsontsluiting is, die bij voorkeur de woongebieden en de werkgebieden rechtstreeks met elkaar verbindt.
  • e. een mobiliteitstoets wordt uitgevoerd zoals bedoeld in de regionale Nota Mobiliteit.

Voor 'datacenters' is geen specifiek beleid binnen de provincie aanwezig. Voor het overige wordt met het voorliggende bestemmingsplan aan deze bepalingen voldaan.

3.2.5 RO-Visie Werklocaties

Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben op 28 juni 2016 de RO-visie Werklocaties Flevoland vastgesteld. Het doel van de visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. Het maatschappelijk effect dat de provincie daarmee wil bereiken is slim en zuinig ruimtegebruik.

In de RO-visie werklocaties worden twee verschillende concepten van werklocaties voor het stedelijk gebied onderscheiden; formele en informele werklocaties. Een formele werklocatie heeft een omvang van minimaal 1 ha bruto en is een scherp afgebakend gebied. Een informele werklocatie is een locatie waar bedrijven en werkvormen zich kunnen vestigen die vallen volgens de VNG-brochure onder de milieucategorie 1, 2 en 3.1, waarbij sprake is van een zekere en ruimtelijk herkenbare menging met andere functies. Het plangebied valt in informele werklocaties.

Per gemeente verschilt de veranderopgave: Onderstaand tabel geeft een overzicht van de belangrijkste opgaven per gemeente waarbij rood staat voor een forse, oranje voor een redelijke en geel voor een beperkte opgave. Bij sommige segmenten zijn geen cijfers bekend en is dus geen kleur opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0028.png"

Tabel-Veranderopgave per gemeente (bron: RO-Visie werklocaties)

Visie op de veranderopgaven
Provincie Flevoland wil met deze visie geen toekomstige blauwdruk geven. De provincie wil wel richting geven aan de ontwikkeling van werklocaties in een nieuwe realiteit. Doelstelling van deze visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen nog toegestaan als de ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen.

In de visie wordt ten aanzien van Zeewolde gemeld dat de gemeente een netto areaal bedrijventerrein van ruim 200 hectare. Hiervan is (media 2016) nog circa 60 hectare niet uitgegeven, met name op bedrijventerrein Trekkersveld en Horsterparc. In de visie wordt geconcludeerd dat daarmee sprake is van een fors overaanbod. De gemeente heeft nog een harde planvoorraad voor circa 14 jaar.
Voor de gemeente komen twee terreinen in aanmerking komen voor herstructurering, te weten Schepenveld en een deel van Trekkersveld I&II. Op Schepenveld wordt circa 11 hectare geherstructureerd en op termijn op Trekkersveld circa 88 hectare.

Daarbij wordt opgemerkt de provincie in haar huidige beleid streeft naar locaties voor het opvangen van zware bedrijvigheid. In Zuidelijk Flevoland (Almere en Zeewolde) dient ten minste één bedrijventerrein (of een zone op een regulier bedrijventerrein) beschikbaar te zijn voor de vestiging van bedrijven voorkomend in de categorieën 3.1 t/m 5 van de VNG-publicatie.
Op deze terreinen, die natuurlijk kansrijk gelegen en goed ontsloten moeten zijn, moet vervolgens maximaal ruimte worden gereserveerd voor zware bedrijvigheid. Daarbij vindt de provincie het voorkomen en waar mogelijk saneren van knelpunten voor lucht, geluid, externe veiligheid en geur uitermate belangrijk. De provincie streeft naar een duurzame inrichting van nieuwe en bestaande werklocaties, waarbij het effect en de onderlinge hinder van dit type bedrijven zo optimaal mogelijk is geregeld.

Op het bedrijventerrein Trekkersveld III zijn op basis van de geldende beheersverordening bij recht bedrijven met milieucategorie 1 tot en met 4.2 mogelijk en bij afwijking bedrijven met categorie 5.1 tot en met 5.3. Daarmee zijn ook geluidzoneringsplichtige inrichting toegestaan. Ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein en de vestiging van het datacenter zijn geluidzoneringsplichtige inrichting toegestaan (zie paragraaf 4.8).
Uit de laddertoets (zie paragraaf 2.4 ) blijkt dat het bedrijventerrein Trekkersveld inmiddels nagenoeg volledig is uitgegeven. Ook blijkt dat er een behoefte is aan meer grootschalige bedrijfskavels, waarvoor binnen de gemeente onvoldoende aanbod is.
De uitbreiding van Trekkersveld IV past daarmee in de RO-Visie Werklocaties. In paragraaf 2.4 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking. Uit deze toets blijkt voor de beoogde ontwikkeling sprake is van duurzame verstedelijking.

3.2.6 Metropoolregio Amsterdam

In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is (in concept) beleid opgesteld voor de vestiging van datacenters. Het beleidsdocument volgt op de vorig jaar door de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer afgekondigde 'datacenterstop'. Met het regionale beleid wordt gewerkt aan de Ruimtelijk-economische Actieagenda 2016-2020 van de MRA die beoogt: "locaties aanwijzen in de nabijheid van de internetknooppunten in de MRA waar datacentra zich kunnen vestigen met aandacht voor energievoorziening en een optimale benutting van restwarmte".

In de regionale strategie wordt geconstateerd dat er in de regio op dit moment onvoldoende vestigingsmogelijkheden beschikbaar zijn om de groei van de datacentermarkt te kunnen faciliteren. Om de vestigingsvraag op te vangen, zet de regio daarom, blijkens de strategie, in op concentratie van datacenters op een of enkele locaties. Daarbij wordt expliciet geformuleerd dat Almere, Zeewolde en Lelystad de meest gunstige ruimtelijke uitgangspositie hebben voor een dergelijke concentratie. Concrete locaties binnen deze driehoek worden nog niet aangewezen.
Ontwikkeling van een hyperscale datacenter in Zeewolde lijkt daarmee in lijn te zijn met het regionale beleid.

3.2.7 Conclusie provinciaal en regionaal beleid

De uitbreiding van het Bedrijventerrein Trekkersveld IV wordt in de verschillende provinciale beleidsstukken mogelijk gemaakt. De mogelijkheden in het plangebied passen dan ook binnen het provinciale beleid.

Voor wat betreft de vestiging van een datacenter binnen de provincie in het algemeen, of van een datacenter in Zeewolde, is nog geen sprake van vastgesteld beleid. Het is in het belang van Flevoland, als van de rest van Nederland, dat de digitale infrastructuur zo sterk mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast wordt een grote economische meerwaarde voor de regio verwacht mede door spin-off effecten binnen de IT en IT-gerelateerde sectoren. De verwachte spill-over van buitenlandse kennis en technologieën naar de lokale bedrijven en werknemers zullen de regionale economie ten goede komen. Hierdoor neemt ook de diversificatie op de Flevolandse arbeidsmarkt toe.

De komst van datacenters heeft invloed op de netinfrastructuur in Flevoland in het algemeen en bij de beoogde locatie in het bijzonder. Voor een datacenter is betrouwbare energievoorziening belangrijk, zoals continuïteit van energie, garantie van levering en stabiliteit van het systeem.

De omgeving van Zeewolde is mede vanwege de aanwezigheid van windmolens en met de komende projecten een energierijke omgeving die voor bedrijven ook interessant is voor vestigingsoverwegingen. Participatie in dergelijke projecten en het bijdragen in bijvoorbeeld hergebruik van restwarmte voor de woonomgeving kan helpen bedrijven een 'groener imago' te geven.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Toekomstvisie Zeewolde

In de Toekomstvisie geven de inwoners van Zeewolde aan welke ontwikkelingen en opgaven ze zien voor de toekomst van de gemeente. Het gaat om alle aspecten die de Zeewoldenaren belangrijk vinden voor hun leefomgeving. Bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, recreatie en bereikbaarheid. Ter voorbereiding van de Toekomstvisie is aan veel inwoners gevraagd wat zij vinden van Zeewolde. Wat willen de inwoners graag behouden en wat willen ze verbeteren. Uit alle enquêtes en bijeenkomsten blijkt vooral de volgende centrale uitdaging:
Inwoners willen de eigenheid van Zeewolde behouden èn Zeewolde moet zich blijven ontwikkelen.

Inwoners hebben zich uitgesproken over wat behouden moet worden, maar ook waarom ontwikkeling nodig is. De inwoners wensen dat er voldoende woningen worden gebouwd voor de behoefte van de Zeewoldenaren, zodat iedereen hier kan blijven wonen.
Wat betreft economie en werkgelegenheid zien de inwoners dat jonge, startende ondernemers een plek hebben gekregen bij elkaar in een gebouw. Daarnaast zien ze graag meer werkgelegenheid voor Zeewoldenaren, bijvoorbeeld hoogopgeleide werknemers in dienstverlenende bedrijven.

De uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV en in het bijzonder de vestiging van een datacenter binnen de gemeentegrens biedt veel kansen voor (hoogopgeleide) werknemers.

3.3.2 Structuurvisie Zeewolde 2022

De Structuurvisie 2022 is op 25 april 2013 vastgesteld. Deze visie geeft het gemeentelijke ruimtelijke beleid voor de periode tot 2022 aan. Centraal staan (onder andere) de volgende uitgangspunten:

  • Zeewolde wil een toekomstbestendige gemeente zijn. Van belang zijn een zelfstandige positie en een leefomgeving van een goede kwaliteit.
  • De gemeente gaat voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Ontwikkelingen zijn geen doel op zich, maat moeten deel zijn van een gebiedsimpuls.

In de structuurvisie is Trekkersveld genoemd als een grootschalig bedrijventerrein waar een groot deel van de bedrijvigheid in de gemeente op is gevestigd. Transport, opslag en verwerking van producten vormen een groeiende bedrijfstak.
Wat betreft bedrijvigheid, wil Zeewolde zich geleidelijk ontwikkelen op basis van de bestaande kwaliteiten. Gekozen wordt voor een divers economisch profiel. Trekkersveld is met name geschikt voor middelgrote en grote bedrijven, in de sectoren transport, logistiek, productie, groothandel en industrie.

De beoogde uitbreiding van Trekkersveld IV en de vestiging van een datacenter passen binnen dit profiel.

3.3.3 Structuurvisie Werklocaties Zeewolde (2013-2017)

Deze structuurvisie (vastgesteld op 1 oktober 2013) is de nadere concretisering van de gemeentelijke Structuurvisie 2022 ten aanzien van bedrijventerreinen en kantorenlocaties (formele werklocaties).

In de structuurvisie wordt Trekkersveld getypeerd als een plus variant van een gemengd (bedrijven)terrein (Gemengd (+)). Een gemengd terrein is een bedrijventerrein of gezoneerde locatie voor bedrijven met een hindercategorie van 1 tot en met 3, bestemd voor reguliere bedrijvigheid van diverse aard. De plusvariant betreft een gemengd terrein met een of meerdere zones waar naast bedrijven in de hindercategorie 3, ook zwaardere bedrijven bij recht worden toegestaan tot in de categorie 4.2.

In de structuurvisie wordt aangegeven dat er geen directe aanleiding is om van deze bestaande plusvariant af te stappen. Wel wordt geconstateerd, dat de zonering ruimer is dan nodig (zowel wat omvang betreft als vestigingsmogelijkheden van bedrijven in een lagere milieucategorie). Aangekondigd wordt dat de zonering op basis van een goede inventarisatie van de gevestigde bedrijven op termijn zal worden ingeperkt.
Uitgifte op Trekkersveld III vindt plaats vanaf 2007 en verloopt dermate voorspoedig, dat naar verwachting ook dit terrein tussen 2016 en 2020 volledig uitgegeven zal zijn. Per 1 januari 2019 is nog maar 1,1 hectare uitgeefbaar terrein over.

In de structuurvisie is medio 2013 aangegeven dan een verdere uitbreiding van formele werklocaties als bedrijventerreinen in Zeewolde naast het bestaande aanbod - zeker op de middellange termijn - voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid in Zeewolde niet noodzakelijk is. De destijds aanwezige mogelijkheden waren hiervoor voldoende.
Wel wordt de mogelijkheid opengehouden om in de toekomst een eventuele een groei van de sector Value Added Logistics in Zeewolde op te vangen. Of en in hoeverre dit zal leiden tot het op de markt brengen van een nieuw terrein is echter afhankelijk van het uitgifte tempo van Trekkersveld III in de komende jaren, de marktvraag en de afstemming op regionaal niveau.

Met de beoogde uitbreiding van Trekkersveld IV wordt ingespeeld op de vraag naar nieuwe kavels. In de laddertoets (zie paragraaf 2.4) wordt geconstateerd dat er binnen het verzorgingsgebied onvoldoende aanbod voor de vraag van lokale bedrijven naar kavels vanaf 3.000 m² tot 3 hectare. In de laddertoets wordt geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding van Trekkersveld IV naar verwachting voorziet in een behoefte.

3.3.4 Structuurvisie regioplan windenergie

In het Regioplan windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland (27 juli 2016) wordt het opschalen en saneren van windmolens binnen een aantal projectgebieden op land nader geconcretiseerd. Daarbij wordt uitgegaan van meer windenergie met minder windmolens. Het Regioplan heeft betrekking op het buitengebied van de gemeenten Dronten, Lelystad, Zeewolde en een klein deel van Almere.

In het Regioplan staat een ontwikkelingsstrategie met bijbehorende (ruimtelijke) kaders met betrekking tot opschalen, saneren en participeren bij windenergieprojecten.

Gemeld wordt dat Zeewolde klimaatpositief is; er wordt meer groene energie opgewekt dan er aan energie gebruikt wordt door huishoudens en bedrijven. Het is de ambitie van de gemeente Zeewolde om de productie en consumptie van deze groene energie beter op elkaar aan te laten sluiten.

In de structuurvisie zijn plaatsingszones windmolens aangegeven. Binnen plaatsingszones mogen onder voorwaarden nieuwe windmolens worden geplaatst. Buiten deze plaatsingszones mogen geen windmolens worden gebouwd. Direct ten noorden van het voorliggende plangebied is een plaatsingszone aangegeven. Hier wordt windpark Zeewolde gerealiseerd.

De realisatie van het windpark Zeewolde is een van de motieven geweest voor de vestiging van een datacenter binnen de gemeente Zeewolde. Op Trekkersveld IV en op het terrein van het datacenter worden geen nieuwe solitaire windmolens mogelijk gemaakt. Hiermee wordt aangesloten op de structuurvisie.

3.3.5 Welstandsnota en beeldkwaliteitplan

In de Welstandsnota zijn regels opgenomen over de gewenste beeldkwaliteit en architectonische vormgeving van bouwwerken. De gemeenteraad van Zeewolde heeft in 2010 een nieuwe welstandsnota voor haar grondgebied vastgesteld.
De welstandsnota draagt bij aan het benoemen en versterken van de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten binnen de gemeente Zeewolde. De gemeente Zeewolde schrijft in de welstandsnota dat ze belang hecht aan een aantrekkelijke gebouwde omgeving.

Welstandscriteria kunnen de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Bij de welstandscriteria wordt een onderscheid gemaakt tussen loket-, object- en gebiedscriteria. Deze criteria worden toegepast om te beoordelen of een bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.

Gebiedscriteria  
Voor de bedrijventerrein in Zeewolde gelden gebiedscriteria die op alle bestaande bedrijventerreinen van toepassing zijn. Als algemeen criterium geldt dat de bestaande gebouwde omgeving het kwalitatieve referentiepunt is voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat bij een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur ervan als uitgangspunt neemt.
Verder zijn er criteria van toepassing in relatie met de omgeving, voor bebouwing en detaillering, kleur en materiaalgebruik waar vergunningsaanvragen aan getoetst worden.

Beeldkwaliteitsplan
Omdat in het voorliggende bestemmingsplan nog geen sprake is van een bestaande situatie, wordt voor de uitbreiding van Trekkersveld IV en vestiging van het datacenter een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de stedenbouwkundige uitgangspunten en de daar uit volgende beeldkwaliteiteisen voor de gebouwen, kavels en het openbaar gebied worden omschreven (zie paragraaf 2.3.5).

Het beeldkwaliteitsplan gaat bij vaststelling deel uitmaken van de welstandsnota.

Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische aspecten

Het milieubeleid is primair bedoeld om een optimale leefomgeving te realiseren. Dit kan er soms toe leiden dat beperkingen worden opgelegd aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In onderstaande worden de conclusies voor de verschillende aspecten beschreven.

Ten tijde van de voorontwerpfase van dit bestemmingsplan zijn veel onderzoeken nog niet afgerond. De resultaten hiervan zijn dan ook nog niet in dit hoofdstuk verwerkt. In de ontwerpfase van het bestemmingsplan is, naast alle onderzoeken naar milieu- en omgevingsaspecten, ook het Milieueffectrapport gereed. Dat wordt dan allemaal in het bestemmingsplan verwerkt.

4.1 Milieueffectrapportage

4.1.1 Inleiding

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het doel van een m.e.r. is om al in de planfase het milieubelang en landschappelijke belangen volwaardig af te wegen ten behoeve van de ruimtelijke besluitvorming.

Het voornemen is de bedoeling om ten behoeve van een datacentrum in Zeewolde het bedrijventerrein Trekkersveld te gaan uitbreiden met ruim 200 hectare. Een deel daarvan, 35 hectare direct grenzend aan het bedrijventerrein Trekkersveld III, wil de gemeente zelf ontwikkelen als regulier bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat daar bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 mogen worden gevestigd.

In het kader van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Trekkersveld IV is in het kader van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (zie paragraaf 4.1.2) beoordeeld dat het opstellen van het bestemmingsplan ten behoeve van het bedrijventerrein en het datacenter planm.e.r.-plichtig is.

4.1.2 Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)

Het doel van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau is om de onderzoekslast voor de milieueffectrapportage (MER) te bepalen en vast te leggen. Waarop moet het onderzoek in het kader van de MER zich vooral gaan richten, wat is minder belangrijk, en wat kan zelfs helemaal buiten beschouwing blijven? In de NRD wordt een overzicht gegeven van de beschouwen milieuaspecten in het kader van de milieueffectrapportage.
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau Trekkersveld IV Zeewolde (Arcadis, d.d. 20 mei 2020) is in de toelichting opgenomen als bijlage 3.

Voor de ontwikkeling van Trekkersveld IV geldt niet een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure.

  • Er geldt een (al dan niet vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht voor het aanleggen van het industrieterrein, de bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsverbinding, de warmtebuisleiding en de ontsluiting op de N305.
  • Echter er kan op voorhand nog niet worden uitgesloten dat het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig is vanwege de mogelijke noodzaak voor een passende beoordeling.
  • Verder is het bestemmingsplan kaderstellend als gevolg van de benodigde ontgrondingsvergunning, die afhankelijk van de exacte omvang m.e.r.- plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Als gevolg hiervan is het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig.

Vanwege de mogelijke noodzaak voor een passende beoordeling, de kaderstelling, en omwille van zorgvuldigheid en een goed omgevingsproces wordt de m.e.r.-procedure te doorlopen.

Gezien de samenhang van de totale ontwikkeling en uit te voeren ontgrondingen wordt een gecombineerd plan/project-MER opgesteld waarin zowel de m.e.r.- plichtige als m.e.r.- beoordelingsplichtige planonderdelen worden meegenomen. Het gecombineerde plan/project-MER wordt tezamen met het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp vergunningen ter inzage gelegd.

4.1.3 Plan / project-MER

In de MER worden diverse relevante milieueffecten beoordeeld voor de referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkeling) en het voornemen (het voorliggende bestemmingsplan).

[...]

4.1.4 Toetsingsadvies Commissie m.e.r.

Zowel de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) als de milieueffectrapportage (MER) worden voor advies voorgelegd aan de Commissie m.e.r. Het toetsingsadvies wordt in de toelichting opgenomen.

[...]

4.2 Bodemkwaliteit

4.2.1 Algemeen

In algemene zin geldt dat bij nieuwe ontwikkelingen onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van een nieuw bestemmingsplan dient te worden aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit vloeit voort uit artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied.

Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is.

4.2.2 Bodemonderzoek

In het kader van het bestemmingsplan wordt bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek wordt als bijlage in de toelichting opgenomen.

[...]

Conclusie
[...]

4.3 Cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden

4.3.1 Algemeen

Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting bij elk ruimtelijk plan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied.

4.3.2 Cultuurhistorie

De aanwezige agrarische bebouwing is niet aangewezen als gemeentelijk of rijksmonument. Er zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied aanwezig te zijn die speciale regeling in het bestemmingsplan behoeven.

Conclusie
[...]

4.3.3 Archeologie

Op grond van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) zijn de belangrijkste bevoegdheden aangaande de archeologie bij de gemeente neergelegd. De gemeenteraad is op grond van de Erfgoedwet verplicht bij de vaststelling van ruimtelijke plannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

De gemeente Zeewolde heeft in verband met de verplichting tot het inzichtelijk maken van de archeologische waarden binnen de gemeente een archeologische waardenkaart en beleidsadvieskaart laten opstellen.
[...]

Archeologisch onderzoek
In het kader van het bestemmingsplan wordt een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het bureauonderzoek wordt als bijlage in de toelichting opgenomen.
[...]

Conclusie
[...]

4.3.4 Aardkundige waarden

In het kader van de milieueffecterapportage (m.e.r.) worden de effecten van de voorliggende plannen op de aanwezige aardkundige waarden beoordeeld.
[...]

Conclusie
[...]

4.4 Waterparagraaf

4.4.1 Algemeen

Voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is om waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Bij de totstandkoming van het plan wordt overleg gepleegd met het Waterschap Zuiderzeeland. De resultaten daarvan worden in deze waterparagraaf opgenomen.

4.4.2 Waterhuishoudkundige uitgangspunten

In het kader van het voorliggende bestemmingsplan en de milieueffectrapportage (m.e.r., zie paragraaf 4.1) wordt uitgebreid gekeken naar de relevante wateraspecten:

  • Waterveiligheid
    • 1. primaire keringen
    • 2. regionale keringen
  • Voldoende water
    • 1. wateroverlast
    • 2. goed functionerend watersysteem
    • 3. anticiperen op watertekort
  • Schoon water
    • 1. goede structuurdiversiteit
    • 2. goede oppervlaktewaterkwaliteit
    • 3. goed omgaan met afvalwater.

Waterveiligheid
[...]

Voldoende water
[...]

Schoon water
[...]

Vertaling in het bestemmingsplan
[...]

4.4.3 De Watertoets

Met betrekking tot de voorliggende plannen wordt uitvoering overleg gevoerd met de waterbeheerder. De resultaten daarvan worden verwerkt in het bestemmingsplan.

4.5 Natuurwaarden

4.5.1 Algemeen

Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming voorziet in het wettelijk kader voor de bescherming van Natura 2000-gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. In de Wet natuurbescherming zijn de provincies primair bevoegd gezag voor bescherming van soorten en natuurgebieden.

4.5.2 Quickscan natuurwetgeving

In het kader van het bestemmingsplan wordt een Quickscan Natuurwetgeving uitgevoerd. De quickscan of vooronderzoek is geen soortgerichte inventarisatie, maar de eerste fase in het kader van de procedure van de Wet natuurbescherming (Wnb). De quickscan wordt als bijlage in de toelichting opgenomen.
[...]

Conclusie
[...]

4.6 Stikstofdepositie

4.6.1 Algemeen

In het kader van het plan is een onderzoek uitgevoerd naar de toename van de stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden in verband met de beoogde extra activiteiten op grond van dit bestemmingsplan Bedrijventerrein Trekkersveld IV.
Het doel van het stikstofdepositie-onderzoek is het beoordelen of de toekomstige activiteiten die mogelijk worden op basis van de planologische situatie mogelijk significante gevolgen heeft op kwalificerende natuurwaarden in nabij gelegen Natura 2000-gebieden én of het op basis van de stikstofdepositie noodzakelijk is een passende beoordeling op te stellen.

4.6.2 Depositie-onderzoek

In het kader van het bestemmingsplan wordt een onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek wordt als bijlage in de toelichting opgenomen.

Conclusie
[...]

4.7 Luchtkwaliteit

4.7.1 Niet in betekenende mate

Bij de besluitvorming in het kader van een ruimtelijk plan dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteitsaspecten die samenhangen met het plan in acht te nemen. Dit betekent dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit die samenhangen met de nieuwe functies getoetst dienen te worden aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. Ingevolge de systematiek van deze wet vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor een ontwikkeling indien deze niet in betekenende mate (hierna NIBM) bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen.
Dit is het geval indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
  • een project leidt - al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • een project draagt “niet in betekenende mate” bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen inhoudt dat door het project de luchtkwaliteit met minder dan 3% verslechtert;
  • een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

De 3%-grens van een project dat 'niet in betekenende mate bijdraagt', is ook omgezet in een getalsmatige grens. Als deze getalsmatige grens (hieronder) niet wordt overschreden, wordt deze 3%-grens gerespecteerd.

  • kantoorlocaties:
    100.000 m² bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m² bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen (voorschrift 3A.1);
  • woningbouw:
    1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen (voorschrift 3A.2).
4.7.2 Onderzoek luchtkwaliteit

In het kader van het bestemmingsplan dient het aspect luchtkwaliteit vanwege de toename in bedrijvigheid en de verkeersaantrekkende werking in beeld te worden gebracht. Onderzocht moet worden of en in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling in betekenende mate bedraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Conclusie
[...].

4.7.3 Woon- en leefklimaat

Vanuit een goede ruimtelijke onderbouwing moet ook worden aangetoond dat het verantwoord is om te bouwen in deze omgeving en dat (voor zover aanwezig) de toekomstige bewoners een goed woon- en leefklimaat wordt geboden.
[...]

Conclusie
[...]

4.8 Geluid

4.8.1 Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) beoogt de burger te beschermen tegen te hoge geluidbelastingen. In deze wet zijn onder meer de normen voor geluid als gevolg van weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai vastgelegd.

4.8.2 Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder omschrijft geluidszones (onder andere langs wegen). Artikel 76 en 76a van de Wet geluidhinder (Wgh) legt een koppeling met de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dit betekent dat een ruimtelijke ontwikkeling met nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen het plangebied, moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder.
In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn geluidgevoelige bestemmingen benoemd. Dit zijn (samengevat) woningen, scholen en diverse gezondheidszorggebouwen. Bedrijven zijn geen geluidgevoelige bestemming, bedrijfswoningen wel.

In het kader van het voorliggende bestemmingsplan worden géén nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De bedrijven zijn geen geluidgevoelige bestemming en er worden geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk gemaakt.
Er komen geen nieuwe wegen die leiden tot significante aanpassing van de infrastructuur en daarmee van de geluidssituatie. Met betrekking tot de routering van het vrachtverkeer van en naar de bedrijventerreinen wordt zo veel mogelijk ingezet op het gebruik van de hoofdwegen om geluidsoverlast te beperken/voorkomen.

Akoestisch onderzoek
In het kader van het bestemmingsplan wordt gekeken naar de indirecte geluidhinder als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV en de vestiging van het datacenter. Het onderzoek wordt als bijlage in de toelichting opgenomen.
[...]

Conclusie
[...].

4.8.3 Industrielawaai

In het kader van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Trekkersveld IV is vooral het aspect met betrekking tot industrielawaai van toepassing.

Het bestaande bedrijventerrein Horsterparc en Trekkersveld vormen een geluidgezoneerd industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. Op grond van het geldende bestemmingsplan Horsterparc en Trekkersveld 2011 en de beheersverordening Trekkersveld III worden bedrijven toegestaan die als een geluidzoneringsplichtige inrichting worden beschouwd.
In 2006 is door de gemeenteraad van Zeewolde voor Trekkersveld en Horsterparc op basis van een paraplubestemmingsplan een nieuwe geluidzone vastgesteld. Bijgaande afbeelding geeft de ligging van de bestaande geluidszone weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0029.png"

Afbeelding - ligging bestaande geluidszone industrielawaai (bron: bsp Horsterparc en Trekkersveld 2011)

De geluidszone is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied 2016.

4.8.4 Uitbreiding Bedrijventerrein Trekkersveld IV

Voor het bedrijventerrein Trekkersveld IV wordt in het kader van het voorliggende bestemmingsplan als recht bedrijven mogelijk gemaakt tot maximaal milieucategorie 3.2. Er worden op de uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV geluidzoneringsplichtige inrichting toegestaan. In de praktijk zal een geluidzoneringsplichtige inrichting zich echter niet kunnen vestigen, omdat dergelijke bedrijven in hogere milieucategorieën vallen.

4.8.5 Vestiging datacenter

Op grond van het bestemmingsplan worden op het terrein van het datacenter bij recht geluidzoneringsplichtige inrichtingen toegestaan.
[...]

4.8.6 Akoestisch onderzoek

In het kader van het bestemmingsplan wordt een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek wordt als bijlage in de toelichting opgenomen. Op basis hiervan wordt ook de gewijzigde geluidzone bepaald. Voor het deel dat buiten het plangebied van dit bestemmingsplan valt wordt het bestemmingsplan Buitengebied 2016 herzien. Dit plan wordt dan tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
[...]

Conclusie
[...]

4.9 Externe veiligheid

4.9.1 Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als lpg-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt.
Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen.
Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd:

  • Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt.
  • Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg)
Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen
Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

4.9.2 Ongevallen gevaarlijke stoffen

Op basis van de risicokaart moet worden nagegaan welke risicobronnen zich binnen en nabij het plangebied bevinden.

4.9.3 Hoogspanningslijnen

[...]

4.9.4 Zendmasten

[...]

4.9.5 Windmolenpark

[...]

4.9.6 Verantwoording groepsrisico

[...]

4.10 Mobiliteit

4.10.1 Ontsluiting

In het kader van het bestemmingsplan zal worden nagegaan wat de verkeerskundige consequenties (verkeersdruk en verkeersveiligheid) zijn als gevolg van de uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV en de vestiging van het datacenter. Daarbij wordt rekening gekeken naar de capaciteit van de bestaande wegen en de gevolgen van de aanleg van de nieuwe wegen en aansluitingen.
[...]

Mobiliteitsscan
In het kader van het bestemmingsplan wordt een mobiliteitsscan uitgevoerd. Het rapport wordt als bijlage in de toelichting opgenomen.
[...]

Conclusie
[...]

4.10.2 Parkeren

Bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De toetsing van de gemeentelijke parkeernormen zijn planologisch geborgd in het Bestemmingsplan Parapluherziening Parkeren dat op 12 december 2013 is vastgesteld. Voor wat betreft de gemeentelijke parkeernormen wordt verwezen naar de richtcijfers, zoals die zijn opgenomen in de nu geldende CROW-uitgave.

Uitgangspunt is dat bij het realiseren van voldoende parkeergelegenheid er geen bestaande tekorten hoeven te worden opgelost. De te realiseren parkeergelegenheid moet voldoende zijn voor een nieuw bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht. Daarbij wordt het parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein gerealiseerd.

In de planregels van het voorliggend bestemmingsplan is het gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de parkeernormen overeenkomstig de gemeentelijke Notitie toepassing parkeernormen (zie bijlage bij de regels) als verboden gebruik aangemerkt.
[...]

4.11 Bedrijven en milieuzonering

4.11.1 Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel om een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaat men het aanhouden van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De onderlinge afstand moet groter worden naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) is een bedrijvenlijst opgenomen waarop alle type bedrijven vermeld staan die voor kunnen komen op bedrijventerreinen. Aan de verschillende type bedrijven is een milieucategorie gekoppeld. Een milieucategorie geeft aan welke milieuhinder een bedrijf veroorzaakt en tot hoever deze milieuhinder reikt. Het betreft hier de hinder van de milieuaspecten 'geluid', 'stof', 'geur', en/of 'externe veiligheid'. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld.
De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden of zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

Er wordt bij het toepassen van de afstanden een onderscheid gemaakt tussen afstanden met betrekking tot een 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied':

Milieucategorie   Richtafstand t.o.v.
rustig woongebied
c.q. buitengebied  
Richtafstand t.o.v.
gemengd gebied  
Categorie 1   10 meter   0 meter  
Categorie 2   30 meter   10 meter  
Categorie 3.1   50 meter   30 meter  
Categorie 3.2   100 meter   50 meter  
Categorie 4.1   200 meter   100 meter  
Categorie 4.2   300 meter   200 meter  
Categorie 5.1   500 meter   300 meter  
Categorie 5.2   700 meter   500 meter  

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Om een goede milieuzonering op te stellen is een analyse en beschrijving van de omgeving nodig. De richtafstanden gelden standaard ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk.

  • Rustige woonwijk
    Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden.
  • Gemengd gebied
    Naast het omgevingstype rustige woonwijk kent de VNG-uitgave ook het omgevingstype gemengd gebied. Wanneer sprake is van omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, voor met name het aspect geluid, met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het aspect geluid is veelal het maatgevende aspect. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies en/of een gebied dat is gesitueerd aan de drukke weg. Gezien de aanwezige functies of de ligging nabij drukke wegen kent het gemengd gebied al een hogere milieubelasting. Dat rechtvaardigt het verlagen van de richtafstanden met één stap.
    Binnen een gemengd gebied kunnen ook (hiervoor aangewezen) gebieden met functiemenging zijn, waar milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stads- en wijkcentra, horecaconcentratiegebieden en woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Voor gebieden met functiemenging wordt een aparte afweging gemaakt ten aanzien van de aan te houden afstand en de te nemen maatregelen in relatie tot het gewenste woon- en leefklimaat. Voor de toelaatbaarheid van activiteiten binnen gebieden met functiemenging gelden randvoorwaarden.

Milieuzones algemeen

Op basis van de hiervoor genoemde milieucategorieën kunnen bedrijventerreinen in het bestemmingsplan worden opgedeeld in milieuzones. Daarbij wordt gekeken naar de afstand tot aan de omliggende gevoelige bestemmingen (burgerwoningen en maatschappelijke functies). Met het opdelen van bedrijventerreinen in verschillende milieuzones wordt geregeld dat gevoelige bestemmingen zo min mogelijk overlast ondervinden van de aanwezige bedrijvigheid.
Deze zogenaamde 'inwaartse milieuzonering' hanteert het principe dat in de zone die het dichtst bij de gevoelige bestemmingen ligt maximaal bedrijven toegelaten worden uit de lichtste milieucategorie. Achter deze zone komt een zone te liggen waar bedrijven uit een hogere milieucategorie toelaatbaar zijn. Naarmate de afstand tot de omliggende gevoelige bestemmingen groter wordt, kunnen telkens bedrijven uit een hogere milieucategorie worden toegestaan. Bij de inwaartse zonering worden de eerdergenoemde richtafstanden aangehouden.

Als bestaande bedrijven in een hogere milieucategorie vallen dan wat de inwaartse zonering mogelijk maakt, dan wordt dit bedrijf planologisch ingepast door ter plaatse van die gronden een aanduiding op te nemen voor specifiek die bedrijfscategorie, mits aannemelijk is dat door dit bedrijf geen onaanvaardbare milieusituatie is ontstaan.

4.11.2 Uitbreiding Bedrijventerrein Trekkersveld IV

Op basis van de hiervoor beschreven werkwijze wordt voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Trekkersveld IV uitgegaan van bedrijven tot en met milieucategorie 3.2. Op basis van de interne milieuzoneringssystematiek is op (delen van) het uitgebreide bedrijventerrein in theorie bedrijvigheid in zwaardere milieucategorieën mogelijk. Dit is vanwege de beoogde lokaal verzorgende aard van het bedrijventerrein niet wenselijk.
Gemeente Zeewolde wil op bedrijventerrein Trekkersveld IV als recht geen ruimte bieden aan zwaardere bedrijvigheid.

[...]

4.11.3 Vestiging datacenter

Op basis van de hiervoor beschreven werkwijze wordt voor het datacenter uitgegaan van inrichtingen tot en met milieucategorie 2.
[...]

4.12 Windmolens

Aan de overzijde van de Hoge Vaart, buiten het plangebied, worden in het kader van Windpark Zeewolde nieuwe windmolens geplaatst. Hierover heeft al besluitvorming plaatsgevonden.

In het kader van het voorliggende bestemmingsplan moet worden aangetoond dat een datacenter niet deze ontwikkeling in de weg staat. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de contouren rondom de windmolens voor externe veiligheid die wel het plangebied doorkruizen, of windvang?
In het plangebied staan nu ook nog 4 solitaire windmolens. Deze worden in het kader van het windpark gesaneerd, maar daar hebben de windmoleneigenaren tot medio 2026 de tijd voor.

4.13 Kabels en leidingen

Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het bestemmingsplan behoeven. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn uitgezonderd de in paragraaf 4.9 benoemde hoogspannings- en gasleiding geen kabels of leidingen aanwezig die van invloed zijn op de gewenste ontwikkeling.

4.14 Klimaat en energie

De gemeente Zeewolde kent doelen en ambities inzake de Energietransitie en Duurzaamheid. Deze zijn verwoord in de Energievisie, het Energie Uitvoeringsprogramma 2019-2022, de Duurzaamheidsvisie en het Uitvoeringsplan Duurzaamheid.

Wat betreft energie en energietransitie wil de gemeente in 2030 200% energie besparen ten opzichte van 2015 en wil dat bereiken door in te zetten op energiebesparingen, windenergie en zonne-energie op daken en land.
Wat betreft duurzaamheid wil de gemeente waarde toevoegen aan mens, leefomgeving en economie door samen met maatschappelijke partijen in te zetten op sociale cohesie, lokale kringlopen, natuurbeleving en duurzaamheidseducatie.

Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen

5.1 Algemene juridische opzet

In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende regels van een nadere toelichting voorzien. De regels behorende bij dit bestemmingsplan geven inhoud aan de aangegeven bestemming. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden.
De regels van dit bestemmingsplan zijn ingedeeld in vier hoofdstukken, conform de systematiek in de SVBP2012, versie 1.3.1 (Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012), te weten:

  • 1. Inleidende regels
    Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 zijn de begrippen omschreven die worden gehanteerd in het plan en die een eenduidige omschrijving behoeven. In artikel 2 is bepaald hoe de diverse maten, als bouwhoogte, goothoogte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden gemeten.
  • 2. Bestemmingsregels
    In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied toegestane functies. Per bestemming zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder eventuele afwijkingsvergunningen of wijzigingen) toegestaan.
    Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke) en wordt gebouwd op de aangegeven plaats, kan hiervoor in de regel zonder meer omgevingsvergunning worden verleend.
    In het geval van bijbehorende bouwwerken (voorheen: aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) kan in bepaalde gevallen zonder omgevingsvergunning worden gebouwd (zie artikel 2 en 3, Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht).
  • 3. Algemene regels
    Hier zijn onder andere bepalingen ten aanzien van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken opgenomen.
  • 4. Overgangs- en slotregels
    Dit hoofdstuk bevat de overgangsregels en de slotregel.
    Het overgangsrecht dient om bouwwerken en gebruiksvormen, die in het verleden legaal zijn gerealiseerd maar nu afwijken van het nieuwe plan, (voorlopig) gehandhaafd respectievelijk voortgezet mogen worden. Zolang voldaan wordt aan de overgangsregels, worden deze bouwwerken en gebruiksvormen gedoogd.
    In de slotregel is bepaald wat de officiële naam van het plan is.

5.2 Bestemmingsregels

De verbeelding van het bestemmingsplan met bijbehorende legenda is opgenomen in de volgende afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0030.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0031.png"

Afbeelding - uitsnede verbeelding (met legenda)

5.2.1 Agrarisch

De gronden aan de overzijde van de Hoge Vaart die vallen binnen het zoekgebied voor de aansluiting van het datacenter op de hoogspanningsverbinding zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied 2016. De ter plaatse geldende agrarische bestemming is overgenomen in voorliggend plan. Het gaat hierbij vooral om onbebouwde agrarische gronden.
Ten behoeve van de beoogde aansluiting op de hoogspanningsverbinding is op de verbeelding een zoekgebied opgenomen. In het ontwerp van het bestemmingsplan zal meer duidelijkheid zijn over de aansluiting en kan dit deel van het plangebied worden verkleind.

5.2.2 Bedrijventerrein

Toegestaan gebruik

De gronden met de globale bestemming Bedrijventerrein zijn bestemd voor bedrijven in de milieucategorieën 1, 2, 3.1 en 3.2, zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijvenlijst is als bijlage 1 opgenomen in de planregels. De gronden zijn ook bestemd voor een warmtekrachtcentrale en voor kleinschalige duurzame energiewinning en nutsvoorzieningen.
Het bedrijventerrein gaat in aansluiting op het bestaande bedrijventerrein Trekkersveld III en het datacenter deel uit maken van het gezoneerde industrieterrein. De gronden zijn daarom voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein'.

Om de interne ontsluiting van het bedrijventerrein mogelijk te maken zijn de gronden ook bestemd voor wegen, straten en paden en parkeervoorzieningen. Daarnaast zijn ook groenvoorzieningen en water toegestaan. Tot slot zijn parkeervoorzieningen mogelijk, zowel op eigen terrein als in het openbare gebied.

Ondergeschikte kantoren zijn in de planregels toegestaan mits deze ten dienste staan van de aanwezige bedrijven. Detailhandel is niet toegestaan; productiegebonden detailhandel is onder voorwaarden enkel met afwijking mogelijk.
Risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven zijn niet toegestaan. Hetzelfde geldt ook voor bedrijfsverzamelgebouwen, horeca, sport- en maatschappelijke voorzieningen.

Bouwregels

Bedrijfsgebouwen en overkappingen zijn binnen de globale bestemming overal toegestaan. In de planregels is de oppervlakte gemaximeerd tot 70% per bouwperceel. De maximale bouwhoogte is 15 m en sluit aan op de toegestane bouwhoogte op bedrijventerrein Trekkersveld III. De afstand van de bedrijfsgebouwen tot de perceelsgrenzen dient groter te zijn dan 3 m.
Als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de milieusituatie, de brandveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken mogen bedrijfsgebouwen en overkappingen tot op de achterste en zijdelingse perceelgrens wordt gebouwd.

Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat erf- en terreinafscheidingen (hekwerken en schuttingen) niet hoger mogen zijn dan 2 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (zoals vlaggenmasten, kranen liften, silo's e.d.) wordt eveneens gemaximeerd.

Afwijking van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen op het bedrijventerrein bedrijven toestaan die niet in de bedrijvenlijst worden genoemd, mits deze naar aard en invloed op de omgeving (milieubelasting) gelijk te stellen zijn aan de bedrijven die wel in de lijst worden genoemd onder de milieucategorieën 1 t/m 3.2. Hetzelfde geldt ook voor bedrijven die in de bedrijvenlijst worden genoemd in een hogere milieucategorie, maar die in een individueel geval een lagere milieubelasting blijken te hebben.

5.2.3 Bedrijventerrein - Datacenter

Ten behoeve van de geplande datacenter wordt in het bestemmingsplan voorzien in de specifieke, maar zeer globale bestemming 'Bedrijventerrein - Datacenter'. De gronden zijn uitsluitend bestemd voor de realisatie van de campus met datacenter met de bijbehorende voorzieningen, zoals een onderstation. Ter plaatse worden geluidszoneringsplichtige inrichtingen mogelijk gemaakt, daarom zijn de gronden voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein'.

Om de interne ontsluiting van het datacenter mogelijk te maken zijn de gronden ook hier bestemd voor wegen, straten en paden en parkeervoorzieningen. Daarnaast zijn ook groenvoorzieningen en water toegestaan. Tot slot zijn parkeervoorzieningen mogelijk.
De centrale aansluiting van het datacenter op de provinciale weg is op de verbeelding aangeduid als een zoekgebied. Dit zoekgebied is weergegeven in de volgende afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0032.jpg"

Afbeelding - zoekgebied t.b.v. ontsluiting

Bouwregels
De bestemming sluit wat betreft de bouwregels verder aan op de hierboven omschreven bestemming 'Bedrijventerrein' (zie paragraaf 5.2.2'. Qua bebouwingspercentage wordt rekening gehouden met een maximum van 20% van het bestemmingsvlak.

Afwijking van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijventerrein - Datacenter' (deels) wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Voorwaarde is dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de milieusituatie, de brandveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

5.2.4 Verkeer

De Baardmeesweg is bestemd als 'Verkeer'. De Baardmeesweg zal in de nieuwe situatie dienst gaan doen als doorgaande fietsroute en voor een deel als ontsluitingsweg van het datacenter voor toelevering- en onderhoudverkeer.
Het deel van de Gooiseweg N305 dat is voorzien van een zoekzone voor de warmteleiding is ook opgenomen in het plangebied. Hier geldt ook een bestemming 'Verkeer', deze is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Behalve de aansluiting op de N305 is niet voorzien in een wijziging van de weg.

5.2.5 Water

De in het plangebied voorkomende hoofdwaterlopen zijn onder de bestemming 'Water' gebracht. De bestemming ziet toe op de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging, het behoud van natuurlijke en landschappelijke waarden, het scheepvaartverkeer en de recreatievaart. Dagrecreatief medegebruik van het water en de oevers is toegestaan. Er mag binnen deze bestemming niet worden gebouwd.

De bestemming 'Water' ligt op de Hoge Vaart ten noordwesten van het nieuwe bedrijventerrein en op de Baardmeesvaart, de vaarweg tussen Trekkersveld III en het Trekkersveld IV. Binnen deze bestemming zijn bruggen overal als recht mogelijk, met een minimale doorvaarhoogte.

5.3 Dubbelbestemmingen

5.3.1 Leiding - Gas

De dubbelbestemming 'Leiding - Gas' heeft betrekking op de in het plangebied voorkomende hoofdgastransportleidingen. De regeling voorziet in de aanwezigheid van deze functie en in de bescherming ervan door middel van een veiligheidszone op de kaart. Binnen de op de verbeelding aangegeven strook mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leidingen, is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Dit voorkomt dat er werkzaamheden plaatsvinden, die schade kunnen veroorzaken aan de gasleiding.

5.3.2 Leiding - Hoogspanningsverbinding

De hoogspanningsverbinding die door het plangebied loopt, heeft de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'. In deze strook geldt dat binnen de op de verbeelding aangegeven strook geen gebouwen en bouwwerken mogen worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de hoogspanningsverbinding.

5.3.3 Waarde - Archeologie 3 t/m 5

Deze dubbelbestemmingen zijn een op een overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied, aangevuld met de bepalingen uit het Reparatie Buitengebied 2016.

Binnen deze dubbelbestemmingen is geregeld dat bij ingrepen vanaf de genoemde oppervlakte en diepte een omgevingsvergunning vereist is. Dit bestemmingsplan maakt ontwikkelingen mogelijk die groter zijn dan de genoemde oppervlaktes. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor dergelijke ontwikkelingen wordt getoetst of archeologisch onderzoek nodig is.
Wanneer tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden archeologische sporen en/of vondsten worden aangetroffen geldt een meldingsplicht op grond van de Erfgoedwet. Dit houdt in dat de aanwezigheid van bodemvondsten die ouder zijn dan 50 jaar bij de gemeente Zeewolde gemeld moeten worden.

Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein en de campus met datacenter wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd. Mocht blijken dat er geen archeologische waarden zijn in het gebied, dan kunnen deze dubbelbestemmingen worden verwijderd in het ontwerpbestemmingsplan. De onderzoeken worden te zijner tijd in dit bestemmingsplan verwerkt.

5.3.4 Waterstaat - Waterkering

Voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Voor zover de Knardijk binnen het plangebied ligt hebben deze gronden opnieuw deze dubbelbestemming gekregen.

5.4 Overige regeling

5.4.1 Gezoneerd bedrijventerrein

Het bedrijventerrein wordt een gezoneerd industrieterrein en is daarom voorzien van de aanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein'. De begrenzing hiervan is weergegeven in de volgende afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0033.jpg"

Afbeelding - situering gezoneerd industrieterrein

5.4.2 Zoekgebieden

overige zone - zoekgebied in- en uitlaat koelwater
Voor de in- en uitlaat van koelwater dat nodig is voor het datacenter is ook een zoekzone bepaald. Er wordt nog onderzocht waar deze precies wordt gerealiseerd. De zoekzone is weergegeven op de volgende afbeelding. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de locatie beter begrensd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0034.jpg"

Afbeelding - zoekgebied t.b.v. in- en uitlaat koelwater

overige zone - zoekgebied leiding hoogspanningsverbinding
Ten behoeve van de aansluiting van het datacenter op de hoogspanningsverbinding is op de verbeelding een ruim zoekgebied opgenomen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de locatie beter begrensd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0035.png"

Afbeelding - zoekgebied t.b.v. aansluiting op hoogspanningsverbinding

overige zone - zoekgebied leiding restwarme
Om goed gebruik te kunnen maken van de restwarmte van het datacenter wordt op het bedrijventerrein een warmtekrachtcentrale gebouwd. Vanaf het datacenter naar de centrale wordt een warmteleiding aangelegd. Er zijn twee locaties en varianten in beeld. Hiervoor is in het bestemmingsplan een zoekgebied opgenomen. De twee varianten zijn weergegeven op de volgende afbeelding. In het ontwerpbestemmingsplan wordt één variant vastgelegd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0050.BPTveldIV-VO01_0036.png"

Afbeelding - zoekgebied t.b.v. warmteleiding

5.4.3 Parkeernormen

Er moet sprake zijn van voldoende parkeergelegenheid. Op dit moment wordt 'voldoende parkeergelegenheid' bepaald door de normen uit de CROW-uitgave 2012 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Omdat deze normen in de planperiode mogelijk kunnen wijzigen is opgenomen dat 'indien voornoemde uitgave gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging'. Hiermee wordt voorkomen dat de in 2012 vastgelegde normen blijven gelden als er bijvoorbeeld in 2022 nieuwe beleidsregels en normen worden vastgesteld.

Van de verplichting om voldoende parkeergelegenheid te realiseren kan worden afgeweken via een binnenplanse afwijking. Daar waar parkeergelegenheid en parkeerbehoefte niet op elkaar aansluiten kan dit zinvol zijn. Door af te wijken kan een functie met een parkeerbehoefte toch worden toegelaten zonder dat er op eigen terrein of in de omgeving voldoende parkeerplaatsen zijn.

5.4.4 Vrijwaringszone - dijk 1 / vrijwaringszone - dijk 2

De Knarrendijk is in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2016 bestemd als een primaire waterkering. Ten behoeve van de bescherming van de functie van de dijk als waterkering zijn de gronden hieromheen mede bestemd voor 'vrijwaringszone - dijk':

  • de binnen- en tussenbeschermingszone zijn aangeduid als 'vrijwaringszone - dijk 1';
  • de buitenbeschermingszone 'vrijwaringszone - dijk 2'.

De vrijwaringszones dienen in principe onbebouwd te blijven. Ter plaatse van de binnen- en tussenbeschermingszone (vrijwaringszone - dijk 1) mogen nieuwe gebouwen, overkappingen en overige bouwwerken alleen gerealiseerd worden nadat advies is ingewonnen bij het waterschap Zuiderzeeland.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een ruimtelijk plan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Trekkersveld IV' wordt in bouwplannen als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien.

In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien:

  • het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie);
  • het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen;
  • het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is.

Voor het deel van het plangebied met de 35 hectare aan bedrijventerrein vindt kostenverhaal plaats via gronduitgifte. Met de initiatiefnemer van het datacenter wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is en dat geen exploitatieplan nodig is.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro

Bij bestemmingsplannen is het voeren van vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening verplicht. Op basis van het voorontwerp van het bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de relevante overlegpartners. De overlegreacties worden verwerkt in een Reactienota Overleg en Inspraak. Beoordeeld wordt of de overlegreacties aanleiding geven tot het wijzigen van het bestemmingsplan.

6.2.2 Inspraak

Het voorontwerp van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Trekkersveld IV wordt zes weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt binnen deze periode in de gelegenheid gesteld om hun inspraakreactie in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde. Ontvankelijke zienswijzen worden verwerkt in een Reactienota Overleg en Inspraak. Beoordeeld wordt of de inspraakreacties aanleiding geven tot het wijzigen van het bestemmingsplan.
Tegelijk met het voorontwerpbestemmingsplan wordt ook de Notitie Reikwijdte en Detailniveau ter inzage gelegd. In deze periode wordt ook advies gevraagd van de Commissie m.e.r.